Toen Joden in de Sovjet-Unie woonden, moesten ze hun matses (Paasbrood) verstoppen in koffers

Er was een duidelijk verband tussen de aankoop van matses voor de Pesach (Joods Paasbrood) voor de belegerde Joden van de Sovjet-Unie in de dagen van het IJzeren Gordijn en hun strijd voor bevrijding van het rperssieve Sovjet-regime.

Een aankondiging in de Centrale Synagoge van Moskou op 16 maart 1963 dat de staatsbakkerijen niet zouden voorzien in het matses (Paasbrood), veroorzaakte grote teleurstelling. Gemeenten kregen het advies om thuis de matses te bakken. Maar dat zou niet voldoende zijn om in de grote behoefte te voorzien.

Een jaar eerder verbood de Sovjetregering de distributie van matses door de hele Sovjet-Unie. Als reactie daarop begonnen joden over de hele wereld uit protest hun stem te verheffen. Dat jaar, in 1962, marcheerden honderden joodse studenten van verschillende hogescholen in New York twee uur in stilte voor de Sovjet-VN-missie in Manhattan uit protest tegen het verbod.

In hun vrijgegeven verklaring noemden ze het Sovjetverbod onderdeel van een “grotere officiële poging om de band tussen het Sovjet-jodendom en de traditionele wortels van het jodendom, die een nationale historische betekenis hebben, te vernietigen“.

Een paar dagen later, op 20 maart, stuurde de Amerikaanse senator uit New York, Jacob Javitz, een oproep aan de Sovjet-ambassadeur in de Verenigde Staten, Anatoly Dobrynin, om tussenbeide te komen bij het toestaan ​​van verzendingen van Amerikaans gebakken matses. Verschillende Amerikaanse matse-fabrikanten boden aan om overvloedige hoeveelheden matses naar Sovjet-joden te sturen.

Dat jaar voldeden de Sovjets niet aan de inspanningen om hen te overtuigen. Het jaar daarop leken de Sovjets bereidheid te tonen om enkele concessies te doen. Een maand voor de Pesach reageerden Sovjet-diplomaten in het buitenland op vragen van joodse religieuze leiders over matses.

Plaatje hierboven: Poolse Joden bereiden de matses voor het Sederfeest aan de vooravond van de Pesach op 19 april 1943. Op die dag begon in de toenmalige Sovjetrepubliek Polen de Opstand in het Getto van Warschau … [beeldbron: Yad Vashem]

In Washington DC verklaarde Genardy Gavrikov, een secretaris van de Sovjet-ambassade in Washington, op 7 februari dat joden in de USSR het recht zouden hebben matses te bakken na een ontmoeting met Rabbi David Hill, president van de Young Israel-organisatie.

Een maand later, tijdens een bezoek van twee uur aan de Heichal Shlomo-synagoge in Jeruzalem, zei de Sovjetambassadeur in Israël, Mikhail Bodrov, met een kippa op zijn hoofd, dat hij de kwestie van de weigering van de Sovjetautoriteiten zou onderzoeken om de invoer van matses toe te staan voor de Pesach.

De volgende week, op 24 maart, deed de Raad van Rabbijnen van New York, die de Orthodoxe, Conservatieve en Hervormde vertegenwoordiging vertegenwoordigde, een beroep op de VN-Commissie voor de Rechten van de Mens en verzocht Joden toestemming te krijgen om matses te bakken en te importeren.

Is thuis bakken van matses toegestaan? Zou het voldoende zijn? Particuliere woningen waren onvoldoende om te bakken en voor voldoende hoeveelheden te zorgen. Tegelijkertijd waren er extra arrestaties en opsluitingen van personen waarbij matses werden gevonden. Die week werden naar verluidt acht joden in Moskou gearresteerd die matses bakten en werd hun uitrusting in beslag genomen.

Dit gebaar was in wezen cosmetisch en de verontwaardiging van stemmen in het Westen nam toe. Zouden de Sovjets matses op de Pesach toestaan? Opperrabbijn van Engeland Rabbi Israel Brodie deed een beroep op de Sovjetautoriteiten ‘in naam van het Anglo-jodendom’ om joden toe te staan ​​matses te hebben voor de komende vakantie.

Hij vroeg de Sovjetautoriteiten ‘om toe te staan ​​dat de religieuze basisvereisten op een adequate en bevredigende manier werden vervuld.’ Dat op Pesach een speciaal gebed dat door Rabbi Brodie aan de seder werd toegevoegd, waarin de toenemende identificatie van het wereldjodendom met de benarde toestand van hun broeders werd verwoord.

