Khaled Abu Toameh: ‘Waarom Arabieren Palestijnen haten’

Plaatje hierboven: Gaza, aan de grens met Israël, vrijdag, 20 april 2018. Op de geboortedag van Adolf Hitler stuurden Palestijnse relschoppers een brandbom vastgemaakt aan vliegers – en mét swastika, symbool van de nazi’s – in een poging brand te stichten in de graanvelden van de omliggende Israëlische gemeenschappen.

Is dat waar? En zo ja, waarom? Helaas staan de Palestijnen erom bekend dat ze hun Arabische broeders verraden en hen zelfs effectief een dolk in de rug steken. De Palestijnen ondersteunden bijvoorbeeld Saddam Hussein´s invasie in Koeweit in 1990 – een Golfstaat, die samen met zijn buurlanden de Palestijnen jaarlijks tientallen miljoenen dollars aan hulp had laten toekomen.

Deze illoyaliteit is exact de manier hoe een toenemend aantal Arabieren, vooral die in de Golfstaten, de Palestijnen in de afgelopen jaren hebben omschreven.

In de afgelopen maanden is de Arabische kritiek op de Palestijnen, die meestal via traditionele en sociale media wordt verbreid, echter verder geëscaleerd en vaak in het hatelijke veranderd.

Enkele Arabische schrijvers en journalisten lieten zich boos uit over de afwijzing door de Palestijnen van de vredesplannen, in het bijzonder die van de nog helemaal niet bekendgemaakte “Deal of the Century” van de Amerikaanse regering.

Ze klaagden de Palestijnen aan ontelbare gelegenheden gemist te hebben en zeiden dat de “Deal of the Century” de “laatste, beste kans van de Palestijnen op een staat” zou kunnen zijn.

Khalid Ashaerah, een Saoedi, veroordeelde de Palestijnen als “verraders” en sprak de hoop uit dat Israël “zegevierend” zou zijn over de Palestijnen.

De Arabische aanvallen op de Palestijnen weerspiegelen een intensieve en toenemende ontnuchtering in de Arabische wereld over de Palestijnen en alles wat met hen te maken heeft.

De kern van dit diepe gevoel van ontnuchtering is het geloof van de Arabieren dat de Palestijnen, ondanks alles wat ze in de afgelopen zeven decennia hebben gedaan om hun Palestijnse broeders te helpen, altijd ondankbaar bleken te zijn tegenover het Arabische en islamitische volk en de Arabische en islamitische landen.

Een dergelijke wijdverbreide opvatting, zoals die nu in verschillende Arabische landen tot uitdrukking komt, verwijt de Palestijnen hun Arabische en islamitische broeders te verraden. Zoals een Arabisch gezegde luist: “Beschuldig hen, die in de bron gespuugd hebben waaruit ze hebben gedronken”. Het beeld verwijst naar de financiële ondersteuning die de Palestijnen al tientallen jaren lang van veel Arabische landen krijgen.

Tot enkele jaren geleden waren het de Egyptenaren die de anti-Palestijnse campagne in de Arabische wereld aanvoerden. Prominente Egyptische mediapersoonlijkheden, journalisten, schrijvers en politici leken om een blauwe band te strijden wie van hen de Palestijnen harder zou kunnen aanvallen.

De Egyptenaren richtten hun kritiek tegen de Palestijnse terreurbeweging Hamas, die de Gazastrook controleert – een kustenclave, die een gezamenlijke grens met Egypte heeft. De Egyptische critici, die grotendeels behoren tot het regime van de Egyptische president Abdel Fattah el-Sisi, zien in Hamas – een tak van de nu in Egypte verboden organisatie van de Moslimbroederschap – een bedreiging voor de nationale veiligheid en stabiliteit van Egypte.

Deze critici schijnen zich eveneens te ergeren aan de Palestijnse kritiek op el-Sisi vanwege de kennelijk goede betrekkingen tot Israël en de Amerikaanse regering.

