Wat de Tweede Intifada deed met de Israëlische samenleving

Israël herdenkt volgende week het begin van wat algemeen bekend staat als de ‘Tweede Intifada’, de vier en een half jaar durende oorlog van Yasser Arafat tegen Israël, na de ondertekening van twee vredesakkoorden met de Joodse Staat.

Ik kwam in augustus 2000 naar Israël en verwachtte naïef dat de vrede met de Palestijnse Arabieren slechts een kwestie van tijd was. Er was immers al een vredesconferentie geweest in Camp David, waar de toenmalige Amerikaanse president Bill Clinton probeerde de partijen bij elkaar te brengen en ongekende concessies behaalde bij de Israëlische premier Ehud Barak.

Yasser Arafat, de leider van de ontluikende Palestijnse Autoriteit, weigerde ook maar een enkele concessie te doen met betrekking tot belangrijke kwesties als de grenzen van een Palestijnse staat en de controle over de Tempelberg in Jeruzalem. Arafat stond ook op het ‘recht op terugkeer’ voor miljoenen Palestijnse Arabieren en hun nakomelingen, die voor en tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 uit Israël waren gevlucht. De Palestijnse leider ontkende zelfs elke Joodse historische aanspraak op de Tempelberg en het bestaan van twee Joodse tempels op wat in het Arabisch Haram al-Sharif wordt genoemd, het plateau waar moslims in de zevende eeuw in Jeruzalem een moskee bouwden.

De Europese media stonden er echter op dat de vrede een kwestie was van nog een paar gespreksronden. Die vonden inderdaad plaats, in de Egyptische steden Sharm al-Sheikh en Taba, maar ze leverden geen doorbraken op die nodig waren om tot een vredesakkoord te komen. Ze hadden het helemaal mis, zoals ik later hoorde van Israëlische ingewijden die het hele ‘vredesproces’ hadden gevolgd en zagen wat Yasser Arafat in werkelijkheid deed.

Toen Rosh HaSjanah eind september 2000 aankwam, zaten mijn familie en ik de meeste tijd in een synagoge in de stad Rehovot en hebben we tijdens de twee dagen van het feest de televisie niet aangezet. We konden ook niet veel communiceren met andere aanbidders, omdat we nog moesten beginnen met ‘ulpan’, een Hebreeuwse spoed-taalcursus. Dus toen ik na het feest eindelijk de televisie aanzette, staarde ik in shock naar de beelden van het geweld dat Israël tijdens het feest had overspoeld. De meest herhaalde beelden waren die van een Palestijnse vader met zijn 12-jarige zoon, Mohammed al-Durrah, in de Gazastrook, toen ze beschutting leken te zoeken tegen geweervuur achter een betonnen muur.

Volgens het Palestijnse verhaal zochten Jamal en Mohammed al-Durrah beschutting tegen de kogels die door Israëlische soldaten op hen werden afgeschoten. Het verhaal bleek later nep te zijn en werd gebruikt om de Arabische bevolking aan de andere kant van het Midden-Oosten op te hitsen.

Na meer dan een uur naar de beelden op de Israëlische televisie te hebben gekeken, besloot ik mijn Israëlische vriend Erez Bar Haim te bellen, die ons had geholpen met het proces om naar Israël te emigreren (Aliyah). Erez legde me uit dat op de eerste dag van Rosh HaShanah de Palestijnse Arabieren samen met de Israëlische Arabieren de zogenaamde Tweede Intifada hadden gelanceerd. Dit deden zij uit protest tegen een bezoek van de toenmalige Israëlische oppositieleider Ariel Sharon aan de Tempelberg in Jeruzalem. Sharons bezoek werd goedgekeurd en volledig gepland met Jibril Rajoub, een functionaris van de Palestijnse Autoriteit. Maar in feite was het een valstrik, die het Palestijnse leiderschap in staat zou stellen om wat in Israël nu door de meeste geleerden ‘De Oslo-oorlog’ wordt genoemd, te lanceren.

In de dagen na de ‘uitbraak’ van de Tweede Intifada maakte het gooien van stenen en het slingeren van molotovcocktails plaats voor een georganiseerde zelfmoordaanslag-campagne, die vooral gericht was op Israëlische burgers die met bussen reisden of in restaurants dineerden. In de vier en een half jaar die volgden, verloren 1.053 Israëli’s het leven: meer dan het aantal doden tijdens alle voorgaande oorlogen, met uitzondering van de Onafhankelijkheidsoorlog in 1948. Toen werden 6.400 Israëli’s gedood, waaronder 2.400 burgers.

Ik herinner me de vreselijke gebeurtenissen zoals de zelfmoordaanslagen in de ultraorthodoxe Ge’oelah-wijk in Jeruzalem op een shabbat. Een Palestijnse zelfmoordterrorist verkleedde zich als een ultraorthodoxe Jood en blies zichzelf op onder aanbidders die terugkwamen van een gebedsdienst. Ik herinner me ook de vreselijke angst die ik voelde toen ik op de radio hoorde dat het Clal-gebouw in Jeruzalem het doelwit was van een zelfmoordterrorist, vlak nadat mijn dochter het gebouw had bezocht. Ze beantwoordde mijn oproepen niet onmiddellijk, maar belde me later op om te zeggen dat haar bus het gebied van het gebouw vlak voor de zelfmoordaanslag had verlaten.

