Gush Katif 15 jaar geleden; Sharon voorzag ook terugtrekking uit Judea & Samaria

Vandaag, vijftien jaar geleden, de dag na Tisha B’Av van dat jaar 2005, werden 1.751 gezinnen (ongeveer 9.000 mensen) uit hun huizen in Gush Katif en Noord-Samaria verdreven, samen met duizenden supporters die hen waren komen helpen.

Een totaal van 26 gemeenschappen in Gush Katif, het noordelijke deel van de Gazastrook en het noorden van Samaria werden veranderd in ruïnes in wat werd gedefinieerd als ‘uittreding’ of ‘uitwijzing’. De ongekende gebeurtenis, die toenmalig premier Ariel Sharon initieerde als onderdeel van het vredesproces, staat nog steeds in de harten gegrift van velen aan de rechterkant en de linkerkant als een ernstig trauma en een grote fout in termen van defensie en veiligheid.

Echter, twee weken na de gedwongen ‘terugtrekking’ en uitdrijving en vernietiging van alle Joodse gemeenschappen in Gush Katif, aka het beruchte Disengagement Plan, vertelde waarnemend premier Ehud Olmert aan wijlen premier Ariel Sharon dat hij vond dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice  moest worden geïnformeerd dat de terugtrekking in Gaza ‘slechts een voorspel’ was en dat een soortgelijke beweging werd verwacht in de sector Judea en Samaria.

De Tweede Fase
Naarmate de jaren verstreken, werden er enkele rapporten gepubliceerd over de tweede fase van de terugtrekking die Sharon had gepland of overwogen voor Judea en Samaria. In zijn laatste maanden als premier, voorafgaand aan een beroerte die hem comateus maakte, ontkende Sharon deze rapporten.

Echter, thans komen nieuwe details aan het licht die deze ontkenning van Sharon in een ander daglicht plaatsen, vooral als het gaat om tactieken. ‘Disengagement II’, het ‘herschikkingsplan’ dat voormalig premier Ehud Olmert tijdens zijn ambtsperiode probeerde uit te voeren, werd onder Sharon bedacht.

Sommige dingen werden gedaan met zijn expliciete goedkeuring en soms zonder enige reactie, maar Sharon wist alles. Hij verbood het werk terzake zeker niet. In december 2005, drie maanden nadat het uittredingsplan was voltooid, stelde Sharon en toenmalig minister van Justitie Tzipi Livni een commissie aan onder leiding van de directeur-generaal van het ministerie van Justitie, Aharon Abramovich.

Het was een soort voortzetting: Abramovich en zijn mensen hadden eerder het werk geleid van de teams die het juridische en financiële kader voor de terugtrekking hadden opgesteld. Destijds werd het team gevraagd om het veiligheids- en defensie-, economische, juridische en diplomatieke kader te presenteren voor een nieuwe terugtrekking, deze keer uit Judea en Samaria (de Westelijke Jordaanoever), om te worden gebaseerd op de lessen van de terugtrekking uit Gaza en Noord-Samaria.

De commissie kreeg geen mandaat om de grenzen van de terugtrekking vast te stellen of te beslissen welke nederzettingen zouden worden geëvacueerd, maar werd gevraagd om de Israëlische belangen van een andere eenzijdige beweging voor het gebied van de Westelijke Jordaanoever in kaart te brengen, als bleek dat er geen Palestijnse partner zou zijn voor vredesonderhandelingen.

Zo keken Abramovich en zijn vrienden bijvoorbeeld naar de financiële kosten van de evacuatie van 15.000 kolonistenfamilies (ongeveer 100.000 mensen) uit verre gemeenschappen. Dit zouden 10 keer zoveel setters zijn geweest als het aantal dat uit Gush Katif is verdreven.

Advocaat Dov Weissglas, die destijds de stafchef van Sharon was, vertelde Israel Hayom dat dit ‘eerste gedachten’ waren en hij lichtte toe: “We dachten dat we de Israëlische aanwezigheid in Judas en Samaria moesten reorganiseren. Als Sharon niet ziek was geworden, zou de realiteit ongetwijfeld heel anders zijn. Het was een film die werd afgesneden vanwege een stroompanne.”

Weissglas bevestigt een rapport van wijlen journalist David Landau na de terugtrekking. In zijn boek Arik: The Life of Ariel Sharon schreef Landau:

In oktober 2005 gingen we allemaal – [Weissglas], Sharon, zijn zonen, Reuven Adler, mijn vrouw en ik, een weekend naar Galilea. We spraken urenlang over de toekomst… De terugtrekking uit het Gaza-gebied was een beweging op zich, maar het was de bedoeling om te worden gecombineerd met een extra beweging die later zou komen en die gebaseerd was op zowel de routekaart [een plan dat was opgesteld door het Midden-Oosten Kwartet en geadopteerd door de regering van George W. Bush] en de wens om een ​​impasse te voorkomen. De gedachte was om door te gaan met een soortgelijke actie op de Westelijke Jordaanoever. We hoopten dat de veiligheidsbarrière die realiteit zou helpen creëren, dat de Joden die aan de andere kant van het hek woonden, zou beginnen met terug te keren naar Israëlisch grondgebied … dat we onze strijdkrachten geleidelijk zouden terugtrekken uit steeds meer steden, steeds meer gebieden – zonder de fluitjes en de bellen van onderhandelingen over een permanente vredesovereenkomst, die zeker zouden vastlopen omtrent de kwestie van Jeruzalem Dat was precies wat Sharon dacht … dat was de beslissing om het team onder Abramovich op te richten.

Tegenwoordig is het moeilijk om op de een of andere manier te beslissen, maar de feiten zijn dat achter de schermen, en ondanks de ontkenningen van Sharon destijds en terwijl hij nog in functie was – en met zijn medeweten – de kwestie werd besproken. Beslissingen waren misschien niet genomen, maar er werd wel degelijk gepraat en gedebatteerd.

Het werk van de Abramovich-commissie over deze kwestie getuigt daarvan, evenals wat Weissglas, Ross, Livni, Gilady en Olmert allemaal zeggen – dat Sharon op de hoogte werd gehouden en wist, en zelfs als hij bedenkingen had, niet de ontmoeting met Rice torpederen waarin haar werd verteld dat de terugtrekking uit Gaza slechts een ‘preview’ was geweest.

En misschien heeft iedereen gelijk, of zoals Aluf Benn, destijds diplomatiek correspondent van Haaretz en die de gebeurtenissen op de voet volgde, het stelt:

Sharon hield, net als een goede politicus, beide opties open: aan de ene kant ontkende hij dat een terugtrekking uit de Westelijke Jordaanoever in de maak was. Aan de andere kant wilde hij de middelen bij de hand hebben voor het geval hij ook daar zou besluiten zich terug te trekken, dus de zogenaamd ‘tegenstrijdige’ versies van zijn medewerkers van vandaag spreken elkaar niet noodzakelijkerwijs tegen.


Bronnen:

♦ naar een artikel van Nadav Shragai “Israel’s non-disengagement” van 31 juli 2020 op de site van Israel Hayom

♦ naar een artikel van Mordechai Sones “‘Sharon clearly planned another Judea and Samaria withdrawal’; Dennis Ross confirms that after disengagement, late Prime Minister, along with Tzipi Livni, pushed security and legal framework for move” van 30 juli 2020 op de site van Arutz Sheva