De geneugtes van het antisemitisme: ‘Haten is puur genieten’

Plaatje hierboven: Lachen geblazen voor SS-officieren die zich amuseren met de haarlokken (pejes) van een vrome Jood af te snijden in een concentratiekamp. SS-Obersturmbannführer Adolf Eichmann (2de van rechts) staat erbij breed te glimlachen want ‘haten is genieten!’ [beeldbron: The J.C.]

Er is iets vreemd ineffectief aan omtrent veel van onze pogingen om het antisemitisme te bestrijden. Wij behandelen het als het impliceren van diverse cognitieve fouten – misvattingen over Joden of over Israël, het hanteren van dubbele standaarden in het beoordelen van Joodse activiteiten, de eenzijdige nadruk leggen op dingen die bekritiseerd kunnen worden en het veronachtzamen van dingen die prijzenswaardig zouden kunnen zijn.

Wij proberen om deze cognitieve mislukkingen (die er in overvloed zijn) te bestrijden door op de fouten in kwestie te wijzen, een lijst op te maken van relevante feiten die die fouten verbeteren en door het onthullen van desbetreffende logische inconsistentie zoals bijvoorbeeld het meten met twee verschillende maten en gewichten (als het over Joden en/of Israël gaat).

En wanneer deze pogingen totaal vruchteloos blijken te zijn, zoals dat zo vaak het geval is, worden wij in verwarring gebracht en met wanhoop vervuld. Willen de mensen dan geen waarheden kennen die hen zouden toelaten om hun vijandigheden achter zich te laten ten aanzien van verscheidene aspecten van het Joodse bestaan?

Het antwoord is natuurlijk en zeer vaak dat, neen, zij willen deze waarheden in werkelijkheid niet kennen. Zij verkiezen de fouten, met al hun dramatische angsten en haatgevoelens, en de opwinding van verhalen over samenzweringen, tegengesteld aan de onbetwistbare waarheid dat Joden over het algemeen genomen mensen zijn zoals iedereen, een mengsel van goed en slecht, sterk en zwak, maar met een geschiedenis die zeer reële en vreselijke implicaties heeft voor het heden. Waarom is dat zo?

Wij kunnen dat niet enkel verklaren in termen van een cognitieve vergissing, aangezien een deel van wat wij willen weten is waarom cognitieve vergissingen zo weinig vatbaar voor wijziging zijn, waarom zij zo hardnekkig opduiken en heropduiken. Wij moeten verder kijken dan het cognitieve domein naar de wereld van de emoties en de vragen stellen: wat zijn de geneugtes, wat zijn de emotionele beloningen die het antisemitisme schenkt aan zijn volgelingen?

Antisemitisme is pure pret, daar bestaat geen twijfel over. U kunt de smaak niet gemist hebben die sommige mensen hebben in het vergelijken van Joden met nazi ‘s, of het voorgewende verdriet, het gebrekkig gemaskeerde diepe genoegen waarmee zij het vermeende feit bejammeren dat de Joden zelf de haat over zich heen hebben gebracht, vooral door de daden van Israël en zijn Zionistische aanhangers, en dat zij op onverklaarbare wijze er niet in geslaagd zijn om de lessen van de Holocaust te leren. (De Holocaust was natuurlijk geen oefening in opvoeding, en als er al lessen uit getrokken moeten worden, zouden wij kunnen denken dat de zwakste leerlingen diegenen zijn die nogmaals wensen om Joden eruit te pikken boven al die anderen voor hun vijandige aandacht.)

Net zoals andere vormen van racisme, verstrekt het antisemitisme een verscheidenheid aan bevredigingen voor diegenen die het onderschrijven en het is de moeite waard om om te proberen deze geneugtes te analyseren, zodat wij het gehele fenomeen beter kunnen begrijpen en bestrijden. In wat volgt zal ik in het kort diverse antisemitische houdingen aanhalen en beschrijven, waarvan ik van allen geloof dat zij intens en vaak schuldig misleidend zijn. Maar ik ga hun vergissingen niet bespreken, noch zal ik de omstandigheden onderscheiden waarin kritiek op Joden en Israël gewettigd en accuraat is, en omstandigheden waarin dat niet van toepassing is.

Veel werd geschreven over enkel die onderwerpen; hier zal ik het eenvoudig voor waar nemen dat sommige van dergelijke kritieken correct zijn, maar dat anderen en vaak vele anderen, verkeerd zijn en een vorm van racistische discriminatie zijn tegen Joden, kort gezegd: antisemitisme. Mijn bezorgdheid gaat hier niet om de onjuistheid van het antisemitische discours, maar om de geneugtes die zij aanbieden aan hen die zich hiertoe hebben geëngageerd.

Er zijn (minstens) drie belangrijke bronnen van genoegen die het antisemitisme verstrekt: eerst, het genoegen van haat; ten tweede, het genoegen van traditie, en ten derde, het genoegen van het tonen van morele zuiverheid. Elk van deze is een onafhankelijke bron van tevredenheid, maar de drie werken op verscheidene manieren op elkaar in, die vaak de effecten ervan versterkt.

