Franse Revolutie van 1789 luidt de bevrijding in van het Joodse volk in heel Europa (toch voor even)

Aan de vooravond van de Franse Revolutie in 1789 woonden er 40.000 Joden in Frankrijk. Van binnenuit ondermijnd, ten prooi aan ernstige interne verdeeldheid, worden deze gemeenschappen geconfronteerd met de dubbele uitdaging van de verspreiding van de verlichtingsideologie en het beleid van standaardisatie van hun status, geïmplementeerd door de koninklijke macht.

Het is verre van een prestatie van de revolutie of een gevolg van de afkondiging van de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger, is het toekennen van burgerrechten aan Joden het hoogtepunt van een lang proces dat werd begonnen en gedeeltelijk werd uitgevoerd door het Ancien Régime.

Met het geweld van een natuurcatastrofe kwam kort voor de eeuwwisseling de beslissende gebeurtenis, die ook voor de Joden een einde maakt aan de lange donkere tijden van de middeleeuwen en een nieuwe tijd inluidde: de Franse revolutie werd de inleiding tot de bevrijding van het joodse volk in geheel Europa.

Op 24 juli 1789 luidde de bestorming van de Bastille de ineenstorting van het oude regime in. Op 27 augustus volgde de ‘Verklaring van de rechten van de mens en de burger’. In de nationale vergadering dook het joodse vraagstuk voor de eerste maal op, toen op 22 augustus de ‘verdraagzaamheid’ ter discussie kwam.

Graaf Honoré de MirabeauConservatief ingestelde afgevaardigden wilden de katholieke godsdienst als de heersende erkend zien. De andere godsdiensten moesten worden ‘getolereerd’. Graaf Honoré de Mirabeau (1749-1791) kwam hier boos tegen op:

Heersende godsdienst! Dat tirannieke woord dient geheel en al uit onze wetgeving te verdwijnen! De onbeperkte godsdienstvrijheid is in mijn ogen dermate heilig dat het woord tolerantie mij zelfs al enigszins tiranniek in de oren klinkt.

De protestantse geestelijke Rabaud Saint-Etienne viel Mirabeau bij en vond dat de geloofsvrijheid geen uitzonderingen mocht kennen:

Voor de Franse protestanten, ook voor alle niet-katholieken eis ik wat u voor uzelf verlangt: vrijheid, gelijk recht! Ik eis dit ook voor dat … nu reeds achttien eeuwen rondzwervende, vervolgde volk, dat zich aan onze zeden en gebruiken zou hebben aangepast, indien onze wetgeving het tot onze kring had toegelaten. Wij hebben niet het recht dit volk zijn zedelijke tekortkomingen te verwijten, want deze zijn uitsluitend het gevolg van onze eigen barbaarsheid, een gevolg van de vernederende situatie waartoe wijzelf het zo onrechtvaardig hebben gedoemd.

De tolerantie overwon: “Niemand mag wegens zijn overtuigingen, ook niet wegens godsdienstige, beperkingen opgelegd krijgen … ” luidde het besluit dat de nationale vergadering na dit debat nam.

De vreugde van de joodse bevolking was groot: de afkondiging van de godsdienstvrijheid omvatte ook hen! Maar hun geduld zou nogmaals zwaar op de proef worden gesteld. De oude beperkende wetten waren nog niet buiten werking gesteld. De onzekerheid over hun toekomst duurde nog twee jaar.

Herhaalde malen besprak de nationale vergadering in haar debatten ook het vraagstuk van de burgerrechten voor de Joden. Zelfs uit de gelederen van de afgevaardigden klonken daarbij de stemmen van de eeuwige conservatieven, die de toestanden wilden laten zoals zij waren. Zij ontmoetten evenwel sterk verzet en moesten het onderspit delven. Alle grote voorvechters voor de vrijheid pleitten voor de Joden – Robespierre, Mirabeau, Talleyrand, Clermont-Tonnere.

