De onuitroeibare Mythe van de Nakba, aka de vlucht vooruit van ‘Palestijnen’ in 1948

Plaatje hierboven: Jeruzalem, 13 april 1948, ruim een maand vóór Israël’s Onafhankelijkheid. Een Joods medisch konvooi werd op weg naar het Hadassah hospitaal overvallen door Arabische guerillero’s en de voertuigen doorzeefd met kogels. Achtenzeventig Joodse artsen, verpleegkundigen, studenten, patiënten, faculteitsleden, leden van de Haganah alsook een Britse soldaat kwamen om het leven bij de aanslag [beeldbron: Wikicommons]

De term ‘Nakba’, oorspronkelijk bedoeld om de omvang van de zelf toegebrachte Palestijnse en Arabische nederlaag in de oorlog van 1948 te beschrijven, is de afgelopen decennia een synoniem geworden voor Palestijns slachtofferschap, waarbij mislukte agressors zijn getransformeerd in ongelukkige slachtoffers en vice versa.

Israël zou alles in het werk moeten stellen om dit valse beeld uit de wereld te helpen door zijn overduidelijke, onjuiste historische basis bloot te leggen. Tegenwoordig is de mislukte Palestijnse Arabische poging om de staat Israël bij de geboorte te vernietigen, en de daarmee gepaard gaande vlucht van zo’n 600.000 Palestijnse Arabieren, internationaal bekend geworden als de ‘Nakba’, de catastrofe, met de bijbehorende valse implicatie van ongelukkig slachtofferschap.

Dit was ironisch genoeg het tegenovergestelde van de oorspronkelijke betekenis van het woord, toen het voor het eerst werd toegepast op het Arabisch-Israëlische conflict door de Syrische historicus Constantin Zureiq. In zijn pamflet The Meaning of the Disaster (Ma’na al-Nakba) uit 1948, schreef Zureiq de Palestijnse / Arabische vlucht toe aan de doodgeboren pan-Arabische aanval op de opkomende Joodse staat in plaats van aan een vooropgezet zionistisch ontwerp om de Palestijnse Arabieren te onterven:

Toen de strijd uitbrak, begon onze publieke diplomatie te spreken over onze denkbeeldige overwinningen, om het Arabische publiek in slaap te laten vallen en te praten over het vermogen om gemakkelijk te overwinnen en te winnen – totdat de Nakba gebeurde … We moeten onze fouten erkennen … en de mate erkennen van onze verantwoordelijkheid voor de ramp die ons lot is.

Zureiq onderschreef dit kritische beeld al tientallen jaren. In een later boek, The Meaning of the Catastrophe Anew (Ma’na al-Nakbah Mujaddadan) gepubliceerd na de oorlog van juni 1967, definieerde hij die laatste nederlaag als een ‘Nakba’ in plaats van een ‘Naksa’ (of tegenslag), omdat het alzo bekend raakte in het Arabisch discours, omdat het – net als in 1948 – een zelf veroorzaakte ramp was die voortkwam uit het onvermogen van de Arabische wereld om het Zionisme te confronteren.

In die tijd was de term ‘Nakba’ flauw afwezig in het Arabische en / of Palestijnse discours. De eerste vermelding – in George Antonius’s invloedrijke boek The Arab Awakening uit 1938 – had niets te maken met het (tot nu toe onbestaande) Arabisch-Israëlische conflict, maar eerder met de naoorlogse creatie van het moderne Midden-Oosten (‘Het jaar 1920 heeft een kwaadaardig naam in Arabische annalen: het wordt het Jaar van de catastrofe genoemd of, in het Arabisch, Aam al-Nakba ‘).

Evenzo gebruikte Hajj Amin Husseini, de leider van de Palestijnse Arabieren van de vroege jaren 1920 tot 1948, in zijn boek uit 1956, Feiten over de Kwestie van Palestina (Haqa’iq an Qadiyat Falastin) de term ‘al-Karitha‘ om de Palestijns Arabische val te beschrijven en te verspreiden.

Volgens de Palestijnse academicus Anaheed Al-Hardan van de Amerikaanse Universiteit van Beiroet weerspiegelde dit de wens van Husseini om de term ‘Nakba’ te vermijden, die in die tijd wijd en zijd werd geassocieerd met een zelf toegebracht Palestijnse Arabische ramp – hetzij via grondverkoop aan Zionisten, niet vechten of het geven van instructies aan de mensen om te vertrekken.

Noch kwam de term decennia na de oorlog van 1948 weer boven – zelfs niet in het heilig oprichtingsdocument van de PLO, het Palestijnse verbond (1964, herzien in 1968). Pas tegen het einde van de jaren tachtig werd het op grote schaal opgevat als een door Israelisch aangedaan onrecht.

Ironisch genoeg was het een groep politiek geëngageerde, zelfbenoemde Israëlische ‘nieuwe historici’ die de Palestijnse nationale beweging misschien wel het beste propagandamiddel gaven door de geschiedenis van Israël op zijn kop te zetten, waarbij agressors in ongelukkige slachtoffers veranderden en vice versa, op basis van een massieve misrepresentatie van archiefmateriaal.

Terwijl eerdere generaties Palestijnse academici en intellectuelen hadden afgezien van het verkennen van de oorsprong van de nederlaag van 1948, zag PLO-leider Yasser Arafat, die Gaza en de Westelijke Jordaanoever had ingebracht als onderdeel van de Oslo Akkoorden van 1993 en toestemming had gegeven om zijn Palestijnse Autoriteit (PA) op te richten in delen van die gebieden, meteen het immense potentieel in van het reïncarneren van de Nakba als een symbool van Palestijns slachtofferschap in plaats van een zelf-toegebrachte ramp.

In 1998 riep hij 15 mei uit tot nationale herdenkingsdag van de Nakba. In de daaropvolgende jaren is ‘Nakba Day’ een integraal onderdeel geworden van het Palestijnse nationale verhaal en de belangrijkste gebeurtenis ter herdenking van hun ‘catastrofe’ uit 1948. De Israëlische gevoeligheid ten opzichte van de term ‘Nakba’ groeide nadat werd gemeld dat op 15 mei 2007 VN-secretaris-generaal Ban Ki Moon PA-president Mahmoud Abbas belde om empathie met het Palestijnse volk tot uitdrukking te brengen ter ere van ‘Nakba Day.

Het plaatsvervangend hoofd van de VN-missie van Israël klaagde erover dat het woord’ Nakba ‘een instrument van Arabische propaganda is dat wordt gebruikt om de legitimiteit van de oprichting van de staat Israël te ondermijnen en geen deel moet uitmaken van het lexicon van de VN. Terwijl Israëlische diplomaten druk bezig waren hun tegenhangers ervan te weerhouden om voor het valse verhaal van de PA te vallen, debatteerde de Knesset in juli 2007 over een besluit van onderwijsminister Yuly Tamir om de Nakba op te nemen als een onderwerp over de jaarlijkse syllabus voor de Arabische minderheid in Israël.


Bronnen:

♦ naar een artikel van Raphael G. Bouchnik-Chen “The False ‘Nakba’ Narrative” van 17 april 2019 en een artikel van Lyn Julius “Palestinians Share Responsibility for Jewish Refugees, Too” van 25 maart 2019 op de site van The Algemeiner