75 jaar geleden: D-Day in Normandië, begin van de bevrijding maar niet voor de Hongaarse Joden…

Plaatje hierboven: Aankomst van Hongaarse Joden op het ‘Jodenperron’ (Judenrampe) van KZ Auschwitz-Birkenau op 26 mei 1944. De vrouw op de voorgrond is Geza Lajtos uit Boedapest. Hier vond het eerste selectieproces plaats van zij die (nog even) mochten blijven leven en kreperen en de anderen die direct naar de gaskamers werden gezonden [beeldbron: Yad Vashem]

Telkens wanneer de Landing in Normandië door de geallieerde strijdkrachten op 6 juni 1944 wordt herdacht komt bij mij onherroepelijk het beeld hierboven op in mijn hoofd met de Joods Hongaarse Geza Lajtos die recht in de camera kijkt, slechts minuten vooraleer ze zal vergast en vermoord worden in Auschwitz-Birkenau.

Je zou verwachten dat de geallieerden waren geland met het doel om de Joden te bevrijden, maar het verlichten van het lot of de bevrijding van de Joden van de nazi’s was geen en is ook nooit een prioriteit voor de geallieerden geweest. Nochtans waren de geallieerden eerder reeds goed op de hoogte van wat er echt gebeurde in de nazi-kampen en meer in het bijzonder in Auschwitz-Birkenau.

Reeds op 12 november 1942 werd aan de geallieerde strijdkrachten verteld dat de Joden massaal werden vermoord in Auschwitz. De New York Times publiceerde een rapport hierover op 25 november 1942. Vanaf maart 1943 stuurde de Poolse regering-in-ballingschap informatie door over wat er in het kamp gebeurde.

Echter, ondanks de vele signalen en rapporten over wat er echt gebeurde in Auschwitz (en in andere kampen) bleef het een ‘inside-verhaal’. Volgens historicus Michael Fleming was dit omdat de waarheid hieromtrent niet werd gepubliceerd of niet prominent werd gepubliceerd, als gevolg van antisemitisme en de weigering van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken om de rapporten als echt te bevestigen.

Een document met de naam Aneks 58 van de Poolse underground (met de naam Aneks) werd in november 1942 door de Special Operations Executive van Groot-Brittannië ontvangen en noteerde dat aan het einde van 1942 reeds 468.000 Joden in Auschwitz waren vermoord.

Fleming schrijft: “Het nieuws van de echte functie van Auschwitz was effectief onder embargo gekomen door het Britse overheidsbeleid.” Door advies uit te brengen aan kranteneigenaren en redacteuren, door te weigeren de informatie van de Poolse inlichtingendiensten te bevestigen, en door erop te staan ​​dat Joden gewoon burgers van het land waarin ze leefden zoals elke andere burger, stelde de Britse regering “in staat om het nieuws van de Holocaust te choreograferen“.

Plaatje hierboven: De Joodse gemeenschap van Munkács (Mukachevo) omstreeks 1920 kort na de Eerste Wereldoorlog. Hierboven (midden) rabbijn Chaim Elazar Shapira (1871-1937) en zijn gezellen in hun typisch 18de eeuwse kaftans uit de tijd van de Poolse adel. Rebbe Shapira was de toenmalige opperrabbijn van Munkács [beeldbron: Yad Vashem]

In Hongarije weigerde intussen de regering van Miklós Horthy om de Hongaarse Joden aan de nazi’s uit te leveren totdat Duitsland op 19 maart 1944 de controle over Hongarije overnamen. Reeds in 1941 deporteerde de Hongaarse regering 20.000 niet-Hongaarse Joden naar de door de Duitsers bezette Oekraïne in 1941, waar ze werden neergeschoten door de para-militaire SS Einsatzgruppen. Het jaar daarop vermoordden Hongaarse soldaten ongeveer 3.000 Joden en Serviërs in de voormalige Joegoslavische stad Novy Sad.

In april 1944 werden de ongeveer 500.000 Joden die buiten Boedapest woonden gedwongen te leven in aangewezen steden. Toen, in minder dan twee maanden, die begon medio mei 1944, slechts een paar weken voor de Landing in Normandië, ongeveer 440.000 Joden vanuit Hongarije naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd op meer dan 145 treinen in wat de meest effectieve en meest efficiënte operatie van de Holocaust was.

De overgrote meerderheid van deze Joden, ongeveer 320.000, werden onmiddellijk na aankomst in het vernietigingskamp vermoord. In Boedapest werd ondertussen de Joodse bevolking in een getto gedreven en geterroriseerd door Hongaarse bendes van de collabererende Pijlkruiser Partij die Joodse mannen, vrouwen en kinderen zonder onderscheid vermoordden.

