Egyptische media in paniek omtrent Israël’s restitutievraag voor Joodse eigendommen in Arabische landen

Telkens wanneer de kwestie ter sprake komt van de Joodse eigendommen die in de Arabische landen in beslag werden genomen, is het niet ongebruikelijk dat de Arabische media enigszins hysterisch worden. De sessie in de Knesset [= het Israëlisch parlement] van donderdag 14 juli ’16 over de teruggave (of compesnatie) van Joodse eigendommen in Arabische landen, en de geheime pogingen van Israël om deze kwestie vooruit te helpen, was genoeg om de Egyptische internet site Dotmsr.com in paniek te brengen.

In plaats van een eigen onderzoek te voeren plaatst Dotmsr. com complete stukken van de Facebook-pagina van Dr. Edy Cohen, een in Libanon geboren wetenschappelijk onderzoeker en activist omtrent de Joodse vluchtelingen uit Arabische landen, met inbegrip van zijn foto’s. Misschien in anticipatie van de Arabische media-aandacht, had Dr Cohen zijn aanmerkingen beter in het Arabisch geplaatst.

Dotmsr..com citeerde Dr. Cohen’s woorden:

Dr. Edy Cohen“Er zal geen oplossing zijn voor het Palestijnse vluchtelingenprobleem zolang de kwestie van de Joodse vluchtelingen en het probleem van hun geroofde bezittingen niet wordt opgelost, met name in Egypte, Irak en andere Arabische staten. Arabieren weten dat de Israëliërs de Arabische staten zullen vragen om de Joden te compenseren die de Arabische landen verlieten en verhuisden om in de Joodse staat te gaan leven.

Zij zullen binnenkort zelf van de landen van de wereld, en ten aanzien van de internationale tribunalen en tegenover de instellingen van publiek recht, een vergoeding eisen voor hun lijden, hun bezittingen en hun rechten die zij moesten achterlaten in hun landen van herkomst. De Arabieren dragen de morele verantwoordelijkheid voor het vertrek van de Joden.”

Dotmsr.com vond het vermeldenswaardig dat op zijn Facebookpagina Dr. Cohen de leider van de Zionistische Unie partij, Isaac Herzog, had opgeroepen om de kwestie onder de aandacht te brengen van de Israëlische publieke opinie en vroeg hem om over deze kwestie te spreken in de media.

De vergadering in de Knesset werd voorgezeten door parlementslid Oren Hazan van de Likoedpartij, die de lobby aanvoert voor de terugkeer van de bezittingen van de Joden uit de Arabische landen. De sessie werd tevens bij gewoond door mevrouw Levana Zamir, hoofd van de organisaties die de Joden vertegenwoordigen die afkomstig zijn uit de Arabische landen in Israël.


Bron: in een vertaling van Brabosh.com naar een artikel van 15 juli 2016 op de website van Point of No Return: Jewish Refugees from Arab Countries.

Waarom zijn er zoveel decennia later nog altijd Palestijnse vluchtelingen? +video

jewishrefugees11948 Alle Joden worden uit de gebieden op de West Bank verjaagd door de Jordaanse Arabieren. De West Bank en Jeruzalem worden geannexeerd bij het Hasjemiisch Koninkrijk van Jordanië. De Joden zullen pas 19 jaar later naar hun heimat kunnen terugkeren.

We zijn vandaag zeven decennia later na de Israëlische Onafhankelijksheidsoorlog van 1947-1949 die twee grote vluchtelingenstromen veroorzaakte in het Midden Oosten. Ongeveer een half miljoen Arabieren vluchten om controversiële redenen weg uit het gebied van het Brits Mandaat voor Palestina naar de Arabische buurlanden en, in omgekeerde richting, ontvluchten  ca. 650.000 Joden, die eeuwenlang in de Arabische landen leefden, vervolging en geweld, voor het merendeel naar Israël of naar andere westerse landen.

Vandaag zijn nog steeds meer dan de helft van de Joodse inwoners van Israël Arabische Joden en of van hun nakomelingen.

Al in de jaren vijftig van de vorige eeuw werd het Joodse vluchtelingenprobleem opgelost in Israël. Dat gebeurde volledig op eigen krachten zonder de minste financiële hulp van de Verenigde Naties. Ook hebben de Arabische landen nooit compensatie betaald aan de Arabische Joden die in de meeste gevallen al hun hebben en houden, hun landerijen, boerderijen en bedrijven moesten achterlaten en zelfs hun bankrekingen geplunderd zagen. Velen verlieten hun huizen met slechts een kleine koffer en de kleren die ze op dat ogenblik droegen. Net zoals ze voor en tijdens WOII door de nazi-Duitsers als kippen compleet werden kaalgeplukt.

Echter, voor de Arabische vluchtelingen van het Mandaat Palestina leek het allemaal veel belovend. Ze zouden van bij het begin betere kansen krijgen en hen werd internationaal alle hulp toegezegd. Voor hen riepen reeds in 1950 de Verenigde Naties een aparte hulporganisatie in het leven, met name de UNRWA.

Die groep van toen ongeveer een half miljoen gevluchte Arabieren, is thans zeventig jaar later aangegroeid tot meer dan vijf miljoen monden die met z’n allen tot opvandaag haast volledig afhankelijk zijn van hulp, onderwijs, gezondsheidszorg enz. van de Verenigde Naties, de Verenigde Staten, de Europese Unie en honderden NGO’s.

Ook werd in het begin van de jaren 1950 de Arabische vluchtelingenstatus erfbaar gemaakt en werd het vluchtelingenschap eeuwigdurend gemaakt en wordt sindsdien doorgegeven van vader op zoon. Waarom hebben de Arabische gastlanden deze ‘Palestijnen’ nooit willen integreren in hun maatschappijen? Waarom krgene ze geen gelijk rechten en werden ze nooit genaturaliseerd, zoals wij in het Westen bijvoorbeeld wel met onze Marokaanse, Turkse en Italiaanse vluchtelingen hebben gedaan?

De reden is eenvoudig:

“… de Arabische landen willen het Arabische vluchtelingenprobleem niet oplossen. Ze willen het bestendigen als een open zweer, als een belediging voor de Verenigde Naties en als een wapen tegen Israël. De Arabische leiders kan het geen barst schelen of deze Arabische vluchtelingen leven of sterven.” [Ralph Galloway in augustus 1958, toenmalig UNRWA chef, zoals hij door Terence Prittie werd geciteerd in ‘The Palestinians: People, History, Politics’; pag. 71 bron]

Dumisani Washington, Diversity Outreach Coordinator voor Christians United for Israel, legt hieronder in de videoclip uit hoe het komt dat er nog steeds zoveel Palestijnse vluchtelingen bestaan en er geen Joodse vluchtelingen meer zijn. Met zovele Arabische naties die zich geallieerd hebben met de Palestijnen, hoe is dit dan kunnen gebeuren? Wat zegt dit over Israël? Wat zegt dit over haar Arabische buren?

Herinner op 30 november de verdrijving van de Joden uit de Arabische landen

joods-vlucht2

“Een staat die haar minderheden verslindt eindigt met zichzelf te verslinden.” [Lyn Julius]

Op 23 juni 2014, nam de Israëlische Knesset (het parlement) een wet aan die de 30ste November aanwees als een officiële datum in de kalender, ter herinnering aan de ontworteling van bijna één miljoen Joodse vluchtelingen uit de Arabische landen en Iran in de afgelopen 68 jaren.

Lyn Julius van Harif legde in The Huffington Post uit waarom dat zo belangrijk is:

De datum die werd gekozen was 30 November – om te herinneren aan wat er gebeurde de dag nadat de Verenigde Naties op 29 november 1947 het Verdeelplan voor Palestina [Resolutie 181] hadden aangenomen. Geweld, volgend op bloedstollende bedreigingen door Arabische leiders, brak uit tegen de Joodse gemeenschappen. De rellen resulteerden in de massale uittocht van Joden uit de Arabische wereld, de inbeslagname van de eigendommen en bezittingen en de vernietiging van hun millenia oude pre-islamitische gemeenschappen. In 1979 leidde de islamitische revolutie in Iran tot de uittocht van vier vijfden van de Iraanse-Joodse Gemeenschap.

