Duizenden jaren van anti-Judaïsme en Jodenvervolging

Tja, wat was er eerst? Joden of Jodenhaat (aka antisemitisme)? Soms vraag ik me af: wat is de oorsprong van het oude en nieuwe antisemitisme? De oorsprong van deze door de tijd gemaakte obsessie is een vraag op zich. Om een ​​aantal antwoorden te geven – en hoewel het Pesach feest precies achter ons ligt – moeten we terugkeren naar het verhaal van de uittocht van het Joodse volk uit Egypte.

Het verhaal van de Exodus is een van de grootste verhalen van de mensheid en zeker een revolutionair verhaal in de menselijke cultuur. Het is een zich ontvouwend proces dat heeft geresulteerd in de oprichting van een natie met zelfbewustzijn en een ongekende ethiek en moraal, anders dan alles wat eerder bekend was.

In plaats van een leven waarvan de enige betekenis afhing van de grillen van tientallen goden, de meesten verankerd als afgoden, elkaar eindeloos aan het bevechten waren (en zeker helemaal niet bezorgd was om mensen an sich); heeft Mozes zijn eigen rots uitgehouwen. Hij was geen rots om als godheid te worden aanbeden. Hij bracht de wereld, de grote en aarde veranderende boodschap, dat zowel het leven van de natie als dat van zijn individuen heilig zijn.

Mozes’ boodschap was niet alleen revolutionair. Het was diep verontrustend, terwijl het alle bestaande veronderstellingen en attitudes over het belang van het individu overhoop gooide. Het is misschien geen wonder dat in die dagen vele pogingen werden ondernomen om de natie die deze waarden in de wereld bracht, te trivialiseren en te kleineren.

Talloze pogingen werden ondernomen om twijfel en bedrog uit te zaaien over Mozes en het volk van Israël. Al in 300 v. C. vinden we de eerste schriftelijke poging tot delegitimering van het Joodse volk: “Het Plot van de Lepralijder“, geschreven door een Griekse filosoof genaamd Hecataeus van Abdera, het manifest dat de Joden voorstelt als een bende van goddeloze melaatsen die Egypte hebben verontreinigd totdat ze er uiteindelijk uit werden verdreven.

Hoewel, misschien de grootste stimulans om de grondleggende ethiek van het Joodse volk te betwijfelen en te denigreren, ontstond nadat de Torah in het Grieks vertaald was in de 3de eeuw v.C. (‘De Septuaginta’). Plotseling werden meer en meer wijsgeren en filosofen vanuit heel verschillende horizonten en culturen, geconfronteerd met de ideeën van Mozes en de Israëlieten – daarom creëerde een dergelijke confrontatie onder sommigen de behoefte aan tegenspraak, verhalen en wereldvisies.

De eerste om daartegen in te gaan, was waarschijnlijk de Hellenistische priester Manetho, die ten tijde van de vertaling van de Torah in Egypte woonde. Manetho herhaalde niet enkel het verhaal van de oude melaatsen, maar wees er ook op dat de Israëlieten Egypte binnenvielen omdat ze zich niet mochten vestigen in Egypte. Hij vervormde ook het verhaal en beweerde dat ze daar waren gebleven tot de Egyptenaren ze wisten te verslaan en te verdrijven.

In de 2de eeuw v.C. schreef de Egyptische schrijver Lichimus zijn eigen versie van de melaatse plot: hij legde uit dat het alleen was toen het Joodse volk in de woestijn was, dat Mozes aanbood het land [van Israël] binnen te vallen en te veroveren en zijn inwoners eruit te schoppen.

De Griekse historicus Diodorus Siculus, herschreef en parafraseerde ook het verhaal van de lepra van Hecataeus van Abdera. Apion, een gehelleniseerde Egyptenaar, schreef ook een uitgebreide versie van dit verhaal. Hij beweerde dat de melaatsen niet de enigen waren die uit Egypte werden verdreven. Hij beweerde dat duizenden blinden, zieke en besmette mensen met andere ziekten ook [door de Joden] werden uitgewezen.