Toch kwam het steeds maar niet tot een concrete beslissing. De elkaar snel opvolgende gebeurtenissen van de revolutie brachten steeds weer nieuwe dingen naar voren die nóg belangrijker werden geoordeeld. Eindelijk, tegen het einde van september 1791, in een van de laatste zittingen van de nationale vergadering – de beraadslagingen over de grondwet waren toen reeds afgesloten -, verklaarde de afgevaardigde Duport:

Ik ben van mening dat de gewetensvrijheid, die de grondwet heeft vastgelegd, niet langer gedoogt dat men tussen de vertegenwoordigers van de verschillende godsdiensten met betrekking tot hun politieke rechten nog enig onderscheid maakt. En toch is het Jodenvraagstuk nog altijd onbeslist, ofschoon Turken, Mohammedanen en aanhangers van andere sekten in Frankrijk reeds volledige politieke rechten genieten. Ik verlang daarom dat … onverwijld een decreet zal worden afgekondigd dat alle Joden in Frankrijk volledige burgerrechten genieten.

Nog dezelfde dag werd het voorstel aangenomen. Van 27 september 1791 af dateert de burgerlijke gelijkstelling van alle Joden in Frankrijk: voor de eerste maal in de moderne geschiedenis waren mensen die tot het joodse volk behoorden volgens een Europese wet volwaardige staatsburgers geworden!

Eindelijk is de dag aangebroken waarop wij zien dat de sluier die ons van onze medeburgers en broeders scheidde, is verscheurd!” kondigde Isaak Berr, de onvermoeibare voorvechter van de joodse emancipatie in Frankrijk, in een rondschrijven aan de gemeenten in Elzas-Lotharingen deze vreugdevolle gebeurtenis aan. “Eindelijk hebben wij de rechten heroverd die men ons meer dan achttien eeuwen geleden heeft ontrukt … Welk een gelukkige ommekeer hebt Gij, grote God, voor ons gewrocht!”

De revolutionaire legers dragen de bevrijding van de Joden uit naar de door hen veroverde landen van Europa: in 1795 roepen de republikeinen van de Nederlanden in tegenwoordigheid van het Franse bezettingsleger de Bataafse Republiek uit. Met alle andere onderdanen verwerven de Joden het volledige burgerrecht. Ook België roept hun gelijkstelling uit.

In Italië heeft de ommekeer een spectaculair verloop. Met de Franse troepen die in 1797 Piemont, Lombardije en Venetië binnenrukken, vallen overal de oude slagbomen. In Padua wordt bevel gegeven de muren van het getto te slechten, ‘opdat ieder spoor van deze scheiding, die in strijd is met de zeden van vrije mensen, voorgoed verdwijne’. In Venetië worden de poortdeuren van het getto uit de hengsels gelicht en in het openbaar verbrand.

In februari 1798 slaat in Rome het uur van de bevrijding. Terwijl paus Pius VI de stad ontvlucht, wordt onder de klanken van muziek midden in het getto voor de synagoge een ‘vrijheidsboom’ geplant en wordt de gelijkstelling van de Joden geproclameerd. Slechts éénmaal komt het in Italië tot verzet. In Siena komt het tot een moordpartij op Joden.

Ook in Duitsland boekt de emancipatie onder de druk van de Fransen haar eerste overwinningen. Reeds in de herfst van 1792 hebben de troepen van de revolutie Mainz, Worms en Spiers bezet en twee jaar later ook Keulen. Het lot wil, dat de Joden juist in die steden het eerst worden bevrijd waar zeven eeuwen tevoren de horden der kruisvaarders huishielden en waar de joodse gemeenten tegen het einde van de middeleeuwen geheel of gedeeltelijk ten onder gingen.

Op 12 september 1798 werden op bevel van de Fransen in het oeroude Mainz de poorten van het getto verwijderd. In Keulen, dat de Joden sedert de uitwijzing in het jaar 1424 iedere vestiging had geweigerd, gelast de proclamatie van de Franse commissaris:

Alles wat met slavernij samenhangt, wordt opgeheven … Alleen aan God bent u rekenschap verschuldigd over uw geloof, de burgerlijke rechten daarentegen zijn voor iedereen gelijk.

