Nieuwe bouwplannen ontvouwd voor het Ezechias Kwartier in Hebron, Judea

Hebron in Judea, met centraal op het plaatje de Tombe van de Patriarchen (Machpela’s Grot), waar de aartsvaders  en -moeders van het Joodse volk begraven liggen [beeldbron: Bible Walks.com]

Een vergadering van coalitieleiders van enkele Israëlische partijen op zondagavond werd afgesloten met de goedkeuring van de bouwplannen in het Ezechias Kwartier in Israël’s Stad van de Patriarchen: Hebron in Judea. De belangrijkste voorstanders van het project zijn Naftali Bennett, voorzitter van de Joods Huispartij en minister voor Opvoeding, en Aryeh Deri, de voorzitter van de Shas partij en minister van Binnenlandse Zaken, aldus een bericht in The Jewish Press van 1 oktober 2017.

Het project is reeds samengevoegd en alles wat er nog moet gebeuren, werd naar veluidt gepubliceerd op de Hebreeuws-talige militaire website 0404, die de marketing voor het project  moet goedkeuren en daarmee de bewoning ervan zal voltooien. Het plan omvat 31 gezinswoningen, evenals kantoren voor maatschappelijke dienstverlening, kinderopvang, verpleegfaciliteiten en nog zoveel meer.

Minister van Milieubescherming Ze’ev Elkin benaderde eerder premier Benjamin Netanyahu tijdens de kabinetsvergadering en zei dat goedkeuring van een bouwvergunning voor het Ezechias Kwartier (Hezkiyahu Quarter) in Hebron, een passend antwoord zou zijn op de aanvaarding door Interpol van de Palestijnse Autoriteit als nieuw lid binnen haar gelederen. Andere ministers die betrokken zijn bij de oproep tot de bouw van Joodse woningen in Hebron zijn onder meer minister Ofir Akunis (Likoed), Gila Gamliel (Likoed), Ayoub Kara (Likoed) en anderen.

Israël’s minister van Justitie Ayelet Shaked (Joods Huispartij) zei hierover voorafgaande aan de vergadering van het kabinet op de dag, dat…:

“In het licht van het besluit van de UNESCO en gezien het feit dat de (Arabische) inwoners van Hebron als hun burgemeester een terrorist hebben verkozen [Abu Sneinehdie veroordeeld werd voor het vermoorden van Joden en die werd vrijgelaten als deel van het Jibril Akkoord, wordt het tijd om de Joodse gemeenschap in Hebron te versterken,”

Tweet van Dani Dayan, consul-generaal voor Israël in New York sinds aug. 2016:

Abu Sneineh
Op zondag 14 mei 2017 werd Abu Sneineh (een kopstuk van Mahmoud Abbas’ politieke factie Al Fatah) verkozen tot de nieuwe burgemeester van Hebron. Abu Sneineh was een van de vier Palestijnse terroristen die op 2 mei 1980 een groep Israëliërs en Joden aanvielen en zes van hen vermoorden aan de inkom van het gebouw van Beit Hadassah (lees verder). 

Tijdens die aanslag in Hebron werden de Amerikaanse studenten Tzvi Glatt en Eli HaZe’ev gedood alsook de Canadees Shmuel Marmelstein en de Israëliërs Hanan Krauthammer, Gershon Klein en Ya’akov Zimmerman (plaatje hieronder). Daarnaast werden nog eens 20 andere mensen gewond. De vier terroristen werden allen veroordeeld tot levenlange opsluiting maar kwamen reeds na amper vijf jaar opsluiting in 1985 vervroegd vrij als deel van een gevangenenruil (het Jibril Akkoord).

Beit Hadassah in Hebron
Beit Hadassah is een beroemd oriëntatiepunt in Hebron. Het is hier dat, na de herovering in 1967 van Judea & Samaria op de Arabieren, de Joodse aanwezigheid in mei 1979 herbegon. Een groep van 10 vrouwen en 40 kinderen betrok de eerste verdieping van het gebouw. Aanvankelijk verzette de Israëlische regering zich hiertegen, maar liet de Joodse aanwezigheid toe in april 1980, nadat terroristen zes Joden hadden vermoord op de trappen van dit gebouw.

Dit historisch gebouw dat in het hart ligt van de oude stad Hebron, werd in 1893 gebouwd als een Joods liefdadigheidsinstituut. In 1911 werd een tweede verdieping gebouwd door de Hadassah stichting. Hadassah, genoemd naar de Hebreeuwse naam van Esther, vormde het gebouw om tot een kliniek waar zowel Joodse als Arabische inwoners werden verpleegd. Tijdens de Arabische rellen van 1929 werden op 24 augustus 1929 alle negenenzestig Joodse bewoners en aanwezigen  brutaal afgeslacht.

