‘We zijn voorbij de Farao geraakt’, blijf kalm en doe gewoon verder

Elke kijker van de Israëlische televisie met een betere kennis van het Hebreeuws dan van de Israëlische populaire cultuur zou verbaasd kunnen zijn over een uitdrukking die de afgelopen weken veelvuldig is aangetroffen.

Niet enkele Israëli’s, geïnterviewd over het coronavirus door rondzwervende journalisten op straat, hebben geantwoord door te zeggen: ‘Avarnu et par’o, na’avor gam et zeh‘ – wat zich vertaalt als: “We zijn voorbij de Farao gekomen, we zullen ook voorbij dit geraken“. Soms wordt dit ingekort tot “We zijn de farao voorbij.”

Was dit vanwege het Pesach seizoen? Het zou mooi zijn om te denken dat Israëli’s het verhaal van de uittocht in de Pesach zo intens beleven dat zelfs COVID-19 hen eraan heeft doen denken. De waarheid ligt echter grotendeels elders. De uitdrukking avarnu et par’o, na’avor gam et zeh komt van een lied dat in 1990 werd geschreven en voor het eerst werd opgenomen door de Israëlische popzanger Meir Ariel (1942-1999).

Het is het refrein in elk van de liedjes van het lied, dat Ariel bij verschillende gelegenheden in verschillende versies zong. De woorden van de eerste strofe waren echter altijd hetzelfde. In mijn gratuite vertaling zijn ze:

De belastingontvanger nam mijn auto in beslag,
de BTW-mensen namen mijn gitaar.
Het elektriciteitsbedrijf heeft mijn stroom uitgeschakeld.
De waterleiding heeft mijn douche uitgeschakeld.
Het maakt me gek, al deze gekte,
maar we zijn voorbij de farao gekomen,
we komen dit ook voorbij.

Muzikaal was ‘We Made It Past Pharaoh’ niets om over naar huis te schrijven. Ariel had een goede, maar niet uitzonderlijke stem en als gitarist was hij een plunker die niet veel meer deed dan tokkelen.

In dit opzicht heeft hij zich nooit veel ontwikkeld ten opzichte van de man die ik me herinner uit het midden van de jaren zeventig, toen hij en ik een aantal jaren in dezelfde reserve-infanterie-eenheid van het leger dienden.

In feite zaten we niet alleen in dezelfde eenheid, we zaten in dezelfde vierkoppige antitankgeschutbemanning, die een server, een lader, een schutter en een commandant had. Elk jaar trainden we samen twee weken op een basis in de Negev, en elk jaar bracht Meir zijn gitaar en tokkelde erop los terwijl we ’s avonds rondzaten koffie te drinken die op een kampeerfornuis was gezet en te gabbelen over alles waar we over hadden gepraat.

Meir sprak bij die gelegenheden nooit over zichzelf, en ik had toen geen idee dat hij een bekende figuur was in de lokale muziekscene. Voor mij was hij gewoon een collega-reservist met een hoofd vol krullen, een grote grijns, een rustige, bijna verlegen manier en een gitaar.

Ik ontdekte pas later dat hij toen al werd aangeduid als ‘de zingende parachutist’, nadat hij eerder had gediend in de beroemde 55e Parachutistenbrigade die de Oude Stad van Jeruzalem in de oorlog van 1967 had heroverd op de Arabieren en heldhaftig vocht aan het Suezkanaal in 1973.

Nadat onze antitankeenheid was ontbonden en het 90 mm kanon was vervangen door de dodelijkere TOW-raket, zag ik Meir nooit meer terug. Het meeste van wat ik weet over zijn latere leven en carrière, dat eindigde door een vroege dood, kwam van het lezen van Yossi Klein Halevi’s goed ontvangen boek Like Dreamers, waarin Meir een van de vier 55e Brigade-veteranen was wiens verhaal werd gevolgd terwijl het zich in latere jaren ontvouwde.

Song van Meir Ariel (hebreeuws):
We zijn voorbij de Farao geraakt,
hier zullen we ook voorbij komen


Bronnen:

♦ naar een artikel van Philologos “‘We Made It Past Pharoah’ Is the Israeli Version of “Keep Calm and Carry On” van 22 april 2020 en een artikel van Max Singer “A Futurist Looks at the Jewish Future” van 17 april 2020 op de site van Mosaic

♦ naar een artikelWhy did we sing when the Egyptians drowned?” van 18 april 2014 op de site van The Jewish Chronicle