De Protocollen van de Wijzen van Zion, de antisemitische bijbel van zowel nazi’s als arabieren

Het is goed dat de angst ons vooruitsnelt dat we de Joden uitroeien. De poging een Joodse staat te stichten zal op een mislukking uitlopen” (Adolf Hitler in het Führerhauptquartier, 25 oktober 1941)

In 1921 was de Palestijnse nationalist Haj Amin Al-Husseini (1895-1974) grootmoefti van Jeruzalem geworden. Hij was een fanatieke antisemiet, die tijdens de Eerste Wereldoorlog in het Ottomaanse (Turkse) Leger had gezeten. Na die oorlog keerde hij zich tegen de emigratie van Joden naar zijn geboorteland Palestina.

Hij was betrokken bij meerdere gewelddadige opstanden en rellen en bloedige aanvallen op Joodse immigranten en Joden die al langer in Palestina woonden. Bijvoorbeeld in 1929. Palestina was toen een Brits mandaat. De Britten stelden daarop een ‘Palestijnse Commissie inzake de ongeregeldheden van augustus 1929: de zogenaamde Shaw-commissie, in.

Toen de moefti in december 1929 voor de commissie verscheen, had hij een exemplaar van de “Protocollen van de Wijzen van Zion” in het Arabisch bij zich (plaatje rechts). Dit was een berucht antisemitisch geschrift, dat zowel in het tsaristische Rusland als in nazi-Duitsland een belangrijke rol speelde.

In haar eindrapport constateerde de commissie dat een aantal Arabische kranten uittreksels van deze “Protocollen” had afgedrukt. De commissie concludeerde dat de moefti “met de regering had samengewerkt om de vrede te herstellen en uitbreiding van de ongeregeldheden tegen te gaan” maar die conclusie klopte niet.

Commissielid Henry Snel maakte een voorbehoud en stelde dat de moefti wel degelijk had nagelaten deze opruiende activiteiten, die plaatsvonden in naam van een godsdienst waarvan hij in Palestina de leider was, onder controle te brengen.

De “Protocollen van de Wijzen van Zion” stamden uit het tsaristische Rusland, waar er een voedingsbodem voor antisemitische samenzweringstheorieën was. Daar had een zekere Sergej Nilus, een agent van de beruchte tsaristische geheime dienst Ochrana en een fanatiek Russisch-Orthodox gelovige, in 1905 een boek gepubliceerd dat voorzien was van een slothoofdstuk waarin die “protocollen” waren opgenomen. (In 1903 was er al een iets andere versie verschcncn.)

Het is aannemelijk dat de Ochrana mede de hand in deze publicatie heeft gehad. Hierin werd de stelling verdedigd dat er ‘protocollen’ van een geheime ontmoeting van Joodse ‘wijze mannen’ (of ‘oudsten’) waren geweest, die streefden naar een Joodse wereldregering. In 24 korte hoofdstukken of ‘protocollen’ worden de notulen van deze vermeende geheime bijeenkomst van Joodse leiders weergegeven.

Beschreven wordt hoe men de media en het financiële stelsel controleert en door het creëren van chaos en intensieve propaganda de weg voor de Joodse wereldregering vrijmaakt. Daarbij bedient men zich van vrijmetselarij. Nilus had veel ontleend aan het boek Dialogue aux enfers entre Machiavel et Montesquieu (Dialogen in de hel tussen Machiavelli en Montesquieu), dat de 19de eeuwse Franse auteur en advocaat Maurice Joly in 1864 als politieke satire in Brussel had gepubliceerd.

Joly keerde zich tegen de autoritaire Franse keizer Napoleon III en niet tegen de Joden. Joly kon zijn boek niet in Frankrijk gepubliceerd krijgen en werd niet lang na publicatie gearresteerd. Later zouden antisemieten als Nilus en Hitler Joly’s ‘dialogen in de hel’ misbruiken voor eigen doeleinden. Zo verving Nilus Joly’s verwijzingen naar ‘Napoleon III’ door ‘Joden’ en de verwijzingen naar ‘Frankrijk’ door ‘wereld’ en voegde ook nog eigen antisemitische teksten toe. Nilus pleegde dus niet alleen plagiaat, maar maakte zich ook schuldig aan vervalsing.

