Een ander soort antisemitisme: ‘Niet geloven dat Joodse media objectief kunnen berichten’ – het gebeurde in 1937…

Yair Rosenberg wijst op een artikel van het Joods Telegrafisch Agentschap (JTA) uit 2011 dat één reden laat zien waarom de westerse wereld niets wist van de Holocaust.

In de woorden van JTA:

Op geen enkel moment in de geschiedenis waren JTA-correspondenten meer nodig dan tijdens de 12 lange jaren van het Hitler-regime. De JTA bracht verslag uit over de vervolging en vervolgens de vernietiging van de Europese joden en leverde vaak de eerste, en soms de enige, rapporten over de zich ontvouwende Holocaust. 

En op geen enkel moment werden de correspondenten geconfronteerd met meer gevaar voor hun levensonderhoud en leven. Zodra Hitler in 1933 aan de macht kwam, begonnen de problemen voor het agentschap. Het was tenslotte het Joods Telegrafisch Agentschap in een land dat vastbesloten was om alle Joden hun rechten te ontnemen. 

Het bureau kreeg te maken met fysieke aanvallen van het naziregime op zijn operaties en retorische aanvallen op zijn journalistieke integriteit. “Veel van de uitstekende berichtgeving van de JTA uit Duitsland … werd bestempeld als Joodse anti-nazi-propaganda”, verklaarde Jacob Landau, de oprichter en redacteur van de JTA, jaren later in een rapport aan het bestuur van de JTA.

De Duitse regering was niet het enige probleem van het bureau. “Omstreeks 1933 … begon zich in de wereldpers weerstand te ontwikkelen tegen de acceptatie van nieuws over Joden en anderen van wat werd beschouwd als een partijdige (Joodse) bron”, schreef Landau. De New York Times liet de dienst in 1937 vallen, ondanks herhaalde smeekbeden van JTA-redacteuren. De Associated Press volgde. 

Zoveel niet-joodse kranten annuleerden dat het bureau zich genoodzaakt voelde om het Overseas News Agency op te richten, zodat het vanuit Europa kon rapporteren onder een niet-joodse naam.

Toch handhaafde JTA zijn missie om te dienen als “de ogen en oren van het wereldjodendom”. Voor de rest van de pers was de vernietiging van de Europese Joden een secundair verhaal, diep begraven in kranten. Voor de JTA was de vernietigingscampagne het verhaal. 

Terwijl Duitsland Oostenrijk binnen marcheerde en vervolgens Tsjecho-Slowakije en andere Europese landen binnen, maakten JTA-correspondenten melding van de daaruit voortvloeiende antisemitische wetgeving, inbeslagnames van eigendommen, sporadisch geweld, werkformaties, razzia’s en deportaties. 

Precies op het moment dat de VS en de wereld nauwkeurige rapporten nodig hadden over de op handen zijnde genocide op Joden in Europa, besloten de grote persbureaus om het Joodse persbureau dat ze decennia lang hadden gebruikt niet langer te vertrouwen – omdat het niet onbevooroordeeld kon zijn.

Die beslissing is gebaseerd op antisemitisme, dat zegt dat Joden niet nauwkeurig kunnen rapporteren over andere Joden. Wie weet hoeveel levens hadden kunnen worden gered als Amerikanen een jaar of twee eerder over de Holocaust hadden gelezen dan zij deden?

Ik vond een voorbeeld van de scepsis van de media ten aanzien van JTA’s objectiviteit in dit artikel van januari 1940 over hoe moeilijk het was voor westerse verslaggevers om te weten wat Duitsland Polen had aangedaan, omdat de enige bronnen afkomstig waren van Poolse, katholieke en joodse bronnen.

Let op de angstaanjagende citaten over ‘authentieke details’. Het is duidelijk dat United Press de berichten van Joden over moordpartijen op Joden ook niet geloofde:

Bronnen:

  • naar een artikel van EoZ “Another kind of antisemitism: Not believing Jewish media can be objective. It happened in 1937 by @AP and the @NYTimes” van 12 oktober 2021 op de site van Elder of Ziyon
  • naar een artikel van Laurel Leff “The Holocaust: From Behind Enemy Lines” van 3 mei 2011 op de site van The Jewish Telegraphic Agency (JTA)
  • h/t “Tiki S.