De effecten van de Holocaust in de naoorlogse samenlevingen [Manfred Gerstenfeld]

auschwitz-540x304

De Holocaust heeft op veel terreinen van de westerse naoorlogse samenlevingen belangrijke effecten. De Internationale Holocaust Herdenkingsdag is een toepasselijke gelegenheid om dit thema te evalueren.

Een belangrijke reden voor het feit dat de omvang van deze post-Holocaust-effecten grotendeels verborgen is, is erin gelegen dat ze door de Holocaust zelf overschaduwd zijn. Diens geschiedenis is met bloed doordrenkt, industriële massamoord, genocide moordenaars met vele nationaliteiten en miljoenen slachtoffers. Tegen deze extreem gewelddadige en tragische achtergrond krijgt de vakoverstijgende post-Holocaust-invloed met zijn moeilijk te resumerende, talrijke facetten veel minder aandacht. De vele thema´s en terreinen van de post-Holocaust-effecten rechtvaardigen het echter om nader bekeken te worden.

Hoewel gedomineerd door de Holocaust, wordt in veel geïsoleerde thema´s van de post-Holocaust-studies onderzoek gedaan. Er werd een enorm aantal verschillende boeken en onderzoeken over de aspecten van de invloed van de Holocaust op naoorlogse samenlevingen gepubliceerd. Er bestaan ook nog andere aanzienlijke effecten op post-Holocaust-gebied. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is een rechtstreeks resultaat van de Holocaust, evenals de genociden-conventie van de Verenigde Naties.

Een belangrijk effect van de Holocaust is de verandering in de standpunten van de religieuze wereld. Sinds de Tweede Wereldoorlog veranderde de Rooms-katholieke kerk zijn houding tegenover de Joden radicaal. In 1965 legde een verklaring van paus Paulus VI., Nostra Aetate, de verandering in de theologische houding van de kerk tegenover de Joden vast; deze kan vertaald worden als “in onze tijd”. Verschillende pausen hebben zich in de afgelopen 50 jaar heel anders over Joden uitgelaten dan hun voorgangers voor de oorlog dit deden. In gelijke mate heeft zich een serie protestantse kerken voor hun houding tegenover de Joden voor en tijdens de oorlog verontschuldigd.

De Holocaust heeft vele ethische vragen opgeroepen. Bijvoorbeeld de ethiek van de gehoorzaamheid. Veel nazimisdadigers beweerden dat zij alleen maar bevelen opvolgden. Dat heeft fundamentele vragen opgeroepen over wat mensen ertoe brengt om misdadige bevelen van hun meerderen uit te voeren en in welke mate dit in de toekomst kan worden verhinderd.

De vele traumatische ervaringen van Holocaustoverlevenden hebben tot vooruitgang op het gebied van psychosociale behandeling geleid, ook bij trauma´s die niet veroorzaakt werden door de Holocaust. Epigenetici onderzoeken nu of de Holocausttrauma´s vaak genetisch aan de volgende generaties werden doorgegeven.

Er bestaat een grote hoeveelheid andere thema´s die de overlevenden betreffen. Daartoe behoort hun bijdrage aan de joodse wereld evenals aan samenlevingen in het algemeen.

Schadevergoeding en hoe deze gehandhaafd werd kan beschouwd worden als prisma van de veelzijdige opvattingen van landen die door Duitsland bezet waren. Een onderzoek van Sidney Zabludoff toont aan dat slechts 20% van de van Joden voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog gestolen vermogen werd teruggegeven. Bovendien kan er nauwelijks sprake zijn van een debat over schadevergoeding zonder daarbij de schuld te betrekken. Je kunt je afvragen waarom veel van de door de Duitsers bezette landen pas gedurende de laatste decennia bereid waren om zich voor hun gedrag tegenover de Joden tijdens de oorlog te verontschuldigen. Anderen, zoals Frankrijk, hebben zich er in hun inspanningen toe beperkt om hun verleden van de oorlogstijd naar waarheid te omschrijven. Onder de West-Europese landen is het alleen Nederland dat constant geweigerd heeft om iedere vorm van schuld ook maar toe te geven.