In maart 1798 vestigt zich de eerste joodse familie, die van de bankier Salomon Oppenheim (1772-1828), weer in Keulen, andere volgen. Er ontstaat een nieuwe gemeente in de stad waar reeds ten tijde van Constantijn de Grote de Joden verblijf hielden.

Plaatje hierboven: Napoleon was het eerste staatshoofd in Europa dat alle religies vrijheid van aanbidding verleende. In deze lithografie schenkt hij het aan de joden. Midden staat keizer Bonaparte met het decreet in zijn hand en rechts staat de 7-armige menora als symbool van he Jodendom [beeldbron: France Info ]

Napoleon Bonaparte
Op de revolutie volgde zeer spoedig het Napoleontische tijdperk olv Napoleon Bonaparte. Zijn houding jegens de Joden was wispelturig, hun vriend was hij heel beslist niet. Gedurende zijn Egyptische veldtocht kwam hij voor de eerste maal met hen in hun oude vaderland in aanraking.

In 1799, na zijn overwinningen bij Gaza en Jaffa, riep hij voor de poorten van Jeruzalem de Joden van Azië en Afrika op om het Franse leger bijstand te verlenen. Als dank beloofde hij hun de wederopbouw van de Heilige Stad. Wanneer hem zes jaar later, na zijn overwinning bij Austerlitz klachten over Joden in de Elzas ter ore komen, verklaart hij: “Het was het werk van zwakke heersers de Joden te vervolgen. Ik zal dat verbeteren.

Wat Napoleon wel irriteert, ja, boos maakt, is de bewering in de rapporten van zijn kanselarijen dat zij een “natie binnen de natie” zouden vormen. Op dit punt bestaan er voor Napoleon geen concessies. De regering neemt het besluit een representatieve vergadering van de Joden bijeen te roepen. Hun vertegenwoordigers moeten bindende verklaringen afleggen over hun positie binnen de staat. Tegelijk daarmee moet nieuw leven worden geblazen in de burgerlijke moraal “die door een vele eeuwen durend, vernederend bestaan verloren is gegaan“.

In juli 1806 komt op bevel van Napoleon de ‘assemblée des notables’, de constituerende vergadering van honderdtwaalf representatieve vertegenwoordigers van de joodse bevolking in de hoofdstad bijeen. Zij geeft een bevestigend antwoord op de haar voorgelegde twaalf vragen – dat de Franse Joden de Fransen als hun broeders en Frankrijk als hun vaderland beschouwen, dat zij het met goed en bloed zullen verdedigen en aan de wetten van het land zullen gehoorzamen.

De vergadering bevestigt ook de toelaatbaarheid van gemengde huwelijken en ziet zelfs af van alle zelfbestuur. Omdat deze notabelen ondubbelzinnig te kennen was gegeven dat een onbevredigende beantwoording van de vragen nadelen ten gevolge zou hebben, laten zij zich zelfs verleiden tot de verklaring dat de Katholieke Kerk hen steeds zou hebben beschermd!

In februari 1807 komt op last van Napoleon en door hemzelf bewust naar het voorbeeld van het oudjoodse gerechtshof benoemd, een ‘Groot Sanhedrin’ bijeen. Het wordt een volslagen staatskomedie. Alles wat de assemblée had verklaard, wordt nu gesanctioneerd. Napoleon heeft bereikt wat hij beoogde. Op 17 maart 1808 kondigt hij een decreet af dat de gelijkstelling sterk beperkt. Terecht kreeg het van de teleurgestelde mensen de naam ‘décret infame’ (het beschamend decreet).

In alle Duitse staten die door de heerschappij van Napoleon onder Franse invloed geraakten, werden de Joden bevrijd. In het nieuwgevormde koninkrijk Westfalen ontvangt op 9 februari 1808 koning Jérome, de broeder van Napoleon, in Kassel de deputatie van de joodse gemeenten in een plechtige audiëntie. “Zegt uw broeders,” verklaart hij, “dat zij van de hun verleende rechten overvloedig gebruik moeten maken. Zij kunnen, evenals Mijn andere kinderen, zeker zijn van Mijn bescherming.

