Westerse aversie jegens Israël is gebaseerd op pure zelfhaat

De recente Conservatisme Conferentie in Jeruzalem, gesponsord door het Tikvah-fonds, was op een aantal punten opmerkelijk. Naast een bijeenkomst van bijna 800 gelijkgestemde mensen die een morele en intellectuele duidelijkheid delen over kritische politieke en filosofische kwesties, werpt de conferentie een direct en gereflecteerd licht op enkele van de meest urgente kwesties waarmee het Westen wordt geconfronteerd.

Yoram Hazony, een van de grootste denkers van Israël, maakte het opvallende punt dat veel van de wereld niet alleen Israël respecteert, maar ook Israël wil navolgen. Hazony gelooft dat buitenlandse waarnemers ons traditionalisme toejuichen: onze traditionele waarden, onze betrokkenheid los van religie, ons respect voor het gezin, gemeenschap en natie.

De Britse politieke commentator Douglas Murray zette de houding in Israël tegenover die in Europa en stelde vast dat Israëliërs het gemakkelijker vonden om nationalisme, patriottisme en respect voor nationale grenzen te omarmen dan hun Europese tegenhangers. Murray maakte het provocerende punt dat schuld een groot deel van het Europese gedrag jegens migranten dreef, en dit was misschien een reden voor hun adoptiebeleid dat hij afschilderde als suïcidaal.

Hoewel de twee mannen elkaar schijnbaar tegenspraken, denk ik dat ze eigenlijk twee kanten van dezelfde medaille beschreef. Volgens Murray is het Westen ontheemd van de waarden en de denkwijze die het tot het Westen hebben gemaakt. Hij ontdekt een sluimerende angst om terug te keren naar het 20ste-eeuwse gedrag, net zoals een herstellende verslaafde bang is terug te glijden naar zijn eigen zelfdestructieve gedrag.

Deze angst is het product van een expansieve schuld, niet alleen van het Duitse genocidale kwaad, maar schuldgevoelens over het kolonialisme. Murray merkte dit gevoel op in Engeland, dat ooit ‘een groot deel van de wereld bestuurde’, maar merkte ook op dat het in Zweden wijdverbreid is, ‘dat nooit iets beheerste’.

Toen ik dat hoorde, moest ik nadenken over de huidige Amerikaanse zelfbevestiging gericht op ‘blank voorrecht’. In de VS worden ‘blanke mensen’, hoewel die term wordt gedefinieerd, beschaamd gemaakt voor het feit dat ze op de een of andere manier direct en al hun voorouders verantwoordelijk zijn voor het verleden en de voortdurende vervolging voor om het even wie op de geaccepteerde lijst van de ‘onderdrukten’ staat.

Waarom dit allemaal nu gebeurde, was onbestemd, hoewel het zou kunnen worden beargumenteerd dat het een van de gevolgen is van het einde van de Koude Oorlog. De Koude Oorlog zorgde opnieuw voor een mondiale confrontatie voor het Westen na zijn oorlog met het fascisme. Nu het communisme ook verslagen was, was er de mogelijkheid om naar binnen te keren. Wat het Westen vond was zenuwslopend en opstandigk.

Murray wees erop dat de schuld van de Europeanen ook was gekoppeld aan hun geluk. Hoe was het, vragen ze zich af, dat ik het geluk had om in mijn maatschappij geboren te worden in plaats van, volgens zijn voorbeeld, in Eritrea? Er is een element van de schuld van de overlevende in grote letters geschreven. Waarom was ik zo gezegend? Welk recht heb ik om te genieten van mijn geluk?

Hoe meer men naar het beeld van het Westen kijkt vanuit deze invalshoek van schuld en schaamte, hoe meer men kan begrijpen waarom Israël zo’n uitschieter is van de heersende westerse denkwijze en waarom Israël zo verguisd wordt in verlichte westerse kringen.

