Geen vergoelijking mogelijk van antisemitisch EU- en ECRI-beleid ten aanzien van Israël

Een cartoon van van Yaakov Kirschen, ook bekend als “Dry Bones”

De Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) – in een poging om het beleid van de Europese Unie (EU) gericht tegen Israël in Judea en Samaria, dat als “antisemitisch” wordt bestempeld, te vergoelijken – houdt zich zelf bezig met antisemitische kritiek op Israëls recht om daar soevereiniteit op te eisen.

Antisemitisch anti-Israëlbeleid van de EU:

  • Vereisen dat goederen die zijn geproduceerd door Israëli’s die in Judea en Samaria wonen, een duidelijk label krijgen voor verkoop in de EU: “Product van de Westelijke Jordaanoever (Israëlische nederzetting)”
  • Faciliteren en financieren van illegale Arabische bouw in gebied C van Judea en Samaria – volledig onder Israëlische controle op grond van de Oslo-akkoorden – zonder dat de EU om toestemming van Israël vraagt

De 47 leden van de ECRI – één uit elke lidstaat van de Raad van Europa – worden benoemd :

op basis van hun onafhankelijkheid, onpartijdigheid, morele autoriteit en expertise in het omgaan met kwesties als racisme, discriminatie, vreemdelingenhaat, antisemitisme en onverdraagzaamheid.

ECRI heeft in een recent rapport verduidelijkt wanneer zij kritiek op Israël als antisemitisch beschouwt:

Hedendaagse vormen van antisemitisme kunnen verschillen van traditionele vormen van vooroordelen tegen het Joodse volk, maar beide vormen kunnen ook naast elkaar bestaan. Tegenwoordig kan antisemitisme zich ook uiten in bepaalde ongegronde kritiek op Israël. Joden bijvoorbeeld het recht op een nationaal thuisland ontzeggen, de staat Israël aan een andere gedragsnorm houden dan andere staten, of de staat Israël demoniseren en deze en zijn mensen als inherent slecht of racistisch beschouwen, kan als antisemitisch worden beschouwd.

Onder deze richtlijnen:

  • Leerboeken die worden gebruikt in Palestijns-Arabische en Saoedi-Arabische scholen waarop honderden kaarten staan ​​afgebeeld zonder dat er “Israël” op staat – zijn antisemitisch
  • De Palestijnse Bevrijdingsorganisatie en Hamas – wiens respectieve Handvesten Joden het recht ontzeggen om het Joodse Nationale Huis in hun oude en bijbelse thuisland te herstellen – zijn antisemitische organisaties en hun leiders zijn antisemieten.
  • De kritiek van de EU op Israël vanwege zijn reactie om de Israëlische burgers te beschermen tegen raketten die lukraak vanuit Gaza op Israëlische bevolkingscentra worden afgevuurd – is antisemitisch – aangezien Europese staten op dezelfde manier zouden handelen als hun land zo geconfronteerd zou worden

ECRI schiet zichzelf echter in de voet wanneer ze stelt welke kritiek op Israël niet antisemitisch is:

Echter benadrukt de ECRI met klem dat elke poging om de legitieme kritiek op Israël en zijn beleid, in het bijzonder jegens het Palestijnse volk en in de context van de Israëlische bezetting van Palestijnse gebieden, te onderdrukken of te stigmatiseren als antisemitisch, de inspanningen ter bestrijding van antisemitisme en moet daarom worden afgewezen.

ECRI’s keuze voor de uitdrukking “Israëlische bezetting van Palestijnse gebieden” is zelf een uiting van antisemitisme – Joden het recht ontzeggen om hun nationale thuisland te herstellen in enig deel van Judea en Samaria – ook al was hun recht daartoe wettelijk verplicht – inderdaad aangemoedigd – door:

  • De San Remo-conferentie en het Verdrag van Sèvres in 1920
  • Artikel 6 en artikel 25 van het mandaat van de Volkenbond van 1922 voor Palestina
  • Artikel 80 van het Handvest van de Verenigde Naties

Door deze gebieden te bestempelen als “Palestijnse gebieden” in plaats van “betwiste gebieden” wordt Israëls recht ontkend om het Joodse nationale thuisland in deze gebieden te vestigen en wordt beweerd dat alleen het “Palestijnse volk” – niet het “Joodse volk” – een dergelijk recht heeft.

Het door de ECRI verklaarde standpunt is antisemitisch volgens haar eigen richtlijnen.

De kritiek van de EU op het Israëlische nederzettingenbeleid in Judea en Samaria negeert ook het recht van Israël om dat beleid te voeren op grond van de bovengenoemde internationaal overeengekomen consensus en is ook antisemitisch.

De EU en ECRI dragen door hun beleid, verklaringen en kritiek op Israël in Judea en Samaria bij aan het snel toenemende antisemitisme in Europa.

Antisemitisme – waar en wanneer het ook verschijnt – moet worden ontmaskerd, veroordeeld en uitgeroeid. Organisaties en hun leiders – waaronder de EU en ECRI – die antisemitische kritiek op Israël propageren, moeten worden genoemd en beschaamd.

Passage uit de IHRA antisemitisme definitie:

Bronnen:

  • naar een artikel van David Singer “Antisemitic EU & ECRI policies on Israel cannot be whitewashed” van 11 oktober 2021 op de site van Arutz Sheva