Vluchtelingen zijn deze dagen veel in het nieuws. Tot aan de massale volksverhuizing, veroorzaakt door oorlogen in Irak en Syrië, bevond de wereld dat ‘Midden-Oosten vluchteling’ enkel synoniem stond voor ‘Palestijnse vluchteling”. Er waren echter nog meer ontheemde Joden uit Arabische landen dan Palestijnen (850.000, tegenover 711,000 volgens VN-cijfers.)

De meerderheid van de Joodse vluchtelingen vonden een toevluchtsoord in Israël. Voor de vrede, is het belangrijk dat alle bonafide vluchtelingen gelijk worden behandeld, maar de rechten van de Joodse vluchteling zijn nooit voldoende aan bod gekomen. De 30 November-herdenking is eerst en vooral een oproep voor waarheid en verzoening.

De kwestie van de Joodse vluchteling gaat om meer dan enkel een kwestie die kan worden opgelost aan de onderhandelingstafel. Het is een symptoom van de Arabische en islamitische wereld van diepe psychose – een onvermogen om de niet-Arabische, niet-Islamistische Andere te tolereren.

Vandaag worden zowel islamitische sekten en niet-islamitische minderheden vervolgd in het Midden-Oosten, maar mensen zijn geneigd om te vergeten dat de Joden een van de eersten waren. Zoals het gezegde gaat: “Eerst het Zaterdag volk, vervolgens het Zondagvolk.” En het stopt daar niet mee. Een staat die haar minderheden verslindt eindigt met zichzelf te verslinden.

Deze Arabisch/islamitische psychose is het product van fundamentalistische ideologieën, velen van hen Nazi-geïnspireerd, die wortel vatten in de eerste helft van de 20ste eeuw. Deze ideologische krachten lieten een erfenis na van door de staat-aangemoedigde onverdraagzaamheid en religieus gemotiveerd terrorisme. Die nalatenschap leeft onder ons tot op vandaag, in de oorlogsgruwelen in Parijs, in Mali en in de steekpartijen in Israëls straten.

Er zijn geen Joodse vluchtelingen (meer) vandaag – zij werden met succes opgenomen in Israël en in het Westen. Ze hebben hun leven zonder veel ophef herop gebouwd. Zij verwachten niet veel compensatie. Maar de voormalige vluchtelingen eisen hun plaats op in het geheugen en in de geschiedenis.

De Israëlische regering vertelt het verhaal van de Joodse vluchteling in de Verenigde Naties op 1 December aanstaande. Van Amsterdam tot in Sydney, Toronto tot Genève, Liverpool tot New York, van San Francisco tot in Londen, organiseren Joodse organisaties wereldwijd – met inbegrip van mijn eigen Harif – lezingen, film screening en discussies.

door

——-

In een vrije vertaling uit het Engels door Brabosh.com

Oorspronkelijk artikel The myth of Jewish colonialism alhier van 27 november 2015 op de website van Point of No Return.

De Joodse ‘kolonisatie’ van ‘Palestina’ is een mythe

nederzetting33

In het gebruikelijke discours over het Midden-Oosten heerst er een wijdverbreide mythe dat Joden indringers zijn afkomstig uit Europa en de VS – blanke westerlingen die kwamen om het land, van het ‘oorspronkelijke’ Palestijnse volk aan wie het land rechtens zou toebehoren, te ‘koloniseren’ en ‘te stelen’. Deze mythe, geput uit de marxistische terminologie, genereerde toenemende legitimiteit na 1967 wanneer Israël Oost-Jeruzalem annexeerde en de Westelijke Jordaanoever ‘veroverde’. De notie van ‘bezetting’ en het gebruik van het woord ‘kolonisten’ versterken het concept van Israëlische ‘kolonisatie’ van ‘Arabisch’ land.

Afgezien van en ervan uitgaande dat de Palestijnen wel de ware inboorlingen zouden zijn omdat zij een authentieke ‘bruine’ huidskleur hebben, ondersteunt de mythe van kolonialisme een andere mythe: Joden zijn geen volk, dat het recht op zelfbeschikking zou verdienen, maar een religie. Dus praten anti-zionisten gewoonlijk over Amerikaanse burgers van het Joodse geloof, Duitsers van het Joodse geloof en zelfs Arabieren van het Joodse geloof. Op het moment van de Franse revolutie, zei Clermont-Tonnerre over de emancipatie van Joden: “Wij moeten alles weigeren aan de Joden als een natie en instemmen met alles aan Joden als individuen.” De Joodse Gemeenschap zou op de een of andere wijze wel verdwijnen, waarna er enkel Franse burgers zouden overblijven van Joodse religie of afkomst.

Een tijd geleden heeft de notie dat Joden niet een volk zijn maar een bonte verzameling van bekeerlingen, een impuls gekregen van professor Shlomo Sand uit Tel Aviv, wiens bestseller boek ‘The Invention of the Jewish People‘ (2008), onlangs ook in het Engels is verschenen. Sand’s theorieën bouwen verder op het werk van Arthur Koestler, die het idee populariseerde dat Asjkenazische Joden zouden voortkomen uit een Turkse stam, gekend als de Khazaren.

Beide mannen ondermijnen de legitimiteit van Israël door eruit af te leiden dat Joden geen band met Palestina hebben. Genetische studies echter, dicrediteren de theorie van Koestler: ze bevinden dat Joden uit het Oosten en het Westen meer gemeen hebben met elkaar en genetisch meer verwant zijn met niet-Joden afkomstig uit het Midden-Oosten – in het bijzonder de Koerden – dan zij dat zijn met de niet-Joodse bevolking waartussen zij leefden.

In zijn beruchte Cairo-toespraak van juni 2009 opperde de Amerikaanse President Obama nog een andere mythe: Israël werd opgericht als boete en compensatie voor de Holocaust in Europa. Deze mythe verduistert de waarheid dat elke Arabische staat eveneens een creatie is van westerse kolonialisme. Het gaat ook voorbij aan het feit dat de instellingen van een Joodse staat-in-wording reeds tientallen jaren voordien werden opgericht en actief waren, vooraleer Ben Goerion Israël’s Onafhankelijkheidsverklaring zal voorlezen.

We horen of lezen vaak over Israël dat bevolkt zou zijn door varkensvlees-kauwende niet-Joodse Russen en kolonisten uit Brooklyn. Maar deze groepen zijn eerder marginaal. We horen bijna nooit dat 40 procent van de voorouders van Israël ‘s Joden afkomstig zijn uit de moslim- en Arabische wereld. De overgrote meerderheid van deze Joden verplaatsten zich van de ene hoek van de ‘Arabische’ wereld naar dat kleine strookje land aan de kust in het Midden-Oosten, sinds 1948 bekend als Israël.

Tot hun uitwijzing ruim 50 jaar geleden hadden Joden zich in Irak gevestigd, bijvoorbeeld, vermits de Babyloniërs de Joden uit Jeruzalem bijna 3000 jaar geleden hadden verbannen. In de vroege 20ste eeuw was Bagdad de meeste Joodse stad in de wereld, na Salonica en Jeruzalem. Van de Joden kan gezegd wordendat ze even legitiem Bagdad voor zichzelf kunnen opeisen als de Palestijnen op Jeruzalem.