De Palestijnen schijnen te geloven dat el-Sisi tegen hen samenzweert, samen met Israël en de Amerikaanse regering. Ze wijzen er bijvoorbeeld op dat de Israëlische minister-president Benjamin Netanyahu afgelopen mei el-Sisi “mijn vriend” heeft genoemd. Netanyahu had el-Sisi bedankt, nadat Egypte twee helikopters had gestuurd om te helpen bij de bestrijding van bosbranden in Israël. “Ik wil mijn vriend, de Egyptische president el-Sisi, bedanken voor het sturen van de beide helikopters”, verkondigde Netanyahu.

“In plaats van hun zaak te verdedigen, beledigen de Palestijnen el-Sisi en het Egyptische volk”, zei Azmi Mujahed, een prominente Egyptische journalist.

Ik heb een boodschap voor de Palestijnse bedelaars, die hun land en hun eer verkocht hebben: jullie vervloeken Egypte en zijn leger en zijn president. Jullie zijn een groep afschuwelijke mensen. Wie onze president beledigt, beledigt ons allemaal.

De aanvallen van de Egyptenaren op de Palestijnen bereikten in 2014 een hoogtepunt, toen meerdere prominente schrijvers en journalisten hun regering opriepen om Palestijnen uit te zetten en een militaire aanval tegen de Gazastrook te beginnen. De heftige aanvallen kwamen op een moment toen bericht werd dat de groten van Hamas in de Gazastrook door ISIS geïnspireerde terreurgroepen ondersteunen, die direct op het schiereiland Sinaï van Egypte oorlog voeren tegen de veiligheidstroepen.

De Egyptische schrijfster Lamis Jaber riep de Egyptische regering ertoe op om alle Palestijnen uit te zetten en hun eigendom in beslag te nemen. Ze eiste ook iedereen te arresteren die sympathiseert met de Palestijnen. “Wij helpen de Gazastrook, en als tegenprestatie doden zij [Palestijnen] onze kinderen. Dat zijn honden en verraders.”

Verder wees Jaber er op dat terwijl Palestijnse patiënten in Egyptische ziekenhuizen gratis behandeld worden, de leiders van Hamas genieten in “zeven sterren hotels” in Turkije en Qatar.

Jaber is slechts een van meerdere vooraanstaande Egyptenaren die de afgelopen jaren een campagne tegen de Palestijnen hebben gevoerd – een stap, die de Arabische teleurstelling over de “ondankbaarheid” en “arrogantie” van de Palestijnen toont.

De boodschap die de Egyptenaren aan de Palestijnen geven, luidt: We hebben genoeg van jullie en jullie falen om je te vermannen en je als volwassenen te gedragen. We hebben ook genoeg van jullie, omdat na al die jaren van ondersteuning en de strijd voor de goede zaak jullie ons uiteindelijk in het gezicht gespuugd hebben en onze president hebben beledigd.

Nu lijkt het erop dat de Saoedi’s aan de beurt zijn om de Palestijnen “te zeggen hoe het is”. Net als hun Egyptische collega´s hebben zijn ook veel Saoedische schrijvers, bloggers, activisten en journalisten op de sociale media gegaan om de Palestijnen op unieke wijze te veroordelen. Enkele Saoedi´s bijvoorbeeld omschrijven de Palestijnen als terroristen en beschuldigen hen ervan hun land aan Israëli´s te verkopen.

Deze aanklachten komen niet alleen maar van Saoedi´s, maar ook van een toenemend aantal Arabieren in andere Arabische en islamitische landen, vooral aan de Perzische Golf.

Net zoals de Egyptenaren schijnen de Saoedi´s woedend te zijn over de steeds terugkerende Palestijnse aanvallen op de Koninklijke familie in Saoedi-Arabië, vooral op kroonprins Mohammed bin Salman. In de afgelopen twee jaar hebben Palestijnen bij demonstraties op de “Westelijke Jordaanoever” en in de Gazastrook Saoedische vlaggen en foto´s van bin Salman verbrand. Waarom? De kroonprins wordt door de Palestijnen beschouwd als “te dichtbij” Israël en de Amerikaanse regering staand.