Zie deze matses, het symbool van onze ellende maar ook van onze vrijheid. Mogen wij op dit feest onze harten wenden tot onze broeders en zusters in Rusland die Matzo niet mochten bakken en dit Pascha niet mochten vieren.” De World Association of Jewish Students deed een beroep op de VN-Commissie voor de Rechten van de Mens om in te grijpen voor de vrijlating van joden die vorige week waren gearresteerd wegens het bakken van matses (maztot).

Plaatje hierboven: Een lid van de Lubavitcher yeshivah bakt matzah in Frankrijk, circa 1947-48 [beeldbron: Archieven van het American Jewish Joint Distribution Committee]

Hun boodschap protesteerde ook tegen het verbod op de matses. Toen de Pesach naderde, spraken twaalf grote Amerikaanse joodse organisaties de bereidheid uit om een ​​vliegtuiglading matses te sturen. Ze hebben dringend de toestemming van de Sovjetregering gevraagd om deze onderneming goed te keuren.

Echter de Sovjets gaven niet toe. Toen de Pesach op 8 april begon, verscheen er op 10 april in de Jewish Telegraphic Agency een verhaal bracht dat de centrale synagoge van Moskou druk was, maar ‘weinigen in staat waren om de matses te beschermen”. De inspanningen leken geen impact te hebben gehad! De sovjetreactie leek opnieuw ‘Nyet!’.

Misschien waren de Sovjets, net als de Egyptische farao die niet onder de druk van de plagen zou bezwijken, nog niet bereid om toe te geven aan de werelddruk om het Sovjet-jodendom religieuze vrijheden te verlenen. Maar joodse activisten wilden resultaten. Met de komst van 1964 naarmate het protest groeide, reageerden de Sovjets.

Vlak voor de Pesach in 1964 mocht de Joodse gemeenschap in Moskou een kleine bakkerij huren om matses te bakken. Tegen 1965 mochten sommige synagogen in de grote steden ook worden gebruikt voor het bakken van matses. Joden mochten ook individuele pakketten van meer dan tienduizend pond matses uit het buitenland ontvangen.

In 1966 werden de verboden opgeheven in sommige hoofdsteden van de Sovjetrepublieken en in de regio’s in de zuidelijke Sovjetrepublieken die Joodse gemeenschappen bezaten. Tegen 1969 versoepelden de Sovjets meer beperkingen en waren matses direct beschikbaar. De versoepeling van andere beperkingen ging gepaard met de versoepeling op de matses.

In 1971 zouden duizenden Joden naar Israël mogen vertrekken. In de jaren daarna nam het aantal emigranten toe. Het ijzeren gordijn ging open. Glenn Richter, een van de oprichters van de activist Student Struggle for Soviet Jewry in 1964, vertelt:

We hadden absoluut het gevoel dat er een effectief verbod was door het Kremlin om voldoende Matza te produceren en dat weinige gebeurden was grotendeels bedoeld voor vertoning aan het Westen. We herinneren ons nog goed het effectieve verbod van het voorgaande jaar, 1963, en dat duwde onze acties zeker een jaar later zeker.

De versoepeling van de Sovjet-Unie met betrekking tot matsesbeperkingen was onderdeel van een trend van toegevingen aan internationale druk. In zekere zin was het de matses en de Joodse drang en volharding om de verplichting van deelname aan matses op het Paasfeest te vervullen, die de deuren naar vrijheid voor veel Sovjet-joden hielp openen.

De strijd om het behoud van de matses speelde een speciale rol in het oude Egypte toen de Israëlieten vertrokken en in de USSR tijdens de Sovjet-Joodse vrijheidsstrijd.


Bronnen:

♦ naar een artikel van Larry Domnitch “Matzot and the struggle to free Soviet Jewry” van 14 april 2020 op de site van Arutz Sheva

♦ naar een artikel van Deena Prichep “When Jews lived in the Soviet Union, they had to hide their matzah in suitcases” van 16 april 2014 op de site van PRI

♦ naar een artikel van Dovid Margolin “The 1929 Struggle to Send Matzah Into the Soviet Union” op de site van Chabad.org

♦naar een artikelThe Last Passover in the Warsaw Ghetto” op de site van Voices from the Inferno

Een gedachte over “Toen Joden in de Sovjet-Unie woonden, moesten ze hun matses (Paasbrood) verstoppen in koffers

Reacties zijn gesloten.