Over Adolf Eichmann die – net zoals de Palestijnen vandaag – ervan genoot om Joden te vermoorden

Plaatje hierboven: SS-Obersturmführer Adolf Eichmann, hier in Jeruzalem in 1961, was de man die de treinwagons volstouwde met Joden en naar de vernietigingskampen in het Oosten liet bollen tot aan de laatste trein in maart 1945, kort voor het einde van de Tweede Oorlog.

Palestijnse terroristen sneden de kelen over van de Fogels tot de laatste baby die ze konden vinden? Dat is vanwege de controleposten rond Nabloes. Mohammed Deif bouwde tunnels van de dood in het zuiden van Israël? Dat is vanwege de ‘bezetting’.

Er is geen grotere verleiding dan een massamoordenaar te verklaren via de geesten uit zijn jeugd. Van Adolf Eichmann [1906-1962] wordt gezegd dat hij een ongelukkig kind was, een nukkige en eenzame student, een seksueel geremde jongen die gefrustreerd was door de financiële crisis van zijn vader.

Echter, de ‘bureaucratische’ toewijding waarmee Eichmann zich met veel nauwgezetheid van “zijn taak” kwijtte, was op z’n minst opmerkelijk en bleek bijzonder dodelijk efficient. Zonder de inzet van Eichmann hadden nooit zoveel Joden vermoord kunnen worden…

Vijftig jaar lang, sinds kolonel Eichmann werd opgehangen door de Israëli’s en zijn as verstrooid in de Middellandse Zee, werd de architect van de Holocaust geportretteerd als een grijze bureaucraat, een gewone mens, een gezichtsloos wiel van een groter project, gedreven door lafheid, een wens voor sociale vooruitgang en burgerlijke morele kortzichtigheid.

In een boek van de Duitse geleerde Bettina StangnethEichmann Before Jerusalem (2014) komt de waarheid over de moordlust van Eichmann aan het licht.

Na de oorlog verklaarde Eichmann over de Jodenmoorden:

Als 10,3 miljoen van deze vijanden waren gedood, dan zouden wij onze plicht hebben volbracht. Wij zouden dan kunnen zeggen: ‘Wij vernietigden een vijand’. Maar we konden meer gedaan hebben. Ik was een idealist, ik maakte deel uit van het denkproces. 

[..]

Als ik op dat ogenblik de verschrikkingen zou kunnen voorspeld hebben waaraan het Duitse volk zou worden blootgesteld, dan zou ik niet alleen de opdrachten met discipline hebben uitgevoerd, maar ook met enthousiasme. Toen ik tot de conclusie kwam dat, om te doen wat de Joden werd aangedaan, noodzakelijk was, werkte ik met al het fanatisme [dat ik in mij had].

[..]

Om eerlijk te zijn, heb ik nergens spijt van. Ik zal lachend in mijn graf springen omdat het gevoel dat ik vijf miljoen mensen op mijn geweten heb, voor mij een bron is van buitengewone tevredenheid. 

Dit is niet de dezelfde Eichmann die “niet in staat is om te denken” in Hannah Arendts woorden. Bettina Stangneth ontdekte een brief uit 1956 waarin Eichmann aan de toenmalige bondskanselier van West-Duitsland, Konrad Adenauer, vroeg om terug te keren naar zijn vaderland bewerende dat hij dit verdiende als gevolg van wat hij de Joden had aangedaan.

We hebben twee foto’s van Adolf Eichmann. De eerste, die teruggaat tot 1942, werd miljoenen keren gereproduceerd. Het hoofd van het Bureau voor Joodse zaken aan de Gestapo draagt de kepie met het doodshoofd van de SS, terwijl hij arrogant en hooghartig voor zich uitkijkt, zijn glimlach lijkt meer op een grijnslach.

Twintig jaar later, is Eichmann een man zonder een gezicht, zich aanpassend en neerbuigend, zittend in een hok achter kristallen ruiten (plaatje bovenaan). Eichmann leek hier op die Indiase fakirs bedekt met asse, zittend aan de oevers van de Ganges in Benares.

Tijdens de oorlog, terwijl de vernietigingsfabrieken zijn Joodse slachtoffers opstapelde, verzamelde Eichmann mediaknipsels omtrent zijn ‘prestaties’. Hij regisseerde de deportaties van alle Joodse kinderen uit Frankrijk. Een van zijn richtlijnen betekende een doodstraf voor de Franse Joden: “Als u eens en voor altijd en zonder reden het Joodse probleem wilt oplossen, moeten wij ons terugtrekken van de grens die voorheen werd ingesteld in de gebieden die werden bezet door de Italianen.”

Na de moord op Reinhard Heydrich werd het dorp Lidice in Tsjecho-Slowakije verwoest en de bewoners uitgeroeid. De kinderen van Lidice werden toegewezen aan één van de Eichmann luitenants, Hermann Krumey. Zeven van deze kinderen werden geschikt geacht voor ‘Germanisering’. Eichmann beval dan de ‘speciale behandeling’ voor de anderen.

“Als ik op dat ogenblik de verschrikkingen zou kunnen voorspeld hebben waaraan het Duitse volk zou worden blootgesteld, dan zou ik niet alleen de opdrachten met discipline hebben uitgevoerd, maar ook met enthousiasme,” zei Eichmann. “Toen ik tot de conclusie kwam dat, om te doen wat de Joden werd aangedaan, noodzakelijk was, werkte ik met al het fanatisme [dat ik in mij had]”.

Hij was er altijd en overal bij, altijd waar er Joden waren om te worden gedeporteerd: Skopje, Macedonië 1943; Ioannina, Griekenland 1944; Westerbork, Nederland 1943 en 1944 Boedapest, Hongarije. In veel gevallen negeerde Eichmann orders en overtrad de algemene instructies die hem aan het einde van het jaar 1944 door Heinrich Himmler werden gegeven. Eichmann wilde alle Joden hebben. Voor hem hadden Joden geen recht om te bestaan.

Bettina Stangneth legt uit dat, in tegenstelling tot andere nazi’s, Eichmann niet in luxe geïnteresseerd was. Zijn hebzucht gold enkel de aantallen doden. Eichmann controleerde de rekeningen van zijn slachtoffers en kon daarvan geprofiteerd hebben, net zoals vele andere nazi-kopstukken dat deden. Hijzelf deed dat echter nooit.

“Om eerlijk te zijn, heb ik nergens spijt van,” biechtte Eichmann op in de Argentijnse audio-opnames die gemaakt werden voor zijn gevangenneming. “Ik zal lachend in mijn graf springen omdat het gevoel dat ik vijf miljoen mensen op mijn geweten heb, voor mij een bron is van buitengewone tevredenheid”.

Eichmann ’s verhaal laat zien dat antisemitisme charmeert en verleidt; dat het een vorm van ‘idealisme’ kan zijn; dat het goede banaal kan worden, maar het kwade nooit; dat er mannen zijn die genieten van het doden van Joden. Dat ze nog steeds onder ons zijn. Ze dragen geen bril, ze lezen Goethe niet, ze hebben een duistere complexiteit. Maar ze zijn net zoals Adolf Eichmann.


Bronnen:

♦ naar een artikel van Giulio Meotti “The Men Who Enjoy Killing Jews; Like Eichmann, they don’t murder Jews for their money” van 20 september 2014 op de site van Arutz Sheva