Israel stuurt hulpteams naar Chili

Vijf dagen nadat de zwaarste aardbeving van de laatste eeuw Chili heeft getroffen, heeft de Chileense regering dan toch om internationale hulp verzocht. Afgaande op de eerste meldingen van schade, doden en gewonden, leek het aanvankelijk ‘allemaal nogal mee te vallen’, in vergelijking met de aardbeving in Haïti van bijna twee maanden geleden. Maar die eerste inschatting lijkt thans compleet verkeerd en alles lijkt er nu op dat de aardbeving in Chili een van de grootste humanitaire rampen ooit dreigt te worden.

Intussen neemt de kritiek op de [te] late hulpverlening toe. “Het valt niet te begrijpen hoe we drie dagen na de aardbeving nog steeds geen voedsel kunnen uitdelen, terwijl in Haïti één dag na de ramp al een vliegtuig landde,” stelt een verbolgen Jacqueline Van Rysselberghe [van Vlaams/Gentse origine], de burgemeester van de zwaar getroffen stad Concepcion. Vijf belangrijke dagen werden verloren en die tijd zal nog moeilijk kunnen worden opgehaald en nodeloos aan vele mensen het leven kosten.

Catastrofe aanvankelijk zwaar onderschat

Nadat de aardbeving met een kracht van 8.8 op de schaal van Richter afgelopen zaterdagochtend Chili had getroffen, vele gebouwen als kaartenhuisjes door elkaar gooide en enkele tsunami’s de kustlijnen troffen, nam ook de bezorgdheid toe op het Israëlisch Ministerie voor Buitenlandse Zaken dat een diplomatieke staf heeft in de Israëlische ambassade in Santiago, de hoofdstad van Chili. In Chili worden nog een twintigtal Israëlische rugzaktoeristen [trekking] vermist en via de ambassade in Santiago wordt thans getracht hen op te sporen.

Haïti, 19 januari 2010: Israëlische arts bij pasgeboren baby

Het ministerie van Buitenlandse Zaken gaf een verklaring uit waarin werd gezegd dat het probeert na te gaan of er Israëli’s werden gewond tijdens de ramp. Aan de verklaring werd toegevoegd dat alle Israëlische gezanten in Santiago werden benaderd, maar de ineenstorting van de telecommunicatie na de aardbeving problemen heeft veroorzaakt in het leggen en onderhouden van contacten.

In dezelfde mededeling benadrukte de Israëlische staat haar steun aan de zijde van de Chileense regering en sprak haar solidariteit uit met de zwaar getroffen bevolking. Israël betoont haar medeleven aan de nabestaanden van de slachtoffers en betuigd haar steun aan alle burgers van Chili in deze tijd van beproeving.

Na vijf dagen komt dan toch de internationale hulpverlening langzaam op gang. Ook Israël, dat als één van de eerste op 15 januari 2010 een hulpteam naar Haïti stuurde, team dat model stond voor de beste hulpteams van de wereld, had eerder al aangekondigd standby te staan voor hulp aan Chili en wachtte net zoals de rest van de wereld dagenlang op een officieel signaal van de Chileense regering om te helpen.

Zoals bekend zond het Israëlische leger een volledig operationeel en gesofisticeerd veldhospitaal naar Haïti, slechts enkele uren nadat Port-Au-Prince in januari werd verwoest door een aardbeving.

Verscheidene Israëlische humanitaire hulporganisaties waaronder IsraAid en Israel Flying Aid vertrokken eveneens naar Haïti. Nogal wat Israëlbashers bekritiseerden Israël voor die uitgebreide hulp aan Haïti, en brulden het uit: “Waarom Haïti wel en Gaza niet?” Om de simpele reden als volgt: Haïti is Gaza niet. Het volk van Haïti praktizeert niet de Islamitische Jihad, de moord op onschuldige Joden en christenen. Haiti heeft niet, in tegenstelling tot de terreurorganisatie Hamas, de complete en totale vernietiging van Israël gezworen, integendeel.

