Daniel Greenfield: Wat drijft Islam om de ‘Religie van de Oorlog’ te zijn?

Plaatje hierboven: Recruten van Hezbollah (Partij van Allah) in Libanon worden opgeleid om de ongelovigen in de moslimwereld en de Joden van Israël in het bijzonder zonder pardon af te slachten. De gelijkenis tussen de groet van Hezbollah en de Hitlergroet van de nazis is niet toevallig [beeldbron: Sultan Knish]

“Hij is het die zijn boodschapper (Mohammed) heeft gezonden met leiding en de godsdienst der Waarheid (de Islam), opdat hij deze moge doen zegevieren over alle andere godsdiensten, al zijn de afgodendienaren er afkerig van.” (Koran 61:9)

Waarom is de Islam voortdurend een bron van oorlog, geweld en onrust? Het probleem, simpel genoeg, is theologisch omdat volgens zijn volgelingen de waarde van de Islam direct verbonden is met fysieke suprematie. Als volgelingen van de vermeende “definitieve openbaring” aan de mensheid, hebben moslims niet alleen de plicht om de rest van de wereld te veroveren en te onderwerpen, hun geloof is alleen zinvol in de mate waarin zij het werk kunnen voortzetten, begonnen door Mohammed.

Aangezien de Islam haar macht hoofdzakelijk ontleent aan fysieke overmacht, wordt oorlog een daad van geloof. Geloven in de Islam, is het geloof te hebben dat het de hele wereld moet en zal veroverd en onderworpen worden. En om een echte moslim te zijn, moet men zich geroepen voelen om te helpen bij de wereldwijde verovering, of dat nu is door het verstrekken van geld en middelen aan de jihadisten of om zelf een jihadist te zijn. De Islam wordt uitgedrukt in fysieke superioriteit, geweld tegen niet-moslims wordt de essentie van de religie en eender wat of wie die suggereert dat de Islam niet absoluut superieur is, raakt aan de islamitische onzekerheden en is godslastering.

Wanneer moslims van woede ontploffen en uitbarsten in geweld over ogenschijnlijk kleine dingen, zoals een cartoon of een teddybeer met de naam Mohammed, dan is dat omdat voor hen elk gezichtsverlies van de Islam de ergste vorm van godslastering betekent. Omdat de Islam een religie is van de fysieke overmacht en alles wat die suprematie uitdaagt begrepen wordt als een directe aanval op hun geloof. Wat de Tien Geboden zijn voor de Jood, of de opstanding van Jezus voor de christen – is de fysieke dominantie van de Islam voor de moslimgemeenschap. Het is de basis en vervulling van zijn geloof.

Daarom is door het voeren van oorlog tegen de ongelovigen, zij het door het bouwen van een minaret in een van hun steden, zij het door het dwingen van niet-moslims in een ondergeschikte positie [dhimmitude] – dit voor de moslimgemeenschap een daad is, die de waarheid en de macht van de Islam bevestigt. Door ervoor te zorgen dat de ongelovigen hun “gezicht verloren”, voldoet de moslim aan de belofte van Allah in de koranvers dat hij Mohammed had gestuurd om de Islam dominant over alle religies te maken. Daarentegen, wanneer de Islam haar “gezicht verliest,“ werd een daad van godslastering begaan, die alleen religieus kan worden rechtgezet door het doden van de niet-moslims, waardoor zij gedwongen worden hun “gezicht te verliezen” en opnieuw de fysieke superioriteit van de Islam bevestigen.

De islamitische oorlogen jegens heidenen, christenen en Joden 

Dit leidt tot de cyclus van geweld waarop de media zo graag en veel inspeelt, maar het is niet het resultaat van de Westerse onderdrukking – het is het resultaat van de moslims die zich onderdrukt voelen als ze niet aan de top zijn. Wanneer uw geloofssysteem expliciet “die Wille zur Macht”, de wil tot macht, verkondigt, wordt het idee van het multiculturalisme en co-existentie een lachertje.

Te coëxisteren met niet-moslims is voor een moslim zelf godslasterlijk, die verkondigt “O, gij die gelooft, neemt de Joden en de Christenen niet tot vrienden. Zij zijn elkanders vrienden. En wie uwer hen tot vrienden neemt, is inderdaad één hunner. Voorwaar, God leidt het overtredende volk niet.” (Koran 5:51) en waarvan de laatste opdracht was het etnisch zuiveren van de Joden en Christenen van het Arabische schiereiland. De Islam kan niet coëxisteren; voor zijn volgelingen kan de waarheid alleen gevonden worden in het veroveren van niet-moslims.

Terwijl de meeste religies hun ondergeschikte positie aanvaarden door hun fundamentele geloof in het spirituele eerder dan in het materiële, heeft de Islam minder dan alleen maar het materiële. Zelfs in haar paradijs bestaat een vorm van het soort van fysiek genot waar haar volgelingen naar hunkeren: grillige gewaden, prachtige banketten, gouden banken en natuurlijk die beroemde oproep aan de toegewijde Jihadist, “gewelfde maagden… en een overvolle beker” ( Koran 78:33-34). De Islamitische hemel is in wezen een schromelijk overdreven versie van het soort buit die de volgelingen van Mohammed verwachten te vinden door hem in de eerste plaats te volgen – goud, juwelen, zijde, specerijen en jonge meisjes.