De Arabieren zijn relatieve nieuwkomers in de regio; de ‘Arabische’ wereld is een verkeerde benaming. Tegen de tijd dat de Arabieren het landen hadden veroverd dat in de 7de eeuw voor het grootstste deel werdn bewoond door Joden en Christenen, hadden de Joden zich daar 1000 jaar eerder reeds gevestigd. Mensen in het Vesten hebben de neiging om een gemeenschappelijke misvatting toe te passen op alle Joden, uitgaande van de christelijke notie dat Joden werden gestraft om eeuwig van land tot rond te zwerven zonder dat ze ooit op een eigen land aanspraak mochten maken. Echter, niet enkel hebben de Joden altijd geleefd in ‘Palestina’, er was reeds 2000 jaar lang continuïteit van Joodse nederzettingen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Indien enkel de oorspronkelijke bewoners politieke rechten mogen opeisen dan zijn de Joden minstens even inheems als om het even welk ander volk dat in het Midden-Oosten woont.

Aan die Joodse aanwezigheid kwam een einde in de afgelopen 50 jaar. De Arabische Liga leek vastbesloten om wraak te nemen op weerloze Joodse burgers in de Arabische landen toen de verdeling van Palestina in het verschiet kwam. Op de dag wanneer vijf Arabische legers de nieuwe Joodse staat binnenvielen, kondigde Azzam Pasha, de secretaris van de Arabische Liga, aan: “Dit is een oorlog van uitroeiing en een memorabele slachting waarover zal worden gesproken zoals over de Mongoolse bloedbaden en de kruistochten.”

De Arabische regeringen eigenlijk verklaarden in 1948 in feite twee oorlogen. Eerstens de militaire oorlog tegen de jonge Joodse staat Israël, oorlog die ze verloren, maar zij verklaarden tevens een tweede oorlog met name tegen hun eigen één miljoen Joodse onderdanen. Deze oorlog wonnen ze gemakkelijk, via een beleid van intimidatie, onderdrukking, vervolging en sporadische uitbarstingen van geweld. Het resultaat is dat slechts 4.500 Joden in de Arabische landen zijn achtergebleven.

Joden die ‘Arabische grond stelen’ is een offensieve omkering van de werkelijkheid. Joden werden in 10 Arabische landen compleet gestript van hun (burger-) rechten en in de meeste gevallen onteigend van hun eigendom. De wereldorganisatie van Joden uit Arabische landen schat dat Joden in de Arabische landen veel meer miljarden activa hadden dan bijvoorbeeld de Palestijnen, en vier keer zoveel grond verloren als de grootte van Israël zelf.

Gezien in deze termen, ligt het Arabisch antisemitisme niet minder dan de Holocaust aan de basis van de oprichting van de Joodse staat Israël. De Arabieren hebben bij de Joden nog veel goed te maken. Het wordt tijd dat de wereld ophoudt met het conflict te bekijken door een vervormde, Eurocentrische lens.

door

——-

In een vrije vertaling uit het Engels door Brabosh.com

Oorspronkelijk artikel The myth of Jewish colonialism alhier van 15 december 2009 op de website van Point of No Return.

Vergeten door de wereld: Toen Israël één groot vluchtelingenkamp was

MaabarahJoodse kinderen spelen in een ma’abara (transitkamp) anno 1952 [beeldbron]

De huidige vluchtelingencrisis in Europa heeft met name herinneringen opgeroepen onder de Joden. Vaker wel dan niet, wordt de vergelijking gemaakt met Joden die wanhopig op de vlucht waren voor de Holocaust.

Over het hoofd gezien is het feit dat in de vroege jaren van Israël haar bewoners in aantal ruimschoots werd overtroffen door vluchtelingen. In de jaren 1950 en 1960 was Israël zelf één groot vluchtelingenkamp. De aanblik van talloze tenten rij na rij vullen thans onze TV-schermen herinnerend aan de ma’abarot, haastig gebouwde ‘doorvoer’ kampen  gebouwd met stoffen tenten, houten of tinnen hutten. Deze werden bedacht door Levi Eshkol van het Joodse Agentschap om te zorgen voor tijdelijke huisvesting en werkgelegenheid. De eerste ma’abara werd opgericht in mei 1950 in Kesalon in Judea.

sallahIn 1964 trokken 1,3 miljoen Israëliërs naar de bioscoop om de kaskraker Sallah Shabati te zien (plaatje rechts) — een satire over een baardige Jemenitische immigrant die net in het beloofde land was toegekomen samen met zijn zeven kinderen en zijn zwangere vrouw.

Sallah — rol vertolkt door Topol die later wereldwijde bekendheid verwierf als Tevye in Fiddler on the Roof — gebruikt al zijn truken om te trachten geld te verdienen om naar een betere huisvesting te kunnen verhuizen. Zijn naam is een woordspeling op de woorden: “Sorry dat ik [naar hier] gekomen ben“.

De EU als geheel, met een bevolking van meer dan 300 miljoen, heeft vandaag net zoveel immigranten geabsorbeerd als Israël in de vroege jaren 1950, destijds een land met een half miljoen inwoners. Naast de opname van 100.000 overlevenden van de Holocaust nam de piepkleine kersverse Joodse staat ruim 580.000 Joodse vluchtelingen op afkomstig uit de Arabische landen. Tijdens de jaren 1960, had de vluchtelingenpopulatie zich reeds verdrievoudigd.

Deze Joden waren berooid, gevlucht voor geweld en vervolging in de Arabische landen en hadden niet meer bij zich dan een haastig gepakte kleine koffer en de kleren die zij aanhadden. De meesten werden hun inkomen en waardevolle bezittingen ontnomen en hun eigendommen verbeurd verklaard. Zij lieten in hun landen van herkomst vaak bloeiende bedrijven en comfortabele huizen achter.

Er was ook geen sprake van een “recht op terugkeer” naar de landen van herkomst waar gewelddadige bendes de straten in dorpen en steden afschuimden luidkeels roepende “Itbach al-Yahud” (“Maak alle Joden kapot!”), al hun geld werd afgenomen en zij konden gearresteerd worden op de kleinste verdenking van een Zionistische spion te zijn. De Verenigde Naties staken geen vinger uit om hun lot te verzachten en tot op vandaag zwijgt de wereld over het bestaan van deze omvangrijke groep.

Brabosh: Waarom verzwijgt de wereld dit? Omdat het om Joden ging. De gevluchte groep van Palestijns-Arabische vluchtelingen die het strijdtoneel ontvluchtten, ging het beter voor de wind. Zij kregen door de VN meteen een aparte vluchtelingenorganisatie aangemeten, UNRWA genaamd. Bovendien werd hun vluchtelingenstatus erfbaar gemaakt en aldus doorgegeven van vader op zoon tot in der eeuwigheid. Die unieke status zal pas opgeheven worden van zodra Israël zich bereid toont om deze inmiddels van ca. een half miljoen oorspronkelijke “vluchtelingen” die thans is aangegroeid tot ca. vijf miljoen (!), in de kleine Joodse staat op te nemen en te huisvesten. Met als resultaat de facto een demografische zelfmoord.

De omvang van Israëls inspanning was onthutsend. Een natie van 650.000 absorbeerde 685.000 nieuwkomers, sommige leden aan trachoom en tuberculose. Tijdens de eerste jaren na de onafhankelijkheid kwam ongeveer twee-derde van de Joods-Arabische vluchtelingen uit islamitische landen. De leefomstandigheden waren weinig benijdenswaardig. Te warm in de zomer, te koud in de winter, blootgesteld aan de wind en de regen. Alles, van voedsel tot een wasmiddel, was gerantsoeneerd. Vluchtelingen moesten voor water dagelijks in lange rijen aanschuiven aan centrale kranen. Het water moest gekookt worden vooraleer het kon gedronken worden. De openbare douches en toiletten waren rudimentair.

