Antisemitisme in de Kaukasische republiek Georgië [deel 2]: Vernietiging Joodse wijk in Tskhinvali

Plaatje hierboven: De synagoge van Tskhinvali. Aan het begin van de tweede helft van de 19e eeuw waren er zes synagogen en religieuze scholen in de joodse wijk van de stad. Tijdens de Russisch-Georgische oorlog van augustus 2008 werd de synagoge tot een ruïne herschapen. Er waren ongeveer 2000 joden in “Zuid-Ossetië” in 1926 en 1939  [beeldbron: Cultural Routes]

Joodse mensen wonen al tweeduizend jaar in Tskhinvali, de hoofdstad van Zuid-Ossetië. De Joodse wijk is een van de oudste en meest pittoreske plekken van Tskhinvali. Joodse mensen hadden er hun synagoge en een eigen school. De relaties van de diaspora met de inheemse bevolking zijn altijd goed geweest.

De Hebreeuwse taal was wijdverbreid onder de joodse diaspora in Zuid-Ossetië. Goed opgeleide autochtonen studeerden zelf Hebreeuws. De eerste Ossetische vertaling van de Schrift is gemaakt uit het Hebreeuws. In 1891 verhuisde een Ashkenazi-rabbijn Avraham Khvolis vanuit Litouwen naar Tskhinvali. In Tskhinvali stichtte Khvolis een school en synagoge en leerde hij Georgische joden het Europese rabbijnse denken.

Tegenwoordig zit de synagoge die Khvolis heeft opgericht, verlaten in een verlaten straat met een gat uit een artilleriegranaat in de gevel. Op zondag worden daar baptistendiensten gehouden. Volgens de Sovjet-volkstellingen van 1926 en 1939 waren er ongeveer 2000 Joden in Zuid-Ossetië, op enkele na bijna allemaal in Tskhinvali.

Nog in 1926 was bijna een derde van de inwoners van de stad joods. Hun aantal nam later af toen ze naar grotere steden van de Sovjet-Unie verhuisden of naar Israël of andere landen emigreerden. Het grootste deel van de Joodse bevolking vluchtte Zuid-Ossetië voor Israël en Georgië tijdens de Eerste Ossetische Oorlog in 1991.

Echter als gevolg van het militaire offensief van Georgië in Tskhinvali in augustus 2008 werd de hele Joodse wijk in Tskhinvali weggevaagd. Getuigen in de Zuid-Ossetische hoofdstad vertelden dat er nauwelijks nog een huis recht staat in het gebied waar de Joodse bevolking van de stad leefde. De rest vluchtte vóór de oorlog van 2008.

Tegenwoordig is er nog maar één Jood in Zuid-Ossetië, een alleenstaande oudere vrouw die in Tskhinvali woont. Rosa Jinjikhashvili, is de laatste overgebleven jood in de Ossetische hoofdstad Tskhinvali, en staat (plaatje hierboven: bron JTA) op de ruïnes van haar huis. Ze woont in een naastgelegen zomerhuis.

Van de 20 families die in de Joodse buurt woonden, is er nog maar één overgebleven. Niemand weet waar de anderen zijn, of ze nog in leven of dood zijn. “Ik duwde mezelf tegen de muur toen het bombardement begon. De volgende paar dagen heb ik in de kelder doorgebracht“, herinnert de lokale joodse inwoner Ribka Jinjikashvili zich.

Zowel de Russen, de separatisten als het Georgische leger beschuldigen elkaar van de verwoesting van de Joodse wijk van Tskhinvali hoewel er alles op wijst dat de Russische tanks gewoon en zonder de stoppen doorheen de Joodse wijk zijn geraast.

Joodse mensen in de stad vertelden dat ze altijd in vrede met hun buren hebben geleefd. Ze beschouwden Tskhinvali als hun thuis, maar bevonden zich midden in een etnisch conflict. Journalist Zalina Tskhavridova vertelde:

Tskhinvali is een multinationale stad. Vroeger hadden we [in Tskhinnvali] een joodse wijk, een van de meest authentieke en historische straten in de stad. De genocide werd gepleegd tegen de burgers van Zuid-Ossetië, ongeacht hun etniciteit.

Zuid-Ossetische joden zeggen dat ze wachten op De Israëlische regering om ze te redden, maar aangezien velen van hen een Russisch paspoort hebben, is het onduidelijk waar ze terecht kunnen voor hulp.

Na een eerste golf van hectische immigratie naar Israël – drie El Al-vluchten in de eerste week evacueerden tientallen Israëlische burgers en tientallen Georgische immigranten – bekijken de hulporganisaties en lokale joden weer wat kan gedaan worden om de rest van de gemeenschap weer samen te brengen en te plaatsen.

In dit opzicht hebben de Georgisch-Joodse vluchtelingen tenminste geluk. “Wat denk je? Ben je blij vandaag een Jood te zijn?” vroeg  ​​Rafael Mesingisen, de voorzitter van de door Chabad geleide Federatie van Joodse Gemeenschappen van Georgië aan de vluchtelingen. De vluchtelingen antwoorden hem: “We zijn niet gelukkig vandaag, maar we zijn blij dat we als Jood geboren zijn.

Jewish Quarter targeted in Georgian offensive
RT – 20 augustus 2008


Bronnen:

♦ naar een artikel van Grant Slater “Behind the Georgian aid effort” van 19 augustus 2008 op de site van The Jewish Telegraphic Agency (JTA)

♦ naar een artikelJewish diaspora in Tskhinvali” van 28 februari 2011 op de site van Vestnik

♦ naar een artikelJewish Quarter targeted in Georgian offensive” van 20 augustus 2008 op de site van RT (voorheen Ruptly), een Russische satellietzender die geleid wordt door Moskou

♦ naar een artikel van Gershon Ben Oren “The history of the Jews of Georgia” op de site van Georgian Jews.org

♦ naar een artikel “History of the Jews in Georgia” en een artikelHistory of the Jews in South Ossetia” from Wikipedia, the free encyclopedia

Een gedachte over “Antisemitisme in de Kaukasische republiek Georgië [deel 2]: Vernietiging Joodse wijk in Tskhinvali

Reacties zijn gesloten.