Het Bloedsprookje: Waarom antisemitisme altijd toeneemt rond Pasen

Plaatje hierboven: Een Jordaanse leraar van de UNRWA plaatste in augustus 2015 deze cartoon op zijn facebookpagina. Volgens oude volksverhalen gebruiken Joden het bloed van niet-Joden bij de bereiding van matzes voor het Pesachfeest. Het zogenaamde bloedsprookje vormt de basis voor de antisemitische theorie dat Joden zich schuldig maken aan het plegen van rituele moorden en kannibalisme [beeldbron: EoZ]

Dit jaar begint de Joodse feestdag van Pesach (Pasen) bij zonsondergang op vrijdagavond 19 april, aka Goede Vrijdag voor de christenen.

Door de hele Joodse geschiedenis heen zijn de weken rond Pesach een zeer gevaarlijke tijd voor de Joden geweest. Dat komt door de het beruchte bloedlastersprookje dat vertelt over Joden die matzes (Paasbrood) maakten uit het bloed van christelijke kinderen. Deze beschuldigingen leidden meestal tot gewelddadige aanvallen op Joodse gemeenschappen.

Het bloedsprookje is een term met een specifieke en verschrikkelijke geschiedenis. Het verwijst naar de schokkende beschuldiging dat Joden christelijke kinderen hebben ontvoerd en vermoord om hun bloed te gebruiken om Paasbrood (de matzes) te bereiden.

Beschuldigingen van bloedmisbruik zijn de Joden doorheen de eeuwen blijven achtervolgen en doen vervolgden; de mythe werd nieuw leven ingeblazen door Hitler (plaatje onderaan) en blijft vandaag bestaan ​​in plaatsen zoals Rusland en in het bijzonder in de moslimwereld (plaatje bovenaan).

Het bestaat zelfs in de Verenigde Staten (in een andere vorm) gepredikt door mensen zoals voormalig president Obama in de vorm van de IDF die Palestijnse kinderen als doelwit neemt, Louis Farrakhan en anderen. Universitaire campussen in Amerika, vooral de meest links liberale, zijn vaak broeinesten waar het bloedspookje wordt gecultiveerd (ze voorzien de joodse studenten niet van veilige ruimtes).

Iedereen die ooit matzes heeft gegeten weet dat matses wordt gemaakt van een combinatie van papier en karton (zo smaken ze toch tenminste). Zoals zoveel antisemitische leugens, is het bloedsprookje gebaseerd op iets wat de Joden niet kunnen noch mogen doen. De Torah verbiedt dat Joden het bloed van dieren consumeren. Zoals geschreven staat in Leviticus 17: 10-14:

Een deel van het proces om vlees kosjer te maken gebeurt door het vlees te zouten om aldus de laatste sporen van bloed kwijt te raken. Het bloedsprookje komt voort uit een actie die 3500 jaar geleden in het land Egypte plaatsvond, “we waren slaven van de farao in Egypte”, zegt de Torah.

Zoals de Bijbel uitlegt, raakte de tiende en laatste plaag de eerstgeboren zonen van elke Egyptenaar (en hun eerstgeboren dieren). Om de tiende plaag te vermijden, werd de Joden opgedragen het bloed van een geslacht lam op de deurposten van de Joodse huizen te smeren, zodat de dood wist wie over te slaan. Dit verbond de Pesach met bloed.

Ongeveer 1500 jaar later schreef Josephus dat de Grieken geruchten verspreidden dat de Joden een Griek in de Heilige Tempel in Jeruzalem afslachtten en zijn darmen aten als onderdeel van hun religieuze riten.

Het verhaal van Willem van Norwich (overleden in 1144) wordt vaak aangehaald als de eerste bekende beschuldiging van het Europese bloedsprookje. Joden in Norwich, Engeland, werden beschuldigd van moord nadat een christelijke jongen, William, dood werd gevonden. Er werd beweerd dat de Joden hun slachtoffer hadden gemarteld en gekruisigd.

De Joden van de stad die niet waren gevlucht werden vermoord. Elf jaar later dook het bloedmisbruik in Engeland weer op toen Joden een bruiloft in Lincoln bijwoonden. Een christelijke jongen genaamd Hugh werd gevonden in een beerput waar hij blijkbaar was in gevallen. Na daaropvolgende gedwongen, gemartelde biecht werden 19 Joden opgehangen. Al snel beschuldigen de antisemieten van Engeland alle Engelse Joden van deelname aan rituele moord.

Het Britse bloedsprookje verspreidde zich algauw over heel Europa. De eerste bloedlaster van Frankrijk vond plaats in Blois in 1171, 31 Joden werden verbrand op de brandstapel toen het Pesachfeest naderde omdat ze weigerden zich te bekeren. In 1235, in de stad Fulda in het huidige Duitsland, beschuldigden christenen de Joden van het vermoorden van twee jongens en vergeldden zich door 34 Joden te vermoorden.

In de 17de eeuw trof het Poolse Jodendom een ​​catastrofe toen Kozakken-troepen hele Joodse gemeenschappen tijdens de Chmielnicki-opstand aanvielen en afslachtten. Rabbi David Halevy Siegel, die in die tijd leefde en een commentaar schreef op de Shulhan Arukh (wetboek van de Joodse wet), getiteld de Turei Zahav, gaf een uitspraak bedoeld om Joden te beschermen tegen de bloedlaster.

Hij oordeelde dat de traditionele rode wijn die op de seders werd gebruikt, zou moeten worden vervangen door witte wijn in landen van vervolging om geen argwaan te wekken. In zijn eigen leven slaagde Rabbi Siegel erin de slachtingen van Chmielnicki te ontvluchten, maar twee van zijn zonen werden vermoord in een pogrom in Lvov, Polen, in 1654.

Lees hier verder het volledige artikel van Jeff Dunetz

Plaatje hierboven: Omslag van de antisemitische periodiek Der Stürmer nr. 20 van mei 1939 van  Julius Streicher, getiteld Ritualmord, waarin de beschuldigingen van vermeende rituele moorden door Joden in het Duitse Regensburg anno 1476, weer worden opgevist.

Het getoonde plaatje is niet van een recent ontdekte misdaad maar een koperen gravure getiteld “Sechs Knaben zu Regensburg von den Jude ermordet“, zes jongens die in Regensburg door de Joden werden vermoord.

Het antisemitische bloedsprookje ‘De Matses van Zion’ werd door Julius Streicher opnieuw ingeblikt aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog om het Duitse volk rijp te maken voor de Jodenvervolging en vooral om de daaropvolgende Judeocide in de concentratiekampen te verrechtvaardigen [beeldbron: USHMM]


Bronnen:

♦ naar een artikel van Jeff Dunetz “The Blood Libel: Why Antisemitism Increases Around Passover” van 18 april 2019 op de site van The Lid

♦ naar een artikel van Anders Gerdmar “Den evigt blodtörstige juden” (De Eeuwig Bloeddorstige Joden) van 19 augustus 2019 op de site van Gerdmar.se

♦ naar een artikel van Carmelo Lisciotto “Julius Streicher – The Beast of Franconia” uit 2008 op de site van HEART