Grappen over Joodse neuzen zijn niet grappig; ze zijn gevaarlijk

Al in 2009 pakte het jaarlijks Aalsters carnaval uit met typische antisemitische voorstellingen van Joden: grote hoeden, zwarte kleren, haakneuzen, baarden en lange bakkebaarden tot en met een Gele Davidster. Pijnlijk voor de Joden, hilarisch voor eigen Aalsters publiek. En het werd jaar na jaar steeds erger… [beeldbron: Knack]

Een politieke kandidaat in Virginia, een presentator van een tv-spelshow en een historicus uit Washington, DC lijken te denken dat grappen over ‘joodse neuzen’ grappig zijn. Zij zijn niet. Sterker nog, ze zijn gevaarlijk.

In Virginia dreef Hahns Copeland, een Republikeinse kandidaat voor het Huis van Afgevaardigden, vorige week de spot met de grootte van de neus van een Joodse afgevaardigde. Eerder dit jaar werd onthuld dat Mike Richards, die bijna de nieuwe presentator was van ‘Jeopardy’, een grap had gemaakt over de neus van een Joodse vrouw.

En dan is er nog Dr. Rebecca Erbelding, een stafhistoricus bij het Holocaust Memorial Museum in de Verenigde Staten, die in 2019 tweette: “Vandaag tijdens een lezing, vroeg hij naar mijn persoonlijke achtergrond. Ik bekende dat ik niet joods ben, maar met een Hebreeuwse voornaam, Duitse achternaam, en met mijn neus en haar, ‘pas ik’.

Het is leerzaam om te zien hoe elk van deze controverses is verlopen. Richards verontschuldigde zich – maar werd toch ontslagen uit “Jeopardy”. Copeland verontschuldigde zich, maar ontkende dat zijn spot antisemitisch was. Erbelding heeft zich nooit verontschuldigd. In feite heeft ze niet eens de legitieme zorgen van het publiek erkend over wat ze schreef.

Producenten hadden gelijk om Richards te verdrijven. Dat stuurde een bericht naar het publiek dat antisemitisme niet kan worden weggewassen met een verontschuldiging. De ‘excuses’ van de Republikeinse kandidaat uit Virginia was onaanvaardbaar. Zeggen dat het je spijt, maar dan ontkennen dat je iets verkeerd hebt gedaan, is helemaal niet zeggen dat het je spijt. 

En de reactie van de historicus van het Holocaust Museum was de slechtste van allemaal. Dr. Erbeldings weigering om de controverse aan te pakken, laat staan ​​haar excuses aan te bieden, is een belediging voor het publiek dat haar salaris betaalt. 

Voor een door de overheid gefinancierde instelling is het een schande om iemand in dienst te hebben die grappen maakt over “Joodse neuzen”. Voor een Holocaustmuseum – dat is gewijd aan het onderwijzen over de gruwelijke gevolgen van antisemitisme – is het absoluut beschamend.

Het gevaar van het stereotype ‘Joodse neus’ mag niet worden onderschat. Het idee dat er een kenmerkende “joodse neus” is, is een van de oudste anti-joodse mythen. Jodenhaters bedachten het in de 12e eeuw als een manier om Joden uit te sluiten voor minachting.

Bunschoten, Nederland, 18 augustus 2019. Deze antisemitische sticker, die een toegangsverbod voor Joden suggereert en een stereotiepe karikatuur van een grote neus gebruikt, werd in Bunschoten verspreid [beeldbron: CFCA]

Overheidspropagandisten in nazi-Duitsland gebruikten vaak het stereotype van de “Joodse neus” in hun haatzaaien. Een beruchte nazi-film uit 1940, genaamd “The Eternal Jew”, die beweerde de “echte” Jood te ontmaskeren, concentreerde zich keer op keer op “Joodse gezichten”, inzoomend op hun neus om Joden weerzinwekkend te laten lijken.

Afbeeldingen van joden met een grote neus verschenen vaak in de nieuwsmedia, culturele publicaties en kinderboeken van het Hitler-regime. “Der Giftpilz”, een anti-joods kinderboek, uitgegeven door Julius Streicher (die ook de uitgever was van de nazi-krant Der Sturmer ), bevatte een sectie met de titel “How To Tell A Jew”. 

Het toonde een jongensklas van groep 7, waarin ‘Karl Schulz, een kleine jongen op de eerste rij’ naar het bord stapte en verklaarde: “Je kunt een Jood het gemakkelijkst aan zijn neus zien. De Joodse neus is op zijn punt gebogen. Het lijkt op het getal zes. We noemen het de ‘Joodse zes’.

Antisemitische cartoon van Peter Laudhoff uit 1935 in ‘Neues Volk’ (NSDAP) tijdens de periode van het Derde Rijk waarin de eigenheid van de ‘echte’ zuivere en blanke Arische Übermensch wordt bedreigd door kleurlingen, homo’s, Roma & Sinti (zigeuners), maar in het bijzonder door de Joodse ‘haakneuzen’.

In een groot deel van de huidige moslimwereld verschijnen regelmatig karikaturen van joden met stereotiepe neuzen in boosaardige anti-zionistische en anti-Israëlische redactionele cartoons.

Het in stand houden van stereotypen zoals de “Joodse neus” is niet alleen aanstootgevend. Het kan levensechte gevolgen hebben. Professor Jonathan Kaplan van de University of Technology-Sydney heeft erop gewezen dat de dader van het bloedbad in de synagoge in Pittsburgh, Robert Bowers, klassieke anti-joodse stereotypen herhaalde in zijn online geraaskal. 

Hoe we over anderen spreken en ze afbeelden in de media en het sociale discours, bestendigt lang gekoesterde stereotypen en moedigt uiteindelijk haatdragende individuen aan“, aldus professor Kaplan.

Of ze nu worden verteld door een medewerker bij de waterkoeler, een pestkop op het schoolplein, een beroemdheid of een museumhistoricus, grappen over ‘joodse neuzen’ verdienen de minachting van het publiek – en er moeten consequenties zijn.

Aan de Universiteit van Gent, België, vertaalt een tolk voor een publiek van doven en slechthorenden het woord “Jood” door met haar hand voor het gezicht een haakneus te suggeren, haakneuzen waarmee antisemieten overal ter wereld op een spottende en denigrerende wijze Joden associeren [beeldbron: JTA]

Bronnen:

  • naar een artikel van Moshe Phillips “‘Jewish Nose’ Jokes Aren’t Funny; They’re Dangerous” van 30 september 2021 op de site van The Algemeiner
  • h/t “Tiki S.