Om hetgeen te herdenken wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog gebeurde, is ook een belangrijk aspect van de post-Holocaust. Veel van de oorspronkelijke monumenten en gedenktekens voor joodse slachtoffers bevonden zich oorspronkelijk in synagogen, joodse centra of op begraafplaatsen. Pas tientallen jaren later kregen ze steeds meer hun plek in het openbaar. Bovendien bestonden er boeken over het ontwerp en de architectuur van Holocaustgedenktekens en Holocaustmusea. Een opmerkelijk punt is dat er in de communistische wereld geen differentiatie tussen joodse en niet-joodse slachtoffers was toegestaan. Ook de resterende gebouwen van de kampen zelf houden verband met de herinnering. In het vernietigingskamp Sobibor onderzoekende archeologen hebben de gaskamers aan het licht gebracht.

De filosofie is nog een door de post-Holocaust beïnvloede discipline. Is “Nooit meer” een lege leuze geworden? De vooraanstaande Holocaustfilosoof Emil Fackenheim heeft gezegd dat er naast de 613 geboden van de joodse wet nog een 614de bestaat – de plicht van de Joden om te overleven. Desondanks zegt de filosoof Shmuel Trigano dat de manier waarop in Frankrijk aan de Holocaust herinnerd wordt, leidt tot een structurele vervalsing van de identiteit van de Joden. En hoe komt het dat het noemen van de Holocaust, in plaats van weg te sterven, de afgelopen jaren in de publieke discussie is toegenomen?

De vervorming van de Holocaust is een belangrijk thema geworden in de naoorlogse samenleving. Vaak ligt de focus van de discussies op Holocaustontkenning. Veel belangrijker is de omkering van de Holocaust – het gelijkschakelen van Israël met de nazi-staat. Minstens 150 miljoen burgers van de Europese Unie zijn het eens met de absurde bewering dat Israël een vernietigingsoorlog tegen de Palestijnen voert.

Veel romans hebben zich op verhalen in verband met de Holocaust geconcentreerd. Het bekendste gedicht over de Holocaust is waarschijnlijk Paul Celan´s “Deathfugue” met de indringende zin “this Death is a master from Deutschland”. Bovendien bestaan er literaire analyses van Holocaustromans.

Dit alles is slechts een klein gedeelte van een veld waarvan geen overzicht bestaat. Pas wanneer een serie universiteiten ermee begint om post-Holocaust-studies in zijn totaliteit systematisch te bekijken, zullen we belangrijke extra instrumenten krijgen waarmee we enkele moderne ontwikkelingen in een in toenemende mate chaotische wereld zullen begrijpen.

door Dr. Manfred Gerstenfeld


bron-logoBron: in een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikel van Dr. Gerstenfeld op de site van Heplev-Abseits von Mainstream van 30 januari 2017

Het meten met twee maten bij illegale moorden [Manfred Gerstenfeld]

Israel and the WorldDe reacties van democratische regeringen op illegale moorden varieert enorm, afhankelijk van het feit welk land ze uitvoert. Dat kan concreet als volgt weergegeven worden: het toepassen van het meten met twee maten tegen Israël – wat een kernelement van antisemitisme is – is ook wat betreft illegale moorden heel duidelijk te herkennen.

Dat kwam onlangs in een nieuw Frans boek opnieuw op de voorgrond te staan, waarvan de titel met “Dodelijke fouten” vertaald kan worden. De auteur van het boek is de Franse journalist Vincent Nouzille; hij beweert dat de Franse president François Hollande van 2013 tot 2016 voor minstens veertig illegale moorden toestemming zou hebben gegeven. Enkele daarvan werden door het Franse leger of de geheime diensten van het land uitgevoerd, anderen door geallieerde landen op basis van door Frankrijk ter beschikking gestelde informatie van de geheime dienst.

Over deze moorden is in de grote Engelstalige media bijna geen informatie te vinden. Dit relatieve zwijgen verschilt enorm van de immense veroordeling van Israël na de executie van sjeik Ahmed Yassin. In 2004 doodde Israël deze leider van de terreurorganisatie Hamas. Hij was rechtstreeks verantwoordelijk voor zelfmoord bomaanslagen en vele andere dodelijke aanslagen op Israëlische burgers.

