Chateaubriand in de voetstappen van Napoleon in 1811: ‘Van Parijs tot Jeruzalem’

Burggraaf François-René de Chateaubriand (1768 – 1848) was een Franse schrijver, politicus, diplomaat en historicus die een opmerkelijke invloed had op de Franse literatuur van de negentiende eeuw.

Afkomstig uit een oude aristocratische familie uit Bretagne, was Chateaubriand een royalist van politieke aard. In 1806 bezocht Chateaubriand Griekenland, Klein-Azië, Palestina, Egypte, Tunesië en Spanje. De aantekeningen die hij tijdens zijn reizen maakte, maakten later deel uit van een proza-epos, Les Martyrs, dat zich afspeelde tijdens de Romeinse vervolging van het vroege christendom.

Zijn aantekeningen gaven ook een overzicht van de reis zelf, gepubliceerd in 1811 als de Itinéraire de Paris à Jérusalem (Route van Parijs naar Jeruzalem). Hieronder een passage met betrekking van de Joden van Jeruzalem in die tijd:

Van Parijs tot Jeruzalem

“Terwijl het nieuwe Jeruzalem zo uit de woestijn tevoorschijn komt, stralend van licht, werp je ogen tussen de berg Sion en de Tempel; zie deze andere kleine mensen die gescheiden leven van de rest van de stadsbewoners. 

“Een bijzonder voorwerp van alle minachting, hij laat zijn hoofd zakken zonder te klagen; hij ondergaat alle beledigingen zonder om gerechtigheid te vragen; hij laat zich zonder zuchten overweldigen door slagen; hij wordt om zijn hoofd gevraagd : hij presenteert het aan het kromzwaard. 

“Als een lid van deze verboden samenleving sterft, zal zijn metgezel ’s nachts gaan, begraaf hem stiekem in het dal van Josafat, in de schaduw van de tempel van Salomo. Betreed de verblijfplaats van dit volk, je zult het in een verschrikkelijke ellende vinden, een mysterieus boek laten voorlezen aan kinderen die het op hun beurt aan hun kinderen zullen laten voorlezen. 

“Wat ze vijfduizend jaar geleden deden, doen deze mensen nog steeds. Hij is zeventien keer getuige geweest van de ondergang van Jeruzalem, en niets kan hem ontmoedigen; niets kan hem ervan weerhouden zijn blik op Sion te richten.

“Wanneer we de Joden over de aarde verspreid zien, volgens het woord van God, zijn we ongetwijfeld verrast, maar om door een bovennatuurlijke verbazing te worden getroffen, moeten we ze in Jeruzalem vinden.

“We moeten deze legitieme meesters van Judea slaven en buitenlanders in hun eigen land zien; we moeten ze zien wachten, onder alle onderdrukking, op een koning die ze moet bevrijden. Verpletterd door het kruis dat hen veroordeelt en dat op hun hoofd is geplant, verborgen in de buurt van de tempel waarvan geen steen overblijft, blijven ze in hun betreurenswaardige blindheid. 

“De Perzen, de Grieken, de Romeinen zijn van de aarde verdwenen; en een klein volk, waarvan de oorsprong voorafging aan dat van deze grote volkeren, bestaat nog steeds zonder vermenging in de ruïnes van zijn land. Als iets onder de naties het karakter van een wonder heeft, geloven wij dat dat karakter hier is.”

Napoleon was het eerste staatshoofd in Europa dat alle religies vrijheid van aanbidding verleende. In deze lithografie schenkt hij het aan de joden. Midden staat keizer Bonaparte met het decreet in zijn hand en rechts staat de 7-armige menora als symbool van he Jodendom [beeldbron: France Info ]

Napoleon en Israël

Een andere beroemde tijdgenoot van burggraaf Chateaubriand was uiteraard Napoleon Bonaparte (1769-1821). Deze Corsicaan schopte het tot Franse keizer en veroverde in de nasleep van de Franse Revolutie een groot deel van Europa.

Napoleon voerde een hele reeks hervormingen door die tot op vandaag nog altijd hun invloed doen gelden en niet in het minst op het Joodse volk. In 1799, na zijn overwinningen bij Gaza en Jaffa, riep Napoleon voor de poorten van Jeruzalem de Joden van Azië en Afrika op om het Franse leger bijstand te verlenen. Als dank beloofde hij hun de wederopbouw van de Heilige Stad.

En in Jaffa zelf vaardigde Napoleon zijn beroemde Proclamatie uit in Akko, het toenmalige door de Ottomanen (Turken) bezette ‘Palestina’. Daarin verklaarde Napoleon de Joden als zijnde de rechtmatige erfgenamen van Palestina.