Duurzame vriendschapsbanden met Chili

De Israëlische ambassadeur in Santiago onderhoud de contacten met de lokale autoriteit om een geactualiseerde beoordeling van de situatie te krijgen en om mogelijke behoeften te evalueren. De Israëlische premier Benjamin Netanjahoe heeft van het Ministerie van Buitenlandse Zaken de opdracht gegeven alle nodige steun aan te bieden aan Chili na de enorme aardbeving. In een verklaring die werd afgegeven door de woordvoerder van de premier wordt gemeld dat Netanjahoe de gebeurtenissen in Chili op de voet volgt en regelmatig wordt bijgewerkt door de ambtenaren van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Israël en Chili onderhouden sinds vele jaren een relatie van diepe vriendschap en wederzijdse waardering. Die goede relaties gaan terug tot aan de beginjaren van de Israëlische onafhankelijkheid. Zoals bekend erkende Chili het bestaansrecht van Israël al in februari 1949. Beide landen starten officiële diplomatieke betrekkingen op 16 mei 1950 toen Israël een ambassade opende in Santiago en op die datum haar eerste ambassadeur naar het land zond. Chili opende korte tijd later haar ambassade in Tel Aviv en zond op 16 juni 1952 haar eerste ambassadeur naar Israël.

De voormalige Israëlische premier Golda Meir bezocht Chili in het gezelschap van haar toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Shimon Peres. Op 27 maart 2005 bezocht voor het eerst een hoge Chileense afgevaardigde, met name Ignacio Walker Chileens minister voor Buitenlandse Zaken, in het gezelschap van een grote delegatie het land. Israël is één van de belangrijkste wapenleveranciers van het Chileense leger. Een van de meest opgemerkte wapenverkopen was de levering van IAI Phalcon AWACS’s vliegtuigen aan Chili in 1994.

Bronnen: Israel News Agency: Israel Humanitarian Aid Teams Assess Chile Earthquake Damage van 27 februari 2010; The Jerusalem Post: At least 149 dead in Chile quake van 27 februari 2010; IMFA: Israel expresses solidarity with Chile after earthquake van 27 februari 2010; De Standaard: Een race tegen de tijd van 2 maart 2010; website van de Israëlische ambassade in Chili

Advertenties

Arabische hulp aan slachtoffers van Haïti

Ere wie ere toekomt, ook een aantal Arabische [moslim]landen zijn in Haïti actief met hulpteams ter plaatse, of hebben hulpgoederen naar Port-au-Prince gezonden of hebben aanzienlijke bedragen overgedragen [of toegezegd] aan het hulpfonds van de Verenigde Naties, om de wederopbouw van het zwaar getroffen land weer op gang te trekken en te financieren.

Medisch team uit Qatar

Naast reddingsploegen uit Egypte en Jordanië, levert er in het bijzonder Qatar goed werk. Voor het eerst sinds de Arabische golfstaat in 2004 werd gesticht, heeft de Internationale Veiligheidsmacht van Qatar een 30-koppig hulpteam naar het buitenland gezonden.

Dr. Mootaz Ali, lid van het hulpteam uit Qatar, behandelt in een klaslokaal een patiënt met een gebroken been (foto: Robert Stolarik)

Al in de vroege uren van 16 januari 2010 landde een C-17 vliegtuig uit Doha, de hoofdstad van Qatar, op de tarmac van de luchthaven van Haïti met aan boord 50 ton dringende hulpgoederen. “Het is een lange weg om hier te geraken en het is de eerste keer dat we onze regio verlaten,” zei de 29-jarige kapitein Moebarak al Kaabi, de chef van het team. “Maar hulp betekent iedereen helpen en niet alleen Arabische mensen.” Het hulpteam heeft een kleuterschool uitgekozen, genoemd Notre Dame du Mont Carmel, die de aardbeving relatief goed doorstaan heeft, om er haar tenten op te slaan.

