Zal de EU een serieuze strategie tegen antisemitisme ontwikkelen?

Ongeveer 20 jaar lang is de Europese Unie (EU) in de strijd tegen het antisemitisme grotendeels passief, incompetent, onverschillig en vaak kwaadaardig geweest. Daartoe behoort haar houding tegenover de hetze in meerdere van haar lidstaten. Ondertussen is de haat tegen Joden en Israël in de EU enorm toegenomen.

Nu schijnt de Europese Commissie het thema van de antisemitische ophitsing volgend jaar te willen aanpakken. Haar arbeidsprogramma voor 2021 verklaart: “Met het oog op de toename van antisemitisch geweld en haatmisdaden zal de Commissie een omvattende strategie ter bestrijding van het antisemitisme voorleggen, om de inspanningen van de lidstaten aan te vullen en te ondersteunen.” De Europese Raad is bovendien van plan om op haar topontmoeting in december een verklaring tegen antisemitisme aan te nemen.

Europa´s ononderbroken historie van het antisemitisme – ruim duizend jaar – vindt haar oorsprongen al van de voorstelling dat Europa bestaat. Geen enkele EU-strategie tegen antisemitisme kan zonder een gedetailleerde introductie in de historie van haar ononderbroken antisemitisme effectief zijn. Deze moet zich in de eerste plaats vooral op de rooms-katholieke kerk concentreren, moet echter ook aandacht schenken aan individuele personen zoals Erasmus, Maarten Luther, Voltaire, vroege Franse socialisten van de 19e eeuw en Karl Marx.

Het geplande EU-document moet verklaren hoe gemeen en fanatiek christelijk antisemitisme de basis voor de tweede grote golf van deze haat legde, het nationaal-etnisch antisemitisme en ook zijn meest extreme genocidale uitdrukkingsvorm – het nationaalsocialisme.

Sinds de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde zich langzamerhand een derde vorm van het antisemitisme, het anti-Israëlisme. De EU en een serie van haar lidstaten hebben hier af en toe aan deelgenomen. Dat alles moet uitvoerig beschreven en geïllustreerd worden, anders kan er geen steekhoudend document opgesteld worden.

Wanneer de komende studie niet nadrukkelijk erkent dat antisemitisme een integraal bestanddeel van Europese cultuur is, zal ze mislukken. Een belangrijke mijlpaal bij de verdraaiing van de EU-realiteit over antisemitisme vond plaats in 2003, toen het Centrum voor Antisemitismeonderzoek (ZfA) aan de Technische Universiteit in Berlijn door het Europese Observatiecentrum voor Racisme en Xenofobie (EUMC) werd verzocht de data te analyseren en de uitkomsten over antisemitisme samen te vatten, die de Europese organisatie verzameld had.

De Amerikaanse wetenschapster Amy Elman beschreef het Europese falen uitgebreid in haar boek “The European Union, Antisemitsm and the Politics of Denial” uit het jaar 2014. In een interview zei ze: “Het ZfA voltooide zijn document in oktober 2003. Daarin werd vastgesteld dat gewelddadige aanvallen op Joden vaak ontstaan als gevolg van virulent antizionisme uit het hele politieke spectrum. Bovendien identificeerde het nadrukkelijk jonge moslims van Arabische herkomst als hoofddaders van lichamelijke aanvallen tegen Joden en de schending en vernieling van synagogen. Velen waren zelf slachtoffer van racisme en sociale buitensluiting.

Het EUMC publiceerde de studie niet en stond er op dat de ene maand van het ZfA-onderzoek te kort zou zijn. Het beweerde ook dat het rapport nooit bedoeld zou zijn geweest om gepubliceerd te worden. De onderzoekers van het ZfA becommentarieerden dat hun concentratie op islamitische daders van antisemitische en antizionistische aanvallen het EUMC verontrustte. Ze verklaarden dat dit EU-agentschap hen herhaaldelijk verzocht had hun ´omstreden´ resultaten te modificeren. Nadat de onderzoekers deze revisies afwezen, legde het EUMC hun rapport in november 2003 aan de kant.”

Langzamerhand werden in verschillende Europese landen onderzoeken over het extreme antisemitisme gepubliceerd. Desondanks ondernam de EU heel weinig. Een mijlpaal van informatie was de publicatie van een studie van de Universiteit Bielefeld in het jaar 2011. Ze werd uitgevoerd in opdracht van de aan de SPD gelieerde Friedrich-Ebert-Stiftung en stelde vast dat minstens 150 miljoen burgers in de leeftijd vanaf 16 jaar in de EU zich een demonische kijk op Israël eigen zouden maken.

Het onderzoek werd in zeven Europese landen gehouden. Onderzoekers enquêteerden per land in de herfst van 2008 duizend personen in de leeftijd vanaf 16 jaar. Een van de gestelde vragen wilde er achter komen of zij het eens waren met de uitspraak dat Israël een vernietigingsoorlog tegen de Palestijnen voert. De laagste percentages personen die het met deze uitspraak eens waren, bevonden zich in Italië en Nederland met 38% respectievelijk 39%. De percentages in de andere landen: Hongarije 41%, Groot-Brittannië 42%, Duitsland 48% en Portugal 49%. In Polen waren het 63%.