In 1948 vormden de Jordaniërs, die de stad bezet hielden tot juni 1967, de kliniek om in een Arabische school, die voor Joden verboden was. Na de herstelling van het Joodse kwartier (1980) in Hebron werden de structuren en omliggende huizen gerepareerd en teruggegeven aan de Joodse eigenaren. Beit Hadassah werd in 1985 gereconstrueerd en wordt sindsdien opnieuw bewoond door Joodse families.

Beit Hadassah in Hebron [beeldbron: Bible Walks.com]

door Brabosh.com

Advertenties

Israël viert de 50ste verjaardag van bevrijding van Jeruzalem, Judea & Samaria

Op woensdagavond 27 september 2017 vierde Israël de 50ste verjaardag van de herovering op de Arabieren en bevrijding van Judea & Samaria, alsook de Graftombe van de Aartsvaders in Hebron, de Jordaanvallei en de Golan Hoogtes. Het werd een indrukwekkend schouwspel zonder weerga!

Eerder, op zondag 21 mei 2017 werd de 50ste verjaardag van de hereniging van Jeruzalem gevierd. Het werd een epische viering die bijwijlen Bijbelse proporties aannam. Een prachtige projectie van beelden en foto’s op de muren van de Oude Stad.

Hebron’s Joodse erfgoed: besmeurd gekaapt en gestolen door de moslimwereld

Het religieuze complex Grot der Patriarchen of Grot van Machpelah in Hebron, is de oudste Joodse site in de wereld en is, na de Tempelberg in Jeruzalem, de tweede heiligste plaats van het Joodse volk. De Bijbel (Torah) verhaalt dat Abraham de grot ca. 3.700 jaar geleden heeft aangekocht. Hier werden de aartsvaders en -moeders van het Jodendom begraven zijnde AbrahamIsaacJacobSarahRebecca en Leah, met uitzondering van Rachel, die begraven werd nabij Bethlehem.

UN Watch, een onafhankelijke niet-gouvermentelle organisatie die in Genève is gevestigd, veroordeelt de “cynische, verdeeldheid zaaiende en gepolitiseerde kaping van UNESCO’s missie om het werelderfgoed te beschermen” door de Arabische staten, nadat het uit 21 landen bestaande werelderfgoedcomité begin juli 2017 met 12 tegen 3 stemmen en 6 onthoudingen, een Palestijnse motie heeft aangenomen die de Bijbelse stad Hebron klasseren zal als een site van Palestijns erfgoed die “in gevaar wordt gebracht door Israël.”

De bewuste resolutie werd namens de PA ingediend door Libanon, Koeweit en Tunesië, en het Joodse erfgoed, met inbegrip van de Grot der Patricarchen (door moslims gekaapt als Ibrahim Moskee), zal thans worden toegevoegd aan UNESCO’s lijst van te beschermen Palestijns erfgoed. De diefstal van Joodse erfgoed in het Land van Israël door de moslimwereld zet zich onverminderd verder.

Bij wijze van steun (en troost?) aan de Joodse gemeenschappen in en om Hebron, heeft het Hoofd van het Centrale Commando, majoor-generaal Roni Numa, enkele dagen geleden een bevel ondertekend tot de oprichting van een gemeentebestuur voor de Joodse gemeenschap in Hebron. In navolging van dit bevel zal een directoraat worden opgericht dat de bewoners van de Joodse gemeenschap in Hebron zal vertegenwoordigen en hen zal voorzien in gemeentelijke diensten op verscheidene terreinen.

Gedurende vele jaren werd de Joodse gemeenschap in Hebron bestuurd door een gemeentelijk comité dat fungeerde als een soort locale autoriteit, maar tot op heden was deze bestuurlijke kwestie niet officieel geregeld. Minister van Justitie Ayelet Shaked en minister van Defensie Avigdor Liberman hebben het proces geleid dat resulteerde in een gereguleerde gemeentelijke status voor de Joodse gemeenschap in Hebron.

Noam Arnon, de woordvoerder van de Joodse gemeenschap, was opgetogen met dit besluit om de Joodse gemeenschap in Hebron een gemeentelijke status te geven die haar meer onafhankelijkheid geeft:

“Vandaag leven hier 75 families en we hopen dat de nederzetting zal groeien. Volgens de Oslo Akkoorden en het Hebron Protocol, leven de Joden van Hebron op slechts 3 procent van het grondgebied van Hebron en vandaag verdienen de Joden het om te bouwen in Hebron, uiteraard binnen het gebied dat werd toegewezen aan de Joden. Na zovele jaren moet Joodse vestiging [in de betwiste gebieden] vernieuwd en onwtikkeld worden. Hebron is de stad van onze voorouders. Zij hoort toe aan het hele volk van Israël. Wij leven hier niet alleen voor onszelves.”