In het jaar 1799 bevond Napoleon zich in de haven van Acre (Akko) in Palestina aan de Middellandse Zee, dat sinds 1516 deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk en pas op het einde van de Eerste Wereldoorlog wanneer de Britse Veldmaarschalk Edmund Allenby op 9 december 1917 Jeruzalem veroverde op de Turken, door de Engelsen vanaf dan tot het Brits Mandaat Palestina ging behoren.

Proclamatie van Akko

Generaal Hoofdkwartier, Jeruzalem

1ste Floréal in het jaar 7 van de Franse Republiek (20 april 1799)

Bonaparte, Hoofd-Commandant van de legers van de Franse Republiek in Afrika en Azië, aan de rechtmatige erfgenamen van Palestina:

Israëlieten, unieke natie, van wie voor duizenden jaren, na verovering en tirannie, hun voorouderlijke gronden werden ontnomen, echter niet hun naam en nationale bestaan! Attente en onpartijdige waarnemers hebben sinds lang het lot van de natie voorvoeld, alhoewel ze niet begiftigd zijn met de gave van zieners zoals Jesaja en Joël, hebben zij, met lovenswaardig en verheffend vertrouwen, een goede afloop voorspeld, toen zij vernietiging van hun koninkrijk en vaderland zagen naderen:

… deze mensen, de vrijgekochten van de Here, zullen over die weg naar Zion huiswaarts gaan, liederen van eeuwige vreugde zingend. Voor hen zijn alle zorgen en verdriet voor altijd verleden tijd; alleen vreugde en blijdschap zullen daar heersen.” [Jesaja 35:10]

Sta dan op, met vreugde, ja, verbannenen! Een oorlog zonder voorgaande in de annalen van de geschiedenis, gevoerd door een volk uit zelfverdediging waarvan de erfelijke landerijen door haar vijanden werden geplunderd en de buit willekeurig kon verdeeld worden, en volledig op hun gemak gesteld door een enkele pennenstreek van regeringen, wreekt haar eigen schaamte en schande in de meest afgelegen landen; lang vergeten onder het juk van de slavernij, rust deze oude schande bijna tweeduizend jaar lang op u; maar terwijl de tijd en de omstandigheden u het minst gunstig lijken om uw aanspraken te hernieuwen, ze niet eens meer mochten uitgesproken worden en onder dwang zelfs volledig moesten opgegeven worden, biedt zij (Frankrijk) u op dit moment en in tegenstelling tot alle verwachtingen, Israël ’s erfgoed aan!

Het onbezoedelde leger waarmee de Voorzienigheid me tot hier heeft gebracht, geleid door rechtvaardigheid en vergezeld van de overwinning, heeft Jeruzalem tot mijn hoofdkwartier gemaakt, en zal, binnen enkele dagen, overgebracht worden naar Damaskus, een buurt die niet langer de stad van David angst zal inboezemen.

Rechtmatige erfgenamen van Palestina!

Deze grote natie die geen handel drijft in mensen en landen zoals diegenen die uw voorouders als slaven verkochten aan alle volkeren [Joël 3:6], worden hierbij opgeroepen, niet om daadwerkelijk uw patrimonium te veroveren, neen, alleen over te nemen wat werd veroverd en, met de garantie en ondersteuning van dat land, het te handhaven tegen alle nieuwkomers.

Sta op! Toon aan dat de ooit zo overweldigende macht van uw onderdrukkers, de moed van de nakomelingen niet heeft onderdrukt van die helden wiens broederlijke alliantie eer bewees aan Sparta en Rome [1 Maccabeën 12:15], maar dat tweeduizend jaren gebukt in slavernij er niet in geslaagd zijn deze te verstikken.

Haast maken! Nu is het ogenblik aangebroken, een gelegenheid die zich misschien in geen duizenden jaren nog zal voordoen, om uw aanspraken te laten gelden onder alle volkeren van het universum, die u duizenden jaren schaamteloos belemmerd hebben om uw politieke bestaan te claimen als natie tussen de naties en het onbeperkte natuurlijke recht om God in het openbaar te eren in overeenstemming met uw geloof ontzegden; Juda zal welvarend zijn tot in de eeuwigheid en Jeruzalem zal een bloeiende stad zijn voor altijd[Joel 4:20].

Bronnen:

  • naar een artikel« De Paris à Jérusalem » voilà ce que Chateaubriand écrivait en 1811” van 18 mei 2018 op de site van Tribune Juive Info

♦ naar een artikel van Werner Keller “Het signaal van de Franse Revolutie” in zijn boek “Und wurden zerstreut unter alle völker” van 1 januari 1966 dat werd uitgegeven door Droemer & Knaur; ISBN-13: 978-3426044766

♦ naar een artikel Renée Naher-Bernheim “Les Juifs en France sous la Revolution Française et L’Empire” op de site van JudaIsme d’Alsace et de Lorraine

♦ naar een artikel van Michel Lachkar “Napoléon et l’organisation du judaïsme : «heureux comme Dieu en France»” van 6 augustus 2016 op de site van France Info

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.