Veel Joden uit Boedapest werden op dodenmarsen naar Duitsland meegenomen, waarbij grote aantallen van hen omkwamen. Uiteindelijk zullen slechts ongeveer 255.000 Joden, minder dan een derde van de 825.000 die in maart 1944 in het uitgebreide Hongarije woonden, de Holocaust overleven.

Raoul Wallenberg
Na de bezetting van Hongarije door de nazi’s op 19 maart 1944, lanceerde het Zweedse Gezantschap een reddingsoperatie om de Joden te redden van deportatie naar de doodskampen. De pas opgerichte Amerikaanse War Refugee Board besliste om met de Zweedse regering samen te werken om de Joden van Hongarije te helpen.

In de late lente en vroege zomer van 1944 bedacht Gilel (of Hilel) Storch, het hoofd van het Zweedse Joodse Congres voor de Sectie van de Wereld, een plan voor een Zweedse diplomaat om een ​​reddingsmissie te ondernemen. Met de steun van de Zweedse regering en de US War Refugees Board werd Raoul Wallenberg gerekruteerd om naar Boedapest te reizen.

Raoul Wallenberg komt pas op 9 juli 1944 toe in de Hongaarse hoofdstad Boedapest. Op dat ogenblik waren reeds 437.402 Joden – zowat de helft van de Hongaarse Joden – gedeporteerd en vermoord. Wallenberg zal meteen alles op alles zetten om de verdere vernietiging van het Joodse volk van Hongarije te stoppen.

Hij zal nog duizenden Joden uit de klauwen halen van SS-Obersturmbannführer Adolf Eichmann en Reichsführer van de SS Heinrich Himmler en redden van een gewisse dood, waar hij certificaten van bescherming en vervalste documenten bezorgde die het leven van duizenden Joden redde. Soortgelijke reddingsoperaties werden ondernomen in Boedapest door de Zwitserse diplomaat Carl Lutz en de Italiaan Giorgio Perlasca die zich voordeed als een Spaanse diplomaat.

Hongaarse Joden vandaag
Toen de Sovjettroepen Boedapest half januari 1945 bevrijdden, betekende dit het einde aan de harde beproevingen die de Joodse bevolking van Hongarije ten deel vielen in de handen van de Duitse en hun Hongaarse aanhangers van de Nazi’s. Meer dan een half miljoen slachtoffers waren dood, terwijl tienduizenden zich nauwelijks aan het leven konden vastklampen in de talrijke onderduikadressen van het grootste getto van Boedapest, die onder de bescherming stonden van neutrale gezantschappen zoals Zweden en Zwitserland.

Vandaag wordt de Hongaarse Joodse gemeenschap geschat op tussen de 75.000 en 100.000 leden en is daarmee de grootste in Oost-Centraal-Europa. De meeste Hongaarse Joden wonen in de hoofdstad Boedapest, die zo’n 20 werkende synagogen heeft en een overvloed aan andere Joodse instellingen, zowel religieuze als culturele. Er zijn ook een aantal kleinere Joodse gemeenschappen in provinciale steden, waaronder Debrecen, Miskolc en Szeged, met een actief religieus en cultureel leven.

Ondanks incidentele antisemitische incidenten en een neonazigroep, Jobbik, hebben Hongaarse Joden alle faciliteiten om hun Joodse erfgoed en religieus leven tot uitdrukking te brengen. Het representatieve orgaan van de Hongaarse Joden is de Federatie van de Hongaarse Joodse Gemeenschappen (MAZSIHISZ) – die gelieerd is met het World Jewish Congress (WJC).


Bronnen:

♦ naar een artikel van Shimon Samuels “75th D-Day anniversary: A Jewish perspective” van 4 juni 2019 op de site van The Jerusalem Post

Een gedachte over “75 jaar geleden: D-Day in Normandië, begin van de bevrijding maar niet voor de Hongaarse Joden…

  1. De Britten hebben de term ‘beschaafde’ Jodenhaat uitgevonden en geperfectioneerd….toen & nu!

    Van voor & tijdens WO2, via het terreurbewind in het Mandaat Palestina tot Jeremy Corbyn en zijn Labour party, de Britten staan tot in hun nek in Joods bloed…..ondanks hun beschaafde kletspraatjes.

    Over de rest van Europa kunnen we kort zijn: De Nazi’s hadden in velen van hen zéér gewillige helpers…..toen & nu!

    Like

Reacties zijn gesloten.