Overlevende Nederlandse Joden van de Holocaust werden bij hun terugkeer vreselijk slecht behandeld

Duitse Joden trachten het nazi-bewind te ontvluchten in 1936 ook richting Nederland. Duitse Joden die in de jaren dertig vluchtten voor het nazibewind werden door Nederland linea recta teruggestuurd naar hun Duitse moordenaars. [beeldbron: USHMM]

75 jaar na de bevrijding, publiceerde het NIW met dank aan Maror een serie van acht getuigenissen van Joden die vertellen hoe het hen verging in die eerste jaren na de Shoa. Hoe was de ontvangst toen ze terugkwamen uit het kamp, de onderduik of na de vlucht? Deel 1: het verhaal van Dick Groenteman. Dit artikel verscheen eerder in NIW 31 5780/2020

‘Het spijt me ten zeerste, meneer Groenteman. Er zijn nog 22 duizend wachtenden voor u.’ Dat kreeg Dick Groenteman (97) te horen toen hij na de oorlog aanklopte bij de gemeente Amsterdam voor een woning.

De nood was hoog: na drie jaar Auschwitz en grote emotionele en materiële verliezen in zijn familie, woonde hij met zijn zwangere vrouw in bij zijn schoonouders. “Nog steeds vind ik het onvoorstelbaar dat na alles wat ik had meegemaakt niets, maar dan ook niets voor ons werd gedaan.” Het was het begin van een proces dat hem naar een ander werelddeel leidde. Nederland verdroeg hij niet meer.

Na de bevrijding kwam hij vanuit Polen met de trein in Parijs aan en daarvandaan reisde hij door naar Brussel. Noord-Holland kon hij niet in. De dubbele Moerdijkbrug was door de Duitsers vernield en er heerste cholera.

Maar Groenteman was niet te stoppen. In Antwerpen haalde hij een fiets, nam de trein, stapte uit in Zundert en begon te trappen. Hij was lichamelijk zwak, maar de wilskracht was er. Hij fietste door tot aan de Moerdijk en kon met hulp van de Canadese militaire politie met een bootje oversteken.

Vanaf de overkant fietste hij in een keer door naar Rotterdam. Daar viel hij flauw op straat. Pas de volgende ochtend kwam hij bij en hij bleek in goede handen te zijn gevallen. Een Rotterdams gezin had hem met zijn fiets in huis gehaald. Kort daarna vond hij in Haarlem zijn moeder en grootmoeder terug. 

Terug in Amsterdam begon de ellende pas goed:

“De thuiskomst was slecht, vreselijk slecht. Een koude ontvangst. Alle vijf woningen van mijn familie waren ingepikt, dus een plek om te wonen was er niet. Mijn vrouw, die ik nog kende van de middelbare school en met wie ik snel na terugkeer was getrouwd, was in verwachting. We woonden in bij mijn schoonouders. Met een kind erbij zou het te druk worden dus ik zei tegen mijn schoonvader dat we iets voor onszelf gingen zoeken. Ik legde het hele verhaal voor aan de gemeente, maar werd afgescheept met die vreselijke tekst over de tienduizenden wachtenden voor me. Alsof ik niet net terug was uit de hel, alsof we onze woningen en zaken niet kwijt waren, alsof we niet ontelbaar veel familieleden en vrienden verloren hadden. Ik was vrijwilliger geweest in de oorlog, mijn vrouw was zwanger. Maar we kregen geen cent. Ik had geen werk en geen beroep, want ik had ook nog vijf jaar school gemist. Daar stond ik dan.”

Nederlandse SS’rs vertrekkensklaar op de trein richting het Oostfront, worden met de Hitlergroet massaal uitgewuifd op het perron

Weggepest
Toen hij na dit debacle door een kennis werd benaderd, hapte hij toe. De directeur van de Franse oliemaatschappij Total zocht voet aan de grond in Nederland. De deal was simpel: als Groenteman een geschikte loods kon vinden, kreeg hij een franchise in het bedrijf.