De klaslokalen liggen er vol patiënten die wachten op de eerste zorgen, de meesten ervan zien voor het eerst sinds de aardbeving van 12 januari een dokter. “We zien vooral veel gebroken ledematen, andere breuken en wonden die ontstoken zijn omdat een week na de ramp deze mensen nog door niemand werden behandeld en nog geen enkele medicatie kregen toegediend,” zei Yasser Khourani, een 40-jarige chirurg. Zonder stromend water of elektriciteit moet een team van 10 dokters, verplegers en paramedici zich behelpen met de materialen die hen ter beschikking staan. “Het grootste probleem dat we hebben is het totaal gebrek aan hygiëne,” zei Mootaz Ali, een 37-jarige orthopedische chirurg. “Sommige patiënten kunnen niet eens de antibioticapillen innemen die we hen geven omdat ze niet aan water geraken.”

Sinds hun aankomst hebben de dokters uit Qatar bijna 500 slachtoffers behandeld. De groepsleden zijn goed geschoold in eerste hulpzorg en brengen hun ervaring mee die ze afgelopen winter opdeden tijdens de oorlog in Gaza, de Libanonoorlog in 2006 en de oorlog in Somalië, alsmede natuurrampen zoals de aardbeving in Pakistan in 2005 en de overstromingen in Mauritanië in 2007. De afgelopen jaren zijn Arabische landen meer actief geworden buiten de grenzen van hun gebied.

Jordaanse vredesmacht op Haïti

Hédi Annabi, de Tunesische diplomaat en chef van de VN-vredesmacht op Haïti, verloor het leven tijdens de aardbeving van 12 januari 2010

Jordanië heeft 900 soldaten en politieagenten gestationeerd op het eiland die deel uitmaken van de internationale Stabilisatie Missie van de Verenigde Naties in Haïti, bekend onder de Franse naam Minustah, een VN-vredeskorps dat met het mandaat van Resolutie 1542 van de VN-Veiligheidsraad van 30 april 2004 op zak, in Haïti tracht de vrede te handhaven sinds de voormalige president Jean-Bertrand Aristide op 29 februari 2004 het land werd uitgedreven [sindsdien in ballingschap in Zuid-Afrika] en gewapende bendes het eiland terroriseren. Op dit ogenblik is dit korps samengesteld uit 8.940 militaire personeel en 3.711 politieagenten.

De geblauwhelmde Jordaanse soldaten trachten thans samen met hun politiekorps de orde te bewaren. Samen met de blauwhelmen uit Indië houden ze onder meer de Banque Nationale de Crédit in Port-au-Prince afgegrendeld, die ze moeten behoeden voor plunderende gewapende bendes.

Drie Jordaanse leden van de VN-vredesmacht, majoor Atta Manasir, majoor Asharf Jaiusi en korporaal Raed Khawaldeh kwamen om tijdens de aardbeving toen ze op post waren in het hoofdkwartier van de VN-missie in Hotel Christopher in Port-au-Prince, 23 andere soldaten werden gewond.

Hierbij kwam ook de chef van de Minustah van de VN, de Tunesische diplomaat Hédi Annabi, om het leven.

Andere Arabische landen helpen

Zo zonden de Verenigde Arabische Emiraten 145 ton medicijnen en levensmiddelen, Libanon heeft 28 ton levensmiddelen gezonden, Jordanië heeft 6 ton hulpgoederen gezonden en een mobiel veldhospitaal geleverd en de Koeweiti’s 1 miljoen dollar gestort en 100 ton levensmiddelen, tenten en dekens gestuurd, volgens het nieuws agentschap van de Verenigde Naties.

President René Preval: nog geen cent gezien

Ook Saoedi-Arabië heeft maandag 25 januari 50 miljoen dollar toegezegd aan het hulpfonds van de Verenigde Naties voor Haïti, heeft Osami Nugali, de woordvoerder van het Min. van Buitenlandse Zaken van de golfstaat bekend gemaakt. De voorbije week heeft Ekmeleddin Ihsanoglu, de secretaris-generaal van de 56 landen tellende Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC), al haar OIC-leden en islamitische organisaties opgeroepen om hulp te bieden aan Haïti.