In de jaren 1950 huisden zowat een kwartmiljoen mensen in de 113 transitkampen (ma’abarot) die over het hele land verspreid waren. Langzaamaan veranderden de ma’abarot in permanente steden. Sommige bewoners verbleven soms meer dan 13 jaren in de kampen. Dikwijls werd aan de nieuwkomers niet verteld waar ze zouden hervestigd worden. Grote aantallen, in het bijzonder immigranten uit Noord-Afrika, eindigden in ‘s lands periferie in stoffige ontwikkelingsdorpen in de Negev-woestijn of nabij de Libanese grens.

melkVerdeling van melk onder de vluchtelingen, een ma’abara in 1952 [bron]

Westerse immigranten betrokken beveiligde woningen in de steden aan de kustvlakte, voedsel en werkgelegenheid door middel van persoonlijke contacten met immigranten afkomstig uit moslimlanden ontbraken. Jiddische woordvoerders  gaven de voorkeur aan de Oosterlingen als het ging om werkgelegenheid. Zoals het tekort aan banen dat sommige Marokkaanse vluchtelingen te beurt viel en hen niets anders overbleef dan “het gras van naburige kibboetsen af te rijden tot aan het strand van Ashdod” (Simon Skira in de documentaire Les Destins Contraries).

Ondanks de aanhoudende wrok, is de opname van een van de grootste aantallen vluchtelingen in verhouding tot de gastbevolking een verbazingwekkend succes geweest. Later, brachten Ethiopische vluchtelingen en een miljoen Sovjet-Joden hun eigen uitdagingen. Tegen die tijd, echter, was het land veel welvarender en werden (en worden nog) de vluchtelingen rechtstreeks naar absorptie centra gezonden. Ze werden aangepord om een totale onderdompeling in cursussen Hebreeuws te ondergaan bij te wonen en kregen geld om hen te helpen bij het verwerven van een permanente woonst.

Sallah Shabati beeldt de culturele clash uit tussen de kleinburgerlijke Ashkenazische (westerse) bureaucraten en de Oosterse vluchtelingen. Politieke partijen bezochten de ma’abara om mensen te beoordelen die nooit in een democratie hadden geleefd, om stemmen te winnen voor hun specifieke partijen. Sallah zelf had nog veel te leren. De vluchtelingen herpakten zich en bouwden voor zichzelf een nieuw leven op. Sallah’s kinderen werden verliefd en verloofden zich met de naburige Ashkenazische kibbutzniks, een aanloop naar het aantal van 25 procent gemengde huwelijken in het tegenwoordige Israël. Het is een verhaal met een gelukkig einde: ondanks al de strubbelingen moet Sallah geen sorry zeggen omdat hij gekomen is [naar de Jodenstaat].

door Lynn Julius

vertaald en bewerkt door Brabosh.com; bron: een artikel in Huff Post van 21 september 2015

Aviel Schneider over de ‘demografische oorlog tegen de Joden’

ethnisch-zuiverenIn Israël is ’30 November’ de nationale herdenkingsdag van de ca. 750.000 Joden die werden verdreven uit de Arabische wereld. Een etnische zuivering die tot op heden wordt ontkend in de Arabische landen en doodgezwegen in het Westen.

Tussen de Middellandse Zee en de rivier de Jordaan in het oosten wonen 6,1 miljoen Palestijnen, dat zijn 100.000 mensen minder dan de joodse bevolking van Israël. Dit werd deze week gepubliceerd door het Palestijnse Bureau voor de Statistiek in Ramallah ter gelegenheid van de Palestijnse al-Nakba-dag (“Dag van de Catastrofe”), Israëls Onafhankelijkheidsdag op 14 mei 1948. Al jarenlang waarschuwen verschillende professoren zoals Arnon Sofer ervoor dat de Palestijnse bevolking in vergelijking met de joodse sneller toeneemt.

Volgens het Israëlische Bureau voor de Statistiek wonen er 8,3 miljoen mensen in Israël: 6,2 miljoen Joden en 1,7 miljoen Arabieren. In tegenstelling tot Israël is er in de Palestijnse gebieden geen sprake van een bevolkingsaandeel van 20% joodse inwoners. De Palestijnen negeren in dit geval de 300.000 joodse kolonisten in het Bijbelse kernland Judea en Samaria.

stats2012bVolgens het nieuwe Palestijnse onderzoek leven er op dit moment 12,1 miljoen Palestijnen in de wereld, waarvan 4,6 miljoen Palestijnen in Judea en Samaria (2,8 miljoen) en in de Gazastrook (1,8 miljoen). De joodse wereldbevolking telt ongeveer 14,3 miljoen mensen, waarvan 6,2 miljoen Joden in Israël. Een Palestijnse moeder krijgt gemiddeld meer kinderen dan een joodse vrouw. In Judea en Samaria krijgt een Palestijnse vrouw gemiddeld 3,7 kinderen en in de Gazastrook 4,5 kinderen.

Met de 1,5 miljoen Palestijnen binnen Israël, de Israëlische staatsburgers dus, telt de Palestijnse bevolking 6,1 miljoen mensen. Volgens het Palestijnse Bureau voor de Statistiek zal dit aantal tot het jaar 2020 stijgen naar 7,1 miljoen mensen. In vergelijking met het PLO-rapport drie jaar geleden is het aantal Palestijnen met bijna een miljoen mensen toegenomen. Al jarenlang beschouwen beide bevolkingsgroepen de natuurlijke groei van de ander als een demografische bedreiging, als een demografische wedstrijd tussen Joden en Palestijnen. Om deze reden zijn de Palestijnen fundamenteel tegen de joodse immigratiegolven, die het aantal Joden in het land drastisch verhoogt.

In de Palestijnse media hebben in de afgelopen jaren diverse politici hun bedoeling geuit om het joodse immigratiemodel te kopiëren om daarmee hun bevolkingsaantal tegenover de Joden te vergroten. Daarom blijven de Palestijnen vasthouden aan het “recht op terugkeer” van de Palestijnse vluchtelingen. Ook al wil niet iedereen terugkeren, zouden ongeveer een miljoen “Palestijnse immigranten” voldoende zijn om te zorgen voor een demografische ommekeer tussen Joden en Palestijnen. Jaren geleden zei de radicale Hamas-leider in de Gazastrook, Ismail Haniya, dat zijn volk zich in een demografische oorlog met Israël zou bevinden: “Deze oorlog zullen wij winnen en niet de Zionisten.”

43% van de Palestijnen in Judea en Samaria en in de Gazastrook is volgens het Palestijnse Bureau voor de Statistiek officieel vluchteling. Dus niet alle Palestijnen zijn Palestijnse vluchtelingen, zoals vaak wordt voorgesteld in het buitenland.

door Aviel Schneider

jewishrefugees1Verdrijving in 1948/1949 van de oorspronkelijke Joodse bevolking uit Judea & Samaria, nadat de Arabische legers Oost-Jeruzalem en de Westbank veroverden en Jordanië de historisch Joodse gebieden zal bezetten en in 1950 annexeren. Pas nà het einde van de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 zullen de Joden druppelsgewijze terugkeren naar hun heimat. Parallel aan die etnische zuivering zullen tussen 1948 en begin jaren 1970 nog eens ca. 750.000 Joden, die in de Arabische landen geboren en getogen waren, hun gehele hebben en houden moeten achterlaten en, op de vlucht voor vervolging, gedwongen emigreren naar het buitenland waarvan ruim tweederden hun heil zullen zoeken en vinden in de Joodse Staat Israël.


In een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikel op Israel Heute van 14 mei 2015.
bron-logo

Steun groeit voor rechten van Joden die repressie in Arabische landen ontvluchtten

operation-ali-baba-iraqi-airlift2Operatie Ali Baba (ook gekend als Operatie Ezra & Nehemia) was een luchtbrug voor meer dan 120.000 Joden van Irak naar Israël (1951 tot 1952). Hier komt een vlucht van El Al met een groep Iraakse Joden toe op de luchthaven van Lod nabij Tel Aviv, luchthaven die in 1973 hernoemd werd naar [David] Ben-Goerion, Israël’s allereerste premier.

