Eigendomsgeschil in Jeruzalem leidde tot diplomatiek incident tussen Israël en België

Een geschil om vastgoed met betrekking tot achterstallige huur op de residentie van de Belgische consul-generaal in Jeruzalem kan leiden tot een diplomatiek incident tussen Brussel en Jeruzalem.

Het voortdurende eigendomsgeschil over de Villa Salameh in Jeruzalem, gelegen in de wijk Talbiyeh binnen de Groene Lijn (aka ‘West’-Jeruzalem), kan binnenkort de oorzaak zijn van een diplomatiek incident tussen Israël en België.

Het grootse landgoed wordt sinds 1948 gebruikt als residentie van de Belgische consul-generaal, maar het lijkt erop dat de Belgische overheid al jaren geen huur betaalt over het onroerend goed, dat een marktwaarde heeft van ca. € 12,9 miljoen. De huur voor de villa bedraagt ongeveer 25.737 euro per maand.

Minister van Justitie Daniel Friedmann heeft onlangs een verzoek van de eigenaar, de in Londen gevestigde Israëlische zakenman David Sofer, ingewilligd om de Belgische regering te vervolgen wegens wanbetaling. Friedmann zou naar verluidt hebben bepaald dat de houder de Belgische regering alleen mag vervolgen voor de hem verschuldigde huur en dat hij niet kan eisen dat de Belgische consul wordt uitgezet.

De Belgische ambassadeur in Israël, Danielle del Marmol, werd onlangs gedagvaard bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, waar ze op de hoogte werd gebracht van het Israëlische besluit om de rechtszaak toe te staan.

Sofer beweert dat de Belgische regering hem zeven jaar achterstallige huur verschuldigd is – wat neerkomt op NIS 10 miljoen (ongeveer 2,5 miljoen euros). Sofer heeft de villa enkele jaren geleden gekocht onder de Absentee Property Law, die deze staat toestaat om akten van niet-opgeëiste eigendommen over te dragen aan de State Development Authority.

Hij zou de Belgen naar verluidt verschillende keren hebben benaderd, maar kreeg te horen dat aangezien volgens hun gegevens Villa Salameh eigendom was van Palestijnen en in beslag werd genomen door Israël, en aangezien België de legitimiteit van de afwezige eigendomswet niet erkende, is de huur voor de villa betaald aan de Palestijnse eigenaar.

De Belgen beweren verder dat de kwestie van fatsoen een diplomatieke kwestie is, die pas kan worden opgelost nadat Israël en de Palestijn overeenstemming hebben bereikt over de definitieve diplomatieke status van Jeruzalem. Op dit moment, zeiden ze, heeft Israël geen aanspraak op het eigendom.

Minister van Buitenlandse Zaken Tzipi Livni heeft zich ook over deze kwestie gebogen, aangezien haar staf, samen met stafleden van het ministerie van Justitie, de complexe hachelijke situatie heeft bestudeerd. Ze kwamen tot de conclusie dat de zaak geen diplomatieke betekenis had, maar alleen een juridische.

“Het ministerie van Buitenlandse Zaken ziet de zaak als een juridisch geschil en is alleen betrokken omdat een van de partijen een buitenlands bureau is”, zei het ministerie in een verklaring. De Belgische ambassade weigerde commentaar.

Een jaar later, op 15 december 2009 oordeelde een Israëlische rechtbank dat België de huur moet betalen van Villa Salameh. De rechtbank van Jeruzalem veroordeelde de Belgische regering om 14 miljoen NIS te betalen aan de eigenaar van het consulaat van het luxueuze bouwland in de hoofdstad Michal Goldberg.

In 2012 waren nog steeds onderhandelingen bezig om tot een oplossing te komen die de rechten van alle partijen beoogde, aldus de woordvoerder van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken.

Plaatje hierboven: Brussel, 24 juli 2012. Ministers van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman, aka de zogenaamde Israëlische ‘Havik’ en Didier Reynders, aka ‘Manneke Pis’ van Brussel

Vijf jaar later stelde parlementslid Sabine Vermeulen (N-VA) op 12 juli 2013 een schriftelijke vraag (nr. 5-9549) aangaande de kwestie van Villa Salameh aan de toenmalige vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken Didier Reynders (regering van Elio Di Rupo).

Minister Reynders gaf op 15 oktober 2013 het volgende antwoord in de Belgische Senaat:

Villa Salameh
Na de Eerste Wereldoorlog kocht Constantine Salameh, een christen arabier geboren in Beiroet, grond in Talbiya van het Grieks-orthodoxe patriarchaat met het idee om een ​​prestigieuze wijk te bouwen voor christenen uit het Midden-Oosten. Naast een villa voor zichzelf, bouwde Salameh twee appartementenhuizen op het voor hem genoemde plein.

Na de Palestijnse oorlog van 1948 verloren veel Arabische inwoners van Talbiya, waaronder Salameh, het recht op hun eigendommen als gevolg van de Israëlische wet inzake afwezige eigendommen. Salameh probeerde zijn eigendom terug te krijgen op grond van een clausule die onderscheid maakte tussen personen die het Israëlische grondgebied verlieten vanwege het conflict en degenen die om andere redenen afwezig waren, maar nadat hij ervan overtuigd was dat het Hooggerechtshof niet in zijn voordeel zou beslissen uit angst een precedent te scheppen, accepteerde hij een symbolische $ 700.000 als compensatie voor al zijn miljarden dollars in Israël.

Vóór de Zesdaagse Oorlog waren in veel van de villa’s in Talbiya buitenlandse consulaten gehuisvest. Het huis van Constantine Salameh, dat hij verpachtte aan het Belgische consulaat, ligt aan een bloeiend plein, oorspronkelijk Salameh Square, later omgedoopt tot Wingate Square om Orde Wingate te herdenken, een Britse officier die in de jaren dertig leden van de Hagana trainde. Marcus Street is genoemd naar kolonel David (Mickey) Marcus, een officier in het Amerikaanse leger die zich vrijwillig meldde als militair adviseur in de Onafhankelijkheidsoorlog van Israël.


Bronnen:

♦ naar een artikel van Itamar Eichner “Villa of contention; Real estate dispute involving back rent on Jerusalem residence of Belgian consul-general may spiral into diplomatic incident between Brussels, Jerusalem” van 21 december 2008 en een artikel van Michal Goldberg “Belgium to pay rent in Jerusalem” van 16 december 2009 op de site van Ynet News

♦ naar een artikel van Etgar Lefkovits “Belgium faces lawsuit over Jerusalem villa; Country says it doesn’t recognize Israel’s claim to property that serves as residence of consul general” van 22 december 2008

Een gedachte over “Eigendomsgeschil in Jeruzalem leidde tot diplomatiek incident tussen Israël en België

  1. Belgie heeft Israel haar ‘brutaliteit’ om huur te vragen blijkbaar nog stééds niet vergeven….vandaar haar anti Israel houding/stemmingen.

    Het is aan Belgie om een taalgrens dwars door haar eigen land te trekken maar niet om die in Israel vast te stellen.

    Belgie mag haar eigen wetten maken, die dan door andere landen gerespecteerd dienen te worden. Hoe respectloos is het dan dat dit niet t.a.v. Israel geld.

    Grappig is het te zien dat het juist in Israel is dat de Vlamingen & Walen deze taalgrens niet trekken maar eensgezind een anti Israel politiek volgen.

    Like

Reacties zijn gesloten.