De film ‘De Stad zonder Joden’ uit 1924; een vroege waarschuwing tegen opkomend antisemitisme

De stomme film Die Stadt ohne Juden (De stad zonder joden) is een expressionistische film uit 1924 van de Oostenrijkse filmmaker Hans Karl Breslauer.

De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van Hugo Bettauer (1872-1925). Hij was als Jood geboren maar bekeerde zich in 1890 tot de Evangelische Lutheraanse kerk. In hetzelfde jaar sloot Bettauer zich aan bij de Kaiserjäger (keizerlijke berginfanterie) als eenjarige vrijwilliger.

De verandering van religie hield vermoedelijk verband met het feit dat Joodse soldaten die geen adellijke status hadden, het vrijwel onmogelijk was om carrière te maken in het leger, en voor bekeringsdoeleinden had de Evangelische Kerk de voorkeur boven de Rooms-Katholieke Kerk.

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog werkte Bettauer als correspondent voor verschillende New Yorkse kranten en startte in New York een hulpprogramma voor de Weense bevolking. Vanaf 1920 produceerde hij in grote hoeveelheden romans en publiceerde hij er vier of vijf per jaar. Hij specialiseerde zich in misdaadverhalen met een sociale boodschap, die enorm populair waren. Een andere reden voor de populariteit van zijn romans was dat ze zich niet alleen in Wenen afspeelden, maar ook in Berlijn en New York.

Zijn bekendste roman was Die Stadt ohne Juden (‘De stad zonder joden’) uit 1922, een satire op het acuut actuele onderwerp antisemitisme. In het boek beveelt een fictieve politicus de uitzetting van alle Joden uit Wenen. Een schrijver merkte op dat ‘in beangstigend profetische scènes, Oostenrijk dertig autotreinen leent uit buurlanden om te helpen bij de verdrijving (naar het oosten) van de Joden en hun bezittingen.’

In het boek, vieren de burgers van Wenen aanvankelijk de uitzetting, maar het sentiment veranderde toen theaters failliet gingen en warenhuizen, hotels en resorts leden. De economie ging zo achteruit dat er een volksbeweging ontstond die de terugkeer van de Joden eiste. Zonder dat de Joden de schuld kregen, stortte de regerende partij in elkaar; de uitzettingswet werd ingetrokken, en de Joden werden weer welkom geheten in Wenen.

De roman en film voorspelden de opkomst van antisemitisme in Europa in de volgende decennia. De originele persing van Bettauers roman, gepubliceerd in 1922, werd een groot succes en er werden meer dan 250.000 exemplaren van verkocht. 

De Oostenrijkse filmmaker Hans Karl Breslauer verwierf de filmrechten en begon aan zijn historische productie. Op 25 juli 1924 ging de film in première in Wenen. De bioscopen waren vaak vol – maar de film bleef ver achter bij het succes van het boek in Oostenrijk, evenals in Berlijn en New York, waar de film respectievelijk in 1926 en 1928 in première ging. 

Adolf Hitler en de NSDAP

Tijdens sommige optredens braken rellen uit: nationaal-socialisten gooiden stinkbommen in bioscopen. De vertoning van de film werd zelfs verboden in Linz, de stad waar de Oostenrijkse Adolf Hitler sinds 1898 woonde en school liep. De rechtse pers eiste dat de republiek tegen deze laster zou worden beschermd en begon hun lastercampagne, deels door deze film, deels door andere publicaties. 

Op 9 november 1923 trachtte Hitler in Oostenrijk een staatsgreep te plegen, gekend als de Bierkellerputsch, maar die mislukte en hij belandde in de gevangenis van Landsberg waar hij het eerste deel van zijn boek Mein Kampf schreef. In dit autobiografische boek beschreef hij zijn afkomst en jeugd, zijn tijd in Linz, Wenen en München.

Na amper 9 maanden opgesloten in de cel kwam hij op 20 december 1924 reeds op vrije voeten. eind december 1924 werd Hitlers spreekverbod en het verbod op de partij in München opgeheven en begon hij aan de opmars van zijn partij de NSDAP te timmeren.

Op 10 maart 1925 werd Bettauer, de auteur van Die Stadt ohne Juden, vermoord door Otto Rothstock, een lid van de NSDAP. 

De moordenaar werd gevierd als een held. Hoewel de jury hem schuldig bevond, oordeelde de rechter dat hij werd vrijgesproken op basis van krankzinnigheid en beval hij op te nemen in een psychiatrische inrichting, waaruit hij reeds achttien maanden later eind mei 1927 werd vrijgelaten. 

Rothstock bleek een hardleerse nazi. In een interview in 1977 op de Oostenrijkse Broadcasting Corporation pochte Rothstock naar verluidt op de ‘extinctie’ van Bettauer. Hij overleed op 26 mei 1990 in Hannover.

Screenshot uit de Oostenrijkse stomme film “Die Stadt ohne Juden” (De stad zonder Joden) geregisseerd door Hans Karl Breslauer, die voor het eerst werd vertoond op 25 juli 1924 in Wenen, Oostenrijk

De film

De film Stad Zonder Joden werd in 1933 voor het laatst in het openbaar vertoond in Theater Carré in Amsterdam als protest tegen de opkomst van de nazi’s in Hitlers Duitsland. Op 30 januari 1933 kwam Hitler aan de macht als rijkskanselier van Duitsland en na 2 augustus 1934 als staatshoofd (Führer en Rijkskanselier).  

In 2015 werd op een vlooienmarkt in Parijs een exemplaar van de film in goede staat ontdekt. Het Oostenrijkse filmarchief lanceerde een crowdfundingscampagne om de film te restaureren, waaraan meer dan 700 mensen in totaal $ 107.000 hebben bijgedragen. De film werd in het begin van 2018 digitaal gerestaureerd en opnieuw uitgebracht.

Hieronder vind je de film met Engelse ondertiteling:

Bronnen:

  • naar een artikelThe City Without Jews” op de site van The Jewish Virtual Library (JVL)