“Joden afkomstig uit Arabische landen lijden – hun verhaal zou moeten verteld worden. Zij werden niet enkel weggerukt uit hun leefomgeving, hun hele geschiedenis werd hen afgenomen.” Dat zegt Florette Hyman, die als Florette Menir geboren werd in Caïro en die in 1957 naar het Verenigd Koninkrijk emigreerde nadat ze gedwongen werd om uit Egypte weg te vluchten. “Iedereen praat over de Palestijnse vluchtelingen. Ik heb het gevoel dat niemand de vraag stelt: Wat omtrent de Joden uit de Arabische landen?” zegt ze.

Tot op vandaag bestond er geen officiële datum om de massale exodus te herdenken van de Joden die hun huizen en hadelszaken moesten achterlaten in het zicht van de toenemende vervolging in de Arabische landen nadat de staat Israël in 1948 werd gesticht. Meer dan 870.000 Joodse vluchtelingen werd uit de Arabische landen verdreven en hun heil zochten over de hele wereld met inbegrip van het Verenigd Koninkrijk waar zij tegenwoordig minder dan 5 procent van de Britse Joden uitmaken.

Dit jaar heeft de Knesset in Israël een wet aangenomen waarin de dag van 30 November voortaan wordt aangemerkt als de officiële dag ter herdenking van de verhalen van Joden die Arabische landen ontvluchtten zoals Irak, Egypte, Syrië evenals Iran. Sommige van de vluchtelingen hebben gestreden voor herstelbetaling, in de hoop om hun eigendommen te herwinnen of om compensatie te verkrijgen voor het verloren kapitaal op het moment van hun gedwongen verhuizing. Anderen willen gewoon gehoord worden.

Mevrouw Hyman, thans 64 jaar, was amper acht jaar oud toen ze Egypte verliet voor Groot-Brittannië. Samen met haar ouders, broers en vijf zussen woonde ze in een éénkamer-ruimte in een vluchtelingenkamp in de buurt van Leeds. Haar vader Abraham, dankbaar voor de veilige ‘haven’, schreef een brief van dank aan de koningin en noemde zijn jongste dochter naar haar, Elizabeth.

“Ik wordt erg emotioneel als ik er nu weer over praat,” zei mevrouw Hyman. “Toen Israël werd opgericht was het voor Joodse mensen erg gevaarlijk om ‘s nachts in Egypte buiten te komen, ze zouden kunnen verdwijnen. Ik herinner me een politieagent die op een vrijdagavond met papieren in ons huis kwam om ons te zeggen dat we moesten vertrekken. Mijn vader ‘s familie leefde in Egypte sinds de 12de eeuw.”

“Alles wat we hadden werd ons ontnomen – mijn vaders verpakkingsbedrijf werd afgenomen. Ze maakten wegen van de grafstenen van Joodse begraafplaatsen. Ik kan zelfs niet teruggaan om het graf van mijn grootvader te bezoeken.” In 1948 woonden meer dan 80.000 Joden in Egypte, tegenwoordig zijn het er minder dan 15.

Roger Bilboul volgde les aan het Joodse Lycée de l’Union Juive in Alexandrië vóór hij het land in 1959 op 18-jarige leeftijd moest verlaten. Hij heeft een internationale campagne gesteund om weer toegang te krijgen tot de Joodse archieven die zijn achtergebleven in Egypte. “Ik verliet het land vanwege de situatie, het was niet goed voor Joden,” herinnerde Bilboul zich die thans in Londen woont.

“Mensen werden de hele tijd in de gevangenis gegooid zonder excuus. Er was de nationalisering van Joodse ondernemingen, een heleboel dingen waren in beslag genomen en achtergelaten. Sommige mensen procederen nog steeds voor rechtbanken om te trachten hun eigendommen weer terug te krijgen. De bijdrage die de Joden aan het land leverden is grotendeels vergeten; maar het is iets wat de Egyptenaren tegenwoordig zelf zo eerlijk zijn om te erkennen.”

Moshe Kahtan, wiens vader Saleh een juridisch adviseur was aan het Iraakse ministerie van Financiën, betreurt het eveneens dat de bijdrage die door de Joden werd geleverd is vergeten. Hij verwerpt het vooruitzicht van teruggave als ‘wishful thinking‘. “Vrijheid,” zei hij. ‘”U mag dit woord op die plaats beter vergeten – het bestond niet voor Joden.”

iraaks-paspoort2Paspoorten werd afgenomen van de Iraakse Joden en in ruil kregen zij gele persoonsbewijzen, een variant op de beruchte geel gekleurde Jodenster (Davidster) tijdens de duistere nazi-periode [1933-1945]

“Op het hoogtepunt was de helft van de bevolking in Bagdad Joods. In de jaren 1930 begonnen ze met het wegjagen van de Joden uit hun posities… zij immiteerden wat er destijds gebeurde in nazi-Duitsland. Banen werden overgenomen door moslims. Joden had een gele identiteitskaart – zij hadden mijn paspoort in beslag genomen” (plaatje hierboven).

De vader-van-drie kreeg toevlucht in het Verenigd Koninkrijk, na een dramatische vlucht uit Bagdad en het verlaten van het land in een boot van smokkelaars in 1967. Kahtan, die ontsnapte vooraleer de Iraakse geheime politie hem kon opzoeken, herinnerde zich: “Op een dag dacht ik ”Ik moet hier weg’. Ik stapte in de boot met vrouw en kinderen. De smokkelaars waren Arabieren; ze smokkelden alcohol, sigaretten – niet alleen Joden. Het zou een 15-minuten durende reis worden vanuit Irak naar Iran, maar het duurde uren omdat de marine grenspolitie op ons was beginnen schieten. Nadat we ontsnapten hebben ze de grens gesloten.”

Kahtan had betaald voor zijn overtocht met de boot maar zag dat er gouden munten werden gebruikt voor het omkopen van bewakers op Iraanse controleposten – geld waarvan hij later vernam dat het door Israël was geleverd. Kahtan, een bankier die in de Raad van Bestuur zetelde in de jaren 1990, maakte aliyah in 2008 en leeft tegenwoordig in Herzliya. “Sinds 1948 is het enige waarover we horen steeds maar over de rechten van de Palestijnse vluchtelingen,” zei hij. “Het is erg belangrijk dat de verhalen van Joden uit Arabische landen worden verteld, zodat de mensen weten wat er is gebeurd en niet luisteren naar onwaarheden.”

Nadia Nathan, die lerares was op de Joodse Frank Iny School in Bagdad, verliet de hoofdstad van het land in 1969 na de openbare opknoping van negen Joden. “Dingen werd zeer gevaarlijk voor ons,” zei ze. “Joodse studenten werden geslagen; we werden overal achtervolgd; mijn broer werd in de gevangenis gezet samen met andere Joden, maar we kregen hem er weer uit met geld. Ik had een moslimvriend die tegen mijn christen vriend zei: ‘Als ik je weer zie praten met Nadia, zal ik je doden.'”

“Op een dag kwamen Koerden in de school en ze zeiden ‘we kunnen zes mensen wegsmokkelen.” En dus trokken we hoog over de bergen heen naar Iran. De smokkelaars namen ons alles af, zelfs onze dekens, maar ze lieten ons één gekookte kip houden om op te eten. Ze wisten niet dat we daarin al ons geld hadden verstopt.” Mevrouw Nathan vestigde zich in Israël vooraleer ze haar man huwde in 1972 in Londen, waar ze tegenwoordig woont.

door Sandy Rashty [bron]


in een vertaling van Brabosh.com

met dank aan Tiki S. voor de hint.

Het miserabele leven van de Joden onder de Islam in Marokko anno 1805

Moroccan-Jewish-Life2Joodse familie in Gourrama, ca. 300 km. ten zuiden van Fez in Marokko. Foto dateert uit de 2de helft van de 19de eeuw

Moslims pretenderen graag dat zij de Joden in hun eigen landen doorheen de geschiedenis altijd goed behandeld hebben. In feite – klinkt nogal schamper het dagelijkse narratief in de moslimlanden – had Israël nooit opgericht moeten worden want het was toch allemaal zoveel beter leven onder het regime van de Islam in hun respectievelijke landen.