Al snel vond hij een locatie aan de Middenweg, maar toen hij zich bij de Kamer van Koophandel meldde, bleek dat hij nogal wat diploma’s nodig had. “Ik zou nog drie jaar moeten leren tot ik kon beginnen. Die had ik niet. En zonder de vergunningen ging het niet.”

Toen kennissen in de rij bij de bakker te horen kregen dat ‘ze vergeten waren ze te vergassen’ knapte er iets in hem. “Stel je voor: in Australië ben ik nooit antisemitisme tegengekomen. Alles wat donker was, viel onder de noemer refugees (vluchtelingen). Joods, Italiaans of Libanees, het maakte ze niet uit.”

In de jaren vijftig verlieten een miljoen Nederlanders het land. Naar de VS, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland. Veel mensen gingen vrijwillig, op naar het avontuur. Groenteman vertelt:

“Joden werden gewoon weggepest. Ook ik. Dat ik schandelijk ben behandeld, voel ik nog steeds. Eerst probeerde ik het nog. Toen mijn eerste kind was geboren en ik nog steeds bij mijn schoonouders op de overloop zat, heb ik als eerste in Nederland een woning gekraakt. Via het dak klom ik naar binnen. De politie kwam eraan te pas en ik legde de zaak uit. De huisbaas schoof een briefje onder de deur door: als we huur en een maand borg betaalden, mochten we blijven.”

Alijah naar… Australië
Er bleek een betere optie te zijn. Een kennis van zijn vrouw Elizabeth had familie in Australië. IJshockeyfanaat Groenteman wilde eigenlijk naar Canada, maar kreeg zijn vrouw niet mee. Toen ansichtkaarten van het schitterende Bondi Beach arriveerden, werd ze over dat dat mooie, zonnige werelddeel wel enthousiast.

Samen met een vriend ging Groenteman polshoogte nemen, de vrouwen en kinderen wachtten thuis. Binnen zes weken wist hij het: hij zou blijven. Zijn vrouw handelde in Nederland de praktische zaken af en volgde hem samen met haar schoonmoeder.

“Eerst woonde moeder bij ons in en later had ze haar eigen stek. We hadden het direct naar onze zin. Eindeloos veel mogelijkheden, prachtige natuur en heerlijk weer.” Binnen een jaar deed hij een aanbetaling op zijn eerste huis. En zodra hij een failliete ijsbaan kon overnemen, begon hij een klein imperium te bouwen. “Inclusief een ijsbaan in Nieuw-Zeeland.”

Nooit meer naar Nederland
Van de keus heeft hij nooit spijt gehad. “Het leven hier is heerlijk, het is een goddelijk land. Prachtige natuur, 17 duizend kilometer kust met schitterende stranden. We hebben goud, zilver, koper, uranium. Je eet hier heerlijke vissoorten die je in Nederland niet tegenkomt. En nu een tante met drie nichtjes en hun gezinnen zich hier hebben gevestigd, heb ik ineens weer een grote familie.”

Spijt heeft hij geen seconde gehad. “De mensen zijn aardig, alles kan en alles mag.” Nederland is hij ‘uitgetreiterd’, in Australië is hij met open armen ontvangen. Toen hij in 1951 aankwam, waren vijftig Nederlandse Joden hem al voorgegaan, de meesten na de oorlog. Ze kennen elkaar allemaal goed.

Met Nederland is hij klaar, hij zou er nooit meer willen wonen. Zijn zoons – een uit zijn eerste huwelijk en twee van de vrouw met wie hij in 1962 trouwde – hebben alle drie in het Australische nationale ijshockeyteam gespeeld. “Een heeft het ooit in Nederland geprobeerd, maar vroeg al snel of hij weer thuis kon komen. Want Australië is home.”

Bronnen:

  • naar een artikel (ingekort) van Achsa Vissel “‘De thuiskomst was vreselijk slecht’” van 14 april 2022 en  een artikel van Frits Barend “Zogenaamd fout” van 6 december 2021  op de site van het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW)

Een gedachte over “Overlevende Nederlandse Joden van de Holocaust werden bij hun terugkeer vreselijk slecht behandeld

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.