Alan Baker over ‘De brutaliteit van België’ inzake de Joodse gemeenschappen in Judea & Samaria

Plaatje hierboven: De Palestijns-Belgische alliantie tégen Israël. Brussel, 9 februari 2017: PLO-kopstuk wijlen Saeb Erekat en PA-president Mahmoud Abbas geven samen met de toenmalige Belgische premier Charles Michel (rechts) een persconferentie. De franstalige links-liberale Charles Michel is sinds 1 december 2019 voorzitter van de Europese Raad [beeldbron: Memo]

In een officiële aankondiging door de afdeling “Belgische Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken”, op 6 november, sprak de Belgische regering haar veroordeling uit over de sloop door Israël van illegaal gebouwde constructies zonder enige goedkeuring voor planning en bestemmingsplannen in delen van de betwiste gebieden die worden beheerd door Israël.

De gebouwen werden gebouwd met Belgische financiering. Volgens deze officiële aankondiging …

[..] steunt België dergelijke infrastructuurprojecten omdat ze in dringende behoeften voorzien. Ze worden altijd uitgevoerd in overeenstemming met het internationaal humanitair recht … de sloop van infrastructuur en huisvesting is in strijd met het internationaal humanitair recht, in het bijzonder de Vierde Conventie van Genève, de verplichtingen van Israël als bezettingsmacht en resoluties van de VN-Veiligheidsraad / Raad.

De grote betrokkenheid van België bij illegale bouw in strijd met de plannings-, bestemmingsplannen en bouwvoorschriften en vereisten die van toepassing zijn in wat de Palestijnen en Israëli’s hebben aangeduid als ‘Area C’ wordt duidelijk gemaakt in de aankondiging:

Sinds 2017, op initiatief van België, wordt een Een groep partnerlanden die door soortgelijke acties zijn getroffen, heeft systematisch bij de Israëlische autoriteiten ingegrepen om hen te vragen de sloop te stoppen en de getroffen projecten te herstellen of de geleden schade te vergoeden.

België’s lef om compensatie te eisen wordt geëvenaard door zijn flagrante minachting van de juridische infrastructuur die is overeengekomen tussen Israël en de Palestijnen, van toepassing in de gebieden waarin België zo actief betrokken is bij illegale bouw.

Wie bestuurt gebied C wettelijk?
De Israëlisch-Palestijnse Interimovereenkomst van 1995 op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, algemeen bekend als de ‘Oslo 2’ -overeenkomst, verdeelde de gebieden in drie verschillende jurisdictiegebieden, in afwachting van een definitieve overeenkomst tussen Israël en de Palestijnen over hun permanente status.

In gebieden A en B, die alle grote bevolkte gebieden bestrijken – Palestijnse steden, dorpen, dorpen, vluchtelingenkampen en gehuchten – alle overheidsbevoegdheden en verantwoordelijkheden, inclusief wetgeving en landreglementering, interne veiligheid (Gebied A) en openbare orde (Gebied B ) werden overgedragen aan de Palestijnse Autoriteit.

De partijen bij de overeenkomst hebben bepaald dat in gebied C, dat de resterende delen van het grondgebied beslaat, inclusief de nederzettingen en militaire installaties van Israël, Israël het gebied blijft beheren, onder voorbehoud van P.A. verantwoordelijk voor de burgerlijke openbare orde, in afwachting van overeenstemming tussen de partijen over de permanente status van de gebieden.

In de derde bijlage, getiteld ‘Protocol betreffende burgerzaken’, bevat de interimovereenkomst gedetailleerde bepalingen over planning en bestemmingsplannen in de respectieve gebieden die door de partijen bij de overeenkomst zijn gedefinieerd. Met betrekking tot de gebieden A en B werd overeengekomen dat:

Bevoegdheden en verantwoordelijkheden op het gebied van planning en bestemmingsplan op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook zullen worden overgedragen van de militaire regering en haar burgerlijk bestuur naar de Palestijnse zijde. Dit omvat het initiëren, voorbereiden, wijzigen en intrekken van planningsschema’s en andere wetgeving met betrekking tot kwesties die worden gereguleerd door planningsschema’s (hierna: ‘planningsschema’s’) die bouwvergunningen afgeven en toezicht houden op en toezicht houden op bouwactiviteiten.

Met betrekking tot gebied C werd overeengekomen dat de verantwoordelijkheid voor planning en bestemmingsplannen onder het gezag van het Israëlische burgerlijk bestuur bleef, in afwachting van een mogelijke toekomstige overdracht van dergelijke bevoegdheden en onder voorbehoud van onderhandelingen over de permanente status.

Planning- en bestemmingswetgeving in Area C4
Aangezien Israël en de Palestijnen geen andere overeenkomsten hebben gesloten met betrekking tot de toewijzing, regulering en administratie van land, blijven de bovenstaande regelingen met betrekking tot alle gebieden, inclusief Area C, geldig.

