Waarom er geen sprake is van ‘illegale bezetting’ van Judea en Samaria

Plaatje hierboven: In dit land wordt aangenomen dat de ‘joodse nederzettingen’ in Judea en Samaria ‘illegaal zijn volgens het internationaal recht’. Maar deze bewering is gebaseerd op eenzijdige propaganda die alle historische feiten tart [beeldbron: PI]

De nieuwe Israëlische regering wil de door het leger bestuurde gebieden in Judea en Samaria onder civiel bestuur plaatsen. De Duitse Bondsdag en de regeringspartijen hebben dit woensdag 1 juli als “annexatie” veroordeeld. Waarom er geen sprake is van “illegale bezetting” en Duitsland de Israëlische soevereiniteit zou moeten erkennen.

“Israël wil illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever annexeren”, schalt het nu overal uit de mainstream media. De framing zorgt al voor het “juiste” oordeel daarover. In de “Tagesschau” zul je daarover geen andere meningen horen. Correct zou het echter moeten zijn: de nieuwe regering Netanyahu-Gantz wil een einde maken aan het Israëlische militaire bestuur in Judea en Samaria.

In Duitsland wordt het als vaststaand gegeven beschouwd dat de “joodse nederzettingen” in Judea en Samaria “volgens internationaal recht illegaal” zouden zijn. Maar deze bewering is gebaseerd op eenzijdige propaganda, die alle historische feiten tart.

In het Ottomaanse Rijk bestonden noch Israël noch Palestina. Het land heette Zuid-Syrië en lag dankzij het Ottomaanse wanbeheer en hoge belastingen braak. De bewoners waren grotendeels nomadische herders. In het jaar 1882 leefden er ongeveer 141.000 moslims in het latere Israël, “waarvan minstens 25% nieuwkomers”, zoals de historicus Ernst Frankenstein schreef, en ongeveer 60.000 Joden. Met het begin van de zionistische beweging van Theodor Herzl in 1871 en de legale aankoop van land door joodse kolonisten, die economisch succes brachten, begon pas een aanzuigende werking, die de Arabische bevolking van het latere Israël tot 1974 tot een half miljoen deed toenemen. Het grootste deel van de Arabische bevolking van Israël zijn dus ook “kolonisten” en dragen vaak Egyptische, Syrische en Irakese namen.

Met het einde van het Ottomaanse Rijk na de Eerste Wereldoorlog deelden de overwinningsmachten Groot-Brittannië en Frankrijk het Midden-Oosten onder elkaar op. In de Balfour-verklaring van 02-11-1917 verklaarde de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Lord Balfour, dat de Britse regering zich zou inzetten voor een “nationaal thuisland van het joodse volk”. Deze formulering werd bij de conferentie van San Remo van 18 tot 26 april 1920 overgenomen, waarbij over het erfgoed van het Ottomaanse Rijk werd beslist, en door het besluit van de Volkerenbond op 24-07-1922 geratificeerd. Door dit besluit werd het “mandaatgebied Palestina” onder Brits bestuur als “nationaal thuisland voor de Joden” gecreëerd – op een territorium dat zich uitstrekte van de Middellandse Zee tot Irak, dus het volledige huidige Israël en Jordanië.

De Arabische vertegenwoordiger bij de vredesonderhandelingen van Parijs in 1920 was emir Feisal (bekend door de uitbeelding van Alec Guinness in de film “Lawrence of Arabia”), die de inspanningen voor een “nationaal thuisland van de Joden” in het “mandaatgebied Palestina” begroette: “Wij Arabieren, vooral de ontwikkelden, kijken met grote welwillendheid naar de zionistische beweging… Wij zullen de Joden hartelijk in hun thuis verwelkomen.” Feisal werd koning van Irak en zag volgens een brief van T.E. Lawrence aan Churchill in 1921 “af van alle aanspraken op West-Palestina” (het huidige Israël).

Dat zijn de oorsprongen van de staat Israël volgens internationaal recht. Volgens artikel 80 van de oprichtingscharta van de Verenigde Naties is de VN aan de besluiten van de Volkerenbond gebonden: “Niets in deze charta dient de geldigheid van bestaande internationale instrumenten te veranderen.”