Zoals we (EoZ) reeds een heel aantal keren herhaald hebben is dat niet helemaal waar. In sommige gevallen werd ze redelijk behandeld in andere gevallen werden ze afschuwelijk slecht behandeld. Dat was ook het geval voor Marokko alwaar vóór 1948 er ca. 350.000 Joden leefden.

Echter vanaf de 19de eeuw kregen de Joden het zwaar te verduren in Marokko. Sinds de Tweede Wereldoorlog en aansluitend de stichting van de Joodse staat Israël op 14 mei 1948, is hun aantal tegenwoordig geslonken naar minder dan 7.000 waarvan er ca. 3.000 in Casablanca wonen.

Vóór de stichting van Israël in 1948 kende Marokko een zeer oude Joodse gemeenschap die teruggaat tot de Romeinse Tijd toen in 70 na Christus de Tweede Tempel werd verwoest en de Joden werden uitgedreven. Zij vluchtten alle kanten en landen uit waarvan velen naar Marokko trokken. Daar kwamen eind 15de eeuw ook nog eens de Joden bij die uit Spanje werden verdreven.

ali-bey2Ali Bey al Abbasi, het pseudoniem van Domènech Badia i Leblich, een reiziger en avonturier afkomstig uit het Spaanse Barcelona die vloeiend Arabisch sprak, ondernam tussen 1803 en 1807 een lange reis doorheen de moslimwereld van in Marokko tot in Mekka. Om ongestoord te kunnen reizen verkleedde hij zich als moslim en gaf zich uit als een West-Abbasidische prins.

Hieronder volgt een kort uittreksel van zijn reizen, meer bepaald over het wel en wee van de Joden in Marokko waar hij meer dan twee jaar verbleef (1803-1805) onder de hoge bescherming van Suleiman, de Sultan van Marokko (1766-1822).

Later bundelde hij zijn reisverhalen in het boek “Travels of Ali Bey: In Morocco, Tripoli, Cyprus, Egypt, Arabia, Syria and Turkey – Between the Years 1803 and 1807” (boekomslag rechts).

Ali Bey over de Joden in Marokko ruim 200 jaar geleden:

De Joden in Marokko verkeren in de meest erbarmelijke staat van slavernij; maar in Tanger is het opmerkelijk dat ze vermengd samenleven met de Moren, zonder dat ze een afzonderlijk kwartier hebben, wat wel het geval is in alle andere plaatsen waar de islamitische religie overheerst.

Dit onderscheid ligt aan de basis van eeuwigdurende meningsverschillen; het wekt geschillen op waarin voor het geval dat indien de Jood verkeerd is, de Moor altijd zijn deel krijgt; en als de Jood gelijk heeft, dan dient hij [de Moor] een klacht in bij de rechter, die altijd beslist in het voordeel van de Muzelman.

Deze schokkende partijdigheid in de toepassing van het Recht tussen individuen van verschillende sekten begint vanaf de wieg; zodat een kind van een moslim een Jood altijd mag beledigen en slaan, ongeacht zijn leeftijd en zwakheden, zonder dat hem wordt toegestaan om te klagen of zelfs om zichzelf te verdedigen.

Deze ongelijkheid heerst zelfs onder de kinderen van deze verschillende godsdiensten; zo heb ik kunnen vaststellen dat moslimkinderen zich vermaakten door het afranselen van kleine Joden, zonder dat de laatsten zich durfden te verdedigen.

De Joden zijn verplicht, in opdracht van de regering, om een bepaalde kledij te dragen die bestaat uit grote onderbroeken, een tuniek die tot aan hun knieën reikt en een soort boernoe of mantel die naar één kant wordt gegooid, slippers en een zeer klein hoofddeksel; elk deel van hun kleding is zwart met uitzondering van het shirt, waarvan de zeer brede en open mouwen erg laag naar beneden hangen.

Wanneer een Jood voorbij een moskee passeert, is hij verplicht om zijn slippers zijn of sandalen uit te doen; Hij moet hetzelfde doen wanneer hij voorbij het huis gaat van de Kaid, de Kadi, of van om het even welke moslim van aanzien. In Fez en in sommige andere steden zijn ze verplicht om blootsvoets te lopen.

Wanneer zij een moslim met een hoge rang tegenkomen zijn zij verplicht zich haastig af te wenden en op een bepaalde afstand aan de linkerkant van de weg te lopen, hun sandalen enkele passen verder op de grond te laten en zich in de meest nederige houding op te stellen, hun hele lichaam licht voorover gebogen, tot de moslim zich op een grote afstand van hem heeft verwijderd; als ze aarzelen om dit te doen, of ze ontkoppelen hun rijdier wanneer zij een moslim ontmoeten, worden ze streng gestraft.

Ik was vaak verplicht om mijn soldaten of personeelsleden te weerhouden om deze arme stakkers te slaan, toen ze zich niet actief genoeg in een bescheiden houding plaatsten op de wijze die hen door mohammedaanse tirannie werd voorgeschreven.

In afwijking van al deze ongemakken, dragen de Joden op aanzienlijke wijze bij tot de handelsactviteiten in Marokko, en hebben zelfs meerdere malen het douanekantoor bemeesterd; maar het gebeurt bijna altijd dat zij uiteindelijk altijd geplunderd worden door de Moren en of door de overheid.

Tijdens mijn aankomst, had ik twee Joden onder mijn dienstknechten: toen ik zag dat zij zo slecht behandeld waren en op verschillende manieren werden gekweld, vroeg ik hen waarom ze niet naar een ander land gaan; zij antwoordden mij dat zij dat niet konden doen omdat ze slaven waren van de sultan.

Jews_in_Jerusalem_1890sIngekleurde foto uit ca. 1890 van oude Joodse mannen in Jeruzalem dat toen bezet werd door de Ottomanen/Turken

door Brabosh.com

naar een hint van EoZ

Eerste nationale herdenkingsdag voor Joden die verdreven werden uit Arabische wereld

ezra6The New Tork Times bloklettert op haar voorpagina op 16 mei 1948:
“Joden in groot gevaar in alle moslimlanden.”

Op 30 november 2014 werd voor het eerst de nationale herdenkingsdag gevierd voor Joden, die tientallen jaren geleden uit hun Arabische thuislanden werden verdreven.

Voor de Knesset-afgevaardigde van Likoed, Shimon Ohayon, was de beslissing van het Israëlische parlement in juli van dit jaar een genoegdoening. “Met het besluit om een ´Nationale herdenkingsdag voor joodse vluchtelingen uit de Arabische landen en Iran´ in te voeren, gaat een historische onrechtvaardigheid ten einde”, zei de uit Marokko afkomstige professor van de Bar-Ilan-universiteit in Tel Aviv destijds. De 69-jarige was een van de initiatiefnemers voor de herdenkingsdag, die vandaag, 30 november 2014, voor het eerst landelijk werd gehouden.

persecution1948Achtergrond is het lot van bijna een miljoen Joden uit Arabische landen in de jaren na de oprichting van de staat in het jaar 1948, die vluchtelingen werden. De oorzaak was de beslissing van de VN op 29 november 1947 om Palestina op te delen en aldus de stichting van de staat Israël mogelijk te maken. Daarna, aldus een persmededeling van de regering betreffende de herdenkingsdag, zouden de Arabische landen ermee begonnen zijn de joodse gemeenschappen daar aan te vallen met het doel een joodse staat te verhinderen.

In de eerste beide decennia na de oprichting van de staat Israël verdwenen bijvoorbeeld in Marokko en Italië bijna alle joodse gemeenschappen, zodat er van de meer dan 850.000 Joden, die er in alle Arabische landen voor 1948 leefden, in het jaar 2001 maar nauwelijks 7.800 waren overgebleven. Enkele van deze gemeenschappen keken terug op een meer dan 2.600 jaar durende geschiedenis.