Apion beweerde ook dat Joden menselijke offers brachten en ezelshoofden aanbaden. Seneca, een Romeinse filosoof, noemde de Joden “een vervloekt volk” en Tacitus, een historicus en senator van het Romeinse rijk, hekelde fel de ‘cultus‘ die Mozes had gecreëerd en beweerde dat “de Joodse sekte alles wat de mensheid kent, tegenspreekt“.

Op het eerste gezicht is de intensiteit van hun obsessie om het verhaal van de uittocht uit Egypte te betwijfelen onbegrijpelijk. Maar hoe meer je de impact van het Exodus-verhaal in ogenschouw neemt, hoe meer hun motieven begrijpelijk worden. Het ethos van de Bnei Yisroel is gewoon aantrekkelijker en de ethiek en moraal van de Thora van Israël bedreigden alle culturen in de omgeving.

Niet met het zwaard, maar met een ideologie, een visie. Inderdaad versloeg de Joodse ethische monotheïstische ideologie uiteindelijk haar concurrenten. Rome bekeerde zich tot het christendom, wat betekent dat zij een meer eigentijds Judaïsme hebben aangenomen en hun eigen aanpassingen dienovereenkomstig hebben gemaakt. Hetzelfde gebeurde met de oosterse naties van de wereld: ze hebben op de een of andere manier ‘geoordeeld’ en gebaseerd op de Thora, voegden ze nieuwe teksten toe die in totaal creëerden wat tegenwoordig bekend staat als Islam.

Natuurlijk, de respectieve adopties en transformaties van het Judaïsme, maakten geen einde aan hun behoefte om het Judaïsme te delegitimiseren en de Joden de schuld te geven – integendeel. Joden moesten ‘onwaardig’ van de Thora gevonden worden om deze nieuwe religies te rechtvaardigen. Zo ontstond er een nieuw concept: ‘antisemitisme’.

Het melaatsenplot van de Grieken werd vervangen door de beschuldiging dat de Joden de verantwoordelijken waren voor de moord op Jezus (in de 4de eeuw) en later, met de waanzinnige plot dat de Joden matzes (Paasbrood) aan het prepareren waren met het bloed van christelijke kinderen. (Engeland 1149).

Daarna werd er gezegd dat de Joden de waterputten vergiftigen (Zwitserland 1348), en dat de Joden van plan waren de wereld over te nemen (De Protocollen van de Wijzen van Zion in Rusland, begin 20ste eeuw) enz … Sommige van deze verhalen verschijnen opnieuw in onze moderne tijd alsof er niets was veranderd.

Er is tenslotte geen fundamenteel verschil tussen de ‘Matzesbloed’-plot van de 12de eeuw en de bewering van de Zweedse krant Aftonbladet in 2009, waarin werd beweerd dat IDF-soldaten organen van Palestijnen oogsten voor commerciële doeleinden. We kunnen bijna geen  verschillen zien tussen de vergiftigingsplots van de bronnen van Zwitserland in de 14de eeuw en de vermeende “vergiftiging van Palestijnse waterbronnen’ die activisten van ‘Breaking the Silence’ graag aan Europese toeristen vertellen. Zoals ik telkens zeg: er is niets nieuws onder de zon!

Het lijdt geen twijfel dat het van groot belang is om de waarheid van Israël te vertellen en te vertegenwoordigen tegen de leugens die de Europeanen en hun helpers propageren. Aan de andere kant is het de moeite waard eraan te denken dat deze moorddadige leugens duizenden jaren oud zijn. Het begon met Mozes – en het zal niet snel eindigen.


Bronnen:

♦ naar een artikel van Matan Peleg “Thousands of years of Anti-Judaism” van 1 mei 2019 op de site van MIDA