Elk voorgesteld bouwproject in Area C is dus onderworpen aan de toepasselijke plannings- en bestemmingsvereisten zoals uiteengezet in de landwetgeving die op het grondgebied van toepassing is, wat de nog steeds geldende Jordaanse wetgeving inzake ruimtelijke ordening is – “Wet betreffende de planning van steden, dorpen en gebouwen Nr. 79, 1966,” zoals van tijd tot tijd gewijzigd door de Israëlische veiligheidswetgeving en jurisprudentie.

Op grond van deze wetgeving vaardigde de wettelijke autoriteit in Area C, de Israëlische militaire gouverneur van het gebied van Judea en Samaria, een bevel uit van 17 april 2018, getiteld ‘Order betreffende de verwijdering van nieuwe constructies‘ (Tijdelijke order Judea en Samaria) (Nr. 1797) 2018.

Zoals het geval is met betrekking tot de bouwvereisten in elk wettelijk kader (inclusief België — zie hieronder), vereist deze order de verkrijging van een bouwvergunning voor elke nieuwe structuur.

In het geval dat een dergelijke vergunning niet wordt verleend of dat de constructie is gebouwd in strijd met de voorwaarden die in de vergunning zijn bepaald, en na een beroepsprocedure bij de verschillende bouwregelgevende instanties, is de overtreder verplicht de constructie te verwijderen. Indien het gebouw niet is verwijderd door degenen die verantwoordelijk zijn voor de bouw, kan het gebouw worden verwijderd door de verantwoordelijke instantie.

[..]

Conclusie
Helaas en ten onrechte hebben België, samen met zijn E.U. Partners, lijkt te geloven dat het ondermijnen van de legale status van Israël in Area C, het sponsoren van illegale bouwprojecten en het steunen van internationale resoluties waarin Israël wordt uitgekozen, zal bijdragen aan het bevorderen van het Israëlisch-Palestijnse vredesproces.

Dit is een naïef, hypocriet en zelfs gewaagd standpunt van de kant van België. In plaats van zijn duidelijke invloed op de Palestijnse leiders aan te wenden om hen aan te sporen en aan te moedigen terug te keren naar bonafide onderhandelingen met Israël over de permanente status van de gebieden, zoals overeengekomen in de Oslo-akkoorden, moedigt België de Palestijnse leiders aan om de Oslo-akkoorden te ondermijnen en om internationale overeenkomsten te schenden.

Dit zal de vrede geen jota bevorderen. Integendeel; Het zal eenvoudig het Palestijnse leiderschap versterken in zijn pogingen om een ​​eenzijdige en onaanvaardbare realiteit af te dwingen en op te leggen.


Bronnen:

♦ naar een (ingekort) artikel van Alan BakerThe audacity of Belgium” van 29 november 2020 op de site van The Jewish News Syndicate (JNS)

♦ een artikel op deze blogVolgens Oslo mag Israël onbeperkt bouwen in Area C en Palestijnen mogen dat NIET” van 22 november 2020 en een artikelBelgië vraagt Israël compensatie voor afbraak van illegale Palestijnse bouwsels in Judea & Samaria” van 12 november 2020 en een artikelIsraël berispt België voor steun aan ngo’s die pro-Israëlische stemmen het zwijgen willen opleggen” en een artikelIsraël berispt België voor steun aan ngo’s die pro-Israëlische stemmen het zwijgen willen opleggen” van 12 augustus 2020

Een gedachte over “Alan Baker over ‘De brutaliteit van België’ inzake de Joodse gemeenschappen in Judea & Samaria

  1. De arrogantie van een van de kleinste landen van Europa overtreft werkelijk iedere grens. Ze zijn in hun waan helemaal de weg kwijt.

    Het tot op het bot verdeelde landje met haar 4 regeringen, 10 provinciale besturen met alle bijbehorende ambtenaren, de 3 talen & een officiele taalgrens, nodig om de boel bij mekaar te houden, is wel de laatste om zich met illegale politiek & inmenging in vreemde landen te kunnen bezighouden.

    Misschien waren ze er in Brussel nog niet achter maar het Belgische coloniaal bewind is écht voorbij.

    Het zou een pak gezonder zijn voor Belgische burgers, iets waar volgens mij de verschillende Belgische regeringen na lang gezever voor zijn aangesteld, om zich met binnenlandse problematiek bezig te houden…..en niet met de palestina soap.

    Palestijnse Arabieren zouden écht een betere partner dan Belgie moeten vinden om hun ‘problemen’ op te lossen.

    Realiteitszin is bij beiden blijkbaar een ver van mijn bed show, de Belgische zetelt blijkbaar in ‘palestina’ en de ‘palestijnse’ in Belgie……..misschien daarom de verbondenheid..

    Geliked door 1 persoon

Reacties zijn gesloten.