Hoe de Mossad jacht maakte op de ‘Slager van Riga’, die tot 30.000 joden vermoordde

In maart 1965 verwierp de West-Duitse Bondsdag met een overweldigende meerderheid een voorstel om de jacht op nazi-oorlogsmisdadigers te beëindigen en een verjaringstermijn in te voeren voor hun misdaden.

In de maanden voorafgaand aan het debat was er wereldwijd een golf van oppositie tegen de plannen. Duizenden gingen de straat op van Tel Aviv tot Toronto en Los Angeles tot Londen. Nobelprijswinnaars, politici, toneelschrijvers en de toekomstige paus Benedictus XVI verhieven hun stem uit protest.

En in Duitsland brak een bitter en verdeeld verdeeld nationaal debat uit over hoe het land boete moest doen voor zijn zonden en hoe wijdverbreid de verantwoordelijkheid ervoor echt ligt. Maar in die maanden was er ook een andere poging gedaan om de Duitse voorstellen te laten ontsporen.

In het geheim uitgebroed door de Israëlische inlichtingenhoofden en goedgekeurd door premier Levi Eshkol, was het er een die toch was ontworpen om de aandacht van de wereld te vestigen op de honderden, zo niet duizenden daders die nog nooit de binnenkant van een rechtszaal of gevangeniscel hadden gezien – en waarschijnlijk nooit als de Bondsdag het statuut zou goedkeuren.

Het was ook een poging waarbij Israël zelf als rechter, jury en beul zou optreden. Er werd besloten dat de Israëlische buitenlandse inlichtingendienst, de Mossad, Herberts Cukurs – aka de ‘Slager van Riga’ – zou opjagen en vermoorden, die ervan werd beschuldigd persoonlijk verantwoordelijk te zijn voor de dood van ten minste 30.000 Letse joden.

De Letse collaborateur Herberts Cukurs, was een lid van het Sonderkommando Arajs en rechterhand van SS-commandant Viktors Arājs [*] eveneens een Letse collaborateur. De liquidatie in Shangrilá, Uruguay op 23 februari 1965 van deze pathologische moordenaar, waarvoor Israël geen verantwoordelijkheid zou opeisen, zou zijn vreselijke misdaden openbaar maken en bestraffen.

Viktors Arājs[*] SS-Sturmbannführer Viktors Arājs (1910-1988), de chef van Herberts Cukurs, zal na de oorlog mits de hulp van de Letse regering in ballingschap in Londen, de schuilnaam Victor Zeibots aannemen. Hij werkte in Frankfurt am Main als assistent bij een drukkerij. Op 21 december 1979 werd Arājs schuldig bevonden door een rechtbank in Hamburg voor de executie van 13,000 Letse Joden – afkomstig uit het Riga Getto – op 8 december 1941 in het Rumbula-bos. Hij werd veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. In 1988 stierf Arājs in eenzame opsluiting in een gevangenis in Kassel. Hij werd 78 jaar.

Het verhaal van de jacht op de Slager van Riga en de eindafrekening in Zuid-Amerika 24 jaar na de vreselijke slachting in Letland, zou tevens dienen als waarschuwing voor het soort ruwe rechtvaardigheid dat aan anderen zou worden gegeven als Duitsland amnestie zou verlenen aan oorlogsmisdadigers en uiteraard als waarschuwing dat de oorlogsmisdadigers zich nooit veilig konden wanen, om het even wanneer en waar ze zich ook zouden bevinden.

Het verhaal van de missie om Cukurs te vermoorden wordt verteld in het nieuwe boek van journalist en auteur Stephan Talty, ‘The Good Assassin: Mossad’s Hunt for the Butcher of Latvia‘ dat op 15 april 2020 werd uitgebracht. Het is een briljant geschreven, hartverscheurend verhaal; een dat continenten doorkruist van de ‘bloedlanden’ van Oost-Europa naar de oerwouden van Zuid-Amerika.

Herberts Cukurs, aka de Slager van Riga (1900-1965)

‘De Goede Moordenaar’
Voor de Tweede Wereldoorlog was Herberts Cukurs een wereldberoemde vlieger en een held in zijn geboorteplaats Riga, Letland. Tijdens de oorlog trad hij toe tot de SS, leidde een militie en was verantwoordelijk voor de genocide op 30.000 Letse joden.

In de jaren zestig woonde de man die bekend werd als de slager van Riga in Zuid-Amerika. En de Mossad kwam hem halen. In 1965 dreigde een verjaringstermijn voor nazi-oorlogsmisdaden te vervallen en Duitsland probeerde de commandanten van concentratiekampen, pogromleiders en beulen te reïntegreren.

De wereldwijde jacht op nazi-criminelen werd opgevoerd en op de achterkant van Cukurs werd een doelwit geschilderd. Yaakov Meidad, de Mossad-agent die Adolf Eichmann drie jaar eerder had ontvoerd, werd opnieuw in actie gebracht, wat leidde tot een verbazingwekkende undercoveroperatie waarbij Meidad in een uitgebreide vermomming naar Brazilië reisde voordat hij bevriend raakte met Cukurs en zijn vertrouwen won.

Het is thans bekend dat Cukurs werd geliquideerd door de Israëlische geheime dienst Mossad, die hem overhaalden naar Uruguay te reizen onder het voorwendsel van het starten van een luchtvaartbedrijf nadat werd vernomen dat hij niet terecht zou staan ​​voor zijn deelname aan de Holocaust.

Een kennis genaamd ‘Anton Künzle’, in werkelijkheid de vermomde Mossad-agent Yaakov Meidad, zond een telegram naar Cukurs vanuit Montevideo. Hij werd uitgenodigd in een huis in een afgelegen buitenwijk van de stad dat net was gehuurd door een man uit Wenen.

Cukurs werd tweemaal in het hoofd geschoten met een automatisch pistool na een korte maar gewelddadige strijd die niet werd gehoord door zijn buren. Zijn lichaam, gevonden op 6 maart 1965 in een koffer, had elders verschillende schotwonden en zijn schedel was verbrijzeld. Naast zijn lichaam bleven verschillende documenten over zijn betrokkenheid bij de moord op Joden in het getto van Riga.

The Good Assassin onthult een weinig bekend stuk van de geschiedenis van de Holocaust en vertelt het verhaal van een van de meest gewaagde operaties in de geschiedenis van de Israëlische inlichtingengemeenschap. Het is een spannend verhaal over een vergeten monster en de twintigjarige zoektocht om hem naar gerechtigheid te leiden, verteld door een meester in de narratieve non-fictie.


Bronnen:

♦ naar een artikel van Robert Philpot “How the Mossad hunted the ‘Butcher of Riga,’ who murdered up to 30,000 Jews” van 1 augustus 2020 op de site van The Times of Israel

♦ naar een artikel van Stephan Talty “The Good assasin; Mossad’s hut for the Butcher of Latvia” van 15 Apr 2020 op de site van Amberley Publishing