Foto uit Dachau, 29 april 1945: Was dat mijn vader achter het prikkeldraad?

Looking through some photographs I found inside a drawer
I was taken by a photograph of you
There were one or two I know that you would have liked a little more
But they didn’t show your spirit quite as true

(Jackson Browne)

Mijn vader heeft drie verjaardagen. Jawel, drie. Zijn biologische verjaardag is 10 mei 1924. Toen hij na de oorlog naar Canada trok, was hij al te oud om als een wees in aanmerking te komen voor emigratie, dus moest hij zijn leeftijd een beetje herschikken en zich jonger maken. 10/05/1924 werd dus 5/10/1927 en hij was nu officieel geboren op 5 oktober 1927. (Gelieve dit niet over ons aan de Canadese regering te vertellen. Ik zou niet graag zien dat hij in dit stadium van zijn leven zou worden uitgezet.) Vreemd genoeg viert onze familie sindsdien deze volledig fictieve verjaardag.

Maar het is zijn derde verjaardag waarover hij met de meeste emotie spreekt, degene die voor hem het meeste betekenis heeft. Hij bracht gedwongen vele jaren door in diverse arbeids- en vernietigingskampen nadat zijn stad Staszow in Polen in 1942 werd geliquideerd door de nazi’s. Hij werd uiteindelijk bevrijd op 29 april 1945 uit het concentratiekamp Dachau in Duitsland. Mijn vader is nooit iemand geweest die uitgebreid praatte over zijn ervaringen als een overlevende van de Holocaust, maar hij spreekt er wel over op die bijzondere dag. Zo hoorde ik hem onder andere het Amerikaanse leger loven over de snelheid waarmee de gevangenen werden ontluisd nadat zij uit het kamp werden bevrijd. Zijnde vrij van de nazi-hel en bevrijd van de luizen die zijn lichaam zo lang hadden geteisterd, werd hem een nieuwe kans gegeven op een nieuw leven.

De dag na Jom Kippoer ging ik naar mijn kantoor en deed wat ik elke dag na Jom Kippoer doe – niet veel dus. Niet alleen ben ik dan moe van het vasten en het lesgeven, maar eerlijk gezegd heb ik de volgende dag een beetje een down gevoel. Na zo intens over het leven na te denken, over God, de doelstellingen om een beter mens te worden en te proberen om 150 mensen te inspireren die bijna dagelijks bij ons in dienstencentrum Aish langs komen om allerhande redenen, ben ik het niet gewoon om zomaar terug in de sleur van het leven van alledag te stappen. Dus, na wat geprobeer om wat van de ernst en de betekenis van Jom Kippoer opnieuw op te halen, merkte ik dat ik opeens op de website van YouTube was terecht gekomen en typte in het zoekvak het woordje “Dachau” in. Bovenaan de lijst verscheen de naam van een film genaamd ‘Dachau Concentration Camp Liberation’.

Het was geen erg geavanceerd stuk, op geen enkele wijze zelfs. Het bestond uit foto’s die langzaam weg draaiden met op de achtergrond muziek uit de film Schindler’s List. Er waren foto’s van soldaten die het kamp naderden en nazi’s die zich overgaven en gearresteerd werden, een opname van het kamp in vogelvlucht en foto’s van de hoofdingang en de inkompoort met de beruchte slogan ‘Arbeit Macht Frei’.

Een foto verscheen van een Amerikaanse soldaat die loodrecht op de muur van een gebouw toeliep en ik vroeg me af, als mijn vader deze korte film zou zien, zou hij zich dan een aantal van de structuren en de gebouwen herinneren? Ik dacht er even over na om hem die film te tonen, maar ik bedacht dat ik dit maar beter kon laten vanwege zijn extreme gevoeligheid wanneer het onderwerp van de holocaust ter sprake komt. In al die jaren dat ik mijn vader ken, heb ik alleen hier en daar wat fragmenten gehoord.

Op 1 minuut 50 in de film verscheen er een foto die me dwong om op de pauzeknop te drukken. Het was een relatief duidelijke foto, een willekeurige close-up van drie gevangenen achter prikkeldraad, allemaal glimlachend en zwaaiend – vermoedelijk naar hun redders. De kleine man aan de linkerkant draagt een overjas, kennelijk aan hem gegeven door een van de soldaten. De man rechts met de snor is groter en lijkt een ere-saluut te brengen. Ze dragen de bekende gestreepte concentratiekamp kledij.

En de man in het midden leek op mijn vader.

