Afro-Palestijnen en Afro-Bedoeïenen tussen wal en schip in Israël en in de Palestijnse Autoriteit

De Afro-Palestijnse gemeenschap van de oude stad van Jeruzalem bestaat uit tweede, derde en vierde generatie Palestijnen van Afrikaanse afkomst, die zijn geëmigreerd uit plaatsen als Tsjaad, Nigeria, Senegal en Soedan.

De eerste generatie arriveerde in Jeruzalem tussen het einde van de 19e eeuw en 1948 en ze ondernamen de reis om verschillende redenen, waarbij de meerderheid reisde om de moslimbedevaart naar Mekka te voltooien. Reizen of migratie werd gezien als een katalysator voor sociale mobiliteit, hetzij via onderwijs of economische vooruitgang.

Afro-Palestijnen, hoewel de gemeenschap nu relatief klein is, hebben een opmerkelijke geschiedenis. Deze Afro-Arabische gemeenschap bevindt zich op het kruispunt van hun Afrikaanse afkomst en Palestijnse nationaliteit en leeft ook op betwist terrein, onder het gezag van Israëlische troepen die Jeruzalem en andere delen van Palestina bezetten. 

Hoewel de Afro-Palestijnse gemeenschap grotendeels geconcentreerd is in Jeruzalem, zijn er ook Afro-afstammelingen in Gaza en de stad Jericho op de Westelijke Jordaanoever. De grootste Afro-Palestijnse bevolking is te vinden in een enclave in het oude Jeruzalem, vaak aangeduid als ‘The African Quarter’ of ‘Little Harlem’.

Het historische Palestina was een kruispunt voor verschillende culturen, en sommige Palestijnen gaan terug naar een reeks niet-Arabische groepen, van Koerden tot Indiërs en Afghanen. Afro-Palestijnen werd na de oorlog van 1967 het Jordaanse staatsburgerschap ontzegd, omdat ze niet als Palestijnen werden gezien. Israël heeft leden van de groep behandeld als andere Palestijnen met verschillende mate van rechten, afhankelijk van of ze in Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever of Gaza wonen.

Volgens schattingen telt de huidige Afro-Palestijnse gemeenschap tussen de 350 en 450 mensen, verdeeld over ongeveer 50 verschillende families. Ze wonen voornamelijk in twee buurten, Ribat al-Mansuri en Ribat al-Busari. Tegenwoordig bevinden deze wijken zich tussen twee Israëlische controleposten, waar alleen inwoners doorheen mogen. 

Een van deze verbindingen leidt naar de Al-Aqsa-moskee, die wordt beschouwd als de op twee na heiligste plaats in de islam. Hoe de Afro-Palestijnse gemeenschap op de heilige gronden van de Al-Aqsa-moskee kwam wonen, is op zich van historisch belang; de Afrodescendant-gemeenschap in Jeruzalem kreeg een verblijfsvergunning van de Islamitische Waqf als erkenning voor hun toewijding aan zowel hun geloof als de Al-Aqsa-moskee. 

Oorsprong van Afro-Palestijnen

Als het gaat om de oorsprong van de Afro-Palestijnse gemeenschap, zijn er in de loop der jaren verschillende duidelijke toevloeden van Afrikaanse migratie naar Palestina geweest.

Vanaf minstens de 12e eeuw, zo niet eerder, maakten Afrikaanse moslims regelmatig pelgrimstochten naar het Midden-Oosten. Dit omvatte de legendarische Mansa Musa, de tiende leider van het Mali-rijk. Veel Afrikaanse moslims die deelnamen aan de hadj, de jaarlijkse bedevaart naar Mekka, zouden op hun terugreis de Al-Aqsa-moskee bezoeken. 

Sommige Afro-Palestijnse families zouden hun wortels al in de 12e eeuw kunnen traceren, toen hun voorouders vanuit Soedan en Centraal-Afrika naar Palestina reisden om de Al-Aqsa-moskee te bezoeken, van wie velen als bewakers van deze heilig gebouw. In de loop der jaren vestigden sommige Afrikaanse pelgrims zich permanent in Palestina, trouwden met lokale Palestijnse vrouwen en hadden interraciale Afro-Arabische families. 

Een aantal Afrikanen kwam naar Palestina in de tijd van het Ottomaanse Rijk, toen ze de opdracht kregen om de Haram esh-Sharif, of de Tempelberg zoals het ook bekend staat, te bewaken. 

Zoals eerder vermeld, worden de twee moderne enclaves die de thuisbasis zijn van de Afro-Palestijnse gemeenschap in Jeruzalem, Ribat al-Mansuri en Ribat al-Busari genoemd. Hoewel ze van 1916 tot 1918 dienden als herbergen voor moslimpelgrims, tijdens de Arabische Opstand van de Eerste Wereldoorlog, hebben de Ottomaanse troepen deze nederzettingen omgebouwd tot twee gevangenissen. Deze gevangenissen stonden bekend als ‘The Blood Prison’ en ‘The Hanging Prison’, waar ze vermeende dissidenten vasthielden en executeerden. 

Tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog leidde de Britse generaal, Edmund Allenby, een militaire campagne tegen Ottomaanse troepen. Als zodanig huurden de Britten dienstplichtige arbeiders uit Nigeria, Soedan, Senegal en Tsjaad in om als onderdeel van het Britse ingenieurskorps in Jeruzalem spoorwegen te bouwen en pijpen te leggen. Tijdens het Britse mandaat in Palestina, vooral in de jaren ’30, groeide het aantal Afrikanen dat naar Jeruzalem migreerde gestaag. 

De meest recente grote toestroom van Afrikaanse migranten naar Palestina vond plaats na de Tweede Wereldoorlog. Toen in 1948 een conflict uitbrak tussen Arabische en zionistische krachten, culmineerde dit uiteindelijk in de oprichting van de staat Israël. Veel Afrikaanse moslims die rond die tijd hun pelgrimstocht naar Palestina maakten, werden gedwongen zich permanent te vestigen omdat de grenzen gesloten en streng gecontroleerd waren. Sommige Afrikanen sloten zich zelfs aan bij het Arabische Bevrijdingsleger en vochten aan de zijde van de Palestijnen om de Al-Aqsa-moskee en hun aanwezigheid in Jeruzalem te verdedigen.

Afro- Bedoeïenen

Palestijnse bedoeïenen zijn een organisch onderdeel van het Palestijnse volk, gekenmerkt door een semi-pastorale en agrarische levensstijl. Afkomstig uit de regio Beersjeba in het zuiden van Israël, meer bepaald in de Negev en Gaza, in het noorden van Galilea en in de omgeving van Jeruzalem.

De bedoeïenengemeenschap woont sinds ten minste de vijfde eeuw in het gebied van de Negev woestijn, die zich uitstrekt van Gaza tot de Dode Zee. De bedoeïenen van de Negev noemen zichzelf de Arabieren van Bi’r as-Saba’ (‘urban al-saba’or Saba’wi).

Na de oprichting van Israël in 1948 zijn de meeste Palestijnse bedoeïenen gevlucht naar buurlanden. Slechts 13.000 van de 95.000 bedoeïenen bleven op hun land in de regio Negev en Beersjeba. Ze leefden tot 1967 in een gemilitariseerde zone ten noordoosten van Beersjeba, gescheiden van zowel Joodse als andere Palestijnse gemeenschappen.

Vandaag de dag leven er meer dan 300.000 Palestijnse bedoeïenen in de het Negev-gebied. Ze wonen in door de overheid geplande steden en in dorpen die de staat categoriseert als ‘niet-erkend’.

Hieronder vertelt de Afro-Bedoeien Elham Alkamalat dat ze geen wortels voelt voor haar en haar gemeenschap:

“Ik ken maar twee generaties terug van mijn familie. Het verhaal zegt dat alle bedoeïenen die in de Negev wonen Arabieren en moslims zijn, en dat ze kinderen uit Afrika hebben gekidnapt en naar de Negev-woestijn hebben gebracht om slaven te zijn voor gemeenschapsleiders – leiders van de bedoeïenengemeenschap. Onder het Britse mandaat werd slavernij illegaal gemaakt. De praktijk was echter niet gereguleerd in de bedoeïenengemeenschappen van de Negev, ging door tot in de jaren 1950 en eindigde formeel pas nadat de staat Israël was geboren.”

Afro-Palestijnen en Arabisch racisme

De afgelopen jaren zijn er talloze verhalen verschenen over Afro-Palestijnen die zich uitspraken over de racistische vooroordelen waaraan ze worden blootgesteld, niet in het minst door de Palestijnen zelves waarvan velen hen als “geen echte” Palestijnen beschouwen. Velen werden gearresteerd, lastiggevallen of zelfs gevangengezet. 

De Palestijnse actrice en filmregisseur Maryam Abu Khaled bekritiseerde  racisme in de Arabische wereld in een recente video die op Instagram werd geplaatst en maakte vergelijkingen met het racisme in de VS.

Abu Khaled, een zwarte vrouw uit Jenin, zei dat hoewel zwarte mensen in het Midden-Oosten niet worden gedood door de politie, maar dat racisme een diepgeworteld probleem is in de regio, inclusief passieve opmerkingen over ras die “onschuldig” lijken, maar in feite erg schadelijk zijn.

“Weet je dat de dingen die je zegt ‘als grap’ de geest van de persoon voor je kunnen breken en hun zelfrespect kunnen vernietigen?” zei Abu Khaled.

