Islam stond nooit tolerant jegens een autonome Joodse staat

De Syrische terreurleider Izz ad-Din al-Qassam (1882-1935) naar wie Hamas later zijn moordbrigades en raketten zal vernoemen

Voor Israëli’s ging de islamitische heilige maand Ramadan gepaard met een golf van terreuraanslagen. Hoewel het geen vereist theologisch element in de islam is, is de synthese van religieuze ijver van moslims met anti-Israël en antisemitisch geweld helaas niets nieuws. 

In het begin van de jaren dertig leidde de islamitische opwekkingsprediker Izz ad-Din al-Qassam honderden guerrillastrijders die Joodse doelen in het Mandaat Palestina aanvielen. Na zijn dood in 1935 werd Qassam onmiddellijk tot martelaar verklaard. Tientallen jaren later noemde Hamas zijn militaire vleugel en zijn zelfgeproduceerde korteafstandsraketten naar hem.

Beter bekend uit die periode was Amin al-Husseini die het hoogtepunt van de Palestijnse nationale beweging bereikte door gebruik te maken van zijn geestelijk gezag als de grootmoefti van Jeruzalem. Husseini’s mix van religieuze en nationalistische strijdbaarheid bracht hem ertoe elk compromis met de joden te verwerpen, waarbij noch verdeling, noch binationale oplossingen acceptabel waren. 

Bij het nastreven van zijn doelen vond Husseini een gemeenschappelijke zaak met nazi-Duitsland. Het was niet alleen dat hij zich aansloot bij de As-vijand van de Verplichte mogendheid, maar Husseini omarmde van ganser harte Hitlers ‘eindoplossing’. Vanuit Berlijn zond hij nazi-propaganda uit naar het Midden-Oosten en rekruteerde hij tegelijkertijd Bosnische moslims voor de Waffen-SS. Hij stierf in 1974 in Beiroet, maar Husseini’s antisemitisme leeft voort.

Grootmoefti van Jeruzalem Amin al-Husseini (links) in maart 1943 op visite in Berlijn en handenschuddend met Heinrich Himmler, de kippenboer die het schopte tot Reichsführer van de Schutzstaffel (SS) [beeldbron: The Librarians]

Hamas’ combinatie van fundamentalisme, ultranationalisme en antisemitisme kan worden gezien als een eigentijdse uitdrukking van deze erfenis. Het zelfverklaarde islamitische verzet stelt dat “er geen oplossing is voor de Palestijnse kwestie behalve door middel van jihad”, en dat het de plicht is van elke moslim om deel te nemen aan een heilige oorlog waarin alle joden legitieme doelen zijn. In navolging van herkenbare stijlfiguren onderschrijft Hamas theorieën over Joodse boosaardigheid, Joodse leugenachtigheid en Joodse samenzwering. 

Helaas wordt dit soort onverdraagzaamheid tegenwoordig aangetroffen in de Palestijnse Autoriteit, op verschillende niveaus van intensiteit in de grotere soennitische moslimwereld, en in de sjiitische islam, waar het actief wordt gepropageerd door het Iraanse regime en zijn gevolmachtigde Hezbollah. Moslimgemeenschappen in het hele Westen zijn ook niet immuun. 

Er is gesuggereerd dat dit moslimantisemitisme een afwijking is, de uitzondering op eeuwen van vreedzaam samenleven tussen joods en moslims, en dat deze hedendaagse vijandigheid voortkomt uit de moderne botsing tussen Arabisch nationalisme en zionisme. 

In deze visie was het de geboorte en groei van de Joodse nationale beweging die de islamitische vijandschap aanwakkerde, gebeurtenissen zoals de Farhud-pogrom in Bagdad in 1941, waarbij ongeveer 180 Joden werden vermoord, en het geweld in Libië in 1945, waar nog eens 140 Joden werden vermoord. 

Bovendien wordt de bijna totale uittocht van na de Tweede Wereldoorlog van de een miljoen Joodse inwoners van de islamitische wereld, waarbij de inheemse Joodse gemeenschappen zijn vernietigd waarvan de aanwezigheid in het Midden-Oosten dateert van vóór de islam, niet wordt verklaard door het antisemitisme dat door Husseini en zijn soortgenoten werd verspreid, maar door de mislukte poging van de Arabische wereld om de Joodse staat bij de geboorte in 1948-49 te vernietigen. 

In 1950-52 tijdens Operatie Ezra en Nehemiah werden ongeveer 120-130.000 Irakese Joden overgevlogen naar Israël, waardoor er vandaag een gemeenschap van ongeveer 10.000 overblijft. Tegenwoordig wordt aangenomen dat het aantal is afgenomen tot niet meer dan een handvol.

Degenen die pre-zionistische joods-islamitische harmonie vieren, verwijzen naar Spanje in de middeleeuwen, waar moslimcontrole een joodse “gouden eeuw” van intellectuele, culturele en economische vitaliteit mogelijk maakte. 