Huidig president René Preval van het zoals bekend door-en-door corrupte regime van Haïti, klaagde er gisteren (27 januari) over dat hij nog geen cent had gezien en kreeg als antwoord dat het grootste deel van de hulpgelden en -middelen rechtstreeks wordt overgemaakt aan de Verenigde Naties en aan de plaatselijk aanwezige  niet-gouvermentele organisaties (NGO’s).

Bronnen: The National: Arab nations bring relief to Haiti victims door James Reinl van 23 januari 2010; Arab News: Kingdom donates $50m for Haiti quake relief van 26 januari 2010

Israël-Haïti: Hommage door Bill Clinton van het Israëlische reddingsteam

Bill Clinton, speciaal coördinator voor de Verenigde Naties in Haïti, heeft gisteren gewezen op de efficiëntie en de toewijding van de medische eenheid van het Israëlische leger. “De Israëli’s,” zei de voormalige president van de Verenigde Staten, “hebben ruime ervaring opgebouwd in de oorlog en zetten deze in dienst van de menselijkheid. Hun veldhospitalen vervullen een uitstekende job. Ik dank hen daarvoor.”

Bill Clinton nam nota van de westerse media, alsmede van de Russische en de Chinese, in hun berichtgeving over de ramp die het eiland heeft getroffen, die zich aan de ene kant hebben geconcentreerd op de professionaliteit van de Israëlische medische eenheid en anderzijds hun “opmerkelijke volharding” om te blijven trachten mensenlevens te redden.

Ter herinnering:

De Israëlische hulp aan Haïti

Een Israëlische expeditie van 241 leden is momenteel actief in de puinhopen van Port-au-Prince. 40 artsen, 45 verpleegkundigen, reddingswerkers en technisch personeel zijn samen met teams uit de hele wereld aldaar aan de slag. Een derde van de medische staf bestaat uit reservisten van het Israëlische leger, die werden teruggeroepen om er de kleuren van hun land voor die gelegenheid te vertegenwoordigen.

Deze missie wordt gemeenschappelijk gedragen door de Tsahal (het Israëlische leger), de Maguen David Adom, de Israëlische politie en het Ministerie van Buitenlandse Zaken, die trachten de eerste hulp te verstrekken, meer bepaald op dat terrein waarin de Israëli’s tot de meest vooraanstaande experts in de wereld zijn geworden: dringende medische zorgverstrekking in moeilijke materiële omstandigheden, het zoeken naar overlevenden, enz…

In totaal werden 90 ton materialen verzonden vanuit Tel Aviv naar Port-au-Prince. Deze ochtend werd een veldhospitaal met 150 bedden, in bruikleen gegeven door de Civiele Veiligheid, gebouwd op de plaats van de ramp. Dit hospitaal werd ingericht met een afdeling intensieve zorgen, twee operatiekamers, een apotheek, een laboratorium, een dienst radiologie enz… Het is geschikt om 500 gewonden per dag te behandelen en zal worden uitgerust met alle menselijke en technologische middelen om aan de behoeften van de getroffen bevolking te voldoen.

In de Israëlische delegatie zijn ook vertegenwoordigers van de Civiele Veiligheid aanwezig. Zij worden geholpen door reddingshonden en zullen deelnemen aan de zoektocht naar overlevenden onder het puin van de verwoeste stad.

De ambassadeur van Israël in de Dominicaanse Republiek, Amos Radian, is momenteel in Port-au-Prince, waar hij de Israëlische hulp coördineert in overleg met de lokale overheden en humanitaire organisaties.

