De Holocaust maakte geen onderscheid tussen Joden; religieus of niet, allen gingen ze voor de bijl

Plaatje hierboven: Jonge Joodse vrouwen in traditionele kledij in Libïe in de jaren voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog. In 1931 woonden er nog 21.000 Joden in Libië. In 1974 nog een 20-tal. De laatste Jood van Libië, Rina Debach, verliet het land in 2003 [bron]

In de afgelopen jaren zijn er verhalen opgedoken over de joodse gemeenschappen die tijdens de Holocaust in Arabische en moslimlanden woonden, verhalen die ondubbelzinnig hebben aangetoond dat de nazi’s en hun verachtelijke handlangers in elke plaats niet geïnteresseerd waren in intra-joodse scheidslijnen tussen religieuze en seculiere Joden, Ashkenazi en Sephardi.

De periode van de Holocaust in Noord-Afrikaanse en Mediterrane landen is om min of meer begrijpelijke redenen uit het geheugen verdreven. Je kunt het lot van de Joden van Galicië die bijna volledig waren weggevaagd is immers niet te vergelijken met het lot van de Joden van Libië die ‘alleen’ voor de meesten naar concentratiekampen waren gestuurd.

Maar beiden waren het slachtoffer van een soortgelijk Joods lot, dat op bijna willekeurige wijze van plaats tot plaats verschilde. Als ze dat maar konden, zouden de nazi’s de Joden van Noord-Afrika en de Middellandse Zee ook naar Auschwitz hebben gestuurd – iets wat ze van plan waren te doen, maar niet na de nederlaag van hun bondgenoten in die landen.

Op 8 november 1942 landden geallieerde troepen van Britse en Amerikaanse troepen in Algerije en Marokko en voltooiden de campagne in dit gebied dat onder het bewind van het pro-nazi-Vichy-regime stond. Voor Algerijnse Joden betekent de overwinning van de geallieerden het einde van een donkere periode na twee jaar waarin ze volledig onderworpen waren aan de wetten van Neurenberg.

In Marokko leidde de geallieerde bezetting een hulpmissie in onder leiding van advocaat Hélène Cazès-Benatar, waarbij duizenden Europese joden zouden worden gered.

Joden van Djerba in Tunesië
In Tunesië bleven de Duitsers nog zes maanden onder controle totdat ze door de geallieerden werden verdreven. In deze tijd zorgden ze ervoor dat ze de joden zoveel mogelijk mishandelden: ze werden gedwongen een gele ster te dragen, ze werden ontslagen uit openbare posities en 5.000 van hen werden naar werkkampen gestuurd.

De ‘Sabbat van het Goud’ van februari 1943 is berucht, toen Duitse officieren naar de synagoge van Djerba kwamen en het hoofd van de gemeenschap, Rabbi Moshe Kalphon HaCohen, drie uur de tijd gaven om 50 kilo goud van de gemeenschap te verzamelen, anders zou hij samen met andere joden ter dood worden gebracht. Rabbi Moshe overleed in 1950 en werd in Djerba begraven. Echter in 2006 werd hij herbegraven in Jeruzalem, Israël. En dat is slechts één verhaal.

In 1948 woonden er nog ongeveer 110.000 Joden in Tunesïe. Sinds de oprichting van de Israëlische staat in 1948 worden zij permanent vervolgd wat tot een grote uittocht leidde begin jaren 1950. Op dit ogenblik wordt de Joodse gemeenschap in Tunesië al naargelang de bronnen op 700 tot 1.600 leden geschat waarvan het grootste deel op het Tunesische eiland Djerba woont.

Rabbijnen van Djerba in de El Ghriba synagoge ca. 1910

Libië en Irak
Ook Libië verlangde naar de komst van de geallieerde geforceerde troepen, die uiteindelijk eind december 1942 kwam. Libië was bezet door de Italianen en hun Duitse bondgenoten en had de Joden rassenwetten opgelegd, het concentratiekamp Giado opgezet en zelfs velen van hen zijn gedeporteerd naar kampen in Europa.

De Arabische reactie op deze antisemitistische daden kan in verschillende soorten worden onderverdeeld. In sommige gebieden bleef de bevolking waaronder de Joden honderden jaren hadden geleefd, apathisch voor de Joden – ook vanwege hun eigen nood.

Op andere plaatsen vinden we rechtvaardige onder de naties die hebben geholpen Joden te redden en hen met hun lichaam te beschermen, terwijl elders de Holocaust een vruchtbare grond vormde voor de haat tegen Joden die al een tijdje onder de oppervlakte borrelden.

De Farhud in Irak is daar een voorbeeld van: tijdens het joodse festival van Sjavoeot in juni 1941 trokken Arabische relschoppers op de vlucht, plunderden, beroofden, verkrachtten en vermoordden Joden in Bagdad.

De pogrom had een duidelijke ideologische band met de nazi-partij, die een snaar had geraakt bij Arabische nationalisten zoals de moefti van Jeruzalem, Mohammed Amin al-Husseini, die hoopte dat de terugkeer naar Zion zou kunnen worden veroorzaakt door de deportatie van Joden naar de kampen in Europa.

Deze verhalen zijn niet alleen tegengif om kunstmatig aan te tonen dat ‘er ook een Holocaust was voor ons, de Mizrahi-joden’.

De Holocaust van het Joodse volk is zoals de naam al zegt – het verhaal van ons allemaal.

Joodse vrouwen in traditionele kledij in Tunesië ca. 1875


Bronnen:

♦ naar een artikel van Ophir Toubul “The Holocaust did not differentiate between Jews; The Nazis and their despicable accomplices in each and every locale were not interested in intra-Jewish divisions between religious and secular, Ashkenazi and Sephardi” van 21 april 2020 op de site van Israel Hayom

Een gedachte over “De Holocaust maakte geen onderscheid tussen Joden; religieus of niet, allen gingen ze voor de bijl

Reacties zijn gesloten.