Irans kernwapens zijn nog maar weken verwijderd

Sinds het aantreden van de regering Biden zijn de nucleaire gesprekken met Iran op niets uitgelopen. Zes onderhandelingsrondes zijn afgesloten zonder resultaat. Twee andere kwesties zijn daarentegen te ver gegaan: het verzoeningsbeleid van de regering-Biden ten aanzien van het Iraanse regime, en de bevordering van het nucleaire programma van de mullahs.

Toen de regering-Biden aantrad, kondigde zij aan dat zij het Iraanse nucleaire programma zou beteugelen door terug te keren naar de nucleaire overeenkomst van 2015 – bekend als het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA), dat Iran overigens nooit heeft ondertekend – en door vervolgens de sancties tegen de Iraanse regering op te heffen.

Blijkbaar wanhopig om het nucleaire pact nieuw leven in te blazen, begon de regering-Biden onmiddellijk de heersende geestelijken van Iran gunstig te stemmen. De eerste concessie werd gedaan toen de regering het beleid van de vorige regering wijzigde om maximale druk uit te oefenen op de proxy-milities van Iran, de Houthi’s. Zelfs toen het bewijsmateriaal – met inbegrip van een rapport van de Verenigde Naties – aantoonde dat het Iraanse regime geavanceerde wapens leverde aan de Houthi’s in Jemen, schortte de regering-Biden een aantal van de sancties tegen terrorisme op die de vorige regering aan de Houthi’s had opgelegd.

Kort daarna trok de regering-Biden de aanwijzing van de Jemenitische Houthi’s als terroristische groepering in. Daarnaast hief de regering-Biden in juni 2021 de sancties tegen drie voormalige Iraanse functionarissen en verscheidene energiebedrijven op. Toen, in een klap voor het Iraanse volk en voorstanders van democratie en mensenrechten – een paar dagen nadat het Iraanse regime een massamoordenaar tot zijn volgende president had gekozen – kondigde de regering-Biden aan dat zij ook overwoog de sancties tegen de Iraanse Opperste Leider Ayatollah Ali Khamenei op te heffen.

Vanuit het perspectief van de Iraanse mullahs waren de wanhopige pogingen van Biden om de nucleaire overeenkomst nieuw leven in te blazen een uiting van zijn zwakke leiderschap en daarom een verrukkelijke kans voor Teheran om tijd te winnen, meer concessies te krijgen, zijn nucleaire programma vooruit te helpen en een nucleaire staat te worden.

Ondanks al deze stimulerende en verzoenende maatregelen bleven de Iraanse mullahs uitvluchten zoeken om de nucleaire besprekingen te rekken. Een van de laatste toenaderingen was dat de wereldmachten zouden moeten wachten met het hervatten van de nucleaire besprekingen tot de nieuw verkozen president van Iran, Ebrahim Raisi, is aangetreden.

Raisi is nu al meer dan een maand president van Iran, maar de Islamitische Republiek heeft nog niet de geringste inspanning geleverd om de besprekingen te hervatten; in feite lijkt het regime al die tijd de verrijking van uranium tot wapenproduktie te hebben versneld. Deze escalatie heeft zelfs tot bezorgdheid geleid bij sommige Europese leiders en heeft, verrassend genoeg, de EU ertoe gebracht Teheran onder druk te zetten om onmiddellijk naar de onderhandelingstafel terug te keren. “Wij vragen Iran met klem zo spoedig mogelijk constructief naar de onderhandelingstafel terug te keren. Wij zijn daartoe bereid, maar het tijdvenster zal niet onbeperkt open blijven”, waarschuwde een woordvoerder van het Duitse ministerie.

Nadat zij hadden verklaard dat zij de besprekingen zouden hervatten toen Raisi zijn ambt aanvaardde, zeggen de Iraanse leiders nu dat zij de nucleaire onderhandelingen waarschijnlijk pas over 2 à 3 maanden zullen hervatten. “De regering is van mening dat een echte onderhandeling een onderhandeling is die tastbare resultaten oplevert, waardoor de rechten van de Iraanse natie kunnen worden gewaarborgd,” zei minister van Buitenlandse Zaken Hossein Amir-Abdollahian tijdens een interview dat werd uitgezonden door de Iraanse staatstelevisie. Hij voegde eraan toe dat de nucleaire besprekingen “een van de kwesties zijn op de agenda van het buitenlands beleid en de regering… de andere partij weet heel goed dat een proces van twee tot drie maanden nodig is voor de nieuwe regering om zich te vestigen en te beginnen met het nemen van besluiten”.

Aangezien het Iraanse nucleaire beleid echter niet door de president of de minister van Buitenlandse Zaken wordt bepaald, klonk deze verklaring als het zoveelste excuus van het regime om tijd te winnen en de verrijking vooruit te helpen. Het is natuurlijk de Iraanse Opperste Leider Ayatollah Ali Khamenei die het laatste woord heeft in Irans nucleaire en buitenlandse beleidskwesties.

Op dit moment is het Iraanse regime naar verluidt 8-10 weken verwijderd van het verkrijgen van de voor kernwapens benodigde materialen. “Iran heeft alle richtlijnen van het JCPOA geschonden en is slechts ongeveer 10 weken verwijderd van het verkrijgen van materialen van wapenkwaliteit die nodig zijn voor een kernwapen,” vertelde de Israëlische minister van Defensie Benny Gantz aan ambassadeurs van landen in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties tijdens een briefing op het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken in Jeruzalem op 4 augustus 2021. “Nu is het tijd voor daden – woorden zijn niet genoeg. Het is tijd voor diplomatieke, economische en zelfs militaire daden, anders zullen de aanvallen doorgaan.”

Opnieuw lijkt het erop dat de mullahs van Iran de regering Biden en de EU meesterlijk bespelen door de nucleaire besprekingen te vertragen, tijd te kopen om meer concessies te krijgen, en hun verrijking van uranium en nucleaire programma te versnellen om tot een nucleaire uitbraak te komen die geschikt is voor wapens.

Bronnen:

  • naar een artikel van Majid Rafizadeh “Iran’s Nuclear Weapons Weeks Away” van 9 september 2021 in een vertaling door W.J. Jongman en H. Sleijster op de site van The Gatestone Institute
  • h/t “Tiki S.