200 jaar geleden stierf Napoleon Bonaparte: zijn nalatenschap aan het Joodse volk

Napoleon was het eerste staatshoofd in Europa dat alle religies vrijheid van aanbidding verleende. In deze lithografie schenkt hij het aan de joden. Midden staat keizer Bonaparte met het decreet in zijn hand en rechts staat de 7-armige menora als symbool van he Jodendom [beeldbron: France Info ]

Vandaag exact 200 jaar geleden is Napoleon Bonaparte overleden. De Corsicaan schopte het tot Franse keizer en veroverde in de nasleep van de Franse Revolutie een groot deel van Europa.

Napoleon voerde een hele reeks hervormingen door die tot op vandaag nog altijd hun invloed doen gelden en niet in het minst op het Joodse volk. 

Aan de vooravond van de Franse Revolutie in 1789 woonden er 40.000 Joden in Frankrijk. Van binnenuit ondermijnd, ten prooi aan ernstige interne verdeeldheid, worden deze gemeenschappen geconfronteerd met de dubbele uitdaging van de verspreiding van de verlichtingsideologie en het beleid van standaardisatie van hun status, geïmplementeerd door de koninklijke macht.

Het is verre van een prestatie van de revolutie of een gevolg van de afkondiging van de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger, is het toekennen van burgerrechten aan Joden het hoogtepunt van een lang proces dat werd begonnen en gedeeltelijk werd uitgevoerd door het Ancien Régime.

Na de Franse Revolutie volgde zeer spoedig het Napoleontische tijdperk olv Napoleon Bonaparte. Zijn houding jegens de Joden was wispelturig, hun vriend was hij heel beslist niet. Gedurende zijn Egyptische veldtocht kwam hij voor de eerste maal met hen in hun oude vaderland in aanraking.

In 1799, na zijn overwinningen bij Gaza en Jaffa, riep hij voor de poorten van Jeruzalem de Joden van Azië en Afrika op om het Franse leger bijstand te verlenen. Als dank beloofde hij hun de wederopbouw van de Heilige Stad. Wanneer hem zes jaar later, na zijn overwinning bij Austerlitz klachten over Joden in de Elzas ter ore komen, verklaart hij: “Het was het werk van zwakke heersers de Joden te vervolgen. Ik zal dat verbeteren.

Wat Napoleon wel irriteert, ja, boos maakt, is de bewering in de rapporten van zijn kanselarijen dat zij een “natie binnen de natie” zouden vormen. Op dit punt bestaan er voor Napoleon geen concessies. De regering neemt het besluit een representatieve vergadering van de Joden bijeen te roepen. Hun vertegenwoordigers moeten bindende verklaringen afleggen over hun positie binnen de staat. Tegelijk daarmee moet nieuw leven worden geblazen in de burgerlijke moraal “die door een vele eeuwen durend, vernederend bestaan verloren is gegaan“.

In juli 1806 komt op bevel van Napoleon de ‘assemblée des notables’, de constituerende vergadering van honderdtwaalf representatieve vertegenwoordigers van de joodse bevolking in de hoofdstad bijeen. Zij geeft een bevestigend antwoord op de haar voorgelegde twaalf vragen – dat de Franse Joden de Fransen als hun broeders en Frankrijk als hun vaderland beschouwen, dat zij het met goed en bloed zullen verdedigen en aan de wetten van het land zullen gehoorzamen.

De vergadering bevestigt ook de toelaatbaarheid van gemengde huwelijken en ziet zelfs af van alle zelfbestuur. Omdat deze notabelen ondubbelzinnig te kennen was gegeven dat een onbevredigende beantwoording van de vragen nadelen ten gevolge zou hebben, laten zij zich zelfs verleiden tot de verklaring dat de Katholieke Kerk hen steeds zou hebben beschermd!

In februari 1807 komt op last van Napoleon en door hemzelf bewust naar het voorbeeld van het oud-joodse gerechtshof benoemd, een ‘Groot Sanhedrin’ bijeen. Het wordt een volslagen staatskomedie. Alles wat de assemblée had verklaard, wordt nu gesanctioneerd. Napoleon heeft bereikt wat hij beoogde. Op 17 maart 1808 kondigt hij een decreet af dat de gelijkstelling sterk beperkt. Terecht kreeg het van de teleurgestelde mensen de naam ‘décret infame’ (het beschamend decreet).