Bron: Feminin.col.il: ISRAËL-HAÏTI: L’Hommage de Bill Clinton aux sauveteurs Israëliens van 25 januari 2010 en Tsahal et Haïti van 20 januari 2010

Voor fanatici kan Israël nooit goed doen, dus ook niet in Haïti

Het kon niet lang uitblijven, een neonazi blokletterde op zijn blog met een artikel: ‘De Zionisering van Hulp bij Rampen’. Zondag kreeg ik een reactie op deze blog van een zekere ‘Irina’: “En die bejaarde vrouw van 84 jaar die is door haar vrienden en familie onder het puin vandaan getrokken na 10 dagen? Waarom we dat hier niet lezen? Omdat Haitianen natuurlijk mindere mensen zijn dan Israëlis.” Israëli’s die andere volkeren en naties in nood helpen worden verdacht: ‘daar moet wat mis mee zijn, daar zit iets anders achter…’

Israëlbashers beleven weer gouden tijden. Groen van haat en nijd, kijken ze gefrustreerd toe hoe Israëlische soldaten, dokters en verplegers kosten noch moeite sparen om 10.000 kilometers ver van huis, een verhakkelde natie vanonder het puin te halen. Een en ander past natuurlijk niet in het door hen getekende stereotiepe plaatje van een Israël als een kolonialistische staat, bestuurd door boeven en gangsters die Palestijnenbloed drinken op het einde van de sabbat.

Extreemlinkse pro-Palestijnen winden zich behoorlijk op: waarom Haïti wèl en Gaza niét? Op een eenvoudige vraag volgt een eenvoudig antwoord: Haïti is niet in oorlog met Israël; Gaza wel en dat tot op vandaag. Haïti heeft geen duizenden raketten en mortieren afgeschoten op Israël; Gaza wèl en gaat daar sinds het staakt het vuren van 18 januari 2009 nog steeds mee door. Haïti heeft de soevereiniteit van Israël gesteund door in 1947 het Verdeelplan [VN-resolutie 181] goed te keuren en legde aldus mede de fundamenten die korte tijd later tot het ontstaan van de Joodse staat zullen leiden; die 2-statenoplossing van toen werd door de moslimwereld in woorden en in daden verworpen en Gaza, een proxygebied dat kunstmatig in stand wordt gehouden door de Arabische wereld als voorpost voor de nakende islamistische werelddominantie en haar bevolking die geranseld en gegijzeld wordt door de dictatuur van de islamo-fascistische terreurgroep Hamas, belooft de vernietiging van de Joodse staat en de verdrijving en/of uitroeiing van de Joden uit de moslimwereld. En… nog zoveel meer van dattum.

Het spook van het Joodse Complot, de Zionistische Samenzwering, duikt weer op, correctie: het is nooit weg geweest (maar we blijven hopen dat het ooit zal verdwijnen). Maar dat het hier weer opdoemt, net op een ogenblik dat Haïti, één van de armste landen van de wereld, door een aardbeving in duizend stukken werd gebroken met wellicht een kwart miljoen doden en drie miljoen daklozen, en Israël uit zuiver humanitaire motieven een stevig goed gestructureerd en excellent team naar ginder stuurt om de hoogste nood te lenigen, laten de vijanden van Israël, antisemieten en anti-Zionisten (die in feite synoniemen van elkaar geworden zijn) zich weer van hun laagste en meest boosaardige kant zien.

Her en der op het internet las ik zelfs over een complot van Amerikanen en Israëli’s die experimenteren met het kunstmatig opwekken van aardbevingen als nieuwste wapen en bij wijze van ‘proef’ aldus de catastrofe in Haïti zouden hebben veroorzaakt [zie bv. Haiti’s Natural Disaster–Made in Israel?]. In de Middeleeuwen werden de Joden verdacht als zouden zij waterputten en waterbronnen vergiftigd hebben en alzo de zwarte pest veroorzaakten om alle christenen te vermoorden. Een zoveelste hoax als voorwendsel om andermaal Joden te vervolgen en te vermoorden. Jodenhaat triomfeert weer en kent vele gedaantes. Een ‘goed’ product verdwijnt echter nooit van de markt. Adolf Hitler was zich daar ook zeer goed van bewust: “Die breite Masse eines Volkes einer grossen Lüge leichter zum Opfer fällt als einer kleinen.” [De brede massa van een volk valt makkelijker aan een grote leugen ten offer dan aan een kleine.]