Lees verder

Obama, de VN-veiligheidsraad, moslims en Alinsky [Manfred Gerstenfeld]

obamaISRAEL

In de vele reacties op de beslissing van ex-president Obama dat de VS zich bij de anti-Israëlische resolutie 2334 van de VN-veiligheidsraad van stemming onthielden, werden twee belangrijkste aspecten van zijn houding nauwelijks genoemd. Het eerste betreft een belangrijke motivering voor de beslissing, de tweede zijn tactiek.

Het presidentschap van Obama werd de hele tijd door regelmatig witwassen van het uit delen van de islamitische wereld komende terrorisme gekenmerkt. Tijdens zijn eerste buitenlandse reis zei hij in 2009 in Caïro dat hij een relatie met de moslims in de hele wereld zou opbouwen, die “gebaseerd is op wederzijds belang en wederzijds respect.” Deze verklaring was te vaag geformuleerd dat iedereen destijds al begrepen zou hebben dat voor Obama wederzijds respect ook zou betekenen om weg te kijken bij het aan de islam gerelateerde terrorisme in delen van de islamitische wereld. Tijdens deze reis bezocht hij met Egypte en Saoedi-Arabië twee niet-democratische islamitische landen, maar niet Israël, de enige democratische staat in de regio en al heel lang bondgenoot van de VS.

Daniel Pipes zegt dat de naam Hussein als tweede voornaam uitsluitend aan moslims wordt gegeven. Pipes zegt ook dat Obama vier jaar lang in een volledig islamitisch milieu in Indonesië onder toezicht van zijn islamitisch-Indonesische stiefvader Lolo Soetoro leefde. Diegenen die hem in Indonesië kenden, beschouwden Obama als moslim. Als zodanig stond hij ook op de lagere school aangemeld. Hoewel hij zich later tot het christendom bekeerde, zijn er veel signalen van zijn weerzin om iets te doen tegen het ideologische geweld dat uit meerdere islamitische samenlevingen komt.

In 2011 trok Obama, na tientallen jaren van Amerikaans bondgenootschap, de steun aan de Egyptische president Hosni Mubarak in, waarmee hij de opkomst van de fanatieke Moslimbroederschap mogelijk maakte. De “Washington Times” beweerde in 2015 dat de politiek van de regering ter ondersteuning van de Moslimbroederschap voor hervormingen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika in een klassiek document met de titel “Presidential Study Directive-11” van de Nationale Veiligheidsraad werd omschreven. Een woordvoerster van de Nationale Veiligheidsraad van het Witte Huis wilde hierop geen commentaar geven. De Moslimbroederschap werd in 2014 door de regeringen van de Amerikaanse bondgenoten Saoedi-Arabië, Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten tot terreurorganisatie verklaard.

Obama verbood de toepassing van de begrippen “Islam”, “jihad”, “radicaalislamitisch terrorisme” en “radicale islam” in Amerikaanse veiligheidsdocumenten. Hij de-islamiseerde zelfs de beweging “Islamitische Staat” met de woorden: “ISIL is niet islamitisch. Geen religie staat het doden van onschuldigen toe.” De beoordeling van datgene wat en hoe overeenkomt met de islam of niet zou door islamitische theologen bepaald moeten worden, niet door een christelijke Amerikaanse president.

Obama´s houding tegenover het Palestijnse terrorisme komt grotendeels overeen met zijn witwassen van ideologisch geweld, dat uit delen van de islamitische wereld komt. Hij sprak niet over het feit dat Hamas in 2006 bij de enige Palestijnse parlementsverkiezingen de meerderheid van de zetels behaalde. Deze partij werft in haar handvest voor de volkerenmoord op alle Joden. Het enige dat Obama in een interview met Jeffrey Goldberg in “The Atlantic” bereid was om te zeggen, was dat de Palestijnen “geen gemakkelijke partner” zijn. Zo praat deze democratische president over mensen die alleen maar afzien van volkerenmoord, omdat ze niet in staat zijn hun genocidale doel te bereiken.

Wat de tactiek van onthouding betreft: Obama was enkele jaren lang “Community Organizer” in Chicago. De organisatie waarvoor hij werkte, was het “Developing Community Project”, die door het denken van Saul Alinsky, een radicaal uit Chicago, werd beïnvloed. Diens beginsel was bijna zakelijk. Hij zocht de meest effectieve manier om de corrupte lokale regering, discriminerende ondernemingen en “Slum Lords” aan te vallen.