Geen twijfel dat de verschillende bronnen van genoegen de verschillende individuen en groepen aanspreekt, zodat het beroepen op traditie smeer weerklank kan hebben bij diegenen die zich aan de rechter politieke zijde bevinden, en de aantrekkelijkheid van het tonen van morele zuiverheid kan het sterkst doorwegen bij diegenen die zich aan de politieke linkerzijde bevinden, maar beide variëteiten kunnen in de meeste politieke groeperingen worden aangetroffen en de geneugtes van haat zijn nagenoeg universeel.

Haten is puur genieten
Het genot dat haten ons geeft klinkt de meeste mensen helaas vertrouwd toe. De meesten van ons kennen maar al te goed de kick die het geeft wanneer het gevoel van het eigen gelijk in ons opwelt, de opwinding die wordt gevoeld in het veroordelen van anderen, de intense verbondenheid die wordt gevoeld met een gelijkgestemde hater die wij goed gewaar worden telkens wanneer een stevige portie van wreedaardige vijandigheid van ons bezit heeft genomen.

Natuurlijk zijn er sommige situaties waarin haat gerechtvaardigd is – er zijn sommige daden en houdingen waarin haat de juiste reactie is, en iedereen die ruimdenkend en verdraagzaam kijkt naar het opzetten van een Auschwitz, moet dringend zijn moreel kompas laten nakijken. Maar de geneugtes die haat verschaft zijn evenzeer overvloedig aanwezig wanneer die haat volledig ongerechtvaardigd is, zoals de meesten van ons dat ook wel weten, op zijn minst door er later op terug te kijken.

De haat en zijn verwanten – verachting, wrok en weerzin – bieden het verleidelijke genot aan tot het voelen van onze eigen superioriteit tegenover het gehate object, en tevens het voelen van een betekenis van diep rechtvaardigen en echte oprechtheid in het ondernemen van stappen om hem (of haar, of hen) te straffen of te kwetsen.

Het kwetsen van anderen is ook pure pret, en is voor meer mensen het geval dan wij normaal zouden willen geloven (zie bijvoorbeeld naar het bekende Zimbardo experiment en het bewijsmateriaal van diegenen die betrokken waren bij de genocidale moorden in Rwanda; maar ook het alomtegenwoordige fenomeen van het pesten op de speelplaats en diverse gelijkaardige overeenkomsten onder volwassenen zoals pesten op het werk en het soort van politieke vijandigheden die soms uitbreken in kleine ideologisch oververhitte groepen.)

Aldus is waar het antisemitisme de vorm van Jodenhaat aanneemt, het niet erg moeilijk om te begrijpen dat het psychologische beloningen aanbiedt die niets met de waarheid te doen hebben of in de leugens die sommige mensen over Joden geloven. Noch is het moeilijk om te begrijpen dat de mensen niet graag worden beroofd van deze geneugtes, vooral als ze zoals zo vaak het geval is met diegenen die zich formeel geëngageerd hebben tot het anti-racisme, zij zichzelf niet zien als zijnde antisemitisch en zij vandaar tegenover zichzelf geen prijs wensen te betalen die hun eigen zelfrespect zou kunnen beschadigen.

De geneugtes van de traditie
Aangezien de geneugtes van het gevoel dat haten geeft universeel zijn, zouden wij ons moeten afvragen waarom zij zich kristalliseren in Jodenhaat, meer in het bijzonder: waarom hier en waarom nu? Op dit punt kunnen wij aan wij het hebben over de tweede belangrijkste bron van het genoegen dat wordt beleeft aan antisemitisme: traditie.

Er is een aparte ruimte voor Joden geschapen in de westerse cultuur en de vorm oogt niet bepaald aangenaam. Lange eeuwen van traditie hebben de Jood geconstrueerd als zijnde zowel verachtelijk als gevaarlijk, als de leverancier en doorgever van het kwade; en diverse stijlfiguren werden opgesteld om dit beeld uit te diepen – in het bijzonder de bloedlaster, volgens dewelke de Joden het bloed van christelijke kinderen gebruiken voor hun vreselijke ceremonieën van mechanisering en controle, maar ook stijlfiguren waarin de Joden worden afgeschilderd als poppenspelers over de rest van de hulpeloze niet-Joodse wereld.

Plaatje hierboven: Spotten met Joden, een hardleerse traditie. Links Aalst Carnaval, zondag 3 maart 2019; rechts carnavalsoptocht in Marburg in 1936. “Auf nach Palästina” (stuur ze naar Palestina) [beeldbron]


Bronnen:

♦ naar een artikel (ingekort) van Eve Garrard “The Pleasures of Anti-Semitism” van 28 mei 2013 op de site van Fathom

3 gedachtes over “De geneugtes van het antisemitisme: ‘Haten is puur genieten’

  1. Heel veel winst is te behalen met goede opvoeding. Daarna infomatie en presentatie. De rest, tja, dat is voer voor de psychiater/psycholoog.
    Over de rest kun je informeren. Dat wordt ook actief gedaan als iemand op een belangrijke positie komt of in de (inter-)nationale belangstelling.
    Gelukkig zijn daar wel goede sites voor.

    Like

Reacties zijn gesloten.