Eerste Vlaming die in de gevangenis stierf voor de Vlaamse Zaak was de Joodse Marten Rudelsheim

Op zaterdag 11 juli 2020 viert de Vlaamse Gemeenschap van België zijn nationale feestdag. Op die dag wordt sinds 1973 herinnerd aan de slag in 11 juli 1302, waarbij milities van de Vlaamse steden en gemeenten een leger van Franse ridders te paard versloegen, aan de Groeningekouter bij Kortrijk.

Zionistische flaminganten
Minder bekend is het verhaal de Joodse Vlaamsgezinde activist Marten Rudelsheim (1873 – 1920), die op 10 september 1920 overleed door gebrekkige medische verzorging in het bijzijn van enkele familieleden en activistische medegevangenen in Belgisch gevangenschap. Hij werd begraven op het Schoonselhof, de stedelijke begraafplaats van de stad Antwerpen (plaatje onderaan).

Marten Rudelsheim (Amsterdam, 25 april 1873 – Antwerpen, 10 september 1920) was een flamingant van Joods-Nederlandse afkomst.

Samen met voorname Joodse flaminganten zoals bv. Louis Franck, Hendrik Van Praag, Saul ‘Paul’ De Groot, Maurice ‘Moïsje’ Friedman, Nico Gunzburg, Salomon Kok, Lon Landau, Lode Oudkerk e.a., was Marten Rudelsheim een van de vele Joodse en zelfs Zionistische flaminganten die actief betrokken waren bij de Vlaamse Beweging en bij het Vlaamse activisme onder de Eerste Wereldoorlog, gekend als de Frontbeweging aka de ‘Fronters’.

Rudelsheim als flamingant
Rudelsheim werd geboren in het Koninkrijk der Nederlanden als zoon van een Joodse vader en een Nederlandse moeder. Op twaalfjarige leeftijd, in 1885, kwam het gezin zich in Antwerpen vestigen. Als winkeliers behoorden zijn ouders tot de gegoede Joodse burgerij.

Al aan het Antwerpse atheneum ontpopte Rudelsheim zich tot een overtuigd flamingant met oog voor de sociale achtergronden en beweegredenen van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Rudelsheim studeerde aan de Universiteit van Gent en doctoreerde in de Germaanse filologie. In 1898 verkreeg hij de Belgische nationaliteit. In 1900 kreeg hij een betrekking bij de Stadsbibliotheek van Antwerpen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog koos Rudelsheim voor het activisme. Hij was de overtuiging toegedaan dat Vlaanderen binnen het kader van de Belgische wetgeving zijn rechten mocht nemen. Ook via de Duitse bezetters.

In deze zin aanvaardde hij in 1916 de vernederlandsing van de Gentse universiteit, waarvoor hij samen met Nico Gunzburg een ijverig propagandist werd. In hetzelfde jaar werd hij lid van het Vlaamsch Verbond te Antwerpen, dat pleitte voor een “zelfstandig Vlaanderen in een vrij en onafhankelijk België”. Daarnaast had hij de leiding van de in 1917 opgerichte volksuniversiteit van het Algemeen-Nederlands Verbond (ANV) te Antwerpen en was hij Vlaams correspondent voor het Noord-Nederlandse dagblad ‘De Nieuwe Courant’.

Marten Rudelsheim wierp zich al vrij vroeg op tot een gepassioneerde promotor van Nederlandstalig onderwijs in de Vlaamse scholen, waar toen nog steeds in het Frans werd gedoceerd en de Vlamingen daarbij de facto van waren uitgesloten en achtergesteld.

Ter illustratie, hieronder een hartstochtelijk pleidooi van Marten Rudelsheim in het tijdschrift Neerlandia; jaargang 15 uit 1911 met de titel:

Wie helpt het Nederlandsch Onderwijs in Vlaamsch-België steunen?

Een volk dat zich wil verheffen moet zorgen dat het over scholen beschikt, waar aan de kinderen of aan de studenten liefde voor hun taal, liefde voor de geschiedenis van hun land, liefde voor hun nationaliteit wordt ingeprent. Op de lagere school moeten aan het kind, in de taal die het van zijn ouders heeft meegekregen, de algemeene begrippen worden bijgebracht, die den grondslag zullen uitmaken van heel zijn verdere opleiding; in het middelbaar onderwijs moeten de knaap en het meisje in de gelegenheid worden gesteld om de algemeene kennis, welke zij daar zullen opdoen, in hun eigen, zuivere, beschaafde taal te verwerken, zonder dat daarom de studie van vreemde talen verwaarloosd wordt.

[..]

Daar moet in hen de liefde voor hun stam en hun volk worden opgewekt en de trots op hun nationaliteit worden gekweekt, zonder dat dit tot dweepzucht aanleiding geeft; op de hoogeschool moet de student, volgens zijn natuurlijken aanleg, zijn bijzondere gaven ontwikkelen; daar moet hij persoonlijk leeren denken en onderzoeken, daar moet hij zich toerusten om zijn sociale rol in de samenleving te vervullen en zich voorzien van de kundigheden die niet alleen hem, maar heel zijn volk ten goede kunnen komen. Daar zal zijn stambewustzijn bloesems beginnen te dragen, waaruit zich weldra de rijke vruchten zullen ontzwachtelen, gedragen door een boom waarvan de wortels in een gezonden bodem zullen gehecht zijn en waarvan de kruin zich in een zuivere, zonnige atmosfeer zal ontplooien.

[..]

Is er één vrij volk ter wereld waar het onderwijs dit rationeele ontwikkelingsproces niet doormaakt? Ik ken er slechts één enkel en dat volk bewoont een land, waar de beschaving een hooge vlucht heeft genomen, een land, dat, hoe klein het ook moge zijn, een eereplaats inneemt onder de volkeren der wereld; dat volk is de naaste buur van een andere natie, die dezelfde taal spreekt en die in en door deze taal een hooge trap van ontwikkeling heeft bereikt: ik bedoel het Vlaamsche volk.

[..]

Den weinigen uitzonderingen niet te na gesproken, is het onderwijs dat aan het Vlaamsche volk verstrekt wordt het onnatuurlijkste en het minst rationeele dat men zich denken kan. In Vlaanderen beijvert men zich als het ware om het volk van zijn oorsprong en van zijn taal te vervreemden, daar wordt bij dit volk geen eerbied voor zijn stam, geen liefde voor zijn taal, geen trots op zijn nationaliteit gekweekt, maar doet men al het mogelijke om het aan zijn natuurlijken ontwikkelingsgang te onttrekken, om het van zijn aangeduiden levensweg af te leiden, om het een beschaving in de armen te voeren, die aan heel zijn wezen vreemd is en die het niet in zich kan verwerken.


Bronnen:

♦ naar een artikel van Chris Ceustermans “De zomer van 1920: dodelijk voor flaminganten” van 8 juli 2020 en een artikelIn de cel gestorven voor Vlaams onderwijs: Marten Rudelsheim” van 7 juli 2020 op de site van Doorbraak.be

♦ naar een artikelJeV: De eerste Vlaming die in de gevangenis stierf voor Vlaanderen, was een Jood” van 28 september 2018 op de site van de Vlaamse Volksbeweging

♦naar een artikelMarten Rudelsheim was een flamingant van Joods-Nederlandse afkomst” van 26 februari 2018 op de site van Wikipedia

Een gedachte over “Eerste Vlaming die in de gevangenis stierf voor de Vlaamse Zaak was de Joodse Marten Rudelsheim

Reacties zijn gesloten.