De Europese Commissie zou gechoqueerd hebben moeten zijn van deze resultaten. Ze toonden aan dat een “nieuw Europa” slechts in geringe delen bestond en dat het “oude Europa van de Jodenhaat en antisemitische hetze” zeer aanwezig is. De EU zou ook hebben moeten kijken naar de gevolgen van haar eigen bijdrage over dit beeld, omdat het resultaat zeer eenzijdige kritiek op Israël is en grotendeels de Palestijnse stemmers op de genocidale beweging Hamas evenals haar financiële ondersteuning voor de Palestijnse Autoriteit – gecontroleerd door de op een na grootste Palestijnse beweging, Fatah – de terroristen beloont die Joden vermoorden. (Als de terrorist gedood wordt, krijgt zijn familie het geld). De cultuur van glorificatie van de dood is zeer markant in de Palestijnse wereldbeschouwing.

Bovendien geeft de EU geld aan tegen Israël ophitsende Palestijnse NGO´s. NGO-Monitor heeft er op gewezen dat meerdere daarvan contacten onderhouden met de terreur. De EU ondersteunt bovendien de Speciale VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen (UNRWA). Er bestaat geen steekhoudende reden voor dat deze organisatie buiten het reguliere VN-vluchtelingenhulpsysteem bestaat.

In meerdere EU-lidstaten floreert antisemitisme, zonder dat de EU ook maar reageerde. Een zo´n geval is Zweden. Diens op twee na grootste stad Malmö was lange tijd Europa´s hoofdstad van het antisemitisme, hoofdzakelijk wegens delen van het daar gevestigde islamitische bevolkingsdeel. Het werd door nietsdoen en vaak zelfs deelname van het plaatselijke sociaaldemocratische, door burgemeester Elmar Reepalu aangevoerde, bestuur aan antisemitische propaganda mogelijk gemaakt. Malmö werd langzamerhand door het veel grotere Berlijn als Europa´s hoofdstad van het antisemitisme ingehaald. Een ander en tot nu toe in Europa uniek voorval was de sluiting van de joodse gemeente in de Zweedse stad Umea als gevolg van de kwelling door lokale nazi´s.

Spanje is een ander land, dat tot op de hoogste niveaus van antisemitisme vervuld is. De partij Podemos betwist het bestaansrecht van Israël. Podemos is de juniorpartner in de regering van de door de PSOE (Socialistische Arbeiderspartij) van Spanje beheerste regering van minister-president Pedro Sánchez. Elk serieus plan van een EU-strategie tegen antisemitisme moet leiden tot het aftreden of de uitsluiting van Josep Borrell, de Hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse en Veiligheidspolitiek van de Europese Commissie, een Spanjaard. Hij zei tegenover “Politico”: “Iran zal Israël uitroeien; dat is niets nieuws. Daar moet men mee leven.” Dat is de ergste soort appeasement van antisemitisme. Een man zoals deze mag geen plek in een Europese Commissie hebben, die beweert een strategie tegen antisemitisme te hebben.

In 2015 benoemde de EU haar eerste Europese Commissie-coördinator ter bestrijding van antisemitisme, Katharina von Schnurbein. Zij onderneemt op dit gebied alles wat mogelijk is. Het feit dat zij in de EU-hiërarchie niet bijzonder hoog staat en tot voor kort bijna geen medewerkers had, is nog een aanwijzing voor de nalatigheid in de strijd tegen antisemitisme.

In de afgelopen jaren werd een serie studies over de verbreiding van antisemitisme in een serie EU-landen, evenals de waarneming van de daar levende Joden gepubliceerd. De relatieve betekenis van de daders is van land tot land verschillend. In z´n geheel domineert het islamitisch antisemitisme. In Duitsland is echter rechts antisemitisme belangrijker. Het laatste neemt eveneens in z´n geheel toe. Links antisemitisme werd vooral grotendeels verbaal in extreme Israëlhaat uitgedrukt.

Het is belangrijk dat er, duidelijk voordat het werk begint, een gedetailleerde omlijning aan de Europese Commissie wordt voorgelegd, die de zaken bevat die in zo´n studie aan bod moeten komen. De vraag luidt: Wie kan of wie zal deze omlijning voorleggen? De Israëlische regering heeft vele andere eigen belangen in het samenwerken met de EU en zal dat nauwelijks doen. Vanwege haar eigen incompetentie en achteloosheid op dit terrein is dat des temeer het geval.

Dat laat het thema ver open voor grote joodse organisaties. Maar die zijn in de regel niet echt vertrouwd met een strategisch totaaloverzicht over Europees antisemitisme.

Omdat de Europese Commissie zich verplicht heeft tot deze studie, is dit een unieke gelegenheid haar tegemoet te treden en haar onder druk te zetten, opdat ze eindelijk met een lonend strategisch document over de strijd tegen antisemitisme komt, dat het antisemitische verleden van het continent en het toegeven van haar eigen enorme falen op dit terrein inbrengt.

door Dr. Manfred Gerstenfeld


Bronnen:

♦ een artikel van Dr. Manfred Gerstenfeld in een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikel Wird die EU eine ernsthafte Strategie gegen Antisemitismus entwickeln? op de site van Heplev van 21 december 2020

Een gedachte over “Zal de EU een serieuze strategie tegen antisemitisme ontwikkelen?

  1. Interessant ranglijstje van meest antisemitische landen binnen de EU

    Groet

    Donald.

    Like

Reacties zijn gesloten.