Alan Dershowitz nagelt in het onderstaande artikel de fanatici vast aan de hellepoort en houdt hen de spiegel van het geweten voor.


Hierboven een andere kijk op de zaak door Dry Bones: ‘Ere wie ere toekomt […]’

Double Standard Watch: For bigots, Israel can do no right

door Alan M. Dershowitz

Aangezien de meeste objectieve waarnemers over de hele wereld zich vergapen aan de efficiëntie van Israël en vrijgevigheid in het leiden van de medische hulpverlening in Haïti, dringen sommige kwatongen aan op het gebruik van deze inspanningen als een gelegenheid om hun aanval op de Joodse staat voort te zetten. Zowel de scherpe bocht naar rechts van neo-nazi’s en de scherpe bocht naar links van neo-stalinisten kunnen het niet laten om Israël te demoniseren, ongeacht wat Israël doet.

De neo-nazi website ReportersNotebook.com heeft een blog getiteld The Zionization of Disaster Relief (De Zionisering van Hulp bij Rampen). Daarin wordt Israël ervan beschuldigd “het lijden van arme, weerloze Haïtianen te exploiteren namens het Israëlische triomfalisme.” Het verwijt dat Israël medische hulp verleent aan Haïti enkel en alleen om de aandacht af te leiden van haar misdaden tegen de Palestijnen.

Extreemlinks, zelfs in Israël, klaagt erover dat Israël geen medische hulp zou mogen sturen naar zo’n afgelegen oord. In plaats daarvan zouden zij die moeten sturen naar de nabijgelegen Gazastrook.

Zelfs de New York Times, in een overigens doordachte analyse over de controversie over de hulpverlening onder sommige Israëli’s, faalt erin om het verschil te leggen tussen Israël dat beperkte middelen stuurt naar het verre Haïti en naar de nabijgelegen Gazastrook. Haïti is niet in oorlog met Israël. Haïti heeft zich nooit voorgenomen Israël te vernietigen. Haïti heeft geen 8000 raketten afgeschoten op Israëlische burgers. Gaza, aan de andere kant heeft een door het volk gekozen regering die dat wel heeft gedaan en nog steeds al het bovenstaande doét. Bovendien is er geen vergelijking mogelijk tussen de tienduizenden Haïtianen die gestorven zijn aan een natuurramp en anderzijds de mensen van Gaza die veel minder lijden aan, wat in wezen toch, een zelf toegebrachte wonde is.

Noch maken de eeuwige vijanden van Israël de vergelijking tussen enerzijds het kleine en grondstoffen arme Israël, tegenover anderzijds enorme en grondstoffen rijke Arabische en islamitische landen. Terwijl Israël diep in haar schatkist graaft en mankracht verzamelt om medische bijstand te zenden naar een gebied waarvoor het een kwart van de wereldbol moet afreizen, komen de Arabische en islamitische landen in het algemeen zelden in actie en zenden gewoonlijk hun kat als het gaat om hulpverlening. Dit geldt niet alleen voor Haïti, als katholieke natie, maar dat is ook zo het geval wanneer tsunami en andere natuurrampen islamitische naties hebben verwoest.

Voor degenen die beweren dat Israël deze steun aan Haïti geeft omwille van eigen egoïstische redenen, zijn er twee antwoorden. Eerst het realpolitieke antwoord: Alle naties hebben belangen en allen handelen, althans toch ten dele, uit eigen belang. Wanneer de Amerikaanse regering door de Amerikanen wordt gevraagd haar miljarden dollars aan buitenlandse hulp te rechtvaardigen, reageert men over het algemeen door te stellen dat deze hulpfondsen de belangen dienen van de Verenigde Staten.

