Michel Waterman: ‘Sorry, limoenman’

Joden en auto’s. Niet zo’n voor de hand liggende combinatie denkt u? Nou… Op weg naar de vakantiebestemming in Zuid-Frankrijk begaf onze oude Citroën het. Ik schreef daar in mijn vorige NIW-column over.

De ANWB repatrieerde het vehikel en leverde het keurig af in Amstelveen. Johan, onze onvolprezen garagist, bevestigde onze bange vermoedens: “Jullie auto is economisch total loss,” liet hij weten. In normale mensentaal: niet meer de moeite van het repareren waard. Ka, de liefde van mijn leven, en ik moesten dus op zoek naar vervanging.

Onze laatste drie auto’s waren Citroëns. De eerste was er zo een met hydraulische vering, waar we nog vaak aan terugdenken als we bijna gelanceerd worden door zo’n onmogelijke bult op het asfalt die hardrijden moet ontmoedigen. Illustere modellen als de 2CV (de Eend) de Snoek, het Strijkijzer, ze hadden iets speciaals.

Bij mij speelt op de achtergrond ook de herkomst van dit automerk mee, ik zal het niet ontkennen. Een wereldberoemd automerk waarvan de naam terugvoert op een Amsterdams-Joodse familie, dat blijft een prachtig verhaal dat ik u niet wil onthouden. Namen en jaartallen vond ik op de website ‘Nederlandse Familienamenbank’.

Trema
Stamvader Jacob Mozes moest, zoals veel Nederlandse Joden, een achternaam kiezen toen Napoleon in 1811 de burgerlijke stand invoerde. Hij handelde in citroenen en limoenen en koos daarom de naam Limoenman. Zijn kleinzoon, Barend Roelof Limoenman (1808-1895), trommelde bij zijn huwelijk in 1831 zeven getuigen op die verklaarden dat zijn naam Citroen was.

En dat was dat: Limoenman werd Citroen. Een van Barends veertien kinderen, de diamantair Levie (1842-1884), vestigde zich in 1873 in Parijs. Hier werd zoon André (1878-1935) geboren. Op school werd hem geadviseerd de voor Fransen moeilijk uit te spreken naam Citroen van een trema te voorzien: Citroen werd Citroën. André volgde een ingenieursopleiding en werd uiteindelijk een pionier in de auto-industrie.

Terug naar onze zoektocht. Dat het weer een Franse auto zou worden, leed voor mij geen twijfel. Ik vond bij een dealer in Purmerend een vrij jonge auto, weinig kilometers op de teller, leuk model en bijna binnen ons budget. Na een proefrit liepen we met de verkoper naar binnen om de koop te bezegelen. N

aast mij hoorde ik ineens een zacht stemmetje. Zacht, maar niet minder overtuigend: “Misschien moeten we toch wat zuiniger gaan rijden, minder benzine weet je wel, ook vanwege het milieu. Ik denk aan Toyota, zo’n hybride die op benzine en elektriciteit rijdt.” Ik moest even zuchten. Maar ik realiseerde me meteen dat een ‘misschien’ van mijn lieve echtgenote gewoon een definitief besluit was. Toyota dus, een Japanner. Hm.

Joodse ingenieur
Ik moest terugdenken aan de eerste auto die mijn ouders ooit kochten, eind vijftiger jaren. Van het zeer bescheiden gezinsinkomen werd een tweedehands Volkswagen Kever aangeschaft.

Zo’n oud model, met een minimini-achterruit (twee piepkleine afgeronde driehoekjes, ‘brilletje’ genoemd), richtingaanwijzers die als een soort armpjes naar buiten floepten als je een knop op het dashboard naar links of rechts bewoog en, als ik me goed herinner, alleen een binnenspiegel. Buitenspiegels werden pas op latere modellen van de Kever geïntroduceerd. Een oudje, maar we hadden een auto!

Mijn favoriete tante en oom woonden in Bussum. Op zaterdag, als ze voor een week hadden ingeslagen bij Canter in de Van Woustraat, kwamen ze vaak bij ons langs. Mijn vader en mijn oom verschilden nogal eens van mening. Er werd wat afgekrijst. Ook toen de Kever voor de deur stond.

Hoe mijn vader het in z’n hoofd haalde een Duitse auto te kopen? Belachelijk! Anno 2020 klinkt het raar, maar we leefden pas zo’n vijftien jaar na de oorlog en anti-Duitse sentimenten waren, zeker in Joodse kring, gemeengoed. Mijn vader gaf geen krimp. Dat de Kever ooit ontworpen was door de Joodse ingenieur Josef Ganz (1898-1967) was hem niet bekend. Anders had hij dit feitje zeker gebruikt om mijn oom van repliek te dienen.

We zijn zo’n zestig jaar verder, de anti-Duitse sentimenten waarmee ik ben opgegroeid, heb ik gelukkig allang achter me gelaten. Ook een Japanse auto is natuurlijk geen probleem. Maar de overstap van Citroën naar Toyota voelt toch een beetje, een heel klein beetje, als verraad aan de familie Limoenman. Gelukkig is het volgende week Jom Kipoer.


Bronnen:

♦ naar een artikel van Michel Waterman “COLUMN: Sorry, limoenman” van 24 september 2020 op de site van het Nieuw Israëlitisch Weekblad (NIW)

Een gedachte over “Michel Waterman: ‘Sorry, limoenman’

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.