De bende keelsnijders die Mohammed vergezelden op zijn slachtpartijen in de hele regio kreeg hiermee een religieuze prikkel die graag de dood tegemoet zouden zien. Zelfs als ze stierven in de strijd en daardoor niet lang genoeg konden genieten van alle juwelen, volle bekers en meisjes, belooft de Koran hen toch de hemel.

Men kan zich de bende rovers voorstellen, ontsnapte slaven en ambitieuze woestijnratten achter Mohammed aanlopende over de woestijnduinen, hun gedachten vervult van de koortsachtige beloften van karavanen die ze zouden overvallen. En in die koortsachtige hitte, het idee om nog een rijkere buit te ontvangen indien hij zou sterven in de strijd, waardoor de dood te verkiezen viel boven het leven, leek op dat ogenblik erg plausibel.

Aanvankelijk breidde de Islam zich uit op deze smalle basis van hebzucht en lust. De codex was die van de krijger, die zijn gezicht kon verliezen of zich bezighouden met bloedwraak. Behalve het gezicht van de Islam en de bloedwraak was er geen enkele man of een clan bij betrokken, meer dan een miljard mensen raakte erin verwikkeld, die zich geroepen voelden om in de richting te werken van de uiteindelijke verovering door de Islam.

De wereldwijde triomf van de woestijnstroper, rommelig samengevoegd met een massa joodse en christelijke overtuigingen, stamrituelen, legenden en een eigen biografie, worden gebruikt als een instrument van verovering en het smeden van tijdelijke allianties met de ruziemakende stammen en clans.

En nu is de bloedwraak van de Islam wereldwijd gegaan. Elke onzekerheid vertaalt zich in een provocatie. Elke nooit bevredigde jaloerse impuls ontploft in een gewelddadige woede. Elk geschil dat al duizenden jaren heerst broedt een nieuwe bloedwraak uit. Hebben moslims ooit ergens gewoond? Dan moeten ze dat opnieuw terugvorderen, want doen ze dat niet, dan is dit godslastering en een verraad van Allah en Mohammed’s missie. Hebben moslims nooit ergens gewoond? Dan moeten ze er naar toe gaan, minaretten bouwen en de superioriteit van de Islam verkondigen, want anders hebben ze gefaald in het uitbreiden van de grenzen van de Oemmah en een verraad aan Allah en Mohammed’s missie.

De aanwezigheid van mensen die vrij en gelukkig, vrij van islamitische overheersing leven, is blasfemie – godslastering die moet verholpen worden door ofwel hen te bekeren naar de Islam ofwel door hen onder de regels van de islamitische wet te stellen. Ofwel men dringt men hen de suprematie van de Islam op, want het is niet absoluut noodzakelijk dat iedereen gelooft in de Islam. In feite is het niet erg comfortabel en heeft het maar weinig zin om aan de top te zijn als er niemand op de bodem is. Een wereld die gevuld is met niets anders dan moslims zou het onmogelijk maken dat gelovigen de baas kunnen spelen over ongelovigen. Waar het om gaat, is echter, dat iedereen ondergeschikt is aan de Islam, hetzij als moslims hetzij als dhimmies.

Het feit, dat er ondertussen mensen zijn die ooit onder islamitische heerschappij hebben geleefd en die thans een vrij leven leiden weg van de Islam, is erger dan godslastering – het is een belediging en een aanval op de Islam. Dat is wat zit achter de moordlustige islamitische obsessie t.o.v. Israël, dat tot voor kort nog in handen was van moslims tijdens het Ottomaanse Rijk.

Maar zelfs een natie zoals Spanje, die lang geleden verloren ging voor de Oemmah, veroorzaakt nog steeds woede. De bevrijding van de Joden van de islamitische heerschappij is een bijzonder gevoelig punt, maar het si niet het enige. Maar wat de Koran ook uitkraamt over joden en christenen, het uiteindelijke doel is de werelddominantie.

Het snijpunt van de Islam en terrorisme is geen toeval of het resultaat van specifieke politieke zetten geplaatst door niet-islamitische landen, zoals de overlevering doet vermoeden. Het is het onvermijdelijke gevolg van de islamitische theologie van suprematie en materialisme, die gecombineerd met de eer-schaamte-code van een tribale cultuur, in de richting leidt van het dwangmatig oorlogvoeren en veroveren.

De acties van niet-islamitische landen dienen slechts als variabelen voor een context waarbinnen de superioriteit van de Islam tot uiting wordt gebracht. Deze contexten kunnen variëren, net zo vaak als de motiveringen gebruikt in een video van Bin Laden. Want de context op zich is niet relevant tot de grotere geschiedenis en theologie van de Islam, want uiteindelijk is het probleem van het islamitisch geweld het probleem van de Islam.


Bronnen:

♦ naar een artikel van Daniel Greenfield “What Drives Islam to be the Religion of War?” van 14 april 2010 op de site van Sultan Knish

Een gedachte over “Daniel Greenfield: Wat drijft Islam om de ‘Religie van de Oorlog’ te zijn?

Reacties zijn gesloten.