Golda Meir tijdens de Jom Kipoeroorlog: ‘Ze hebben ons voor de honden gegooid’

Premier Golda Meir (midden), Maj. Gen. Rehavam Zeevi (rechts) en minister van Defensie Moshe Dayan (links) op een militaire helikoptervlucht tijdens de Jom Kipoeroorlog van oktober 1973. Generaal Zeevi zal 17 oktober 2001 door vier Palestijnen van de marxistische terreurgroep PFLP vermoord worden [beeldbron: Wikimedia Commons]

We hebben heel weinig hulp van andere landen … Over het algemeen houden mensen niet van Joden en vooral niet van zwakke Joden. Ze hebben ons voor de honden gegooid.” (Golda Meir)

Tientallen nieuw geopende documenten uit het staatsarchief tonen woensdagochtend de neerslachtige gemoedstoestand van premier Golda Meir tijdens de openingsdagen van de Jom Kipoer-oorlog en de stress en verwarring die ze voelde over het verloop van de strijd.

Op de tweede dag van de oorlog, 7 oktober 1973, kreeg Meir pessimistische berichten van de grond. ‘De situatie is op geen van beide fronten goed,’ zeiden hoge legerofficieren tegen haar.

Notulen van kabinetsvergaderingen en aantekeningen uit Meir’s dagboek onthullen dat ze op dat moment eiste dat er een dringend bericht zou worden gestuurd naar iemand die ze “Naftali” noemde – dit was de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Henry Kissinger – en hem smeekte om vliegtuigen te sturen en tanks naar Israël: “Zeg hem dat het SOS is“, schreef ze.

Later die ochtend kreeg Meir hard nieuws. “Brigadegeneraal Lior rapporteerde telefonisch aan de premier over een verslechtering van de situatie in de Golan en informeerde over het besluit om de Golangemeenschappen te evacueren … Hij deelde de premier mee dat de situatie in het noorden ernstig was en dat de luchtmacht was begonnen met operaties in het noorden om grondtroepen te helpen.” Ook dit bleek uit de documentatie.

Later diezelfde dag overlegde premier Meir met minister van Defensie Moshe Dayan en minister van Financiën Pinchas Sapir. De premier leek pessimistisch over de kans op financiële en militaire hulp uit het buitenland en zij vertelde hen:

We hebben heel weinig hulp van andere landen … Over het algemeen houden mensen niet van Joden en vooral niet van zwakke Joden. Ze hebben ons voor de honden gegooid.”

In antwoord op Meir’s vragen over gevechtsverliezen, gaf de minister van Defensie slechts vage antwoorden en probeerde hij het geven van duidelijke aantallen doden te vermijden. 

Toen Meir aandrong en vroeg of het waar was dat er 250 soldaten waren gesneuveld, zei Dayan: “Misschien meer. Slechts vier keerden terug van de berg Hermon. Of de anderen al dan niet werden gevangen, weet ik niet, maar dit zijn geen kleine aantallen. In de kabinetsvergadering van vanavond zal ik alleen feiten geven“, voegde hij eraan toe.

Bronnen:

  • naar een artikelGolda Meir: ‘They’ve thrown us to the dogs’” van 6 oktober 2021 op de site van Arutz Sheva
  • naar een artikel van Dr. Hanan Shai “Golda Meir: The Civilian Who Exposed Israel’s Lack of Preparedness for the 1973 War” van 6 oktober 2020 op de site van Besa Center
  • h/t “Tiki S.