Gerechtigheid
Tot nu toe werden in Israël uitsluitend de slachtoffers van de Holocaust in de vorm van een nationale herdenkingsdag, Jom Hasjoa, herdacht. Het hele land staat minutenlang stil wanneer de sirenes loeien.

Een herdenkingsdag, die herinnert aan het leed, de vervolging en verdrijving van de Joden uit hun Arabische thuislanden, was decennia lang geen onderwerp van gesprek. Enerzijds, zo schrijft de journalist Ben cohen, omdat de verschrikkingen van de Holocaust hun gelijke niet kennen. Anderzijds, omdat veel politici de verdrijving van de Mizrachim, zoals Joden uit Azië en het Nabije Oosten genoemd worden, niet als zodanig erkenden.

“Bovendien, hoe vaak per jaar moet een land stilstaan en treuren?”, vraagt Cohen, die zelf een Mizrachi is. Desondanks zou het lot van dit deel van de Israëlische bevolking in de loop der tijd steeds meer mensen hebben bezig gehouden. “En hoe meer tijd er is vergaan, des te bewuster werden de mensen in Israël zich van het feit dat niet alleen de Joden uit Europa geleden hebben, maar ook die uit de Arabische landen.” Daarom zou een nationale herdenkingsdag een juiste beslissing zijn.

Discriminatie
Ook Shimon Ohayon gaat het er bij de herdenkingsdag niet om met de Holocaust te concurreren. Maar men zou moeten erkennen dat de geschiedenis van de Joden, die oorspronkelijk uit Noord-Afrika en het Nabije Oosten afkomstig zijn en ongeveer de helft van de huidige bevolking in Israël uitmaken, “te lang genegeerd werd.” Het zou bovendien een belangrijkste stap in de strijd tegen diegenen zijn die de aanwezigheid van Joden in het algemeen zouden betwijfelen en zouden beweren dat ze hier niet thuis zouden horen, vulde de politicus van Likoed aan en verwees daarbij naar de Palestijnen, die Israël als koloniale binnendringer in een islamitisch-Arabische regio beschouwen. “Joden hebben duizenden jaren lang in islamitische landen gewoond.”

Hoe lovenswaardig de aanzet ook is – de herdenkingsdag krijgt tot nu toe maar weinig aandacht in Israël. Veel mensen weten überhaupt niet dat hij bestaat en dat hij vandaag plaatsvindt. Dat past bij het beeld dat de Mizrachim nog steeds van zichzelf hebben en hoe ze vaak worden gezien door de Asjkenazim: als tweederangs Israëli´s. In een bericht op de Israëlische televisie op Kanaal 8 bijvoorbeeld kwamen onlangs tientallen Arabische Joden aan het woord: van professor tot homoseksuele kapper. Ze zeiden allemaal dat ze zich gediscrimineerd voelden. Dat dit niet alleen maar een gevoel is, maar dat er nog steeds grote culturele verschillen bestaan, bewijzen bovendien statistieken en studies.

Tegenstellingen
Sociologen hebben talrijke factoren bepaald die de integratie van de Mizrachim vanaf het begin beïnvloeden, bijvoorbeeld de opleidingsgraad voor de aankomst in het land, maar ook de afwijzing door het Asjkenazische establishment. Over het algemeen echter zijn de tegenstellingen niet meer zo groot als vroeger.

De herdenkingsdag wordt met verschillende ceremonies gehouden, waaronder ook eentje in de Knesset. Op scholen wordt het thema in de lessen opgepakt en Israëlische diplomaten dienen het ook tot onderwerp van gesprek te maken.

door Ulrike Schleicher

displacement3


in een vertaling uit het Duits door E.J. Bron als “Erkenning: De andere vluchtelingen” [lezen]

De geesten van etnische zuivering achtervolgen ons nog steeds [Lyn Julius]

ethnisch-zuiverenIn Israël is ’30 November’ de nationale herdenkingsdag van de ca. 750.000 Joden die werden verdreven uit de Arabische wereld. Een etnische zuivering die tot op heden wordt ontkend in de Arabische landen en doodgezwegen in het Westen.

Amper drie jaar nadat de [omvang van] de Holocaust door de Nazi’s aan het licht kwam, werden de Joden etnisch gezuiverd uit de Arabische wereld. En de geesten van het nazisme achtervolgen ons nog steeds, stelt Lyn Julius in de ‘Times of Israel’:

Op 30 november zullen scholen, ministeries en organisaties in Israël en over de hele wereld een nieuwe dag op de kalender instellen – een dag om de vlucht van de Joodse vluchtelingen uit Arabische landen en de vernietiging van hun oude gemeenschappen te herdenken.

Er wordt vaak gezegd dat deze Joden de prijs hebben betaald voor de stichting van Israël. Uit wraak voor de massale uittocht van de Palestijns-Arabische vluchtelingen keerden Arabische bendes en overheden zich tegen hun weerloze Joodse burgers. Maar in werkelijkheid zijn er harde bewijzen dat zelfs vóór de oprichting van Israël en voordat de grote massa van Arabische vluchtelingen er vandoor was gegaan, Arabische regeringen samenspanden om hun Joden tot slachtoffers te maken en hun land en bezit te onteigenen.

Deze week, 67 jaar geleden, bereikten anti-Joodse spanningen nieuwe hoogtepunten in Palestina en de Arabische wereld, toen Arabische afgevaardigden hun retoriek bij de VN opvoerden als gevolg van de stemming over de verdeling van Palestina. Volgens VN-rapporten had de Egyptische afgevaardigde, Heykal Pasha, op 24 november 1947 al gewaarschuwd voor de gevolgen van de oprichting van een Joodse staat in Palestina:

“De Verenigde Naties … moeten niet het feit uit het oog verliezen dat de voorgestelde oplossing een miljoen Joden in islamitische landen in gevaar zouden kunnen brengen… er zou antisemitisme in die landen kunnen worden gecreëerd, die nog moeilijker zal zijn te vernietigen dan het antisemitisme dat de Geallieerden in Duitsland probeerden uit te roeien… en dat zou de VN … verantwoordelijk maken voor de zeer ernstige ordeverstoringen en voor de afslachting van een groot aantal Joden”.

Vóór Heykal Pasha’s woorden was er al gesproken over ‘bloedbaden’, ‘rellen’ en ‘oorlog tussen twee rassen’. Volgens Yaakov Meron beperkten Pasha’s bedreigingen zich niet tot Egypte, maar noemden al herhaaldelijk de Joden in andere islamitische landen. Die woorden werden niet op initiatief van Egypte uitgesproken, maar waren “de uitkomst van voorafgaande coördinatie tussen de Arabische staten die toen vertegenwoordigd waren in de VN en in de Arabische Liga”.

De Palestijnse afgevaardigde, Jamal Al-Hussayni, zei dat de situatie van de Joden in de Arabische wereld “zeer precair zal worden. Overheden in het algemeen zijn nooit in staat geweest om de opwinding en het geweld van herrie schoppende menigtes te voorkomen”.

De Syrische VN-vertegenwoordiger Faris Al-Khuri wordt al op 19 februari 1947 geciteerd in de New York Times, waarin hij stelt: “Als het Palestijnse probleem niet wordt opgelost, zullen we de Joden in de Arabische wereld moeilijk kunnen beschermen”. Een Joodse publicatie meldde: “Aangezien de hele Arabische pers tekeergaat tegen de verraderlijke handelingen van het zionisme en de Arabische politici hun ondervoede en verzwakte massa’s tot een gevaarlijke mate van hysterie ophitsen, waren de bedreigingen zeker niet loos”.