Hebron, verdeelde stad
In januari 1997, dertig jaren na de Zesdaagse Oorlog toen Israël Judea & Samaria en oostelijk Jeruzalem heroverde op Jordanië, trokken de Israel Defense Forces (IDF) zich terug uit ca. 80 procent van het gebied van Hebron stad. Deze terugtrekking, die oorspronkelijk werd geregeld in het Interim Akkoord (Oslo II) van september 1995, werd enkele maanden uitgesteld totdat een nieuw akkoord, het Protocol Concerning the Redeployment in Hebron, werd bereikt. In de tussentijd werden de belangrijkste Arabische steden overgedragen aan de Palestijnse Autoriteit.

Net buiten Hebron bevinden zich enkele Israëlische gemeenten die zich allen in het door Israël gecontroleerde C-gebied bevinden. De grootste is de gemeente van Kiryat Arba met 7.108 Joodse inwoners (2015) naast enkele kleinere gemeenschappen zoals Givat Ha Harsina met ca. 500 inw. en ten zuiden van Hebron ligt Beit Khaggai eveneens bewoond door ca. 500 inw. Ook het centrum van Oud Hebron (kaart uit 2005) wordt door naar schatting 400 Joodse Israëliërs bewoond.

Zoals op het kaartje hierboven is te zien, werd in het bewuste Hebron Protocol, een onderscheid gemaakt tussen gebieden “H1” en “H2” in Hebron.

De status van het grootste deel van de stad, “H1” kan vergeleken worden met die van het A-gebied. De Palestinian Police Forces (PPF) oefenen volledige controle uit over “H1” terwijl het IDF hier niet binnen mag tenzij het geëscorteerd wordt door de PPF. Toch behoudt het IDF indirect de controle over dit deel van de stad, door occasioneel blokkades en controleposten op te zetten aan de ingangen van de stad of door deze toegangspunten te sluiten. “H1” omvat de bewoonde gebieden evenals de commerciële centra van Bab Al-Zawiya en Wadi Al-Tuffah, die zich ten westen van de Oude Stad situeren.

In het overblijvende deel van de stad, “H2“, handhaaft Israël een militaire aanwezigheid evenals de controle over verschillende aspecten van het Palestijnse dagelijkse leven. Palestijnse burgerlijke instellingen opereren onder bepaalde beperkingen die worden opgelegd door de Israëlische militaire bestuur. Wat de PPF betreft, mogen die enkel “H2” binnengaan wanneer ze deelnemen in gemeenschappelijke patrouilles die geleid worden door het IDF. “H2” beslaat ongeveer 20 procent van het gemeentelijke territorium. Het omvat de hele Kasba (religieuze heiligdommen) van de stad en gebieden nabij de Joodse gemeenschappen. De bevolking is samengesteld uit 30.000 tot 35.000 Palestijnen en ongeveer 400 Israëlische Joden. Deze relatief smalle sector “H2” is het kloppend hart van Hebron, en is het geografische, economische, historische en religieuze centrum van de stad. Ook de Grot der Patriarchen of de Grot van Machpéla voor de Joden, voor moslims het heiligdom van Abraham of de Ibrahimi moskee, bevindt zich hier in Hebron’s “H2” sector. [bron: Jewish Virtual Library/JVL]

Hieronder een kaartje van Judea (uit 2011). Het C-gebied dat onder controle staat van het IDF  (Israëlische leger) werd hier blauw en lichtblauw ingekleurd. De beige gekleurde zones (A- en B-gebied) wordt bestuurd door de Palestijnse Autoriteit [of samen met het IDF, expliciet enkel wat het B-gebied betreft]:

Bennett in Beit El: ‘Onze visie op de toekomst: één miljoen Joodse inwoners in Judea en Samaria’

Minister van Opvoeding Naftali Bennet in Beit-El, Samaria, op dinsdagavond 29 augustus 2017 [beeldbron: Hillel Maeir/Arutz Sheva]

Op dinsdagavond, 29 augustus 2017, vond in Beit-El, Samaria, een groot feest plaats naar aanleiding van de 40ste verjaardag van de stichting van de Israëlische stad. Ruim 3.500 van de ca. 6.500 inwoners van Beit El waren opgedaagd en verschillende sprekers en politici voerden er het woord, aangevuld met dans en muziek.

