Grootmoefti van Jeruzalem zei dat hij enkel Zionisten haatte en niet de Joodse ‘christusmoordenaars’

Plaatje hierboven: Ontmoeting tussen Adolf Hitler en de Grootmoefti van Jeruzalem, Haj Amin al-Husseini, op 28 november 1941 in de Rijkskanselarij in Berlijn. Samen plannen smeden om de Joden in het Midden-Oosten uit te roeien [beeldbron: Time Magazine]

Tijdens die ontmoeting met zijn idool Adolf Hitler in 1941 verklaarde de Grootmoefti:

De Arabieren waren de natuurlijke bondgenoten van [nazi-]Duitsland omdat ze dezelfde vijanden hadden als Duitsland, namelijk de Engelsen, de Joden en de communisten. Daarom waren ze bereid met heel hun hart met Duitsland samen te werken en stonden ze klaar om deel te nemen aan de oorlog, niet alleen negatief door het plegen van sabotagedaden en het aanzetten tot revoluties, maar ook positief door de vorming van een Arabisch legioen. De Arabieren zouden voor Duitsland als bondgenoten nuttiger kunnen zijn dan op het eerste gezicht zou blijken, zowel om geografische redenen als vanwege het leed dat de Engelsen en de Joden hen hebben aangedaan. Bovendien hadden ze nauwe betrekkingen gehad met alle moslimlanden, waarvan ze gebruik konden maken ten behoeve van de gemeenschappelijke zaak

De Führer antwoordde dat de fundamentele houding van Duitsland ten aanzien van deze vragen, zoals de Moefti zelf al had gezegd, duidelijk was en hamerend op het Joodse Probeem (aka Zur Judenfrage volgens Karl Marx in 1844), antwoordde de Führer aan de Moefti:

Duitsland staat voor een compromisloze oorlog tegen de Joden. Dat omvatte natuurlijk actieve oppositie tegen het Joodse nationale huis in Palestina, dat niets anders was dan een centrum in de vorm van een staat, voor de uitoefening van destructieve invloed door Joodse belangen. Duitsland weet  ook dat de bewering dat de Joden de functies van economische pioniers in Palestina vervulden, een leugen was. Het werk daar werd alleen door de Arabieren gedaan, niet door de Joden. Duitsland was stap voor stap vastbesloten om de ene Europese natie na de andere te vragen zijn Joodse probleem op te lossen, en op het juiste moment ook een soortgelijke oproep tot niet-Europese naties te richten.

Het Zionistisch Probleem
Echter elf jaar eerder en vandaag precies 90 jaar geleden, ontving de Grootmoefti van Jeruzalem en vriend van Adolf Hitler, Haj Amin al Husseini, een delegatie van Amerikaanse christelijke toeristen. Hij wilde hen graag uitleggen dat hij helemaal niet antisemitisch is, zoals gerapporteerd in The Palestine Bulletin van 5 augustus 1930.

De moslims kunnen niet toegeven dat de joden het uitverkoren volk zijn. De uitverkoren man moet de beste man zijn, zoals bijvoorbeeld president Hoover in Amerika, dus de uitverkoren mensen moeten de beste mensen zijn. Dit stemt echter niet overeen met de realiteit“, vertelde de Moefti zijn gasten.

Maar, zo hield hij vol, “moslims in Palestina hielden niet van Joden omdat ze Joden zijn, maar wel dat ze enkel gekant tegen Zionisten.” Blijkbaar kunnen Joden nooit de beste mensen zijn, maar ze zijn oké. Onmiddellijk daarna, er opnieuw voor zorgend dat hij zei wat hij veronderstelde dat zijn gehoor wilde horen, beschreef hij de joden in Palestina als “een buitenlands volk dat Christus vervolgde en probeerde hem te kruisigen“.

De christen toeristen waren erg opgetogen en hun leider bedankte de Grootmoefti voor zijn uitleg,” besloot The Palestine Post. Tegenwoordig zijn er nog steeds veel mensen die volhouden dat ze geen probleem hebben met Joden, maar alleen met zionisten. En hun argumenten zijn net zo geloofwaardig als die van de Moefti.


Bronnen:

♦ naar een artikel van EoZ “The Mufti of Jerusalem said he only hated Zionists, not Christ-killing Jews” van 5 augustus 2020 op de site van Elder of Ziyon

♦ naar een artikelFull official record: What the mufti said to Hitler” van 21 oktober 2015 op de site van The Times of Israel