Iran: ‘Wij kunnen uranium verrijken tot 90 procent zuiverheid’

De woordvoerder van de Atomic Energy Organization of Iran (AEOI) zei donderdag dat zijn land uranium kan verrijken tot 90 procent zuiverheid.

De woordvoerder van de AEOI, Behrouz Kamalvandi (plaatje hierboven), zei:

Onze prestaties zijn zo groot dat we uranium gemakkelijk kunnen verrijken in verschillende percentages tot wel 90 procent. Als op sommige gebieden een verrijking van meer dan 20 procent nodig is, kan de AEOI dat doen.

De verklaring komt dagen nadat Iran officieel aankondigde dat het de verrijking van uranium op zijn ondergrondse site in Fordow had hervat tot 20 procent, een niveau dat sinds 2015 niet meer is gezien.

De hervatting van de uraniumverrijking maakt deel uit van de inspanningen van Iran om de naleving van de nucleaire deal van 2015 met wereldmachten terug te schroeven. Deze stappen zijn gekomen als reactie op de terugtrekking van de Amerikaanse president Donald Trump uit de overeenkomst in mei 2018.

Het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA), dat toezicht houdt op de nucleaire activiteiten van Iran, bracht onlangs een rapport uit waarin werd vastgesteld dat Iran geavanceerde uraniumverrijking heeft opgestookt. Centrifuges die het op zijn site in Natanz had geïnstalleerd in strijd met de overeenkomst van 2015.

In een eerder rapport onthulde het VN-agentschap dat de voorraad verrijkt uranium van de Islamitische Republiek nu meer dan tien keer hoger is dan de limiet die is vastgelegd in de nucleaire deal van 2015 met wereldmachten.


Bronnen:

♦ naar een artikel van Elad Benari “Iran: We can enrich uranium at 90% capacity” van 8 januari 2021 op de site van Arutz Sheva

♦ naar een artikel “Germany, France, UK ‘Deeply Concerned’ Over Iranian Enrichment Activity” van 6 januari 2021 en een artikel “Iran Tells IAEA it Plans to Enrich Uranium to up to 20% at Fordow Site” van 2 januari 2021 op de site van The Algemeiner

♦ naar een artikel “Iran says has ‘finger on trigger’ to enrich uranium to 20% ‘as soon as possible’” van 2 januari 2021 op de site van The Times of Israel