In die tijd werkte ik voor het IDF Centraal Commando in Oost-Jeruzalem en moest ik 130 kilometer reizen vanaf de kibboets waar ik woonde, in de Bet Shean Vallei. Na het passeren van de checkpoint bij Shadmot Mechola gaf ik altijd vol gas en reed ik met maximale snelheid richting Jeruzalem. Israëlische auto’s werden beschoten door Palestijnse terroristen op snelweg 90 in de Jordaanvallei, en ik dacht dat ik door snel te rijden een moeilijker doelwit zou zijn om te raken. Een andere keer reed ik van Eilat naar Kibboets Ein Hanatziv in de buurt van Bet Shean. In het gebied van Jericho zagen we plotseling hoe het Israëlische leger lichtkogels gebruikte om het gebied van snelweg 90 te verlichten. Ik begreep dat de soldaten op zoek waren naar een terrorist en beval mijn kinderen op de vloer van de auto te gaan liggen om niet door kogels geraakt te worden.

Gedurende deze jaren was ik getuige van vele andere vreselijke gebeurtenissen, zoals de moord op twee Israëlische jongeren in de buurt van de nederzetting Bet Haggai, 10 kilometer ten zuiden van Hebron. Of de paniek na een massale aanval op religieuze Israëli’s die terugkwamen van een gebedsdienst in de Grot van de Patriarchen. Men zou kunnen zeggen dat niemand in Israël ongedeerd aan de Tweede Intifada ontsnapt is, en dit verklaart waarom de Israëlische samenleving nooit volledig hersteld is van deze vreselijke periode. Iemand vatte het ooit samen in een zin: ‘De Tweede Intifada maakte realisten van alle Israëli’s.’

Voorafgaand aan de oorlog steunde de meerderheid van de Israëli’s de vredesonderhandelingen met de Palestijnse leiding, maar na de Tweede Intifada verloor het merendeel van de Israëli’s de interesse om nieuwe vredesprocessen op gang te brengen. Het resultaat was een politieke aardbeving. De laatste linkse regering in Israël was die van Ehud Barak, de politicus van de Arbeidspartij die twee jaar lang premier was voordat hij werd verslagen door de havikachtige Likoed-politicus Ariel Sharon, die Israël naar de overwinning op de Palestijnse terreurbewegingen tijdens de Tweede Intifada leidde.

Daarna zijn er twee pogingen geweest om links weer aan de macht te brengen door nieuwe partijen te vormen. De eerste poging was in 2005, toen Ariel Sharon van kant wisselde en de leider van de nieuw gevormde Kadima-partij werd. De tweede was in 2019, toen de Blauw-en-Wit partij werd opgericht, met als enig doel om premier Benyamin Netanyahu, de langstzittende premier in de Israëlische geschiedenis, ten val te brengen.

Deze revolutie in de Israëlische politiek verklaart ook de gedempte reacties in Israël op de twee nieuwe vredesverdragen met Arabische Golfstaten, die vorige week in Washington werden ondertekend. De Israëli’s zijn momenteel meer geïnteresseerd in wat er in hun eigen samenleving gebeurt en hebben hun interesse in wat er in het bredere Midden-Oosten gebeurt, verloren.

door Yochanan Visser

Plaatje hierboven: Zelfmoordaanslag op een lijnbus in de Dizengoffstraat in Tel Aviv op 19 oktober 1994, tussen de Eerste en de Tweede Intifada in. Hierbij vielen 22 doden en 50 gewonden. De dader Saleh Al-Souwi van de Qassam Brigades (Hamas) kwam eveneens om in zijn aanslag [beeldbron: EoZ]

Aan de vooravond van de ondertekening van het vredesakkoord tussen Israël en Jordanië, besloot Hamasleider Yahya Ayyash, medeoprichter van de al-Qassam Brigades, de feestvreugde te verstoren met een stevige aanslag. Hiervoor koos hij Hamaslid Saleh Abdel Rahim al-Souwi uit.

Ayyash maakte een vuile bom van een Egyptische landmijn met 20 kg TNT die hij aanvulde met ontelbare nagels en schroeven om zoveel mogelijk slachtoffers te genereren. Al-Souwi blies met een harde knal zijn laatste adem uit in de exploderende lijnbus. Zijn opdrachtgever Yahya Ayyash, bijgenaamd ‘De Ingenieur‘ om zijn bommenexpertise, werd bijna 15 maanden later, op 5 januari 1996, met een telefoonbom geliquideerd door de Shin Bet.


Bronnen:

♦ naar een artikel van Yochanan Visser “ANALYSIS: What the Second Intifada Did to Israeli Society” van 25 september 2020 op de site van Israel Today, in een vertaling door Israel Today Nederland

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.