De actuele stemonthouding van de VS bij de stemming over Resolutie 2334 van de VN-veiligheidsraad past in Alinsky´s geesteshouding van minimale inspanning om de andere partij maximaal schade toe te voegen. Het onderscheid bestaat erin dat Alinsky zijn vaak extremistische methodes tegen corrupte instellingen en uitbuiters toepaste, Obama daarentegen tegen een democratische bondgenoot.

door Dr. Manfred Gerstenfeld


bron-logoBron: in een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikel van Dr. Gerstenfeld op de site van Heplev-Abseits von Mainstream van 16 januari 2017

Ook Joden kunnen antisemieten zijn! [Manfred Gerstenfeld]

as-a-jew4

Gilad Atzmon, het schoolvoorbeeld van een joodse antisemiet, is niet alleen. In een wereldwijde antisemitismewedstrijd voor Joden zou Groot-Brittannië vermoedelijk vertegenwoordigd worden door Gilad Atzmon. De door deze musicus, een Israëli, die zegt dat hij zijn paspoort zou hebben verscheurd, gepubliceerde belasteringen zijn dusdanig heftig dat zelfs de Palestijnse internetsite “Electronic Intifada” zich van zijn antisemitisme heeft gedistantieerd.

De analyse van zijn uitlatingen kan zodoende als modelvoorbeeld voor identieke beoordelingen van bedrieglijke belasteringen door joodse antisemieten dienen.

De antisemitismedefinitie van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) is een toepasselijk middel om de publicaties van deze seriële lasteraar van Israël en de joden te analyseren. De definitie benodigde de instemming van haar 31 lidstaten – waaronder Groot-Brittannië.

Een typische 'As-a-Jew'
Een typische ‘As-a-Jew’

Volgens de IHRA-definitie is het antisemitisch om “de Joden als volk of Israël als staat te beschuldigen van het bedenken of het overdrijven van de Holocaust”. De definitie zegt eveneens dat het antisemitisch is om “moderne Israëlische politiek gelijk te zetten met die van de nazi´s”. Atzmon bespot de Holocaust en zijn overlevenden in een artikel met de titel “After all, I am a proper Zionist Jew . . . I am a Holocaust Survivor”, waarin hij schrijft: “Ja, ik ben een overlevende, want het is me gelukt om al die gruwelijke berichten van de Holocaust te overleven.”

Lees verder

Nieuwe islamitische anti-Israël partij ‘DENK’ in Nederland [Manfred Gerstenfeld]

denkpartijDe massale, ongecontroleerde immigratie van moslims naar West-Europa is het ergste wat de joodse gemeenschappen in West-Europa sinds de Holocaust is overkomen. Zij is ook de reden van de meest kwaadaardige aanvallen op de positie van Israël in West-Europa. Een nieuwe ontwikkeling in Nederland draagt nu verder aan dit laatste bij.

De nieuw opgerichte partij DENK richt zich in eerste instantie op islamitische kiezers. Haar initiatiefnemers zijn de in Turkije geboren parlementariërs Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk. Beide werden eind 2014 uit de PvdA gezet, omdat zij in opstand kwamen tegen de integratiepolitiek voor immigranten van de viceminister-president Lodewijk Asscher (PvdA). Deze had de rol van enkele Turks-Nederlandse organisaties met betrekking tot de integratie van immigranten bekritiseerd. Kuzu had internationaal de aandacht getrokken toen hij tijdens het bezoek van de Israëlische minister-president Benjamin Netanyahu op 7 september 2016 aan Nederland weigerde om deze de hand te schudden.

DENK is voor de erkenning van de niet bestaande Palestijnse staat. Deze politiek wordt door alle Nederlandse partijen uit het linkse spectrum ondersteund. Daartoe behoren o.a. de ultralinkse Socialistische Partij SP, GroenLinks, de Partij van de dieren, de PvdA en het links-liberale D66. Een onlangs ingediend parlementair verzoek tot erkenning van Palestina werd met 76 tegen 71 stemmen afgewezen.

Lees verder