Israëlische rechtbank beslist dat Joden in hun huizen in Hebron, Judea, mogen blijven wonen

Plaatje hierboven: Bethlehem, 6 januari 2018. Palestijnen protesteren tegen de komst van de Griekse Christen-Orthodoxe patriarch Theophilos III omwille van de verkoop van een kerkelijk eigendom, het zogeheten Muzamiya Huis in het Moslim Kwartier in Jeruzalem’s Oude Stad, aan de Israëlische ngo Ateret Cohanim [beeldbron: Wisam Hashlamoun/APA]

Op zondag 21 juli ’19 verwierp het Israëlische Hooggerechtshof een petitie van verschillende Arabieren om Joden te verwijderen uit gebouwen in Hebron die ze legaal met toestemming van het Burgerlijk Bestuur hadden aangekocht (zie plaatje onderaan).

De gebouwen in kwestie heten Beit Rachel en Beit Leah, vernoemd naar bijbelse moeders Rachel en Leah, bevinden zich tussen de Grot van de Aartsvaders en -Moeders en de wijk Avraham Avinu van Hebron. Vijftien gezinnen en meerdere kantoren zijn ondergebracht in de gebouwen, met toestemming van defensie en overheidsfunctionarissen.

De rechtbank oordeelde dat de Arabische petitionarissen niet hebben bewezen dat zij het eigendom legaal bezaten voordat de joodse ingezetenen de gebouwen betraden. Daarom was het besluit van de veiligheidsfunctionarissen om de Joodse inwoners toe te staan ​​in het pand te blijven, gerechtvaardigd.

Levinger is niet alleen woonachtig in een van de gebouwen, maar treedt ook op als woordvoerder van de organisatie Harhivi Makom Ohalech, die onroerend goed in Judea en Samaria aankoopt. Levinger vertelde tegenover United With Israel:

Terwijl Beit Rachel en Beit Leah in 2012 werden aangekocht, mochten Joodse inwoners de gebouwen ongeveer anderhalf jaar geleden alleen in bezit nemen. De gebouwen werden door Joden legaal gekocht van Arabieren. Na de verkoop hadden zij bij de politie geklaagd dat zij de gebouwen niet hadden verkocht, omdat [de verkopers] bang zijn voor de Palestijnse Autoriteit.

Levinger’s vader, rabbijn Moshe Levinger, voerde de eerste groep Joodse inwoners aan die, 50 jaar na de Zesdaagse Oorlog, terugkeerden naar Hebron om er te wonen. “We zijn blij dat de rechtbank nu reeds voor de derde of vierde heeft verklaard dat de Joden overal kunnen wonen waar ze willen in het Land van Israël“, zei de jongere Levinger.

Yishai Fleisher, internationale woordvoerder voor de Joodse gemeenchap in Hebron, legde aan United With Israel de levensbedreigende situatie uit voor de Arabieren die het wagen om hun eigendommen te verkopen aan Joden en Fleisher voegde eraan toe:

De Palestijnse inspanningen om de legale aankoop van onroerend goed in Hebron te delegitimeren, is niets vergeleken met het moorddadige pesten waarmee fatsoenlijke Arabieren te maken hebben wanneer ze ervoor kiezen om aan Joden te verkopen. Het is de wet van de Palestijnse Autoriteit om iedereen die onroerend goed verkoopt aan de Joden ter dood te brengen en dat is de veel donkerdere en lelijkere kant van deze lichtzinnige zaak die, zoals gewoonlijk, de duidelijk geregistreerde geschiedenis  [van Hebron] probeert te ondergraven. Joden komen uit Hebron en we zullen voor altijd blijven groeien en bloeien in onze voorouderlijke stad.

Plaatje hierboven: Op dinsdag 27 maart 2018 keerden de Joodse bewoners terug naar hun huizen Beit Rachel en Beit Leah in Hebron. Ze hielden een inwijdingsceremonieceremonie, inclusief het plaatsen van een traditionele mezoeza op de deurpost. De aan elkaar grenzende gebouwen aan King David Street nabij het Graf van Machpela, stonden al jaren leeg voordat ze in 2012 werden aangekocht door Joodse inwoners. In 2016 waren de gezinnen reeds naar daar verhuisd maar werden er later weer uitgezet door de Israëlische autoriteiten [beeldbron: Hebron.org]


Bronnen:

♦ naar een artikel van Tsivya Fox-Dobuler “Selling Property to Jews Carries Death Sentence Under Palestinian Law” van 21 juli 2019 en een artikelIsraelis in Hebron Area Suffer Repeated Water Theft by Arabs” van 4 juli 2019 op de site van United With Israel