De Joodse gemeenschap van Vilnius, het Jeruzalem van Litouwen

Plaatje hierboven: De beroemde Joodse geleerde Gaon van Vilna aka Elijah ben Solomon Zalman (1720-1797), talmoedist en leider van de Misgnadim.

Aan de vooravond van de Shoah was de Joodse gemeenschap van Vilnius (Vilna) het spirituele centrum van het Oost-Europese Jodendom, het centrum van verlichting en Joods politiek leven, van Joodse creativiteit en de ervaring van het dagelijkse Joodse leven.

Het was een gemeenschap die barstte van het culturele en religieuze leven, bewegingen en feesten, onderwijsinstellingen, bibliotheken en theaters; een gemeenschap van rabbijnen en begaafde Talmoedgeleerden, intellectuelen, dichters, schrijvers, kunstenaars, ambachtslieden en opvoeders. In de joodse wereld stond het bekend als ‘het Jeruzalem van Litouwen’ – een spiritueel centrum van de eerste orde.

Joden vestigden zich vanaf het einde van de 15e eeuw in Vilna, maar de Joodse nederzetting in de stad ontwikkelde zich niet omdat de niet-joodse inwoners van de stad de koningen overhaalden om joden te verbieden zich daar te vestigen en handel te drijven.

Plaatje hierboven: De Grote Synagoge van Vilna omstreeks 1918 [beeldbron: Yad Vashem]

Niettemin verhuurden Joodse kooplieden huizen en winkels in de stad, leenden ze geld en kregen ze het recht om belastingen te innen. Een joodse vertegenwoordiger werd aangesteld bij het plaatselijke gerechtsgebouw dat oordeelde tussen joodse klagers en de joodse gemeenschap mocht zelfs een synagoge bouwen – opgetrokken uit hout.

Bij de pogroms tegen de Joden van de stad in 1592 werden winkels en huizen geplunderd en vernield en werd de synagoge platgebrand. De Joden daagden de relschoppers voor de koninklijke rechtbank en het proces eindigde met een compromis.

Een jaar later kregen de Joden van Vilna toestemming van koning Sigmund III om handel en industrie te bedrijven en religieuze instellingen op te richten – een mikwe (ritueel bad), begraafplaats en koosjere slagers. De rabbijn kreeg gerechtelijke autonomie bij interne conflicten. De joden mochten ook hun synagoge herbouwen, dit keer van steen, in West-Europese stijl.

Plaatje hierboven: De Mésiniystraat in het Joods kwartier in Vilnius, Litouwen, omstreeks 1910 [beeldbron: Off Explore]

Aan het begin van de 17e eeuw vestigden Joden uit Poolse steden, Praag en Frankfurt am Main zich in Vilna. Onder hen waren rijke Joden en Torah-geleerden, handelaars en fabriekseigenaren.

Een vijfde van de 15.000 inwoners van Vilna in deze periode was joods, ze genoten voorrechten in handel en industrie, een bijna volledige vrijstelling van belastingen en het recht om de gemeentelijke water- en weegsystemen te gebruiken.

Halverwege de 17e eeuw stond de joodse gemeenschap van Vilna aan het hoofd van de regio en werden de ‘omliggende gemeenschappen’ ondergeschikt aan Vilna op het gebied van belastingen en recht.

De status van de gemeenschap werd ernstig beschadigd door de invasie van de Russische tsaar Alexei (Alexei Mikhailovich), een bondgenoot van de illustere Bogdan Chmielnicki die in opstand kwam tegen de Polen. De Joodse wijk werd platgebrand, de meeste Joden in de stad vluchtten en degenen die achterbleven werden vermoord.

De handelsbetrekkingen met veel gemeenschappen werden verbroken, wat grote schade aan de economie van Joods Vilna toebracht. Toen het Pools-Litouwse koninkrijk terugkeerde en zijn heerschappij over Vilna uitoefende, kregen de Joden de meeste van hun rechten terug.

Aan het begin van de 18e eeuw leden de joden onder de handen van de niet-joodse stadsmensen en ook in de nasleep van de oorlogen tussen de Russen en de Zweden. De veldslagen gingen gepaard met plagen en honger. Branden verwoestten hele wijken van de stad en de Joden van de stad raakten in de schulden. De beperkingen werden opnieuw opgelegd als gevolg van druk van niet-joodse handelaars en fabriekseigenaren.

Aan het einde van de 18e eeuw kregen de Joden de volledige vrijheid om goederen te verhandelen en te vervaardigen terug, hun belastingen werden gelijkgesteld aan die van de niet-Joden en de meeste beperkingen op waar ze mochten wonen werden opgeheven.

Aan het einde van de 18e eeuw steunden de meeste Joden van de stad de Poolse opstand van 1794 onder leiding van Tadeusz Kościuszko, maar met de verdeling van Polen werden Vilna en de omliggende regio bij het Russische rijk gevoegd.

Plaatje hierboven: De oude Joodse begraafplaats bij Piramónt (Shnípeshok, de huidige wijk Šnipiškės in het moderne Vilnius, de hoofdstad van Litouwen) was in gebruik van 1487 tot 1831. Ook de Gaon van Vina nigt hier begraven. Tijdens de nazitijd (1941-1944) en in de Sovjettijd (1944-1990) werden alle zerken en tombes verpulverd door de Russische bezetter.


Bronnen:

♦ naar een artikelThe Jerusalem of Lithania; The Stry of the Jewish Community of Vilna” op de site van Yad Vashem

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.