Voor alle, behalve een kleine groep Joodse Israëliërs, is ons nationale verhaal er een van onwaarschijnlijke aspiraties en prestaties, zowel tegen ontmoedigende als onverschillige tot een heftig vijandige, heersende realiteit. We voelen ons niet schuldig aan onze terugkeer, noch aan ons gedrag ten opzichte van Arabieren, inclusief de Palestijnse Arabieren.

Weinigen van ons zijn genoeg misleid om te denken dat vrede tot ons zal komen als we het maar laten gebeuren. In tegenstelling tot wat velen in het grotere Westen zouden denken, is de zin hier dat Israël bestaat en gedijt juist omdat we standvastig en waarheidsgetrouw bleven en in onze traditie de visie en het pad naar onze uiteindelijke verlossing vonden.

Hoewel sommige Israëlische academici Israël als een Kolonialistische bezetter zouden zien, ziet de overgrote meerderheid van ons de schepping van Israël als het rechtzetten van de grootste onrechtvaardigheden van de mensheid. Gelukkig voelen we ons niet alleen niét schuldig, maar proberen we ook anderen zich niet schuldig te laten voelen vanwege ons bestaan. We voelen alleen dankbaarheid aan de Goddelijke Voorzienigheid en aan de reuzen van ons Volk die alles hebben laten gebeuren.

Dus in plaats van schuldgevoelens voelen we trots. En met die trots komt de vastberadenheid, bewust of anderszins, om onszelf op zo’n manier te houden dat we het geloof behouden in al diegenen die worstelden, baden en droomden om Israël te realiseren. Dat besluit, zoals Hazony opmerkt, kan en zal worden gewaardeerd en zelfs benijd worden door velen over de hele wereld: in de ontwikkelingslanden, voor diegenen die hopen ons succes na te streven, en in de ontwikkelde wereld, voor diegenen die meer traditionele normen willen handhaven.

Helaas beschouwen in toenemende mate meer mensen die door schuld en schaamte zijn bevangen, Israël er als niet bij behorend, tenzij het op de een of andere manier niet wordt gezien als medeplichtig zijnde aan onderdrukking. Deze houding is zowel verwerpelijk, maar ook raadselachtig. Omdat misschien, enkel misschien, het voorbeeld van Israël naar een model van zelfbeeld verwijst dat niet zo met schuld beladen is.

Er is zeer waarschijnlijk een worsteling gaande in het collectieve Europese hart en ziel, waarin Israël de rol speelt van een trigger. Dat zelfhatende deel van de Europese ziel drukt zijn kwelling uit met irrationeel anti-Zionisme. Hoe kan het anders, aangezien Israël het geluk geluk vertegenwoordigt van wat de Europeanen ooit hadden?

Als die geschiedenis en nalatenschap worden miskend en verworpen, dan moet ook alles wat daaraan herinnert, worden verguisd. Waarop wij Israëliërs alleen maar kunnen zeggen, het spijt me dat je je zo voelt, maar het zij zo.


Bronnen:

♦ naar een artikel van Douglas Altabef “Western aversion to Israel is really self-hatred” van 26 mei 2019 op de site van Arutz Sheva

Een gedachte over “Westerse aversie jegens Israël is gebaseerd op pure zelfhaat

  1. Of die Westerse “aversie” tegen Israel nu voortkomt uit zelfhaat, jaloezie of iets anders is verder totaal interessant en iets wat ze vooral voor zichzelf moeten uitmaken.

    Israel is een Joodse staat en Jodenhaat is een Westers ‘beschavings’ virus waar na eeuwen nog steeds geen medicijn tegen is uitgevonden. Het zij zo!

    Het belangrijkste is dat de Joden in Israel zelfbewust aan hun eigen toekomst bouwen.

    De geschiedenis leert ons dat haat nooit succes heeft gebracht.
    Het blokkeert de hersenen & vooruitgang.

    Misschien zouden de Westerse genieën daar eens over moeten nadenken.

    Like

Reacties zijn gesloten.