Ik begon intens naar de foto te staren en elk detail te analyseren van de fysieke kenmerken om te zien of ze overeenkwamen met die van mijn vader. De haarscheiding, de vorm van het gezicht, het iets grotere oor, de kloof tussen zijn voortanden – alles leek in overeenstemming te zijn met zijn verschijning. Zou het kunnen? Zou hij het echt kunnen zijn? Ik bleef het mezelf maar afvragen. Maar de eigenschap die me het meest aan hem deed denken was de vorm van zijn wuivende hand. Ik heb dat altijd opgemerkt aan mijn vader, hoe zijn wijsvinger steeds een beetje krult en iets langer lijkt dan zijn middelste vinger en hoe zijn duim ze bijna aanraakt. Vandaag, vanwege zijn artritis, is zijn hand bijna bevroren in die positie, en dit was de vorm van de hand van de man op deze foto.

Ik emailde onmiddellijk de link naar mijn drie broers in Toronto met als onderwerp: “Iets heel vreemds”, en vertelde hen om de film te pauzeren en me vertellen wat ze erover dachten. Al de volgende ochtend, waren zij het over eens geworden dat dit inderdaad onze vader op de foto zou kunnen zijn.

Dan werden de dingen een beetje ingewikkeld. We werden geconfronteerd met het dilemma van het tonen van deze foto aan mijn vader. Zal die foto teveel pijnlijke herinneringen terug brengen? Moeten we hem confronteren met een beeld van zichzelf van zo lang geleden van de meest verschrikkelijke tijd van zijn leven? Welk effect zou het mogelijk kunnen hebben op zijn psyche zichzelf terug te zien in het plunje van een nazi-gevangene?

Mijn oudste broer, Ruben, is altijd het dichtst bij mijn vader geweest sinds hij op zijn 15de ging werken voor hem in zijn vleesverpakkingsbedrijf. Mijn vader gaf hem de smerigste klusjes om hem ervan te weerhouden aan de slag te gan bij Grace Meats, maar pensen draaien heeft Reuben niet weggejaagd van het werk. Sindsdien zijn ze erg close met elkaar. Reuben was van mening dat we dit grondig moeten overdenken en het moesten laten ‘bezinken’ voor een tijdje. “Hij heeft die foto al die jaren niet gezien, op een dag of zo steekt het nu wel niet.”

Sid, de tweede oudste broer en de vredestichter in ons gezin stemde ermee in. Murray en ik wilden hem de foto laten zien, maar we lieten de kwestie even rusten tot onze oudere broers en zussen zich erover hadden uitgesproken. Maar de volgende dag kwam Murray met een Salomonsoordeel: Laten we de foto zien aan de enige overlevende broer van mijn vader, Henya, die met hem eerder in de oorlog in de kampen was en in staat zou zijn hem te herkennen als dit inderdaad hem was.

Murray belde me die ochtend op weg naar tante Henya. Ik vertelde hem om mij te bellen op mijn mobilofoon van zodra hij met haar gesproken had. Murray belde me om 12u30. “Ze was duidelijk – het is hem. En niet alleen dat, maar de man met de mantel die naast hem staat was zijn jeugdvriend, Herschel D.”

Met dat in zijn handen belde Murray vervolgens naar mijn vader en vroeg hem of hij bereid was om een foto van zichzelf te zien op de dag van zijn bevrijding in Dachau. Dat wilde hij wel. Murray ging naar zijn appartement en liet hem de foto zien. Met tranen in zijn ogen zei mijn vader: “Ja, dat ben ik.”

Op 29 april 1945 werden een handvol foto’s van de bevrijding van Dachau genomen door Robert Spring, een röntgen technicus die diende bij de 59ste Evacuatie Hospitaaleenheid van het Medische Korps van het Amerikaanse leger. Er werden op die dag 32.000 gevangenen in het kamp aangetroffen en de meeste mannen op de foto’s, die door soldaten werden genomen, waren te sterk vermagerd om nog hun identiteit te kunnen onderscheiden, of te korrelig om gezichten te herkennen of groepsfoto’s op afstand getrokken en te ver om nog iemand te herkennen. Maar meneer Spring besloot om een foto te nemen van een willekeurige groep van naamloze overlevenden die hij nooit meer terug zou zien. Voor de nazi’s was de man op de foto gevangene nummer 147 963 en 64 jaar en vijf maanden lang was het een foto van een naamloze gevangene die voor de eerste keer in vele jaren de vrijheid weer mocht ervaren.

Op de dag na de Jom Kippoer in het jaar 5770, dinsdag 29 september 2009, werd ontdekt dat de lachende gevangene in nazi-gevangeniskledij niet alleen gevangene 147 963 was, en dat hij geen willekeurige naamloze overlevende was die door een heldhaftige soldaat toevallig op de foto kwam. Hij werd geboren als Icek Nachtigal, Yitzchak Dovid ben Reuvain, en hij gaat door het leven onder de naam van Irving Nightingale. Hij werd geboren op 10 mei 1924 maar hij zal je vertellen dat zijn echte verjaardag 29 april 1945 is.

En hij is mijn vader.


Bronnen:

♦ naar een artikelWas that my father standing behind the barbed wire?” van rabbijn Tzvi Nightingale van 31 oktober 2009 op de site van Aish.com