Joodse Raad in Enschede in het verzet tegen de nazi’s … én tegen het beleid van de Joodse Raad in A’dam

De joodse mannen Kurt Pollack en zijn zoon Fritz melden zich in 1942 in de synagoge bij de Joodse Raad in Enschede om hun jodenster in ontvangst te nemen. © Archief NIOD

Tachtig jaar geleden riep de Duitse bezetter de Joodse Raad in Amsterdam in het leven, een organisatie die vanaf 1941 verantwoordelijk werd voor de communicatie tussen de Duitsers en de Joodse bevolking, aldus een bericht van NOS.

De Joodse Raad, onder voorzitterschap van Abraham Asscher en David Cohen, startte met het idee de belangen van de Joden in Nederland zo goed mogelijk te kunnen dienen. Hun beleid van samenwerking met de Duitse bezetter tijdens WOII staat tot op vandaag ter discussie.

Maar gaandeweg bleek de raad een instrument in de handen van de nazi’s om anti-Joodse maatregelen door te kunnen voeren, uitmondend in de deportaties van Joden naar kamp Westerbork.

In het Joodsch Weekblad riep de Joodse Raad alle Joden in Nederland op de Duitse maatregelen ‘stipt na te komen’. “Onderduiken” of “in het verzet gaan” stond niet in hun woordenboek. “Meewerken om erger te voorkomen“, zoals David Cohen na de oorlog zal verklaren.

Verzet in Enschede

Wie zich sterk verzette tegen het ‘gezagsgetrouwe beleid’ van de Joodse Raad in Amsterdam was de Joodse Raad in Enschede. Dat verzet van de Joodse Raad van Enschede in de oorlog is nog altijd onderbelicht gebleven.

Sigmund ‘Sig’ Menko, Gerard Sanders en Isedoor van Dam, die samen deze provinciale afdeling van de Joodse Raad vormden, gaven de Joden in Enschede zoveel mogelijk het advies om onder te duiken.

De drie mannen wisten al vroeg in de oorlog welk lot de Joden in handen van de nazi’s te wachten stond. Van Duits-Joodse vluchtelingen die ze hadden opgevangen, kenden ze de verhalen over de kampen. En op het moment dat er doodsberichten binnenkwamen van Joden die bij een razzia in 1941 in Enschede naar kamp Mauthausen waren weggevoerd, gingen alle alarmbellen rinkelen.

Onderduiken

Menko, Sanders en Van Dam waren vastbesloten om Joden te blijven helpen onder te duiken. Meer dan in Amsterdam was de Joodse gemeenschap geïntegreerd in de lokale bevolking, waardoor het lukte om onderduikadressen te vinden. Ook was er voldoende geld om mensen te helpen. Na de berichten uit Mauthausen in 1941 wisten de Joden wat hun te wachten stond.

Video: 80 jaar Joodse Raad: ‘In Enschede liet de Joodse Raad Joden onderduiken’

Anders dan in andere steden wist de plaatselijke Joodse raad onder leiding van de fabrikant Sig Menko, een relatief groot aantal Joden te laten onderduiken. De raad werd daarbij gesteund door een verzetsgroep, geleid door de hervormde predikant ds. Leendert Overduin (1900-1976).

Dankzij het netwerk van dominee Overduin wist deze talloze onderduikplekken wist te regelen. Van de 1200 Joden in Enschede werden er 500 gered, meer dan in welke andere stad ook in Nederland.

Laurien Vastenhout, onderzoeker bij het NIOD:

De Joodse gemeenschap in Enschede was met 1200 Joden veel kleiner dan in Amsterdam, waar 80.000 Joden woonden. Ook was het verzet in Enschede al in een vroeger stadium in de oorlog georganiseerd dan in de hoofdstad. En kennelijk waren er relatief meer niet-Joden in Twente die bereid waren om Joodse medeburgers onderdak te bieden.

Bronnen: een artikel op de site van NOS, een artikel op de site van Tubantia.nl

2 gedachtes over “Joodse Raad in Enschede in het verzet tegen de nazi’s … én tegen het beleid van de Joodse Raad in A’dam

Reacties zijn gesloten.