In Polen herdenkt het nieuwe Sobibor-museum slachtoffers door middel van opgegraven bezittingen

Na meer dan een decennium van planning en bouw, werd onlangs een nieuw museum ingehuldigd in Sobibor, het voormalige Duitse nazi-vernietigingskamp in Polen.

Sobibor, een van de drie vernietigingskampen van “Operatie Reinhardt” die in 1942 werden gebouwd, had gaskamers waar 180.000 Joden werden vermoord. Het kamp wordt herinnerd voor een succesvolle gevangenenopstand in oktober 1943, waardoor tientallen Joden wisten te ontsnappen en de oorlog overleefden.

Ongeveer een derde van de uit Nederland weggevoerde joden is in Sobibor omgebracht. Tussen maart en juli 1943 zijn negentien transporten vanuit Westerbork naar Sobibor vertrokken. De meeste van de 34.313 gedeporteerden zijn terstond vergast. Een paar honderd gevangenen zijn bij aankomst geselecteerd voor dwangarbeid in het kamp of in naburige kampen. Vrijwel allen zijn aan honger, uitputting of mishandeling omgekomen.

Uit Sobibor zijn slechts achttien overlevenden teruggekeerd die vanuit Nederland zijn getransporteerd: drie mannen en vijftien vrouwen. Als het aan de nazi’s had gelegen was vernietigingskamp Sobibor voor altijd geheim gebleven. In oktober 1943 werd het kamp na een opstand van Joodse gevangenen met de grond gelijk gemaakt. Niks mocht achterblijven wat kon wijzen op de grootschalige moord.

Plaatje hierboven: Binnenzicht van het museum in Sobibor in Polen, waar tijdens de Holocaust 180.000 Joden werden vermoord door de Duitse nazi’s [beeldbron: Staatsmuseum in Majdanek/TOI]

Agnieszka Kowalczyk-Nowak, de woordvoerster van het museum, noemde het “een bekroning van een initiatief dat in 2008 is gestart door Polen, Nederland, Slowakije en Israël”. Zij vertelde The Times of Israel dat de permanente tentoonstelling, die in oktober werd ingehuldigd, “de tijdgenoot en toekomstige generaties zal informeren over de geschiedenis van massavernietiging in Sobibor.”

Met 323 vierkante meter tentoonstellingsruimte is het Sobibor-museum groter dan vergelijkbare installaties in Belzec en Treblinka, de andere vernietigingskampen van ‘Operatie Reinhard’. Eind 1943 werden in totaal meer dan 1.500.000 Joden vermoord bij de drie moordfaciliteiten.

De site van Sobibor, inclusief het museum, wordt beheerd door het Staatsmuseum in Majdanek. Voordat de bouw in 2017 begon, zijn geselecteerde delen van het voormalige kampterrein opgegraven door archeologen. Drie jaar geleden was het veld van massagraven bedekt met geotextiel en gemalen marmer.

Meer dan 11.000 objecten werden gevonden tijdens archeologisch onderzoek in het gebied van het voormalige Duitse nazi-vernietigingskamp in Sobibór. Persoonlijke voorwerpen van de slachtoffers van de Holocaust vormen een belangrijk onderdeel van deze collectie.

Joden die uit de bezette landen van Europa werden gedeporteerd, kregen vaak te horen dat ze in het Oosten zouden kunnen wonen en werken. Om deze reden namen ze op de lange reis de dagelijkse benodigdheden mee: toiletartikelen, medicijnen, borden, bestek, kleine huishoudelijke apparaten.

In werkelijkheid werden na een aantal dagen reizen in overvolle treinen in werkelijkheid echter hele gezinnen vermoord in de gaskamers, zonder enige kans om gered te worden. De bagage van de slachtoffers werd verzameld in magazijnen, zorgvuldig geïnspecteerd en de inhoud ervan gesorteerd door gevangenen die waren geselecteerd voor werk onder toezicht van de kampbemanning.

Geld, sieraden, waardevolle spullen en nuttige dingen die verkocht konden worden, werden naar het Reich verscheept. Documenten, boeken en foto’s werden verbrand in speciaal daarvoor bestemde putten. Objecten die tot op de dag van vandaag in de aarde hebben overleefd, zijn slechts een klein deel van wat naar Sobibór is gebracht.

Ze werden per ongeluk door hun eigenaars gedropt nadat ze de trein hadden verlaten of met opzet door hen verborgen. Ze werden echter het vaakst verloren door de kampbemanning, die haastig werkte en plunderingen ten behoeve van het Reich als een van hun taken behandelde.

Onder al die getuigen van de uitroeiing, die ongetwijfeld de relikwieën van Sobibór zijn, zijn er items van speciale betekenis die getuigen van een onvoorstelbare misdaad tegen de menselijkheid – tags met de namen van kinderen die naar het kamp zijn gedeporteerd. Ze waren waarschijnlijk gemaakt op verzoek van hun ouders of voogden en moesten de identificatie van kinderen en hun woonplaatsen vergemakkelijken in geval van scheiding tijdens gedwongen hervestigingen.

Lea Judith de la Penha, geboren op 11 mei 1937 (het kleine meisje rechts op de foto hierboven), woonde met haar moeder Judith en vader David aan de Graaf Florisstraat 5 I te Amsterdam. Bij een razzia van joden begin juni 1943 werd het gezin gedeporteerd naar het doorgangskamp in Westerbork en vervolgens naar het vernietigingskamp in Sobibór. Op de dag van haar overlijden was Lea zes jaar oud.

Het naamplaatje hierboven links is dat van Annie Kapper. Zij werd geboren op 9 januari 1931 in Amsterdam, aan de IJselstraat 44. Op 12-jarige leeftijd werd ze samen met haar ouders Elisabeth en Meijer en zesjarige broer Gerard gedeporteerd naar het kamp in Westerbork. Het gezin werd op 2 april 1943 in Sobibór vermoord.


Bronnen:

♦ naar een artikel van Matt Lebovic “In Poland, new Sobibor museum memorializes victims through unearthed belongings” van 1 januari 2021 op de site van >The Times of Israel

♦ naar een bericht van 15 april 2020 op de Facebookpagina van het Państwowe Muzeum na Majdanku / State Museum at Majdanek