In alle Duitse staten die door de heerschappij van Napoleon onder Franse invloed geraakten, werden de Joden bevrijd. In het nieuwgevormde koninkrijk Westfalen ontvangt op 9 februari 1808 koning Jérome, de broeder van Napoleon, in Kassel de deputatie van de joodse gemeenten in een plechtige audiëntie. “Zegt uw broeders,” verklaart hij, “dat zij van de hun verleende rechten overvloedig gebruik moeten maken. Zij kunnen, evenals Mijn andere kinderen, zeker zijn van Mijn bescherming.

In 1810 worden met de intocht van de Fransen in Hamburg de oude bepalingen opgeheven. Ook de Hanzestad Lübeck en Bremen, die tot dusver iedere joodse vestiging hadden verboden, werden gedwongen hen toe te laten. In 1811 werd ook in Frankfort aan de Main de gelijkstelling erkend, hoewel de gemeente er eerst vierhonderdveertigduizend gulden ‘losgeld’ voor had moeten betalen als schadeloosstelling voor de jaarlijkse beschermingsgelden, die nu kwamen te vervallen. De burgerij had zich hardnekkig tegen deze ongewenste nieuwe maatregel verzet.

Zelfs Goethe, die de gang van zaken met grote belangstelling volgde, kon zich niet losmaken van de oude, burgerlijke: standsvooroordelen en stond sceptisch tegenover de emancipatie van de Joden. Toen in 1807 tot verbittering der Joden in Frankfort eerst slechts een ‘Neue Stättigkeits- und Schutzordnung der Judenschaft‘ werd afgekondigd, liet hij de joodse brochures, waartegen de Joden hevig protesteerden, naar Weimar sturen.

Hij wilde, schreef hij, “zien hoe de moderne Israëlieten zich tegenover de nieuwe ‘Stättigkeit’ gedroegen“. Zoals uit zijn briefwisseling met Bettina Brentano blijkt, leek het hem volkomen in orde te zijn dat de nieuwe Frankfortse ‘Stättigkeit’ de betreffende mensen evenals tevoren “als ware Joden en voormalige keizerlijke kamerknechten behandelde“.

Van alle andere Duitse landen had er inmiddels slechts één een uitzondering gemaakt en uit zichzelf de nieuwe tijd ingeluid: als eerste Duitse vorst verleende groothertog Karel Frederik van Baden de Joden geheel vrijwillig de nieuwe rechten. Hij erkende hen in 1808 als ‘erfvrije staatsburgers’. Als voorwaarde stelde hij slechts “eenzelfde manier van zaken doen als de Christenen” – waarmee werd bedoeld dat de Joden in het vervolg van kleinhandel en woekerzaken zouden afzien.

Proclamatie uit in Akko

Op 20 april 1799, 222 jaar geleden, vaardigde Napoleon Bonaparte (1769-1821) zijn beroemde Proclamatie uit in Akko, het toenmalige door de Ottomanen (Turken) bezette ‘Palestina’.

Daarin verklaarde Napoleon de Joden als zijnde de rechtmatige erfgenamen van Palestina.

Het verlangen naar Zion (de terugkeer naar Israël van de Joden) is onder Joden reeds meer dan 2.000 jaar oud. Een van de eerste aanhangers van het Zionisme onder niet-Joden was Napoleon Bonaparte.

In het jaar 1799 bevond Napoleon zich in de haven van Acre (Akko) in Palestina aan de Middellandse Zee, dat sinds 1516 deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk en pas op het einde van de Eerste Wereldoorlog wanneer de Britse Veldmaarschalk Edmund Allenby op 9 december 1917 Jeruzalem veroverde op de Turken, door de Engelsen vanaf dan tot het Brits Mandaat Palestina ging behoren.