Onder de sprekers bevond zich ook Naftali Bennett, voorzitter van de Joods Huispartij en sinds 14 mei 2015 minister voor Diasporazaken en voor Opvoeding in de regering Netanyahu. In zijn toespraak sprak minister Bennett zijn steun uit voor de Regionale Raad van Beit El en had hij het onder meer over de belofte van premier Netanyahu om 300 extra woningen bij te bouwen, waarvan de werken volgende maand zouden worden aangevat.

Minister Bennett voegde eraan toe:

“Dit is een oude belofte en wij in de regering zullen ons daar aan houden. Maar dat is niet genoeg. In de late jaren 1970, zelfs toen de Arbeidspartij aan de macht was, vestigden zij meer en meer nieuwe gemeenschappen en in de jaren 1990 zijn ze daarmee gestopt.

Ik begrijp dat er mensen waren die praatten over de visie van een Palestijnse staat, maar vandaag is het voor iedereen duidelijk dat dit niet zal gebeuren, en omdat het niet gaat gebeuren, is het tijd om de werkelijkheid te veranderen.

De tijd is gekomen om de soevereiniteit toe te passen over Judea en Samaria. Ik doe een beroep op u, mijnheer de eersteminister: Wij staan ​​achter u in het nemen van deze Zionistische stap en het toepassen van de soevereiniteit en dan zal het mogelijk worden om terug te keren naar een momentum van bouw.

Ik weet dat sommige mensen dit niet leuk vinden in Europa. Toen zij Beit El hebben gesticht werd dit door president Carter afgekeurd. Hij keurde het af en vandaag wonen er hier 6.500 mensen. Het maakt niet uit wat ze daar over ons zeggen, het is belangrijk wat wij hier doen. Niemand zal ons tegenhouden: Onze visie is een miljoen inwoners in Judea en Samaria.”

Het Midden-Oosten heeft vrede nodig, niet een andere Palestijnse staat

Feestelijke viering van 50 Jaar Samaria: ‘We zijn hier en we blijven hier voor altijd’

Video 50 Jaar Samaria: Minister van Onderwijs, Naftali Bennet, was er ook bij en ondersteunde de woorden van Netanyahu. Bennet zei:

“Het wordt tijd om vrij in ons land te kunnen bouwen. Het kan niet zijn dat in de 50 jaar die wij hier zijn de bewoners van Samaria nog steeds tweederangs burgers zijn. Samaria moet onder Israëlische soevereiniteit geplaatst worden.”

Op maandag 28 augustus 2017 kwamen duizenden burgers uit Samaria naar het industrieterrein Barkan om deel te nemen aan het feest met de naam “Lichten van het jubileum”. Behalve minister-president Benjamin Netanyahu bevonden zich nog talrijke andere politici onder de gasten.

Netanyahu zei toen:

“Dit is het erfgoed van onze voorouders, dit is ons land. Er zullen geen ´nederzettingen´ meer worden afgebroken, want het is bewezen dat dit niet bijdraagt aan de vrede. Wat hebben we ervoor teruggekregen? We hebben raketten gekregen. En dat is nu voorbij. En er is nog een andere reden waarom wij goed op deze plek passen – Samaria is voor de staat Israël van strategische betekenis, onze sleutel voor onze toekomst, want vanaf de hoge toppen van het Tall Asur gebergte kun je van de ene naar de andere kant van het land kijken.”

Toen zei Netanyahu dat hij dit ook altijd uitlegt aan gasten uit het buitenland:

“Stel je eens voor dat er radicale islamitische troepen op deze toppen zouden staan. Dat zou niet alleen ons, maar ook jullie in gevaar brengen, als onze buurlanden, het hele Midden-Oosten. Tegen de achtergrond van alle gebeurtenissen om ons heen in het Midden-Oosten, kan men zich voorstellen wat het resultaat zou zijn. Voor ons zouden weg nr. 6 en de luchthaven Ben-Gurion in gevaar zijn. Daarom zullen we er nooit van afzien om Samaria te beschermen. We zullen meer wortels slaan, bouwen en de vestiging uitbreiden.”

Na zijn toespraak overhandigde de districtsvoorzitter van Samaria, Jossi Daga, aan Netanyahu de oorkonde van ereburger van Samaria:

door NAI Redaktion


bron-logoIn een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikel “Netanjahu: Es werden in Israel keine Siedlungen mehr abgerissen” op Israel Heute van 29 augustus 2017.