Ongeacht dit feit werd op 29 november 1947 in resolutie nr. 181 het “VN-delingsplan voor Palestina” besloten. De Joden, die eigenlijk volgens de Volkerenbond aanspraak op het hele “mandaatgebied Palestina” – inclusief Jordanië tot aan Irak – als “nationaal thuisland van de Joden” hadden, stemden hier desondanks mee in en waren met veel minder tevreden dan hen volgens internationaal volkerenrecht toestond. De Arabieren in het mandaatgebied en de Arabische buurlanden wezen resolutie nr. 181 af, hoewel zij zich er tot op de dag van vandaag op beroepen als ze een “staat Palestina” binnen de grenzen van 1947 eisen.

De oorlog tegen de Joden begon direct de volgende ochtend. “Een bewapende Arabische meute uit het Arabische Jaffa viel aan de kust een bus vol Joden aan; vijf van de Joden werden gedood en ettelijke anderen raakten gewond. Kort daarna namen Arabische aanvallers een andere bus onder vuur en doodden daarbij twee Joden. Vanuit Jaffa openden scherpschutters het vuur op het naburige Tel Aviv, waarbij minstens één Jood werd gedood. Op 2 december begon een door het Hoge Arabische Comité geïnitieerde algemene staking van drie dagen. In Jeruzalem viel een bewapende Arabische meute joodse voorbijgangers aan en stak joodse winkels in brand.” (Alex Feuerherdt en F. Markl, “Verenigde Naties tegen Israël”)

In de namiddag van de 14e mei 1948 las David Ben-Gurion in Tel Aviv de onafhankelijkheidsverklaring van de staat Israël voor, die op 15 mei door de VS en op 17 mei door de Sovjet-Unie werd erkend. Op 15 mei vielen Egypte, Syrië, Jordanië, Libanon en Irak het nieuw gestichte Israël aan. Aan het eind van de onafhankelijkheidsoorlog werd Gaza door Egypte bezet, Judea en Samaria door Jordanië, dat dit gebied nu “Westelijke Jordaanoever” noemde. De bezetting van Judea en Samaria bleef tot de herovering in 1967 door Israël illegaal en werd, behalve door Pakistan en Groot-Brittannië, nooit internationaal erkend.

Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 nam de VN resolutie nr. 242 aan, waarin “het vertrek van de Israëlische strijdkrachten uit bezette gebieden” werd geëist. Hier werd bewust niet van “alle bezette gebieden” gesproken. Met de aftocht van Israël uit de Sinaï in 1979 in het kader van de vrede met Egypte, en uit de Gazastrook in 2005 kan men dus al spreken van een “aftocht uit bezette gebieden”. Hierbij luidde de belofte in 2005 “land tegen vrede”, maar de rekening voor de aftocht uit de Gazastrook werd kwam al in 2006 met een raketbeschieting door Hamas, die tot op de dag van vandaag voortduurt. De gedwongen ontruiming van Gush Katif in de Gazastrook, destijds een begeerd surferparadijs, nu terreurstaat, bleek een enorme fout te zijn – een trauma, dat Israël nooit meer wil meemaken.

In de loop van de jaren-50 en de jaren-60 vormden de nu onafhankelijke Arabische landen in de Verenigde Naties met het Pact van Warschau een anti-Israël blok, dat de VN meer en meer veranderd heef tin een Israël-vijandig veroordelingapparaat. Israël wordt door de VN meer veroordeeld dan alle martelregimes en dictaturen in de wereld samen, zoals “UN Watch” steeds opnieuw op indrukwekkende wijze documenteert.

De stemmingen in de Algemene Vergadering van de VN hebben echter pro forma geen internationaal juridisch bindend karakter zonder toestemming van de Veiligheidsraad, waar de VS tot nu toe altijd de veroordeling van Israël verhinderd hebben – tot resolutie nr. 2334, die de vertrekkende Obama-regering er nog doorheen joeg op 23-12-2016, hoewel de nieuw gekozen Trump-regering dit met alle middelen wilde verhinderen. De telefoongesprekken tussen Trump´s veiligheidsadviseur generaal Mike Flynn en d eRussische ambassadeur Sergej Kisljak werden zonder juridische basis door de Obama-regering afgeluisterd en vormden de oorsprong van de zogenaamde “spygate-affaire”, een mogelijkerwijs illegale putschpoging tegen de democratisch gekozen Amerikaanse regering.