“Hun plan [van de Joden] is terug te vinden in de Protocollen van de Wijzen van Zion en hun huidige gedrag is het beste bewijs voor wat daarin geschreven staat” (artikel 32 van het ‘Handvest van Hamas, 1988)

Hetzelfde kan worden gezegd van het boek Biarritz dat Hermann Ottomar Friedrich Goedsche, een agent van de Pruisische geheime dienst, in 1868 publiceerde. Goedsche, die zich bediende van de pocherige pseudonym ‘Sir John Retcliffe’ beschrijft hoe invloedrijke rabbijnen ’s nachts op de Joodse begraafplaats in Praag bijeenkwamen om plannen voor de wereldheerschappij te smeden. Rabbijn Levit, de voorzitter van het gezelschap, hield daar een toespraak, waarin hij de wens uitsprak dat men over honderd jaar de wereld zou regeren. Hitler en de nazi’s zouden hier later op voortborduren.

Begin 1920 werd voor het eerst een Duitse versie van ‘de Protocollen’ uitgegeven door de in Chalottenberg gevestigde ‘volkse’ (= antisemitische en nationalistische) uitgever Auf Vorposten. (De tekst was al eerder door anti-communistische Russische emigranten/vluchtelingen naar Duitsland gebracht.) Het nieuwe boek sloeg in als een bom.

Tegen 1923 waren er al acht herdrukken, schrijft de Berlijnse historicus Wolfgang Benz in zijn boek Die Protokolle der Weisen von Zion. De negende druk verscheen in 1929 bij de Parteiverlag der NSDAP in München, de officiële partij-uitgeverij van de nazi’s.

Hitler en de nazi’s werden door het boek geïnspireerd, ook al toonde Philip Graves in het Londense dagblad The Times op 16 augustus 1921 in het artikel ‘Jewish world plot’ – An exposure aan dat het om een vervalsing en om plagiaat ging. Hele fragmenten waren rechtstreeks ontleend aan Joly. Ook de Frankfurter Algemeine wijdde een kritisch artikel aan het boek.

Toch schreef Alfred Rosenberg, een naar Duitsland gevluchte gefrustreerde Duitse Balt die Hitlers partij-ideoloog zou worden, in 1923 het boek Die Protokollen der Weisen von Zion und die jüdische Weltpolitik, waarin het uit Rusland afkomstige antisemitische boekje positief werd geëvalueerd.

In zijn boek Mein Kampf ging NSDAP-leider Adolf Hitler ook op ‘de Protocollen’ in. Hij schreef dat het niet om een vervalsing ging en dat het boek “de aard en de activiteiten van het Joodse volk openbaar maakte en hun innerlijke verbanden alsmede hun uiteindelijke doel blootlegde.

In het door Alfred Rosenberg geredigeerde partijorgaan Völkischer Beobachter werd ook regelmatig naar ‘de Protocollen’ verwezen. De eerste keer dat gebeurde, was op 16 augustus 1922. Het antisemitische geschrift uit Rusland werd ook in het Engels vertaald en oefende grote invloed uit op de Amerikaanse autofabrikant Henry Ford, een fanatieke antisemiet.

door Emerson Vermaat

Plaatje hierboven: Hitlers partij-ideoloog Alfred Rosenberg geloofde dat er een grote Joodse samenzwering bestond, waarbij de Joden naar de wereldmacht streefden. Radicale moslims geloven dat ook. Rosenberg werd na de oorlog in Nurenberg veroordeeld voor oorlogsmisdaden en op 16 oktober 1946 opgehangen.


Bronnen:

♦ uit het boek van Emerson Vermaat “Hitler en de Arabieren” (mei 2016) blz. 11 t/m 14; ISBN 9789461538789

♦ een artikel op deze blogPalestijns antisemitisme gevoed door Hitler, Mein Kampf en de Protocollen van Sion” van 27 april 2018 en een artikelPalestijnen reproduceren (alweer) de grootste fabel aller tijden: ‘Protocollen van de Wijzen van Zion’” van 13 maart 2014 een artikelDe rol van de Protocollen van de Wijzen van Sion in Egypte en bij Hamas” van 22 oktober 2011

2 gedachtes over “De Protocollen van de Wijzen van Zion, de antisemitische bijbel van zowel nazi’s als arabieren

Reacties zijn gesloten.