Dit staat in schril contrast met de parallelle realiteit in christelijk Europa, waar de alomtegenwoordige beschuldiging van deicide constante vergelding eiste – zich woest manifesterend tijdens de kruistochten met de massale slachting van Europese joodse gemeenschappen, en het bloedbad, verdrijving en inquisitie die volgden op de Reconquista, het herstel van de christelijke heerschappij in Spanje. 

Maar net zoals het belangrijk is om christelijk antisemitisme niet te onderschatten, is het van cruciaal belang om moslimtolerantie niet te overdrijven. Midden-Oosten historicus Bernard Lewis stelde voor om onderscheid te maken tussen twee concepten: vervolging en discriminatie. 

Met betrekking tot het eerste schreef Lewis dat “de klassieke islamitische samenleving inderdaad tolerant was ten opzichte van zowel haar joodse als christelijke onderdanen – toleranter misschien in Spanje dan in het Oosten, en in beide onvergelijkelijk toleranter dan het middeleeuwse christendom.” 

Maar als het op discriminatie aankwam, “was of beweerde de islam nooit tolerant te zijn, maar drong integendeel aan op de bevoorrechte superioriteit van de ware gelovige.” 

Hoewel wordt erkend dat antisemitisch geweld in de islamitische wereld minder uitgesproken was dan in het christelijke Europa, is het onjuist om een ​​idyllisch beeld te schetsen van de joods-islamitische relaties. Joden onder de islam werden geclassificeerd als dhimmi’s, en hoewel hun leven en eigendom ogenschijnlijk werden beschermd, vereiste die bescherming een ondergeschikte status – een ingebouwde sociale, politieke en juridische minderwaardigheid. 

Veel van de hedendaagse anti-zionisten zullen verrast zijn te horen dat discriminatie van joden onder islamitische heerschappij is vastgelegd door niemand minder dan Karl Marx. In 1854, ongeveer een halve eeuw voor de opkomst van het politieke zionisme, beschreef Marx de situatie van de Joden in Jeruzalem onder Ottomaanse heerschappij: “Niets is gelijk aan de ellende en het lijden van de Joden van Jeruzalem, die de smerigste wijk van de stad bewonen… [Ze zijn] de constante objecten van onderdrukking en intolerantie … ” 

In de decennia na het artikel van Marx verbeterde de situatie van de Joden in het Midden-Oosten met de vermindering van historische dhimmi-discriminatie. Maar omdat dit proces werd geïnspireerd door liberale Europese ideeën, bracht het een anti-joodse reactie met zich mee, waardoor de associatie van de inheemse Jood met de gehate buitenlander werd versterkt. 

Paradoxaal genoeg omarmden veel moslims die de westerse invloed verwierpen nog steeds gretig Europese antisemitische stijlfiguren, waaronder het bloedsprookje, het beroemdst in Damascus in 1840, en de wereldwijde Joodse samenzwering, die duidelijk wordt in talloze Arabische edities van The Protocols of the Elders of Zion. 

Ongetwijfeld hebben de geboorte en ontwikkeling van het zionisme bijgedragen aan de islamitische vijandigheid, voortbouwend op een al lang bestaande bevooroordeelde houding. Want terwijl de traditionele islam bereid was joden te tolereren wier status veilig inferieur was, gingen de joodse aspiraties voor nationale zelfbeschikking en gelijkheid tussen de naties in tegen eeuwen van gevestigde islamitische leer.

Toen ik als ambassadeur van Israël in Londen diende, beleefde ik mijn eerste Ramadan-break-the-fast iftar-maaltijd. Joods-islamitische coëxistentiegroepen promoten gezamenlijke iftar-evenementen, maar over het algemeen wordt het onderwerp Israël beleefd aan de deur gelaten, met dien verstande dat een discussie over de Joodse staat de gewenste sfeer negatief kan beïnvloeden. Toch organiseerde de Israëlische ambassade ook een jaarlijkse iftar-maaltijd, bijgewoond door een kleine groep opmerkelijke moslims die bereid waren mee te doen. 

Recente ontwikkelingen geven enig optimisme over het verloop van de joods-islamitische betrekkingen. De doorbraken van de Abraham-akkoorden zijn significant en omvatten een interreligieuze en interculturele dialoog van staat tot staat, bedoeld om het begrip te vergroten. En in Israël doorbreekt parlementslid Mansour Abbas stereotypen en toont aan dat de politieke islam niet de ongebreidelde vijandigheid van de Moslimbroederschap hoeft te zijn.

Echte moslim-joodse coëxistentie is niet eenvoudig, noch onmogelijk, en vereist de uitbreiding van de islam’s toewijding aan tolerantie met een waardering voor de wens van de joden om niet terug te keren naar hun vroegere onderdanige status. 

Bronnen:

  • naar een artikel van Mark Regev “Islam has never had a tolerance for the Jewish state” van 20 april 2022 op de site van The Jerusalem Post

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.