Waarom de Westerse media vooringenomen is tegen Israël; de zaak van Eyad Hamad

Toen de Palestijnse journalist Eyad Hamad (plaatje hierboven) kritiek had op Israël, hebben zijn werkgevers bij de Associated Press (AP) hem opgeroepen voor een hoorzitting, die slechts met een waarschuwing eindigde. Toen Hamad de Palestijnse Autoriteit bekritiseerde, ontving hij echter een brief van AP waarin hem werd meegedeeld: “Uw dienstverband is beëindigd”.

Het ontslag van de 63-jarige Hamad uit AP – een daad die Palestijnse journalisten en mensenrechten- en mediagroepen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook woedend maakte – heeft de mensen die bekend zijn met de manier waarop de buitenlandse media het Israëlisch-Palestijnse conflict behandelen, niet verrast.

Vele buitenlandse journalisten schijnen het conflict te zien langs de lijnen van “goede kerels (Palestijnen) tegenover slechte kerels (Israël). Ze worden elke ochtend wakker en zoeken naar een verhaal dat een slechte indruk weergeeft van Israël. De buitenlandse correspondenten huren vervolgens Palestijnen in om hen te helpen bij het verspreiden van leugens over Israël. Veel van deze Palestijnen zijn geen echte journalisten, maar politieke activisten die dienen als propagandisten voor de PLO, Hamas en andere Palestijnse terreurgroepen.

Wat vooral verontrustend is aan het ontslag van Hamad, is dat AP wist dat een van hun Palestijnse werknemers zich bezighield met anti-Israëlische activiteiten, maar er niet in slaagde hem tegen te houden. Hamad negeerde zelfs herhaalde waarschuwingen van zijn werkgevers tegen het nastreven van politieke activiteiten.

“We zijn gedwongen om tot deze actie te komen als gevolg van uw herhaalde schendingen van ons beleid inzake sociale media, politieke activiteiten en gedrag op de werkplek, zelfs na talrijke waarschuwingen en ondanks uw toezeggingen in het verleden om dergelijke activiteiten en schendingen niet te herhalen,” schreef Josef Federman, nieuwsdirecteur van het AP-bureau in Jeruzalem, aan de Palestijnse cameraman op 27 mei.

In zijn brief wees Federman erop dat Hamad, een Palestijn, had deelgenomen aan anti-Israëlische protesten terwijl hij nog steeds voor AP werkte.

“Op 17 november 2019 nam u [Hamad] deel aan een protest ter ondersteuning van een collega die gewond was geraakt door Israëlische troepen en gaf vervolgens een interview aan Al-Arabiya TV”, zo schreef het hoofd van het AP-bureau. “Noch het protest, noch het interview werd door ons geautoriseerd, en u hebt niet gevraagd om onze toestemming, in strijd met het beleid van AP en eerdere toezeggingen.”

Het internationale persbureau geeft openlijk toe dat een van zijn werknemers betrokken was bij anti-Israëlische activiteiten. Wat heeft AP gedaan om de werknemer te stoppen? Hamad kreeg verschillende “waarschuwingen” – die hem niet afschrikten om zijn anti-Israëlische activiteiten voort te zetten.

Een paar weken daarna, op 12 december 2019, werd Hamad uitgenodigd voor een andere bijeenkomst op het kantoor van AP in Jeruzalem en waarschuwde men hem opnieuw dat hij het beleid van het persbureau op het gebied van politieke activiteiten had geschonden. Toen Hamad te horen kreeg dat er senior-managers in New York er bij betrokken zouden zijn, bleef hij volhouden dat hij niets verkeerds had gedaan. “Het kan me niet schelen,” zei hij.

Ondanks Hamads vastberadenheid om politieke activiteiten te ontplooien, mocht hij toch 20 jaar lang voor AP blijven werken. De Palestijnen zijn trots op Hamad omdat hij de AP jarenlang heeft gebruikt als platform om leugens over Israël te verspreiden.

Hamads laatste anti-Israëlische activiteiten vonden plaats in november 2019, toen hij en enkele van zijn Palestijnse collega’s een anti-Israëlische campagne voerden nadat een Palestijnse fotograaf per ongeluk in het oog werd geschoten terwijl hij verslag gaf van botsingen tussen Israëlische soldaten en Palestijnse stenengooiers in de buurt van de stad Hebron op de Westelijke Jordaanoever.

AP wordt nu geconfronteerd met wijdverspreide veroordelingen van Palestijnse journalisten en mediagroepen voor het besluit om Hamad te ontslaan. Zij beschuldigen AP van “capitulatie” voor de druk van de politie van de Palestijnse Autoriteit. Sommige journalisten roepen op tot een boycot van AP en de sluiting van haar kantoren op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook.

Het is nu nog maar de vraag of andere media-organisaties wakker worden en de politieke activiteiten van hun Palestijnse medewerkers van dichtbij gaan bekijken. Zullen die organisaties toestaan dat deze activisten hen blijven misleiden door valse anti-Israëlische propaganda te propageren?


Bronnen:

♦ naar een artikel van Bassam Tawil “Why Western Media is Biased Against Israel” van 3 juni 2020 in een vertaling door W.J. Jongman en H. Sleijster op de site van The Gatestone Institute

Een gedachte over “Waarom de Westerse media vooringenomen is tegen Israël; de zaak van Eyad Hamad

  1. Waarom is de Westerse Media “”vooringenomen”” tegen Israel.

    Goeie vraag met een simpel antwoord………

    De werknemers van de Linkse ‘sociale’ Westerse Media, natuurlijk altijd bekommert met het lot van de medemens in zijn omgeving en vooral die van ver daarbuiten, kunnen zich maar moeilijk over hun eigen opvoeding vol Jodenfobie & hersenspoeling vol Israelfobie heenzetten.

    Israel, een land vol sterke & succesvolle Joden word dan natuurlijk de ideale schietschijf voor hun ‘sociale’ geweten & toorn.

    Het zijn zij die in deze rol de vlammen van de haat ventileren/aanwakkeren …….. of anders hun bron van inkomsten verliezen.

    Vrede tussen Israel & palestijnen?

    “Dat gaat, als het aan ons ligt, niet gebeuren”……., want dan gaan honderden journalistieke jobs verloren, politieke & culturele loopbanen naar de vaantjes en “pro palestijnse mensenrechten activisten” moeten dan op zoek naar echt werk.

    Nee, zolang ‘de palestijnen’ zich door ons laten manipuleren & ringeloren is dit een prima verdienmodel.

    Like

Reacties zijn gesloten.