Vier lessen die getrokken kun worden uit de Jom Kipoeroorlog van 1973

Israëlische troepen steken het Suezkanaal over richting Caïro, Egypte op 6 oktober 1973 tijdens de Jom Kipoeroorlog [beeldbron: AFP / Archief]

Op 6 oktober 1973 – Jom Kipoer volgens de Joodse kalender – voerden Egypte en Syrië een verrassingsaanval uit op Israël langs het Suezkanaal en op de Golanhoogten.

In de eerste 24 uur overweldigde het Egyptische leger de dun bemande Israëlische posities en bezette een 15 kilometer brede strook land op de oostelijke oever van het kanaal. Een poging tot een Israëlische tegenaanval op 8 oktober mislukte met een groot aantal IDF-slachtoffers. Pas nadat de IDF op 16 oktober het kanaal overstak en het initiatief greep, omsingelde het Egyptische Derde Leger en rukte op naar 101 kilometer (bijna 63 mijl) van Caïro.

Het Syrische leger viel het zuidelijke deel van de Golan binnen en bereikte bijna het Meer van Galilea, voordat het werd teruggedreven door een Israëlische tegenaanval. Tegen het einde van de oorlog veroverde de IDF Syrisch grondgebied aan het noordelijke deel van het front, tot op 40 kilometer van Damascus.

De militaire overwinning van Israël was kostbaar: 2.656 Israëlische soldaten werden gedood en 12.000 raakten gewond. Bijna 300 IDF-soldaten werden krijgsgevangen genomen en later ingewisseld voor Egyptische en Syrische krijgsgevangenen.

Slechts zes jaar eerder, tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967, had Israël een veel beslissendere overwinning behaald. Als reactie op een onmiddellijke strategische dreiging van Egypte en niet-uitgelokte aanvallen van Jordanië en Syrië, veroverde Israël binnen zes dagen het Sinaï-schiereiland, de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever en de Golanhoogte – in totaal een gebied dat meer dan drie keer groter is dan zijn eigen omvang.

 Jeruzalem, 26 juli 1972. De Knesset hield een sessie in aanwezigheid van premier Golda Meir, hierboven in gesprek met de minister van Defensie Moshe Dayan (met ooglapje) die samen de hoofdrol zullen spelen in de Jom Kipoer oorlog een jaar later [beeldbron: IPPA]

Wat ging er mis tussen 1967 en 1973? Het antwoord ligt in twee valse veronderstellingen. Israëlische leiders hadden geloofd dat de volgende oorlog er hetzelfde uit zou zien als de vorige. Maar de grootste fout was de omarming van een concept, gepromoot door de toenmalige minister van Defensie Moshe Dayan, dat Egypte niet zou aanvallen tenzij het eerst Israël in luchtmacht had geëvenaard.

De Egyptische verrassingsaanval in 1973 verbrijzelde dat concept. Het Israëlische uitgangspunt was dat Egypte voor een binaire keuze stond: totale oorlog of wapenstilstand. Toevallig koos de Egyptische president Anwar Sadat voor een derde optie, een beperkte oorlog die niet bedoeld was om de hele Sinaï te bevrijden, maar om de status-quo te beëindigen en de weg vrij te maken voor een politiek proces dat zou leiden tot de totale terugtrekking van Israël uit de Sinaï.

Het Egyptische leger maakte het luchtoverwicht van Israël teniet door luchtafweerbatterijen te gebruiken. Het neutraliseerde ook het voordeel van Israël in open veld oorlogvoering door in wezen een statische oorlog te voeren: het veroverde een smalle strook land langs het Suezkanaal en groef zich in.

De oorlog veranderde van koers nadat de Israëlische strijdkrachten op 16 oktober het Suezkanaal waren overgestoken. Vanaf dat moment was het Egyptische leger aan het terugtrekken en werd het alleen van een totale nederlaag gered door het staakt-het-vuren dat door de VN-Veiligheidsraad was afgekondigd in resoluties 23 en 25 die op 22 oktober werden aangenomen.