In 1810 worden met de intocht van de Fransen in Hamburg de oude bepalingen opgeheven. Ook de Hanzestad Lübeck en Bremen, die tot dusver iedere joodse vestiging hadden verboden, werden gedwongen hen toe te laten. In 1811 werd ook in Frankfort aan de Main de gelijkstelling erkend, hoewel de gemeente er eerst vierhonderdveertigduizend gulden ‘losgeld’ voor had moeten betalen als schadeloosstelling voor de jaarlijkse beschermingsgelden, die nu kwamen te vervallen. De burgerij had zich hardnekkig tegen deze ongewenste nieuwe maatregel verzet.

Zelfs Goethe, die de gang van zaken met grote belangstelling volgde, kon zich niet losmaken van de oude, burgerlijke: standsvooroordelen en stond sceptisch tegenover de emancipatie van de Joden. Toen in 1807 tot verbittering der Joden in Frankfort eerst slechts een ‘Neue Stättigkeits- und Schutzordnung der Judenschaft‘ werd afgekondigd, liet hij de joodse brochures, waartegen de Joden hevig protesteerden, naar Weimar sturen.

Hij wilde, schreef hij, “zien hoe de moderne Israëlieten zich tegenover de nieuwe ‘Stättigkeit’ gedroegen“. Zoals uit zijn briefwisseling met Bettina Brentano blijkt, leek het hem volkomen in orde te zijn dat de nieuwe Frankfortse ‘Stättigkeit’ de betreffende mensen evenals tevoren “als ware Joden en voormalige keizerlijke kamerknechten behandelde“.

Van alle andere Duitse landen had er inmiddels slechts één een uitzondering gemaakt en uit zichzelf de nieuwe tijd ingeluid: als eerste Duitse vorst verleende groothertog Karel Frederik van Baden de Joden geheel vrijwillig de nieuwe rechten. Hij erkende hen in 1808 als ‘erfvrije staatsburgers’. Als voorwaarde stelde hij slechts “eenzelfde manier van zaken doen als de Christenen” – waarmee werd bedoeld dat de Joden in het vervolg van kleinhandel en woekerzaken zouden afzien.

1894: De Dreyfuss Affaire
Echter zowat 80 jaar later op het einde van diezelfde eeuw brak de Dreyfus Affaire uit die uitgroeide tot een regelrecht politiek schandaal dat de Derde Franse Republiek verdeelde van 1894 tot aan zijn resolutie in 1906.

L’Affaire‘, zoals deze zaak in het Frans bekend staat, blijft een van de meest opvallende voorbeelden van een complexe gerechtelijke dwaling gedrenkt in onvervalste Jodenhaat en antisemitisme.

De rol van de pers en de publieke opinie zal het conflict sterk beïnvloeden en een voorbode worden van de huidige sociale media zoals …

♦ IRC (©1988), HTML (©1993), Netscape Browser en Proximus (©1994), JavaScript, Skynet en Internet Explorer Browser (©1995), Telenet (©1996), Google (©1998), Mozilla Firefox Browser (©2002), Skype (©2003),  Facebook (©2004), YouTube (©2005), Twitter (©2006), Smartphone iPhone (©2007), Google Chrome (©2008), Pinterest, Whatsapp en Smartphone Samsung Galaxy (©2009), Viber en Instagram (©2010), SnapChat en Messenger (©2011), Tik Tok (©2016) enz…


Bronnen:

♦ naar een artikel van Werner Keller “Het signaal van de Franse Revolutie” in zijn boek “Und wurden zerstreut unter alle völker” van 1 januari 1966 dat werd uitgegeven door Droemer & Knaur; ISBN-13: 978-3426044766

♦ naar een artikel Renée Nher-Bernheim “Les Juifs en France sous la Revolution Française et L’Empire” op de site van JudaIsme d’Alsace et de Lorraine

♦ naar een artikel van Michel Lachkar “Napoléon et l’organisation du judaïsme : «heureux comme Dieu en France»” van 6 augustus 2016 op de site van France Info