In Irak werden de bedreigingen openlijk gedaan en diens minister van Buitenlandse Zaken, Fadel Jamali, verklaarde voor de VN:

“De massa’s in de Arabische wereld kunnen niet in de hand worden gehouden. De Arabisch-Joodse relatie in de Arabische wereld zal sterk verslechteren. Er zijn meer Joden in de Arabische wereld buiten Palestina dan in Palestina. In Irak hebben we alleen al ongeveer 150.000 Joden die met moslims en christenen van alle voordelen van de politieke en economische rechten genieten. Maar elk onrecht dat de Arabieren van Palestina wordt aangedaan, zal de harmonie tussen Joden en niet-Joden in Irak verstoren.Het zal interreligieuze vooroordelen en haat kweken”.

Slechts twee dagen nadat de staat Israël werd uitgeroepen, verklaarde een New York Times krantenkop op 16 mei 1948: “De Joden zijn in alle islamitische landen in groot gevaar. Negen honderdduizend Joden moeten in Afrika en Azië de woede van hun vijanden onder ogen zien”. Een artikel, geschreven door Mallory Browne, deed verslag van een reeks discriminerende maatregelen van de Arabische Liga tegen de Joodse inwoners van de lidstaten van de Arabische Liga (op dat moment waren dat: Egypte, Irak, Jordanië, Libanon, Saoedi-Arabië, Syrië en Jemen).

Het artikel maakte melding van een “Tekst van een wet die door het Politiek Comité van de Arabische Liga was opgesteld en die bedoeld was om de juridische status van de Joodse inwoners van de landen van de Arabische Liga te regelen. Het bepaalt dat vanaf het moment van een nog nader te bepalen datum alle Joden, behalve burgers van niet-Arabische staten, zouden worden beschouwd als ‘leden van de Joodse minderheid in de staat Palestina’. Hun bankrekeningen zouden worden bevroren en worden gebruikt om het verzet tegen ‘zionistische ambities in Palestina’ te financieren. Joden van wie werd verondersteld dat zij actieve zionisten waren, zouden worden geïnterneerd en hun bezittingen zouden in beslag worden genomen”.

De tekst van het wetsontwerp *:

1. Ingaande (datum) zullen alle Joodse burgers van (naam van het land) worden beschouwd als leden van de joodse minderheid van Palestina en zij zullen zich moeten registreren bij de autoriteiten van de regio waarin zij wonen, onder vermelding van hun naam, het exacte aantal van de gezinsleden, hun adressen, de namen van hun banken en de bedragen van hun deposito’s bij de banken. Deze formaliteit moet binnen zeven dagen worden afgehandeld.

2. Ingaande (datum) zullen de bankrekeningen van de Joden worden bevroren. Deze middelen zullen in hun geheel of gedeeltelijk worden gebruikt om de verzetsbeweging tegen de zionistische ambities in Palestina te financieren.

3. Ingaande (datum) zullen alleen Joden die onderdaan zijn van buitenlandse mogendheden worden beschouwd als ‘neutraal’. Zij zullen worden gedwongen om ofwel zo snel mogelijk terug te keren naar hun land, of ze zullen worden beschouwd als Arabieren en verplicht worden om in actieve dienst te gaan bij het Arabische leger.

4. Joden die in actieve dienst zullen gaan bij de Arabische legers of zichzelf ter beschikking stellen van deze legers, zullen worden beschouwd als ‘Arabieren’.

5. Iedere Jood van wie de activiteiten onthullen dat hij een actieve zionist is, zal worden beschouwd als een politieke gevangene en zal worden geïnterneerd in plaatsen die speciaal daartoe zijn aangewezen door de politie of door de regering. Zijn financiële middelen zullen, in plaats van dat die worden bevroren, in beslag worden genomen.

6. Iedere Jood die kan aantonen dat zijn activiteiten antizionistisch zijn, is vrij om te doen wat hij wil, op voorwaarde dat hij verklaart dat hij bereid is om in de Arabische legers te dienen.

7. Het voorgaande (punt 6) betekent niet dat de Joden niet aan paragraaf 1 en 2 van deze wet zullen worden onderworpen.

* Bron: JJAC

Kort gezegd was het wetsontwerp een voorspelling van wat er zou gebeuren met bijna een miljoen Joden in de Arabische landen. Land na land nam die blauwdruk over, voor wetten die uiteindelijk in deze landen zouden worden uitgevaardigd tegen Joden, voor de acties die de Joodse gemeenschappen in Arabische landen verwoestten; en voor de gedwongen exodus die daarop zou volgen.

Op 19 januari 1948 stuurde het World Jewish Congress een memorandum dat als bijlage diende voor het wetsontwerp van de Arabische Liga aan de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties om er tegen te protesteren en om de anti-joodse onrust die het in de Arabische wereld had teweeg gebracht. Helaas, het lot van deze notitie rustte in de handen van de voorzitter van de Raad, Dr. Charles H. Malik, de vertegenwoordiger van Libanon bij de Verenigde Naties, die door de Arabische staten was aangewezen als hun vertegenwoordiger van de Raad. Libanon was één van de grondvesters van de Arabische Liga, een van de staten die had beraadslaagd over het antisemitische wetsontwerp. De heer Malik gebruikte een procedurele manoeuvre om ervoor te zorgen dat er niets werd gedaan in antwoord op het memorandum van het World Jewish Congress.

Jaren later, in 1984, daagde de Israëlische columnist Dr. Guy Bechorer, terwijl hij in de tuin van zijn huis zat met andere journalisten die gespecialiseerd waren in Arabische zaken, Charles Malik uit. Waarom had hij niets gedaan om antizionistische, ja zelfs antisemitische plannen te blokkeren?

“Libanon had geen andere keuze dan de Arabische lijn te volgen”, antwoordde Malik. Als christen moest hij zijn trouw bewijzen aan de Arabische/Palestijnse zaak en was hij zelfs verplicht om meer anti-Israël dan de moslims te zijn.

Het is schokkend dat 856.000 Joden door wetten in Neurenberg-stijl uit hun huizen werden verdreven, slechts drie jaar nadat de verschrikkingen van de nazi-Holocaust van zes miljoen Europese Joden aan het licht waren gekomen. Het Nazisme had een grote achterban in de Arabische wereld en beïnvloedde reactionaire bewegingen zoals de Moslimbroederschap, die opgericht was in 1928. Arabische collaborateurs met de nazi’s, zoals de grootmoefti van Jeruzalem, werden in 1945 nooit berecht voor oorlogsmisdaden. In plaats daarvan is het antisemitisme in de Arabische landen, veelvuldig gebruik makend van nazi-stijlfiguren en uiterlijke vormen, gestegen tot duizelingwekkende hoogten.

De geesten van de door de Nazi’s geïnspireerde genocide en etnische zuivering zijn nog steeds onder ons. De slachtoffers zijn nog steeds dezelfde slachtoffers: de Joden en hun staat, afvallige moslims, Koerden, niet-islamitische minderheden. We kunnen een begin maken met het uitbannen van deze geesten door te leren van fouten uit het verleden – te beginnen op 30 november.

door Lyn Julius

jewishrefugees1Verdrijving in 1948/1949 van de oorspronkelijke Joodse bevolking uit Judea & Samaria, nadat de Arabische legers Oost-Jeruzalem en de Westbank veroverden en Jordanië de historisch Joodse gebieden zal bezetten en in 1950 annexeren. Pas nà het einde van de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 zullen de Joden druppelsgewijze terugkeren naar hun heimat. Parallel aan die etnische zuivering zullen tussen 1948 en begin jaren 1970 nog eens ca. 750.000 Joden, die in de Arabische landen geboren en getogen waren, hun gehele hebben en houden moeten achterlaten en, op de vlucht voor vervolging, gedwongen emigreren naar het buitenland waarvan ruim tweederden hun heil zullen zoeken en vinden in de Joodse Staat Israël.


In een vertaling uit het Engels door Wachteres & Henk V. voor E.J. Bron blog als “De geesten van etnische zuivering achtervolgen ons nog steeds” [lezen]