Proclamatie van Akko

Generaal Hoofdkwartier, Jeruzalem

1ste Floréal in het jaar 7 van de Franse Republiek (20 april 1799)

Bonaparte, Hoofd-Commandant van de legers van de Franse Republiek in Afrika en Azië, aan de rechtmatige erfgenamen van Palestina:

Israëlieten, unieke natie, van wie voor duizenden jaren, na verovering en tirannie, hun voorouderlijke gronden werden ontnomen, echter niet hun naam en nationale bestaan! Attente en onpartijdige waarnemers hebben sinds lang het lot van de natie voorvoeld, alhoewel ze niet begiftigd zijn met de gave van zieners zoals Jesaja en Joël, hebben zij, met lovenswaardig en verheffend vertrouwen, een goede afloop voorspeld, toen zij vernietiging van hun koninkrijk en vaderland zagen naderen: “… deze mensen, de vrijgekochten van de Here, zullen over die weg naar Zion huiswaarts gaan, liederen van eeuwige vreugde zingend. Voor hen zijn alle zorgen en verdriet voor altijd verleden tijd; alleen vreugde en blijdschap zullen daar heersen.” [Jesaja 35:10]

Sta dan op, met vreugde, ja, verbannenen! Een oorlog zonder voorgaande in de annalen van de geschiedenis, gevoerd door een volk uit zelfverdediging waarvan de erfelijke landerijen door haar vijanden werden geplunderd en de buit willekeurig kon verdeeld worden, en volledig op hun gemak gesteld door een enkele pennenstreek van regeringen, wreekt haar eigen schaamte en schande in de meest afgelegen landen; lang vergeten onder het juk van de slavernij, rust deze oude schande bijna tweeduizend jaar lang op u; maar terwijl de tijd en de omstandigheden u het minst gunstig lijken om uw aanspraken te hernieuwen, ze niet eens meer mochten uitgesproken worden en onder dwang zelfs volledig moesten opgegeven worden, biedt zij (Frankrijk) u op dit moment en in tegenstelling tot alle verwachtingen, Israël ’s erfgoed aan!

Het onbezoedelde leger waarmee de Voorzienigheid me tot hier heeft gebracht, geleid door rechtvaardigheid en vergezeld van de overwinning, heeft Jeruzalem tot mijn hoofdkwartier gemaakt, en zal, binnen enkele dagen, overgebracht worden naar Damaskus, een buurt die niet langer de stad van David angst zal inboezemen.

Rechtmatige erfgenamen van Palestina!

Deze grote natie die geen handel drijft in mensen en landen zoals diegenen die uw voorouders als slaven verkochten aan alle volkeren [Joël 3:6], worden hierbij opgeroepen, niet om daadwerkelijk uw patrimonium te veroveren, neen, alleen over te nemen wat werd veroverd en, met de garantie en ondersteuning van dat land, het te handhaven tegen alle nieuwkomers.

Sta op! Toon aan dat de ooit zo overweldigende macht van uw onderdrukkers, de moed van de nakomelingen niet heeft onderdrukt van die helden wiens broederlijke alliantie eer bewees aan Sparta en Rome [1 Maccabeën 12:15], maar dat tweeduizend jaren gebukt in slavernij er niet in geslaagd zijn deze te verstikken.

Haast maken! Nu is het ogenblik aangebroken, een gelegenheid die zich misschien in geen duizenden jaren nog zal voordoen, om uw aanspraken te laten gelden onder alle volkeren van het universum, die u duizenden jaren schaamteloos belemmerd hebben om uw politieke bestaan te claimen als natie tussen de naties en het onbeperkte natuurlijke recht om God in het openbaar te eren in overeenstemming met uw geloof ontzegden; Juda zal welvarend zijn tot in de eeuwigheid en Jeruzalem zal een bloeiende stad zijn voor altijd[Joel 4:20].

Bronnen:

  • naar een artikel 200 jaar geleden stierf Napoleon, zijn erfenis verdeelt Frankrijk: koesteren of verketteren?” van 4 mei 2021 op de site van VRT NWS

♦ naar een artikel van Werner Keller “Het signaal van de Franse Revolutie” in zijn boek “Und wurden zerstreut unter alle völker” van 1 januari 1966 dat werd uitgegeven door Droemer & Knaur; ISBN-13: 978-3426044766

♦ naar een artikel Renée Naher-Bernheim “Les Juifs en France sous la Revolution Française et L’Empire” op de site van JudaIsme d’Alsace et de Lorraine

♦ naar een artikel van Michel Lachkar “Napoléon et l’organisation du judaïsme : «heureux comme Dieu en France»” van 6 augustus 2016 op de site van France Info

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.