Als het echter gaat om Israël, wordt er altijd een dubbele standaard toegepast. Israël mag enkel uit altruïstische motieven handelen, terwijl alle andere landen het recht krijgen om hun altruïsme te beleven uit eigen belang. Het tweede antwoord is dat Israël veel meer doet in Haïti dan nodig zou zijn om aan haar eigen belangen te voldoen. Het zendt veel meer steun per hoofd van de bevolking dan enig ander land in de wereld. Het doet dat met buitengewone efficiëntie en met het nodige effect. Zou het dan niet mogelijk kunnen zijn dat de duizenden jaren oude Joodse traditie van tzedakah – dat wil zeggen, liefdadigheid gebaseerd op rechtvaardigheid – ten minste een deel van de verklaring geeft voor de vrijgevigheid van Israël?

Het feit dat zo veel Israëli’s pleiten voor medische en andere hulp aan Gaza, ondersteunt zeker deze laatste theorie. Heeft een ander land in de geschiedenis van de wereld ooit medische en andere hulp verstrekt aan een volk waarmee het in oorlog is – aan mensen die raketaanvallen en andere vormen van terrorisme ondersteunen tegen haar eigen burgers? Nogmaals, een dubbele standaard. De realiteit is dat Israël heel gul zou zijn om de bevolking van Gaza te helpen indien zij ermee zouden ophouden de aanvallen op Israëlische burgers te steunen, en stoppen met het maken van martelaren van hun zelfmoordenaars, en stoppen met hun kinderen aan te moedigen tot het dragen van zelfmoordvesten. Het contrast is opvallend tussen de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever, dat vandaag de dag een aantrekkende economie heeft, veel betere reismogelijkheden heeft en over een gezondheidszorg beschikt die veruit de beste is in vergelijking met gelijk welk ander Arabisch of islamitisch land in het gebied. De opbrengsten die het Palestijnse volk zal oogsten na het maken van vrede met Israël zijn niet te onderschatten.

Dus blijven zij Israël bekritiseren als het zich niet houdt aan de algemeen geldende internationale normen, maar oogst het lof wanneer het die normen overstijgt door meer steun te geven, die al zoveel mensen heeft gered en levens zal blijven redden. Israël zal hulp blijven geven bij rampen zoals deze in Haïti, ongeacht hoe de wereld daarop reageert omdat de Israëli’s begrijpen hoe het voelt om bloot gesteld te worden aan rampen. Maar de billijkheid vereist dat Israël niet veroordeeld wordt voor haar humanitaire inspanningen, en dat het geven van hulp aan Haïti niet zal worden gebruikt als een zoveelste gelegenheid voor het toepassen van een dubbele standaard op haar daden.

Bron: The Jerusalem Post: Double Standard Watch: For bigots, Israel can do no right door Alan M. Dershowitz van 24 januari 2010

Disproportionele Israëlische hulp in Haïti: man 10 dagen later levend uit het puin

Gisteren, 22 januari 2010, werd door het IDF zoek- en reddingsteam onder leiding van luitenant-kolonel Rami Peletz, in Port-au-Prince nog een 22-jarige man levend uit het puin gehaald. Emanuel Bito, zat tien dagen lang vastgeklemd onder het puin dichtbij het residentiële paleis van de president. Amerikaanse en Franse dokters waren niet in staat om de geknelde man te bevrijden en hadden er het Israëlische reddingsteam bijgeroepen. Die groeven een tunnel van 2 à 3 meter en slaagden er aldus in om de man een half uur later te bevrijden, legde majoor Zohar Moshe, een lied van het team uit aan de pers. De man werd overgebracht naar het IDF hospitaal. Zijn toestand is stabiel. Volg de dagelijkse berichtgeving over de acties van het IDF in Haïti op: IDF desk op You Tube.

(met dank aan prikkeldraad voor de titelsuggestie)