Net als de Egyptenaren voelen ook de Saoedi´s zich verraden door de Palestijnen. Saoedi-Arabië heeft de Palestijnen al jarenlang miljarden dollars hulp gegeven, maar dat heeft de Palestijnen er niet van weerhouden om constant slecht te praten over de Saoedische leiders.

Nu zeggen de Saoedi´s dat ze er ook genoeg van hebben. Hun boosheid bereikte afgelopen juni het hoogtepunt, toen Palestijnen een Saoedische blogger aanvielen, die het terrein van de Al-Aqsa-moskee in de Oude Stad van Jeruzalem bezocht. De Palestijnen spuugden naar de blogger Mohammed Saud en beschuldigden hem ervan door zijn bezoek aan het land de “normalisering” met Israël te bevorderen.

Sinds dit incident op de heilige plaats hebben veel Saoedi´s en burgers uit de Golfstaten dagelijks de Palestijnen aangevallen, vooral op de sociale media:

Aan iedereen die in Israël naar onze stem luisteren. Wij eisen het overdragen van het beschermheerschap over de Al-Aqsa-moskee van Jordanië naar de staat Israël, opdat de afschuwelijke aanval op de Saoedische burger Mohammed Saud zich niet herhaalt.

Dit is een opmerkelijke uitspraak van een Saoedische schrijver, die enkele jaren geleden absoluut nog ondenkbaar geweest zou zijn. Een Saoedische staatsburger zegt dat hij er de voorkeur aan geeft dat een islamitische heilige plaats onder Israëlisch toezicht komt (en niet onder Jordaans toezicht), want alleen dan zullen moslims zich veilig voelen hun moskee te bezoeken.

Andere Saoedi´s schijnen uiterst ontevreden te zijn over de betrekkingen tussen de Palestijnen en Iran. Hamas en de Islamitische Jihad, de beide terreurbewegingen die de Gazastrook controleren, krijgen financiële en militaire hulp van Iran en politieke ondersteuning van Turkije. De Saoedi´s en andere Golfstaten zien Iran, niet Israël, als de grootste bedreiging voor hun stabiliteit. Daarom zijn deze landen in de afgelopen jaren dichter bij Israël gekomen. Israël en zij hebben een gezamenlijke vijand: Iran.

Het is opmerkelijk dat een Saoedische schrijver, Turki al-Hamad, datgene deed wat zelfs veel westelijke leiders afwijzen: hij durfde Hamas en andere terreurgroepen in de Gazastrook te veroordelen, omdat ze raketten op Israël afgevuurd hadden. Al-Hamad veroordeelde de Palestijnen, omdat zij zich in handen van Turkije en Iran als marionetten zouden laten gebruiken. Hij becommentarieerde een kortgeleden plaatsgevonden vloed van raketaanvallen op Israël vanuit de Gazastrook en zei:

Iran en Turkije staan voor een crisis [een duidelijke verwijzing naar de economische en politieke crises in Iran en in Turkije] en de Palestijnen betalen de prijs.

Met andere woorden, de Palestijnen hebben besloten om zich aaneen te sluiten met twee landen, Iran en Turkije, die de Moslimbroederschap en andere extremistische groeperingen zoals Hamas, Islamitische Jihad en Hezbollah ondersteunen.

Een andere Saoedische schrijver, Mohammed al-Shaikh, herhaalde de oude bekende aanklacht in de Arabische wereld dat de Palestijnen, waar ze ook naartoe zouden gaan, voor moeilijkheden zorgen.