De “Palestijnen” weigeren al decennia lang alle aangeboden onderhandelingsoplossingen, een vredesverdrag en een tweestaten-oplossing – zo ook bij het onlangs gepresenteerde Trump-plan. Zij zijn het enige “volk” in de wereld dat zogenaamd naar onafhankelijkheid streeft, maar hardnekkig steeds maar weer ieder aanbod van een eigen staat afwijst.

De enige volkenrechtelijk bindende verdragen die de Palestijnse leiding met betrekking tot Judea en Samaria heeft ondertekend, zijn de Akkoorden van Oslo in 1993 en 1995 tussen Yitzhak Rabin en Yasser Arafat. Die deelden Judea en Samaria in drie gebieden, Area A, B en C, op. Area A zijn de zogenaamde “Palestijnse autonome gebieden”, Area C zijn de gebieden onder Israëlisch bestuur (de zogenaamde “nederzettingen”) en Area B is een mengvorm – Arabisch civiel bestuur en Israëlisch leger. Ik mocht in de zomer van 2019 alle drie de gebieden bezoeken en was onder de indruk van de geest van verandering en de vredeswil die daar heersen.

Sinds 1995 weigert de corrupte Palestijnse leiding alle onderhandelingen die in de Akkoorden van Oslo eigenlijk overeengekomen zijn. Zodoende geldt nog steeds de opdeling die Rabin en Arafat in 1995 besloten hebben. Om deze contractueel overeengekomen opdeling “illegaal” te noemen, en daarbij aan de daarin overeengekomen Palestijnse autonomie te willen vasthouden, is duidelijke onzin.

De Palestijnse leiding rondom de terrorist Mahmoud Abbas, de financier van de aanslag op de Olympische Spelen in München in 1972, heeft geen enkel belang bij een vredesoplossing, want die zou haar mooie voordeeltjes en haar overvloedige subsidies op kosten van de Duitse en Europese belastingbetalers, haar baantjes, villa´s en BMW´s bedreigen. De gewone arbeider en Arabische bewoners van Judea en Samaria hebben echter al lang ingezien dat de sleutel tot hun welvaart Israël betekent. Elke dag gaan er meer dan 600.000 Arabieren naar hun werk over de “Groene Lijn” naar Israël en stemmen zodoende met hun voeten.

Area C blijft echter nog steeds in een juridische onopgeloste situatie onder het bestuur van het Israëlische leger. Hier geldt onveranderd het Ottomaanse recht uit het jaar 1919, volgens welk ook Israëlische rechtbanken rechtspreken – de Palestijnen gebruiken dit nomadenrecht met ondersteuning van de EU om illegale nederzettingen in Area C op te richten.

Na 25 jaar weigerende Palestijnse houding heeft de nieuwe Israëlische regering besloten deze toestand te beëindigen en grote delen van Area C onder Israëlisch civiel bestuur te plaatsen. De Arabische bewoners zouden het Israëlische staatsburgerschap en rechtszekerheid krijgen, die in Oost-Jeruzalem zeer populair bleek te zijn.

De Israëlische regering staat nog altijd open voor een onderhandelingsoplossing met de Palestijnse leiding. Dat is de in Duitsland door de media en de politiek schandalig verklaarde “annexatie van de Westelijke Jordaanoever”: civiel bestuur i.p.v. het leger. Het is slechts een erkenning van de realiteit – een realiteit, waarvoor de Palestijnse leiding en grote delen van de Duitse politiek de ogen sluiten.

Israël leeft en gedijt, en zal niet meer verdwijnen. Het is tijd dit te erkennen.

door Joachim Kuhs


Bronnen:

♦ een artikel van Joachim Kuhs in een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikel Warum es keine „illegale Besetzung“ von Judäa und Samaria gibt op de site van Politically Incorrect (PI) van 26 juni 2020

Een gedachte over “Waarom er geen sprake is van ‘illegale bezetting’ van Judea en Samaria

  1. Het Joodse JUDEA & Samaria werd bezet Romeins, Turks gebied.
    Toen werd het via de Britse colonisatie, het Britse Mandaat Palestina.
    Toen werd het via illegale gift aan een Hashemitische vorst, Jordanie.
    Toen werd het via een politiek onzin verhaal, de West bank.
    Toen werd het via een nog groter onzin verhaal, palestijns gebied.

    De énigen die dit gebied eeuwenlang illegaal bezet hebben gehouden waren de Romeinen, Turken Britten & Jordaniers.

    Like

Reacties zijn gesloten.