Op een humoristische toon deelde ze verhalen over alledaags racisme onder Arabieren, waaronder het horen van ouders die hun kinderen vertellen niet te lang in de zon te spelen, anders zullen ze “verbranden en op Maryam gaan lijken”.

Ze vertelde ook dat ze eens een kleine jongen zijn vader hoorde vragen over het uiterlijk van zwarte mensen en de vader antwoordde met: “Hun ouders vergaten ze in de oven.”

De meeste Afro-Palestijnen blijven trots op hun Afrikaanse afkomst, hoewel velen nooit het continent hebben bezocht waar hun voorouders vandaan kwamen. Als gevolg hiervan vervagen, generatie na generatie, de Afrikaanse invloeden op de taal, keuken en gebruiken van de gemeenschappen langzaam. 

Er is echter een grassroots welzijnsorganisatie in Jeruzalem genaamd de African Community Society. Het werd opgericht in 1983 en wordt gerund door Moussa Qous, een Palestijn van Tsjadische afkomst. De vereniging werkt om mentoring en ondersteuning te bieden aan kwetsbare Afro-Palestijnse jongeren. Volgens Moussa bieden deze werkplaatsen een veilige ruimte voor Afro-Palestijnse jongeren die door het geweld en de onrust waarmee ze worden omringd, hun rechten werden ontzegd. 

De verspreiding van COVID-19 en de effecten van een wereldwijde pandemie hebben ertoe geleid dat de African Community Society de afgelopen maanden minder actief is geweest, hoewel ze hebben deelgenomen aan het uitdelen van gratis maskers en hand desinfecterend middel in de lokale omgeving. 

Beruchte terroristen

Ali Jiddah

Een van de bekendste Afro-Palestijnen uit de geschiedenis is Ali Jiddah, een voormalige Palestijnse verzetsstrijder. Hij is van Tsjadische afkomst; zijn vader was afkomstig uit de Salamat-stam en vestigde zich in Palestina nadat hij daar een pelgrimstocht had gemaakt. 

Ali Mahmoud Jiddah in 2014

Ali Jiddah is vooral bekend vanwege zijn betrokkenheid bij de organisatie het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP-GC). Als reactie op de Israëlische ‘bezetting’ van Jeruzalem plaatste hij in 1968 vier handgranaten op Strauss Street in Jeruzalem, waarbij negen Israëli’s gewond raakten. 

Ali Jiddah werd veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf, maar werd op 21 mei 1985 na 17 jaar gevangenschap vrijgelaten. Hij was één van de 1150 Palestijnse gevangenen die conform het Jibril Akkoord werden geruild voor drie Israëlische soldaten (Yosef Grof, Nissim Salem, Hezi Shai), die gevangen waren genomen tijdens de Eerste Libanon Oorlog.

Na zijn vrijlating werkte Jiddah als journalist voordat hij rondleidingen door de Oude Stad in Jeruzalem aanbood en mensen leerde over het leven in het gebied onder Israëlische bezetting. Tegenwoordig woont hij in Beit Hanina in Oost-Jeruzalem en heeft hij twee zonen. 

Fatima Bernawi

Een andere bekende Afro-Palestijnse verzetsstrijder is Fatima Bernawi. Fatima, geboren in 1939 uit een Nigeriaanse vader en een Palestijnse moeder, die de eerste vrouwelijke Palestijn was die werd gearresteerd op beschuldiging van terrorisme. 

In oktober 1967 deed ze een mislukte poging om de ​​Israëlische bioscoop Zion Cinema in Jeruzalem te bombarderen. Hoewel de bom niet explodeerde werd ze gearresteerd en veroordeeld tot 30 jaar gevangenisstraf. Ze kwam echter reeds in 1977 vroegtijdig vrij, na amper 10 jaar te hebben uitgezeten, als deel van een gevangenenruil.

Ze werd gedeporteerd, maar keerde terug naar de politieke partij Fatah, waar ze later de eerste vrouwelijke chef van het Palestijnse vrouwelijke politiekorps in Gaza werd. In 1996 was ze “de hoogste vrouw in de Fateh-militie en… hoofd van de vrouwenafdeling van de politie in de Palestijnse zelfbestuursregering in de Gazastrook en Jericho”.

Yasser Arafat, bekend leider van Fateh en chef van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), hield haar in hoog aanzien en zei ooit dat “als hij met iemand zou trouwen, het [Fatima] Bernawi zou zijn”. Tegenwoordig woont Bernawi in Jordanië.

Bronnen:

  • naar een artikelThe History Of Afro-Palestinians, Past And Present” van 26 mei 2021 op de site van Travel Noire
  • naar een artikel‘Afro-Palestinians’ forge a unique identity in Israel” van 13 januari 2017 op de site van Arab News
  • naar een artikelPalestinian actress Maryam Abu Khaled slams Arab racism in viral video” van 8 juni 2020 op de site van BBC Arab