De Palestijnen brengen iedereen die hen onderdak verleent een ramp. Jordanië verleende ze onderdak, en toen kwam de Zwarte September; Libanon gaf ze onderdak, en daar was een burgeroorlog; Koeweit gaf ze onderdak, en ze veranderden in soldaten van Saddam Hussein. Nu gebruiken ze hun spreekgestoelte om ons te vervloeken.

In een ander commentaar op Twitter eiste al-Shaikh een verbod voor Palestijnen om de islamitische pelgrimstocht, de Hadj, naar Mekka te houden. Zijn commentaar kwam, nadat er een video was opgedoken, met daarin Palestijnen tijdens de laatste Hadj, hoe zij met Palestijnse vlaggen zwaaiden en “Met bloed, met ziel, wij verlossen jou, Al-Aqsa-moskee!” zongen.

De Saoedi´s hebben strenge regels, die politieke activiteiten tijdens de Hadj verbieden. Al-Shaikh keek blijkbaar zo naar de Palestijnen dat zij de pelgrimstocht naar Mekka gebruikten om een demonstratie te organiseren, tijdens de Hadj problemen aan te wakkeren en Saoedische autoriteiten te blameren.

“De honden van Hamas”, zei al-Shaikh nadat hij de video had bekeken, zouden volgend jaar wegens hun obscene gedrag uitgesloten moeten worden van de Hadj.”

Fahd al-Shammari, een Saoedische journalist, viel de Palestijnen aan door hen “bedelaars zonder eer” te noemen. Hij ging zo ver om te zeggen dat een moskee in Oeganda meer gezegend zou zijn dan de Al-Aqsa-moskee, die een joods heiligdom zou zijn.

De Palestijnen kunnen alleen zichzelf ervoor verantwoordelijk maken dat zij hun betrekkingen met de Arabische landen geschaad hebben. Het bijten in de hand die je voedt, was altijd al een politiek waarvoor de Palestijnen een hoge prijs betaald hebben.

Om afbeeldingen van Arabische leiders en staatschefs in de straten op de “Westelijke Jordaanoever” en de Gazastrook te verbranden, is een grote fout gebleken. Je kunt gewoon niet de ene dag de afbeelding van de Saoedische kroonprins verbranden en de volgende dag naar Riyad snellen en om geld te vragen. Je kunt niet de ene dag slogans tegen de Egyptische president schreeuwen en de volgende dag naar Caïro gaan om politieke steun te vragen.

Veel mensen in de Arabische landen zeggen nu dat het de hoogste tijd voor de Palestijnen zou zijn om zich voor hun eigen belangen in te zetten en na te denken over een betere toekomst voor hun kinderen. Zij zien de Palestina-kwestie niet meer als belangrijkste probleem in het Arabisch-Israëlische conflict. De Arabieren schijnen tegen de Palestijnen te zeggen: “Wij willen voorwaarts marcheren, jullie kunnen net zo lang achteruit marcheren als jullie willen.”

Wat ze zien, is Palestijnse stagnatie, vooral dankzij de Palestijnse Autoriteit en de leiders van Hamas, die er teveel mee bezig zijn om de gedachten van hun volkeren te vergiftigen en elkaar wederzijds in stukken te scheuren om tijd te hebben voor iets positiefs. De Palestijnen zullen wellicht op zekere dag wakker worden en vaststellen dat hun Arabische broeders echt niet meer voor schut gezet kunnen worden.

Ahmad al-Jaralah, een vooraanstaand krantenredacteur uit Koeweit, was nog opener en zei:

De Palestijnse zaak is geen Arabische aangelegenheid meer. Wij financieren de Palestijnen, en zij reageren door ons te vervloeken en zich slecht te gedragen. De Arabieren en moslims applaudisseren niet meer voor de Palestijnen. We zouden ons er niet voor moeten schamen om betrekkingen aan te knopen met Israël.


Bronnen:

♦ een artikel van Khaled Abu Toameh in een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikel “Warum Araber Palästinenser hassen” op de site van The Gatestone Institute van 11 september 2019.