Hoe de Antwerpse Joden tijdens de oorlog naar Havana in Cuba vluchtten

De auteur Herman Portocarero was nog actief als Europees ambassadeur in Havana, toen hij besloot om een boek te schrijven over de weinig bekende vlucht van Europese Joden naar Cuba.

Ongeveer 12.000 Joden zijn tijdens de oorlog naar Cuba gevlucht. Een op de tien van hen kwam uit Antwerpen. ‘In de meeste gevallen wilden deze mensen via Cuba naar de Verenigde Staten trekken. Sommigen vertrokken nog voor de oorlog begon. Anderen slaagden erin om in het begin van de jaren veertig nog weg te geraken. Bij veel Europese Joden kwam toen pas het besef dat de nazi’s weinig goeds met hen voor hadden’, zegt Portocarero.

Havana bleek voor veel Joden geen tussenstop, maar een eindhalte te zijn. Veel van de vluchtelingen waren diamantairs. Daardoor lukten ze erin om hun fortuin, in de vorm van diamanten, mee te nemen. ‘Het begrip diamantdiaspora komt niet uit de lucht vallen. Omdat de meeste vluchtelingen zichzelf konden behelpen, verliep de integratie in Havana zonder grote problemen. Cuba had ook regels opgelegd. Voor elke Jood in een werkplaats, moest er een Cubaan worden aangeworven. Op die manier stonden de vluchtelingen ook nog in voor werkgelegenheid’, zegt de schrijver.

Ondertussen lag de diamantsector in Antwerpen tijdens de oorlogsjaren op zijn achterste. Het slijpen van diamanten gebeurde in Havana en de handel in de steentjes was verhuisd naar Londen. ‘Nog voor de oorlog goed en wel ten einde was, werden er pogingen gedaan om de diaspora in Havana naar Antwerpen terug te halen. De vooraanstaande Antwerpse diamantair Romi Goldmuntz was een van de stuwende krachten achter die terugkeer.’

De pogingen om de diamanthandel terug te halen, was geen onverdeeld succes. ‘Veel Joden kozen ervoor om naar Londen of New York te gaan of er te blijven. En de Joden die naar Antwerpen terugkeerden, waren achterdochtig. Ondertussen was bekend welk lot veel Joden in Europa hadden ondergaan en lag ook de houding van het stadsbestuur en de politie in Antwerpen nog vers in het geheugen. Die hadden actief meegewerkt aan de razzia’s van 1942 in de Stationsbuurt. Toen werden honderden mensen opgepakt en gedeporteerd.’

Van de Joodse diamant­diaspora in Havana blijft weinig over. Vrij snel na het einde van de Tweede Wereldoorlog viel de groep vluchtelingen uit elkaar. ‘Veel van de Joden die naar Cuba gevlucht waren, trokken opnieuw naar Antwerpen of gingen alsnog naar New York.’

Plaatje hierboven: Grafsteen in Havana van het 10 jaar oude Joodse meisje Angelika Meyer uit Berlijn. Zij verliet na de Rijkskristalnacht van 9 november 1938 haar geboortestad in Duitsland op de vlucht voor de nazi’s maar stierf helaas zes weken later, tijdens haar overtocht over zee naar Havana op 29 december 1938 [beeldbron: Wikipedia]

‘Jubanen’ in Cuba
Joodse Cubanen, Cubaanse joden of Cubanen van joodse afkomst wonen al eeuwen in de natie Cuba. Sommige Cubanen herleiden hun Joodse afkomst tot Marranos (bekeerlingen tot het christendom) die als kolonisten kwamen, hoewel weinigen van deze tegenwoordig jodendom beoefenen.

Op 14 mei 1939 voer het Duitse passagiersschip St. Louis vanuit Hamburg, Duitsland, naar Havana, Cuba, met 937 passagiers aan boord, nagenoeg allen Joodse vluchtelingen. De Cubaanse regering geleid door president Federico Laredo Brú, weigerde het schip te laten aanleggen.

De Verenigde Staten geleid door Franklin Delano Roosevelt van de Democratische Partij, en ook Canada wilden de passagiers niet toelaten. De St. Louis-passagiers mocht uiteindelijk aanleggen in West-Europese landen in plaats van terug te keren naar nazi-Duitsland. Ca. 254 passagiers van de St. Louis vonden later de dood in de Holocaust.

Meer dan 24.000 Joden woonden in 1924 in Cuba en meer emigreerden naar het land in de jaren 1930. Maar tijdens en na de communistische revolutie van 1959 vertrok 94% van de Joden naar de Verenigde Staten, Israël, Canada en naar andere landen in Zuid-Amerika.

Cuba en Israël
In 2007 bleven naar schatting 1500 bekende Joodse Cubanen in het land, overweldigend gelegen in Havana, af en toe Jubanen genoemd als een portmanteau van het Engelse woord ‘Jood’ en Cubaans. Sindsdien zijn er honderden geëmigreerd naar Israël.

Cuba en Israël hebben sinds 1973 geen officiële diplomatieke betrekkingen meer. Israël onderhoudt een belangenafdeling open in de Canadese ambassade in Havana.

In september 2010 verkondigde Fidel Castro dat hij geloofde dat Israël het recht heeft om te bestaan ​​als een Joodse staat en keurde holocaustontkenners af. Castro uitte ook zijn bezorgdheid over de nucleaire ambitie van Iran. Na de opmerkingen van Castro prees premier Benjamin Netanyahu Castro voor zijn verklaringen.

Plaatje hierboven: ‘De diamantdiaspora’, het jongste boek van Herman Portocarero, vertelt een onbekende geschiedenis. 2019, Polis, 236 blz., 22,50 euro verkrijgbaar bij De Standaard


Bronnen:

♦ naar een artikel van Patrick Van De Perre “Hoe Antwerpse Joden naar Cuba vluchtten” van 3 juni 2019 op de site van De Standaard

♦ naar een artikelVoyage of the St. Louis – In May 1939, the German liner St. Louis sailed from Hamburg, Germany, to Havana, Cuba, carrying 937 passengers, almost all Jewish refugees. The Cuban government refused to allow the ship to land” op de site van USHMM

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.