De kerk en de Joden: zijn christenen het ware uitverkoren volk van God?

In de geschiedenis van de joods-christelijke relaties hebben christenen zich vaak afgevraagd of de kerk Israël niet vervangen heeft als Gods uitverkoren volk. Kan Israël na de komst van Christus, zoon van God, nog wel beschouwd worden als volk van God?

De kerk heeft voor eeuwig en altijd de plaats ingenomen van het Jodendom. De implicatie van deze theologie is dat er niet langer een plaats is voor Israël in Gods heilsplan. Israëls rol in de openbarings- en verlossingsgeschiedenis is voorgoed uitgespeeld. Het Joodse ‘neen’ tegen Jezus, als Messias, betekende het einde van Gods betrokkenheid op Israël. Het nieuwe uitverkoren volk, het ware, spirituele Israël, het nieuwe verbond neemt nu de centrale plaats in.

Overeenkomstig deze theologie stelde de christelijke exegese, liturgie en catechese de relatie tussen het Eerste en het Tweede Testament voor in termen van oud en nieuw, tijdelijk en definitief, schaduw en realiteit.

De onderliggende idee van deze supersessionistische uitdrukkingen is dat Israël haar geprivilegieerde statuut als uitverkoren volk van God verloor op het moment dat ze Gods uitnodiging in Christus afwees. Hierdoor is Israël meteen ook haar bestaansrecht verloren – ze is nu een vervloekte natie of in het beste geval, anachronistisch.

Ten grondslag van deze substitutietheologie ligt een exclusivistisch, christocentrisch heilsverstaan. De exclusivistische theologie steunt op de belijdenis dat er slechts één verbond, één evangelie en één verlosser is, met name Christus. De toegang tot heil wordt exclusief verbonden met de geloofsbelijdenis van Christus als redder van Godswege.

De stelling dat de Joden al een verbond met God hebben gesloten dat Christus overbodig zou maken voor hun heil, wordt verworpen. Sterker nog, Joden, die Christus niet erkennen als Messias, zijn verloren. Het exclusivisme is niet enkel christocentrisch maar is ook ecclesiocentrisch van aard. Immers, het behoren tot de éne ware katholieke kerk wordt begrepen als het criterium om de staat van genade te
bereiken.

Buiten de kerk geen heil. De kerk, die door Christus gesticht is, heeft Israël vervangen als Gods heilsinstrument. De kerk moet het evangelie dus ook aan de Joden verkondigen. Deze substitutietheologie speelde al heel snel een prominente rol in het christelijke denken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het eeuwenlang een onbetwist element vormde van de christelijke leer zowel in de westerse als in de oosterse kerken.

Dat de Joden Jezus als Messias afwezen en niet inzagen dat daardoor hun rol in Gods heilsplan definitief was uitgespeeld, was voor de kerk bron van ergernis. Gedurende tweeduizend jaar heeft de kerk uitdrukking gegeven aan deze ergernis door anti-Joodse uitlatingen en daden.

Zelfs als het nazisme niet begrepen mag worden als een onvermijdelijke en directe uitkomst van het christendom, zoals ook het Joodse document ‘Dabru Emet’ (2002) aanvaardt, is het niettemin duidelijk dat zonder de lange geschiedenis van christelijke anti-Joodse opvattingen en daaruit volgende anti-Joodse geweldplegingen, de nazi-ideologie nooit wortel had kunnen schieten en zeker niet zo fanatiek in het hart van de Europese beschaving navolging had kunnen vinden.

Het is zeker geen overdrijving te stellen dat de Shoah, voorzover deze de climax vormt van een lange geschiedenis van anti-Joodse discriminatie tegen het Joodse volk, een van de belangrijkste aanleidingen vormt voor de ‘revolutionaire verandering’4 in de naoorlogse houding van de kerk ten opzichte van Israël.

Vooral het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) vormde een kantelmoment in de joods-christelijke betrekkingen. Voor wat betreft de houding van de kerk ten opzichte van het Jodendom lag de opzet van het Concilie voornamelijk in het bevorderen van nieuwe relaties van wederzijds begrip en respect evenals van dialoog en samenwerking.

Het was een van de bedoelingen van het Concilie om een zo groot mogelijke meerderheid te verenigen
voor een veranderde houding van de kerk ten overstaan van de Joden. Verondersteld werd dat een open houding ten opzichte van het Jodendom pas mogelijk wordt op grond van een positieve theologische waardering van Israël.

Verder lezen: Hier

De Christus: Het origineel en de kopij. Rechts het origineel met Christus als een Joodse rabbijn en links wat de Rooms-Katholieke Kerk ervan gemaakt heeft

Bronnen:

  • naar een artikel van Marianne Moyaert en Didier Pollefeyt “De kerk en de Joden: Onoplosbare paradox of onvoltooid verhaal?” op de site van de KUL Leuven

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.