Militair had Israël de overhand. Maar de uitkomst van oorlog wordt gemeten in politieke, niet in militaire termen. Volgens dit criterium was de oorlog van 1973 een Egyptisch succes. Het maakte een einde aan de territoriale en politieke status-quo en startte een politiek proces dat resulteerde in de terugkeer van de Sinaï naar Egypte. Echter van de afronding van dat proces – een Egyptisch-Israëlisch vredesverdrag – heeft Israël ook enorm geprofiteerd. Syrië, aan de andere kant, heeft voortdurend de vredesadviezen van Israël verworpen.

Washington, 26 maart 1979. De Egyptische president Anwar Sadat (links), de Amerikaanse president Jimmy Carter (centrum), en de Israëlische premier Menachem Begin (rechts) slaan de handen in elkaar op het noordelijke gazon van het Witte Huis terwijl ze het vredesverdrag tussen Egypte en Israël ondertekenen [beeldbron: AP/Bob Daugherty]

Van de verschillende lessen uit de oorlog waarover sinds 1973 is gedebatteerd, zijn er vier het meest relevant. 

  • Ten eerste kan een militaire overwinning schadelijk zijn voor de zegevierende partij als deze leidt tot zelfgenoegzaamheid en stagnatie. In de eerste fasen van de oorlog van 1973 vocht de IDF de vorige oorlog. Het leunde zwaar op de luchtmacht, hoewel deze zwaar werd beperkt door de Egyptische luchtafweerbatterijen, en het probeerde de loop van de oorlog te veranderen door tankformaties te gebruiken zonder voldoende steun van hulptroepen.
  • Ten tweede waren de nationale doelen van Israël vóór de oorlog van 1967 duidelijk gedefinieerd: Israël verdedigen tegen zijn vijanden, streven naar vredesakkoorden met Arabische buren op basis van de wapenstilstandsovereenkomsten van 1949, en Israël handhaven als een Joodse en democratische staat. Zeker, de Israëli’s blijven het eerste doel steunen, maar er is geen consensus over wat de uiteindelijke grenzen van Israël zouden moeten zijn, en als gevolg daarvan ook geen consensus over hoe Israël als zowel Joods als democratisch kan worden behouden. Voor de oorlog van 1973 zei Dayan: “Beter Sharm El Sheikh zonder vrede dan vrede zonder Sharm El Sheikh.” Na de oorlog keerde hij van positie terug. Onduidelijkheid over nationale doelen vertroebelt het strategisch denken.
  • Ten derde leidde Dayans theorie dat Egypte Israël niet zou aanvallen als het niet op gelijke voet stond met de Israëlische luchtmacht, tot een strategische misrekening. In een democratie heeft elke burger de plicht om na te denken en zijn eigen mening te vormen, en niet om charismatische leiders blindelings te volgen, die vermoedelijk nooit ongelijk hebben.
  • Ten slotte levert het vredesverdrag tussen Egypte en Israël het overtuigende bewijs dat het Arabisch-Israëlische conflict geen nulsomspel is. Verliezen voor de ene partij kunnen ook leiden tot verliezen voor de andere partij, net zoals winst voor de ene partij winst kan opleveren voor de andere partij.
Mohammed Hosni Moebarak (links) zit op 6 oktober 1981 naast president Anwar Sadat (rechts) naar de militaire parade te kijken ter ere van de 8ste verjaardag van de Jom Kipoeroorlog, als soldaten het vuur openen en Sadat vermoordden. Hosni Mubarak raakt slechts lichtgewond en volgt Sadat op als president en zal dat de volgende 20 jaar blijven. Sadat betaalde uiteindelijk de prijs met zijn leven voor het sluiten van een vredesverdrag met Israël [beeldbron: AP/HBLN]

Bronnen:

  • naar een artikel van Aaron Jacob “4 lessons from the Yom Kippur War” van 16 september 2021 op de site van The Times of Israel